BinnenkortOperarecensie

Luik: Stradella in een lagune vol opera

Na een jarenlange verbouwing heropende het Théâtre Royal in Luik met de opera Stradella van César Franck. De componist liet slechts een pianopartituur na, die door Luc van Hove werd georkestreerd. Regisseur Jaco van Dormael maakte van het wat magere libretto een echt theaterspektakel.

(Foto: Opéra Royal de Wallonie)

,,Maestro: Musica!” Met die uitroep opende Stefano Mazzonis di Pralafera het Théâtre Royal de Liège. De algemeen en artistiek directeur kon niet wachten om het publiek te laten zien wat er achter het voordoek klaarstond.

Na ruim drie jaar verbouwingen aan het uit 1820 daterende operatheater van Luik was het woensdag 19 september 2012 eindelijk zo ver. Het prinselijk paar was gearriveerd, de burgemeester van Luik had gesproken en toen nam na de roep van de directeur maestro Arrivabeni plaats in de bak en zette het orkest de ouverture in.

Er was duidelijk goed nagedacht over de openingsvoorstelling van het seizoen. Een componist uit Luik, een opera die in deze vorm zijn wereldpremière beleefde, solisten van naam maar uit de regio, een regisseur uit het Brusselse, en voilá (het is immers 2012) een Vlaamse componist voor de orkestratie.

Stradella was één van de vier opera’s die César Franck componeerde. Geen van alle erg succesvol. Het werk ontstond in 1840-1841 in Parijs, waar de nog jonge Franck heen was gestuurd door zijn vader. Daar ‘gebeurde het’, vond vader Franck.

De componist Louis Niedermeyer bracht in 1837 een opera over het leven van de zeventiende-eeuwse zanger/componist Stradella in het theater van de Academie Royale in Parijs. Op basis van dat libretto, dat werd uitgegeven in 1840, ging César Franck aan de slag. Hij schreef een partituur voor stemmen en piano, die wel eens is uitgevoerd maar nooit werd uitgegeven.

Componist Luc van Hove nam de opdracht aan de originele partituur te orkestreren, daarbij uitgaand van de muziek en de aanpak uit de tijd van Franck. Het koper en hout laat hij, net als toen, alleen klinken op de meer dramatische momenten. Van Hove zei over zijn werk aan de partituur: ,,Ik heb getracht de muziek te vertalen, in alle bescheidenheid, zonder er een postmoderne Stradella van te maken. Het was een jeugdwerk van Franck, ik ben veel ouder maar ben zo veel mogelijk trouw gebleven aan de periode.”

Voor deze wereldpremière en voor de openingsvoorstelling ging filmregisseur Jaco van Dormael (La Huitième jour) aan het werk met de partituur. Het verhaal speelt nadrukkelijk in Venetië, rond het carnaval, maar in de regie en vormgeving koos Van Dormael voor een meer abstracte locatie, met zeer beperkte referenties naar Venetië en érg weinig carnaval.

Lagunestad

Het is woensdagavond, het voordoek opent en het publiek ziet… niets. Althans, een leeg, zwart toneelhuis, zacht uitgelicht. De vloer glinstert; er blijkt een waterbassin op het podium te staan. Een naakte vrouw waadt door het water, ze maakt enorme zeepbellen. Uit de nok daalt een ronde spiegel, die kantelt en een blik biedt op het publiek. Er schuiven wat decorstukken uit de nok en er verschijnen plankieren uit het water. Uit de orkestbak klinkt fraaie, romantische muziek. Een muzikaal veelbelovend begin.

(Foto: Opéra Royal de Wallonie)

Wie wel eens bij regen en hoog water in de lagunestad Venetië geweest is, kent het beeld: plankieren overbruggen het water zodat de bezoekers op het San Marco-plein de basiliek en het paleis kunnen bezoeken. Dat beeld gebruikt regisseur van Dormael voor deze voorstelling. Op enig moment zien we zelfs een verwijzing naar in plastic wegwerpponcho’s geklede toeristen.

Het verhaal dat librettisten Deschamps en Pacini maakten op basis van de waargebeurde geschiedenis van Stradella is niet heel sterk. Het leven van de zanger/componist werd gekenmerkt door schandalen met vrouwen, soms met politieke implicaties. Hij stierf uiteindelijk door het mes van een huurmoordenaar in 1682. Het verhaal wordt in de opera niet erg origineel verteld en er is maar heel weinig kans op inleving in de karakters in de opera.

Koorddanser

De Opéra Royal heeft gecast op zangers uit de regio, solisten die met veel succes ook buiten België hebben opgetreden, maar die nog niet vaak in Nederland te horen waren. De sopraan Isabelle Kabatu zingt met een warm, diep geluid de rol van Leonore, de vrouw om wie het draait in het verhaal. Sterk aanwezig en vocaal indrukwekkend.

Ze was ooit een keer in Amsterdam te horen, maar zong verder op veel grote operapodia in producties als La Bohème en Don Carlo. Kabatu is een doorgewinterd zangeres die kan gloreren in deze productie als – op de koorleden na – enige vrouw op het podium. Ze moet onder moeilijke omstandigheden zingen, in fraaie jurken. Maar – je vermeldt het normaal gesproken niet bij een dame, maar in dit geval is het functioneel – daaronder zit een wetsuit.

Werner van Mechelen krijgt in deze productie veel kans om zijn kwaliteiten te laten horen. De bas-bariton zingt een jonge, levendige Spadoni, één van de getrouwen van de Hertog. Hij heeft een stem die je vaker wil horen, maar zijn rol is, net als de andere, niet heel groot. Van Mechelen is de komende jaren veel te zien in Amsterdam, waar hij Alberich in drie van de vier Ring-delen bij De Nederlandse Opera zal zingen. In Antwerpen staat hij komend jaar als Amfortas op het podium in Parsifal.

De zanger Stradella wordt neergezet door Marc Laho, die heel geloofwaardig een jonge, aantrekkelijke zanger verbeeldt. Als een soort Farinelli brengt hij het publiek in vervoering. De tenor pakt geregeld uit en lijkt de grenzen van zijn stem soms op te zoeken. Zijn zang geeft het beeld van een koorddanser zonder net, spannend, maar ook een tikje eng.

Ontroering

(Foto: Opéra Royal de Wallonie)

Regisseur Van Dormael speelt met alle mogelijkheden van het theater. Hij laat de zangers door het water waden, doet zware regenbuien op het podium kletteren en stopt veel effecten in zijn voorstelling. Hij wilde – zo valt in het programmaboek te lezen – geen filmeffecten gebruiken in zijn theaterregie. Een verwijzing naar de film Le voyage dans la lune van Méliès, staat dan ook niet op video, maar gebeurt live vanuit een loge. Het onderwaterballet door de twee geliefden die elkaar vinden in de verdrinkingsdood wordt live gedanst, onder het bassin in een kleine ruimte.

De vraag dringt zich op hoe serieus Jaco van Dormael het verhaal van de opera genomen heeft. Ik denk niet erg, maar dat stoort bij het toch wat drakerige verhaal van Stradella allerminst. Soms is er heus ontroering, maar het verhaal krijgt ondanks het vele water eigenlijk geen ‘flow’. De dramatische slotscène, met een koor van rouwenden, de dood van de protagonisten en teksten vol ‘Hosanna’ en ‘Loof de Here’, krijgt met een radiografisch effect – dat te leuk is om hier te verklappen – een vette knipoog.

Stradella is nog tot en met zaterdag 29 september 2012 te zien. Zie voor meer informatie de website van de Opéra Royal de Wallonie.

Vorig artikel

Ensemble veegt stof van leermeester Händel

Volgend artikel

Opera in de media: week 39

De auteur

François van den Anker

François van den Anker

François van den Anker is muziekjournalist. Hij doet verslag van de wereld van opera en lied met interviews, reportages en podcasts.

2Reacties

  1. Pieter K. de Haan
    24 september 2012 at 20:09

    Afgelopen zondag 23 september was het dan zover: na 3 seizoenen in de tent met de weidse benaming Palais Opéra kon ik eindelijk het gerenoveerde Théâtre Royal betreden. Aan de buitenkant is de renovatie me niet meegevallen – het nu witte theater heeft een enorme bruine bult gekregen, die minder uitgesproken zou zijn geweest als men het theater gewoon grijs gelaten had – en van binnen sluiten de bijruimtes absoluut niet aan bij de qua stijl gelukkig onaangetast gebleven zaal en men heeft blijkbaar geen kans gezien de benepen sanitaire voorzieningen te verruimen. Bij de enscenering van “Stradella” lijkt de regisseur zich vooral te hebben laten leiden door de nieuwe technische mogelijkheden van het toneelhuis en was het vooral water wat de klok sloeg. De muziek, welluidend maar verre van spannend, verried, dat aan César Franck geen operacomponist verloren is gegaan. Er werd goed gezongen en gemusiceerd maar daar is het wat mij betreft bij gebleven. Repertoire zal dit werk wel niet houden.

  2. fred
    28 september 2012 at 19:24

    heb de radio uitzending gehoord: zeer goeie opera maar wat een versleten, wobbelende zangers zeg!!!!!!!!