Home » Achtergrond, Binnenkort, Featured, Nieuws

Radio Kootwijk ademt ‘awe’ voor Mozart

Radio Kootwijk27 juli 2013 1 reactie

Midden tussen stuifzand, bos en heide ligt Radio Kootwijk, een dorpje met nog geen 100 inwoners, dat zijn naam en bekendheid dankt aan het zenderpark dat er in 1918 werd gebouwd. In dat immense, voormalige station brengen de NJO Muziekzomer en de Dutch National Opera Academy vanaf 3 augustus Le nozze di Figaro.

Het voormalig zenderpark Radio Kootwijk.

Het voormalig zenderpark Radio Kootwijk.

Het is een ‘sight to see’. Je rijdt over de Turfbergweg dwars door het schitterende natuurschoon van de Veluwe, slaat af naar de Radioweg, passeert de paar huizen die Radio Kootwijk rijk is en dan doemt het plotseling recht voor je op: het voormalige zenderpark. Het is een kolossaal gebouw, dat uit het niets uit de vlakke heidegrond lijkt te schieten. Een kruising van een monumentaal klooster, een fabriek en een verlaten kasteel.

Hier, in dit gebouw, waar de P&T met transoceanische telegrafie begon en waar de Duitse bezetter in WO II contact hield met onderzeeboten in de Atlantische Oceaan, hier wordt van 3 tot en met 10 augustus zeven keer Le nozze di Figaro opgevoerd, door de Summer Academy van de Nederlandse Orkest- en Ensemble-Academie (NJO) en de Dutch National Opera Academy (DNOA).

Regisseur en DNOA-leider Alexander Oliver wist het direct toen hij de locatie zag: hier moest Figaro gespeeld worden. “We zoeken altijd naar kansen”, vertelt hij in het zweterige gebouw, kort voor de eerste gezamenlijke repetitie van orkest en zangers. “Eerst hadden we het idee om Peter Grimes te doen op de vismarkt van Den Haag, maar dat was te gek. Daarna hebben we nog bij Paleis Het Loo gekeken, maar dat was een logistieke nachtmerrie. De seconde dat we hier binnenkwamen, dacht ik: dit is gemaakt voor Figaro.”

Oliver ziet in het zendstation een soort Downtown Abbey. “Je krijgt het gevoel van een groot landhuis, wat prachtig past bij Mozarts opera, dat zich afspeelt in het ‘palazzo’ van graaf Almaviva.”

In de grote hal van het station is een tribune opgesteld die plaats biedt aan ruim 350 mensen. Vanaf de tribune heb je een geweldig uitzicht over de heide, waar het tijdens de voorstelling langzaamaan donker zal worden, zodat de slotscène van de opera (de verkleedpartij in de donkere tuin van het paleis) zich ook echt in het donker kan afspelen.

1910

Alexander Oliver zou in eerste instantie samen met Floris Visser de regie voeren, maar Visser moest vanwege te veel engagementen afzeggen. Het concept hebben ze wel samen ontwikkeld. Hoewel concept misschien niet het juiste woord is: “Eén van de redenen dat ik zelf de regie wilde doen, was dat ik bang was dat iemand anders het misschien op de maan zou plaatsen of zo”, zegt Oliver.

Alexander Oliver: "Het is zo mooi dat het pijn doet" (foto: Sandy Schoenberg).

Alexander Oliver: “Het is zo mooi dat het pijn doet” (foto: Sandy Schoenberg).

In zijn regie wordt het verhaal wel geüpdatet, maar op een logische wijze. De opera blijft hetzelfde. “We hebben de opera vertaald naar Engeland, 1910. Dat was een vergelijkbare tijd. In Figaro winnen de vrouwen bijvoorbeeld de strijd. Dat past bij die tijd, toen vrouwen meer rechten kregen. Ook de verhoudingen tussen de klassen veranderden in die tijd, net als in Figaro.”

Het gebouw stelt Oliver voor vele uitdagingen, en een hoop stress. De zaal eist veel creativiteit van het artistieke team, zeker qua belichting en op- en afkomen. Er zijn geen coulissen, alles moet gebeuren via de (gelukkig vele) trappen in de ruimte.

Als bij de repetitie blijkt dat de opgebouwde tribune de akoestiek in de zaal flink verbeterd heeft, staat de opluchting op Olivers gezicht te lezen. “Elke dag heeft weer nieuwe zorgen. Maar mijn gevoel over de productie is heel goed.”

Bloody Susanna

Het orkest (met musici van 18 tot en met 23 jaar) krijgt eveneens de nodige uitdagingen voor de kiezen. Neem alleen al het feit dat ze zeven Figaro’s in acht dagen tijd moeten spelen, vaak op authentieke instrumenten, waar ze nog geen ervaring mee hebben. Dat zou ook voor profs een veeleisende opgave zijn.

Voor het NJO-orkest staat voor de vierde keer Richard Egarr. Waarom hij terug blijft komen? Omdat het werken met jong talent zo spannend en speciaal is, vertelt hij. “Het is altijd weer een bijzonder moment. Ze hebben zo veel energie en zijn nog niet door de ‘jaded world of music’ beïnvloed.”

Egarr is erg te spreken over de cast van DNOA-zangers dit jaar (“misschien wel het sterkste team tot nu toe”), net als dat Oliver zeer verheugd is over de orkestformatie (“ik was enorm verrast, ze zijn zó gemotiveerd”).

De bezetting van de rollen kostte Oliver wel wat hoofdbrekens. “Het is tegenwoordig een probleem om mannelijke zangers te vinden. Niet alleen bij DNOA, dat is overal zo. Ik weet niet waarom, want er was een tijd dat je werkelijk zwom in baritons. Iedereen was een bariton.”

Sopranen zijn er aan de andere kant in overvloed. De rol van Susanna wordt daarom door maar liefst drie zangeressen gezongen. Oliver: “Everyone wants to be bloody Susanna…”

Veel van de zangers studeren af met de productie en vliegen daarna uit naar operastudio’s en ‘young artist programmes’ in onder meer München, Zürich, Hannover, Pisa en Parijs.

De kans dat ze ooit een belletje zullen krijgen van Egarr is realistisch. De maestro: “Ik heb door de jaren heen veel zangers van DNOA gebruikt bij andere producties. En ook orkestmusici trouwens. Het is geweldig om hen te helpen zich verder te ontwikkelen.”

Pijn

Voor Egarr is het de eerste keer dat hij Le nozze di Figaro leidt. Eerder leidde hij van Mozart La Clemenza di Tito, Don Giovanni en La Finta Giardiniera. Dat Figaro onnoemelijk vaak wordt opgevoerd, maakt hem niet uit. “Dat is met alle meesterwerken zo. Het maakt geen verschil: het blijven geweldige stukken. Bovendien ben ik altijd in ‘awe’ van wat Mozart doet.”

Richard Egarr: "Ik ben altijd in 'awe' voor wat Mozart doet" (foto: Marco Borggreve).

Richard Egarr: “Ik ben altijd in ‘awe’ voor wat Mozart doet” (foto: Marco Borggreve).

Figaro is glorieus in dezelfde zin als Don Giovanni”, vervolgt de dirigent. “Het is geweldig hoe Mozart áltijd de juiste muziek voor het juiste moment schrijft. Echt ongelofelijk hoe hij de tekst weet uit te drukken.”

Oliver voegt zich bij zijn collega in een buitengewoon enthousiaste lofzang op het wonderkind. “Zelf zong ik voor het eerst in 1972 in Figaro en het werk is sindsdien nooit verbleekt. De verrassing blijft. Het is zelfs zo mooi dat het pijn doet. Wat een brein had Mozart, en wat een energie. Iedere keer is het een voorrecht, ‘pure joy’, om zijn werk te doen. Het beste medicijn.”

“Soms vraagt iemand: wat is je favoriete Mozart-opera? Mijn antwoord is dan altijd: degene waar ik nu mee bezig ben.”

Uitverkocht

Terwijl de enthousiaste musici en begaafde zangers – althans, de repetitie van de derde akte klonk erg goed – de mogelijkheden en onmogelijkheden van het zendstation verkennen, loopt de kaartverkoop als een trein. Zes van de zeven voorstellingen zijn al uitverkocht.

Oliver had dat nooit verwacht. De locatie is per openbaar vervoer in het geheel niet te bereiken en met de auto moet bij een hotel in Apeldoorn geparkeerd worden, vanwaar pendelbussen rijden. Bovendien begint de voorstelling laat (voor zo’n lange opera), omdat de regie gebruikmaakt van de ondergaande zon. Pas tegen twaalven rijden de bussen terug naar de hotelparkeerplaats.

Ondanks blijkt er dus veel animo te zijn voor de bijzondere locatieproductie. En terecht: het is een ‘sight to see’.

Zie voor meer informatie de speciale website van Le nozze di Figaro.

door

1 reactie »

  • Irene Hoogveld zei:

    Tijdens de Muziekzomer wordt er in Radio Kootwijk op 8 augustus ook de jeugdopera Paard, Brandweerwagen en Kikker uitgevoerd door het Kameroperahuis, het Theaterschip een een ensemble van het NJO. En op 10 en 11 augustus Die sieben Todsünden van Weill met het NJO. Genoeg opera te zien dus naast Mozart!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.