Home » Achtergrond

Een portretje: Erich Wolfgang Korngold

22 maart 2010 1 reactie

Voor iemand die je gerust een wonderkind kan noemen, heeft Erich Wolfgang Korngold (1897-1957) maar bar weinig aandacht genoten in de tweede helft van de twintigste eeuw. Maar de laatste jaren is hij bezig aan een comeback. Basia Jaworski schetst een beeld van de componist.

Korngold als tiener.

Hij was een wonderkind. Op zijn twintigste was hij al wereldberoemd en gevestigd als componist. Hij schreef ettelijke opera’s, liederen, concerto’s, symfonieën, kwartetten, kwintetten en wat niet meer. Ze werden uitgevoerd door vooraanstaande musici als Schnabel, Carl Fleisch, Bruno Walter, Rose en zijn kwartet, Böhm, Tauber, Lotte Lehmann, Strauss…

Hij was de uitvinder van de befaamde Hollywood-sound, die in werkelijkheid niets anders was dan een combinatie van de Weense schmalz (inclusief de wals) en een gezonde dosis spanning en gevoel voor drama. Op handen gedragen voor de oorlog, totaal genegeerd erna.

Korngold was als zoon van een vooraanstaande Oostenrijkse muziekcriticus voorbestemd om een musicus – een genie! – te worden. Zijn vader had hem niet voor niets Wolfgang genoemd.

Op aanbeveling van Mahler, die behoorlijk onder de indruk van het talent van de jongen raakte, kreeg hij compositielessen van Zemlinsky. Na achttien maanden (Korngold was toen 12 jaar oud) vond zijn leraar dat het zinloos was hem nog iets te leren.

Uit die tijd stamt ook een smakelijke anekdote. Zemlinsky werd als chef-dirigent in Praag aangesteld. Toen hij hoorde dat Korngold contrapunt bij Hermann Grädener (toen een beroemde muziekleraar) studeerde, stuurde hij hem een telegram. ,,Lieve Erich, ik hoorde dat je met Grädaner studeert. En, maakt hij al vorderingen?”

Elf jaar oud was Korngold toen zijn balletpantomime Der Schneeman in de Weense opera haar première kreeg en op zijn achttiende presenteerde hij twee opera’s: Ring des Polykrates en Violanta. De laatste met Maria Jeritza (de eerste Tosca) in de hoofdrol. Beide behaalden een enorm succes. ,,Meister von Himmel gefallen”, kopte één van de kranten.

In 1934 vertrok Korngold naar Hollywood. Zijn vriend Max Reinhardt, een in die tijd wereldberoemde toneelregisseur, vroeg hem om muziek te schrijven voor A Midsummer Night’s Dream, een film waar hij toen aan werkte. Mede dankzij de prachtige muziek werd het een groot succes en de directie van Warner Bros. bood Korngold een fantastisch contract aan.

Korngold leefde tussen twee werelden. Letterlijk en figuurlijk. In de jaren 1934–1938 pendelde hij tussen Hollywood en Wenen. In de winter werkte hij aan de filmmuziek, de zomers besteedde hij aan zijn ‘serieuzere’ werken.

In die tijd ontstond onder meer zijn laatste opera, Die Kathrin. De première (oorspronkelijk gepland voor januari 1938) moest telkens worden uitgesteld. Richard Tauber, die de hoofdrol van de verhinderde Jan Kiepura had overgenomen, was in Engeland met een film bezig en was pas in maart beschikbaar.

Op 22 januari arriveerde een telegram: of Korngold binnen tien dagen terug in Hollywood kon zijn, om zo snel mogelijk aan de partituur voor The Adventures of Robin Hood te beginnen. Korngold beschouwde het als een omen en met het laatste schip verliet hij op 29 januari 1938 Europa. Op 3 februari kwam hij, samen met zijn vrouw en één van zijn twee kinderen (de rest van de familie volgde een maand later), in New York aan.

Hij had het goed in Amerika en was zeer succesvol (twee van zijn films wonnen een Oscar), maar toch voelde hij zich er niet thuis. Zijn hart en ziel waren in Wenen achtergebleven. In 1949 reisde hij terug naar Wenen, maar niemand kende hem er meer. In Salzkammergut bezocht hij zijn villa, waar hij ooit zo gelukkig was geweest. ,,Wat fijn dat u bent teruggekeerd”, werd tegen hem gezegd. ,,En wanneer gaat u weer weg?”

Gedesillusioneerd keerde hij naar Hollywood terug, waar hij zeven jaar later letterlijk aan een gebroken hart overleed. ,,Het vergeten vormt een deel van alle handelingen”, schreef Nietsche in één van zijn pamfletten. ,,Om te (over)leven moet men soms zijn verleden vernietigen”.

door

1 reactie »

  • Hans van Verseveld zei:

    Omdat het vandaag een beetje “Korngold-Dag” is in Amsterdam, waar vanavond Charlotte Margiono, Konrad Jarnot en toppianiste Reinild Mees in de kleine zaal van het Concertgebouw een lans breken voor deze fantastische componist, wil ik toch ook nog even de aandacht vestigen op twee zéér bijzondere Korngold CD’s.

    Opnamen van fragmenten uit alle opera’s van Korngold door de Oostenrijkse Staatsomroep uit 1949 met zangers als Gundula Janowitz, Heinz Hoppe, Anton Dermota, Ilona Steingruber e.a. waarbij de componist zelf in sommige aria’s het orkest dirigeert.
    De klank is opgepoetst en klinkt uitstekend
    CAMBRIA cd 1032

    KORNGOLD IN VIENNA
    Onder supervisie van de componist maakt het orkest van de Oostenrijkse Omroep in 1949 opnamen van Der Schneemann (waar Basia het over had) Violanta prelude, Much ado about nothing Suite, Tomorrow en Thema en Variaties opus 42
    CAMBRIA CD 1066

    Natuurlijk zijn deze CD’s niet meer in de klassieke CD zaken (voor zover die er nog zijn) te vinden, maar een kleine speurtocht op het internet levert voldoende kans op een succesvolle aanschaf van twee zéér aanbevolen Korngold CD’s

    Anton Dermota en Ilona Steingruber zingen onder leiding van Korngold zelf het “Glück das mir verblieb” uit Die Tote Stadt zo hartverscheurend mooi, dat de tranen u rijkelijk over de wangen zullen stromen.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.