Home » Achtergrond

Het duet van muziek en drama

7 februari 2009 Geen reacties

Muziek of drama: het is een klassieke, veelgestelde en veelbeantwoorde vraag in operaland. Niet gek dat Theater Instituut Nederland juist over die vraag een tentoonstelling opzette, getiteld Niet omkijken, Orpheus! Tot en met 10 mei is de expositie te zien in Museum de Fundatie in Zwolle. Zeker de moeite waard.

flyer-orpheusDon Giovanni, de finale. Het beeld van Il Commendatore komt binnen bij Don Giovanni om de vrouwenverslinder naar de ondergang te slepen. De confrontatie speelt zich af tegen een achttiende-eeuws decor, met kostuums in de stijl van Sevilla. Het beeld is een beeld.

Don Giovanni, de finale. Het ‘beeld’ van Il Commendatore komt binnen bij Don Giovanni om de vrouwenverslinder naar de ondergang te slepen. Het decor: een achterstandswijk in New York. Don Giovanni draagt een leren jack en een oorbel. Il Commendatore lijkt rechtstreeks uit het riool te komen.

Zomaar een voorbeeld van twee totaal verschillende ensceneringen van dezelfde opera. De tentoonstelling in Zwolle zit vol met dergelijke intrigerende vergelijkingen. La Bohème van Puccini, Die Walküre van Wagner: allemaal worden ze tegen het licht gehouden. Met een bedieningsdoosje is het mogelijk telkens drie versies van de opera’s te bekijken.

Het is één van de creatieve bedenkselen van Theater Instituut Nederland, Museum de Fundatie en het Nederlands KamerOperaFestival. Gezamenlijk stelden zij Niet omkijken, Orpheus! Van opera naar muziektheater samen. De expositie wil een overzicht geven van de ontwikkeling van operaregie in de afgelopen halve eeuw.

Felsenstein
Via acht speels aangeklede themakabinetten wordt de bezoeker langs verschillende stromingen in de operaregie geleid. Van de tijd van de grote gebaren en grote solisten, langs de nadruk op de psychologie van het drama, naar symbolistische en deconstructivistische benaderingen.

Veel aandacht is er voor Walter Felsenstein (1901-1975) en zijn bijzondere visie. Eén van de kabinetten is speciaal voor hem ingericht. Daar is onder meer een videofragment te zien dat de werkwijze van de Oostenrijks regisseur laat zien bij een productie van Don Giovanni. Ook beschrijft Harry Kupfer, leerling van Felsenstein, de regisseur in een interview. ‘Zingen op het podium moet gefundeerd zijn’, vat Kupfer zijn meesters motto samen.

Natuurlijk heeft ook Maria Callas een eigen hoekje gekregen. ‘Ze was geen diva, maar theatervernieuwer’, valt er bij haar te lezen. Terwijl haar ‘Vissi d’arte’ uit Tosca te horen is, wisselen foto’s van diezelfde opera elkaar af op het doek, om aan te tonen wat een theatrale kracht ze bezat.

Synthese
Het laatste kabinet, het hart van de tentoonstelling, wordt gevuld met foto’s en video’s van nieuwe opera’s en experimentele tussenvormen uit binnen- en buitenland; allemaal onder de noemer ‘deconstructie’. Na de perfecte synthese tussen muziek en drama van Callas – misschien wel het moment in de operageschiedenis waarop woord en noot het dichtst bij elkaar stonden – valt dat rauw op je dak. Zouden de makers er een bedoeling mee hebben gehad? Het is te hopen van niet. Als dit is waar opera in uitmondt in de 21e eeuw, is dat niet alleen ‘deconstructie’ van het genre, maar ook devaluatie, degradatie.

Gelukkig toont de tentoonstelling ook aan dat stromingen gaan en komen. Gluck stelde het drama opnieuw boven de muziek, de bel canto-componisten zochten hun heil juist bij vocaal spetterwerk, Wagner sloeg als tegenwicht aan het doorcomponeren en vul maar aan. Muziek en drama zingen een oneindig duet, dan weer dissonant, dan weer unisono. Het maakt het erg waarschijnlijk dat de drie organisaties over een halve eeuw een minstens net zo enerverende tentoonstelling kunnen samenstellen.

Zie voor meer informatie de rechterkolom, Theater Instituut Nederland of Museum de Fundatie.

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.