Home » Achtergrond

De wereld in 40 operahuizen: Riga

27 augustus 2010 Geen reacties

Wat rond 1600 in Italië begon, is inmiddels een mondiaal fenomeen. Opera, je vindt het bijna overal. In een tamelijk roekeloze trip over de wereld worden veertig willekeurige operahuizen uitgelicht, met een kiekje en een praatje. In deel 8 de Latvijas Nacionālā Opera in Riga.

De tocht van de Estse naar de Letse opera beslaat zo'n 300 kilometer, met uitzicht op de Baltische Zee (foto: www.opera.lv).

Het gebouw
De figuurlijke eerste steen van het operahuis van de Latvijas Nacionālā Opera (Letse Nationale Opera) werd gelegd toen de architecten Otto Dietze en Johan Daniel Felsko het centrum van Riga gingen renoveren in 1856. Ze maakten speciaal plaats voor een theater en schreven een wedstrijd uit om een architect voor het ontwerp te vinden. De Rus Ludwig Bohnstedt won.

De eerste echte steen werd in 1860 gelegd, waarna het theater in drie jaar tijd werd gebouwd. Het telde meer dan 2000 plaatsen. Met producties van Wallenstein’s Camp van Friedrich Schiller en Fidelio van Ludwig van Beethoven werd het in 1863 geopend. Het toen al bestaande Duitse Theater kreeg het beheer van het gebouw in handen.

Nog geen twintig jaar later brandde een groot deel van het gebouw af. De chef-architect van Riga, Reinhold Schmaeling, liet het operahuis restaureren, waarbij hij nauwkeurig het ontwerp van Bohnstedt aanhield. In 1887 waren de werkzaamheden voltooid en was het gebouw uitgebreid met enkele moderne faciliteiten.

In de Eerste Wereldoorlog werd het theater gesloten. Kort daarna, in 1919, kreeg de toen in het leven geroepen Letse Nationale Opera de touwtjes in handen in het gebouw.

Het operahuis onderging in de jaren vijftig en de jaren negentig van de twintigse eeuw nog forse renovaties, omdat het gebouw niet langer aan de technische en esthetische eisen van die tijd voldeed. Na vijf jaar sluiting keerde het operahuis in 1995 terug met een reeks symfonische concerten en de opera Uguns un nakts van Jānis Mediņš.

In 2001 werd het operahuis uitgebreid met een nieuwe concertzaal, waar 300 mensen terechtkunnen.

Het gezelschap
Letland maakte voor het eerst kennis met opera in de achttiende eeuw, met name door rondtrekkende gezelschappen. Vanaf 1782 zorgde het Duitse Theater voor opvoeringen van theaterstukken, opera en ballet.

Een Lets operahuis kwam er pas in 1912, toen Pāvuls Jurjāns de Latviešu Opera oprichtte in Riga. Na de Eerste Wereldoorlog – waarin veel zangers naar Rusland vluchtten – ging het gezelschap verder onder de naam Latvju Opera. Professor Jāzeps Vītols kreeg de leiding in handen. Hij is tevens de oprichter van de Letse Muziekacademie.

In 1919 werd de naam van het gezelschap veranderd in de huidige: de Letse Nationale Opera. De eerste voorstelling onder die naam was Der fliegende Holländer van Richard Wagner, uitgevoerd op 23 januari.

Door de jaren heen hebben heel wat bekende dirigenten het orkest van het operagezelschap geleid. Zo was Andris Nelsons vanaf 2003 enkele jaren de chef-dirigent en stonden ook Mariss Jansons, Mstislav Rostropovich en Julian Reynolds op de bok in Riga.

De afgelopen seizoenen is de Letse opera bezig geweest haar eigen versie van Wagners grootse Ring des Nibelungen te produceren.

Seizoen 2010/2011
De Letse Nationale Opera presenteert in 2010/2011 drie nieuwe operaproducties: Evgeni Onjegin, Il barbiere di Siviglia en The Werewolves’ Heiress van Bruno Skulte.

Daarnaast worden er twaalf producties uit het repertoire opgevoerd: Aida, Birds’ Opera van Janis Lusens, Carmen, Der fliegende Holländer, Don Giovanni, Puccini’s volledige drieluik Il Trittico, La Traviata, L’elisir d’amore, Madama Butterfly, Nabucco, Schoppenvrouw (met Aleksandrs Antonenko) en Werther.

De rollen worden in de meeste gevallen gezongen door zangers van het ensemble van de Letse opera.

Zie voor meer informatie www.opera.lv.

De reis tot nu toe
Amsterdam
Hamburg
Kopenhagen
Oslo
Stockholm
Helsinki
Tallinn

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.