Achtergrond

Koordirigent Winfried Maczewski overleden

Koordirigent Winfried Maczewski is zondag overleden. Hij was al geruime tijd ernstig ziek. Maczewski was jarenlang artistiek leider van het Koor van De Nederlandse Opera en het Toonkunstkoor Amsterdam en was de afgelopen jaren actief in onder meer Salzburg, Parijs en Stuttgart.

Winfried Maczewski werd in 1941 als domineeszoon geboren in Kalisz, toen nog Oost-Pruisen, later Polen. Op zijn vijfde moest hij met zijn familie naar West-Duitsland vluchten, zo valt te lezen in een uitgebreid interview met De Groene Amsterdammer uit 2002.

Maczewski studeerde onder meer theologie, kerkmuziek en compositie. Hij begon zijn carrière als repetitor bij het Stadttheater Lübeck, waar hij zijn debuut maakte met een productie van Die lustige Witwe. In de jaren zeventig werd hij koorrepetitor in Hamburg, gevolgd door een positie als koordirigent bij de Deutsche Oper am Rhein in Düsseldorf.

In 1979 werd Maczewski kapelmeester en koordirigent in Wuppertal, waar hij samenwerkte met Pina Bausch. Na die functie bijna tien jaar te hebben vervuld, verhuisde hij in 1988 naar Amsterdam om artistiek leider van het Koor van De Nederlandse Opera te worden. Dat bleef hij tot 2006.

Bij DNO werkte hij mee aan vele bijzondere producties, waaronder Moses und Aron, Mazeppa, Life with an idiot en Król Roger. “Een bijzonder aimabele man”, zegt Place de l’Opera-redacteur Basia Jaworski, die als taalcoach met hem samenwerkte in Król Roger. “Hij was uiterst kundig en had echt hart voor zijn werk.”

Gedurende zijn DNO-tijd werd Maczewski ook dirigent van het Toonkunstkoor Amsterdam en muzikaal leider van Opera Studio Nederland. Verder richtte hij in 1997 het European Festival Chorus op en dirigeerde hij van 1997 tot en met 1999 het koor van de Salzburger Festspiele.

Na zijn vertrek bij De Nederlandse Opera was Maczewski nog korte tijd koordirigent bij de Opéra national de Paris en het Staatstheater Stuttgart.

In deze reportage over een productie van Parsifal bij de Parijse opera is Maczewski als koordirigent in actie te zien (vanaf 2:20), naast Hartmut Haenchen als dirigent.

Vorig artikel

Domingo ontroert in Milanese Foscari

Volgend artikel

Silbersee overstelpt Pärt met passie

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.

8Reacties

  1. Rudolph Duppen
    1 maart 2016 at 14:45

    Zijn vrouw Sophie is op dezelfde dag gestorven. Erg tragisch. De huidige koor dirigente van DNO bouwt nog steeds voort op zijn nalatenschap.

  2. 1 maart 2016 at 17:50

    Meine Gedanken gehen fast 30 Jahre zurück. In der Zeit des Umbruchs bei der Niederländischen Oper wurde 1987 ein neuer Chordirektor gesucht, der 1988 sein Amt antreten sollte. Es war das Ende der Zeit von Intendant Jan van Vlijmen und es galt für den damaligen “muzikaal directeur” diese Position mit Blick auf die Zukunft zu besetzen. Der “muzikaal directeur” wollte den Chor der Niederländischen Oper wesentlich vergrößern, was dann auch in Zusammenarbeit mit dem neuen Chordirektor gelang. Es gelang auch, konsequent mehr niederländische Sänger an den Chor zu binden. Das war unsere gemeinsame Strategie. In den zahllosen Vorsingen für Haus- und Extrachor war unsere absolute künstlerische Übereinstimmung das Fundament für den Ausbau des Chores. Auch ein neuer Chorsaal musste geschaffen werden, denn der war beim Neubau der Oper stiefmütterlich behandelt worden.
    Unter den zahlreichen Probedirigaten war schnell die Wahl gemeinsam mit dem Chor der Niederländischen Oper auf Winfried Maczewski gefallen. Aus Hamburg kommend, wo er auch dirigentische Aufgaben hatte und woher ich ihn kannte, fiel er durch seine imaginäre Klangvorstellung auf. Diese konnte er schwer in Worte fassen, aber es gelang ihm, dies dem Chor mit seiner Persönlichkeit zu vermitteln. Das war der entscheidende Punkt für unsere Entscheidung. Überdies zeigte er sich als ein Partner, der sehr an neuen Wegen interessiert war. Das brauchten wir am neuen Opernhaus. Sehr schnell entwickelte sich eine Partnerschaft, bei der auch schwierige Situationen überwunden wurden, denn nicht alle neuen Wege stießen beim Chor auf Gegenliebe. Es kam selbst zu juristischen Auseinandersetzungen, die aber alle positive gelöst werden konnten.
    40 gemeinsame Premieren allein an der Niederländischen Oper zeugen von einer äußerst intensiven und guten Zusammenarbeit, die Winfried auch glücklicherweise in Roland de Beers Buch „Man en Mythe“ von seiner Seite noch beschrieben hat. Dazu kommen noch zahlreiche Konzerte von Verdis „Requiem“ bis Schostakowitschs „Stepan Rasin“. Wie selbstverständlich haben wir unsere Zusammenarbeit, nachdem wir beide die Niederländische Oper verlassen haben an großen Häusern Europas fortgesetzt. Noch vor gut vier Wochen sprachen wir gemeinsam in Amsterdam über Kunst und Gesellschaft, denn er war immer auch ein Mann, der die Gesellschaft verändern wollte. Kunst war ein Teil davon.
    Ich habe einen langjährigen Weggefährten verloren. Mir bleibt nur zu sagen: Danke Winfried.
    Hartmut Haenchen

    Dass sein Interesse weit über die Chorleitung hinausging zeigt auch ein Film, dessen musikalisches Konzept er erarbeitete:
    https://vimeo.com/29051824

  3. Isabel Schnabel
    1 maart 2016 at 19:12

    Ik heb de heel bijzonder ervaring mee mogen maken in een projectkoor van DNO (2013) – voor een open dag. Wienfried Maczewski was onze dirgent. Velen begrepen hem niet.
    Deze dirigent was buitengewoon intelligent, erudiet. Hij wilde ons mee nemen in een diepgang die ik maar heel zelden ooit in NL heb mogen vinden. Voor dat ben ik hem eeuwig dankbaar.
    Moge Winfried rusten in vrede . Dank!!!

  4. Mark-Jan
    1 maart 2016 at 22:15

    Geschokt dat hij er nu niet meer is. Naast het werk voor DNO denk ik ook terug aan de Parsifal in Brussel, waar de derde acte hallucinant mooi was door de combinatie van het wandelende koor en de klankkleuren die hartmut haenchen aan het muntorkest wist te ontlokken. Heb nog steeds erg veel spijt dat ik hun Parsifal in Parijs niet heb gezien, waar de combinatie van Maczewski / Haenchen werd aangevuld door de regie van de door mij zeer bewonderde Warlikowski.

  5. Maarten-Jan Dongelmans
    1 maart 2016 at 22:22

    @Hartmut: dank voor de mooie woorden en deze waardevolle inside information over het begintijdperk van ons nationale operahuis aan de Amstel.

  6. Jan de Jong
    2 maart 2016 at 08:48

    Mijnheer Haenchen, dank u wel voor uw mooie eerbetoon.
    Wat hebben we dankzij Winfried Maczewski veel mooie koorpartijen gehoord. Van zijn opbouwend werk profiteren we nog steeds.

  7. theo laceulle
    5 maart 2016 at 09:48

    Het was aan Hartmut Haenchen te danken dat Winfried Maczewski ook dirigent en artistiek leider werd van Toonkunstkoor Amsterdam. Ik heb de eer gehad alle 14 jaar met Winfried mee te maken. Toen Jan Eelkema op te jonge leeftijd overleed was TKA op zoek naar een nieuwe dirigent en vanwege het belang van de samenwerking met het NedPhO stelde Haenchen toen voor de pas aangetreden koordirigent van DNO te benaderen. Hij was onze dirigent van 1989-2003. Onvergetelijk zijn zowel vele repetities als ook de uitvoeringen die we onder zijn leiding hebben mogen geven. De jaarlijkse Matthäus Passion, Frank Martin’s Golgotha, Ein deutsches Requiem… en de vele voorbereidingen die hij verrichtte voor concerten met het NedPhO, vaak onder leiding van maestro Haenchen. Winfried had een heel sterk idee over de ideale koorklank voor elk werk en daarnaar was hij voortdurend op zoek – zo streefde hij voor Mahler’s 2e symfonie naar een koorklank die gevormd werd door een professioneel kernkoor en de ‘kuisere’ klank van een groot amateurkoor daaromheen – de uitvoeringen o.l.v. Hartmut Haenchen waren een belevenis! Zelfs bij DNO hebben we mogen meemaken wat een grootheid hij in het theater was wanneer hij ons backstage dirigeerde toen wij als Bühnenchor de korte koorpartij in Elektra mochten zingen. Ook die paar minuten hadden zijn volste aandacht! Ik geloof dat Winfried een goede tijd heeft gehad bij TKA; hij heeft er vrienden kunnen maken en hij genoot ervan dat de samenstelliing van het koor een afspiegeling van de samenleving was en hoe mooi het kon zijn daarvan één klinkend geheel te maken. Zijn laatste jaren bij TKA heb ik als bestuurslid een beetje zijn ‘factotum’ kunnen zijn en dat versterkte onze band. Ik zal hem missen.

  8. Maarten-Jan Dongelmans
    5 maart 2016 at 10:18

    @Theo: dank voor dit waardige In memoriam. Jammer dat ik jullie dirigent nooit heb meegemaakt.