Home » Achtergrond

Redactioneel: Reisopera monter verder

26 maart 2013 2 reacties

Met bewonderenswaardige veerkracht heeft de Nationale Reisopera zijn programmering voor het komende seizoen samengesteld. Zowel in de producties als in de bezettingen van de casts en artistieke teams combineert het gezelschap oud en nieuw. Maar die zalen in het land, komen die wel vol?

Eén van de titels op het programma is de reprise van de geënsceneerde Johannes Passion (foto: Hermann en Clärchen Baus).

Vrijwel iedereen – gezelschappen, theaters en publiek – heeft last van de bezuinigingen, maar de Reisopera werd vorig jaar wel erg hard gekort. Begin 2013 zijn ze in Enschede heel veel krimp en een verlies van zeventig banen verder. Het koor moest eruit, maar start door op eigen kracht. Intendant Guus Mostart ging met pensioen, Nicolas Mansfield volgde hem op.

In een korte periode, afgelopen najaar, spraken we op Place de l’Opera zowel met de vertrekkende Mostart als met Mansfield, zijn opvolger. Mostart kon met gepaste trots terugkijken op zijn periode bij de Reisopera, met als hoogtepunten de bouw van de Wilminkzaal en de Ring-cyclus, die een unieke plek inneemt in de geschiedenis van de Nederlandse operauitvoering.

Mostart ging niet in op de toekomst. Die liet hij, heel elegant, over aan zijn opvolger Mansfield. Na diens verhaal over zijn plannen en ambities zaten we met onze oren te klapperen. We waren verrast door het optimisme en de gedrevenheid in een tijd dat de Reisopera in de eindfase van de aanzienlijke krimpoperatie zat.

Nu het programma voor de komende periode openbaar is, blijkt dat het gezelschap uit Enschede echt in staat is door te pakken. De langverwachte Tristan und Isolde komt eraan; ‘de Randstad’ kan, net als in de afgelopen jaren, weer voor een Wagner-première op zondag naar Enschede. Maar deze Wagner-voorstelling gaat ook op reis.

Verder wordt onder meer La tragédie de Carmen gebracht, met het jonge regieduo Roelofsen van Het Geluid Maastricht. En wellicht is het veelzeggend, maar een blik op de website van de Reisopera leert dat er sinds gisteren alwéér een nieuwe voorstelling aan de lijst is toegevoegd: The Fairy Queen in een regie van Pauk Koek staat voor februari/maart op het programma.

Niet alles wat er bij de Reisopera gebeurt, is terug te vinden in het seizoensprogramma. De actieve en gedreven steun aan het project Rheingold op de Rijn bijvoorbeeld, en de tournee van de ‘pocketversie’ van La Bohème. Die innemende voorstelling was in de Nederlandse theaters te zien en trekt komende zomer een maand door het Britse graafschap Dorset, na eerst een opvoering in de Linbury Studio van het Royal Opera House in Londen.

De nieuwe productiekern in Enschede is duidelijk uit de rouw, blijkt wendbaar en is klaar voor vernieuwing. Een mooi programma, maar het moet zich nog bewijzen in de zalen.

Ik heb er geen cijfers van en de theaters staan niet vooraan om het te melden, maar mijn waarneming is dat de zalen in het land soms zorgelijk slecht bezet zijn. Volle bak, dat halen zelfs de hele grote operanamen niet meer, maar iets meer dan de helft bezette stoelen, dat lijkt me een ondergrens. Opera Zuid, de Reisopera en de voorstellingen met Oost-Europese gezelschappen moeten het van die zalen in het land hebben en daar zit wel een knelpunt. Hoe vol zal het op 4 oktober zijn, in Heerlen, als Tristan daar te zien is, of aan het eind van die maand, in Zwolle?

Bij een reisvoorstelling staan er niet zelden twee of drie touringcars bij het theater, naast het nodige tonnage aan trucks. Het is te hopen dat met het elan van de Nationale Reisopera, de creativiteit van de theaters in het land en met een publiek dat bereid blijft een kaartje te kopen, die zalen goed bezet raken. Opera wordt bijna thuisbezorgd, maar je moet er wel heen.

Er is niets zo mooi als een operavoorstelling in een echt theater in de buurt, zo zeggen de presentatoren van de Live in HD-opera’s uit New York het iedere keer weer. En zo is het.

door

2 reacties »

  • Laura zei:

    Ik weet niet wat we kunnen verwachten van de zaalbezetting komend seizoen. Ik ben dit seizoen naar voorstellingen van Opera Zuid in Den Haag geweest, en daar was de zaal met grote moeite halfvol. En dat kan toch niet zijn omdat het mensen niets interesseert – de kaartjes voor een opera in de bioscoop komen immers aardig in de buurt van de prijs voor de toegangskaartjes voor een opera van één van de reisgezelschappen.

    Misschien heeft het toch iets met marketing te maken? DNO heeft hierin ongetwijfeld grotere budgetten, maar het is zó belangrijk…

  • onno zei:

    Marketing heeft er ongetwijfeld mee te maken, maar ik vrees dat de magere zaalbezetting toch vooral te maken heeft met een combinatie van beperkte doelgroep, groot aanbod en prijzige kaartjes.

    Voor een operaliefhebber met een niet onbeperkt budget is het een kwestie van keuzes maken. Bijvoorbeeld: eind april ga ik naar Die Walkure (DNO), dezelfde week Falstaff (IOP) bij ons (Utrecht) in de schouwburg. Eind mei idem: La Traviata (DNO) of Tosca (Opera Zuid). En dan is er nog de bioscoop, die ook steeds meer mogelijkheden biedt.

    Voor de operabezoeker is het grote aanbod fijn, de operamaker zal er minder blij mee zijn. Ik vraag me af of de kleinere gezelschappen in dit landschap kunnen overleven. Misschien dat een betere timing mogelijkheden biedt.

    En verder vraag ik me af (als leek, liefhebber) of het nog verstandig is om door het hele land te reizen? Zouden de inspanningen (marketing) er niet beter op gericht zijn bezoekers naar het ‘eigen’ theater te trekken?

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.