AchtergrondBinnenkortFeatured

Beekman: ‘Ik fladder tussen oud en modern’

Marcel Beekman vliegt de hele wereld rond om op te treden, tot aan het Midden-Oosten toe. In december is hij echter weer in zijn geboorte- en woonplaats Amsterdam te zien, in De Speler van Prokofjev. Een gesprek met de tenor over oude en nieuwe muziek, regisseurs, Amsterdam en het Midden-Oosten.

Marcel Beekman (foto: Marco Borggreve).
Marcel Beekman (foto: Marco Borggreve).

Marcel Beekman. Volgens Calliope Tsoupaki is hij de beste Nederlandse tenor. En zij kan het weten, want hij heeft in veel van haar composities gezongen. Voor hem componeerde zij de 1-minuutopera Vesuvius 1927, die zijn première beleefde in De Wereld Draait Door. Maar hij zong ook in haar befaamde St. Luke’s Passion en redde de voorstelling van haar Greek Love Songs, uitgevoerd tijdens het Holland Festival in 2010.

Ook Jeff Hamburg, Elmert Schönberger en Martijn Padding (om maar een paar namen te noemen) schreven composities met zijn stem in hun achterhoofd. En Beekman is buitengewoon actief in de oude muziek. Zijn Evangelist in zowel de Johannes als de Matthäus Passion van Bach zijn terecht vermaard.

Beekmans stem is licht, wendbaar en zeer hoog; soms klinkt hij bijna esoterisch. Binnenkort is hij weer eens bij De Nederlandse Opera te horen in de kleine rol van prins Nilsky in De Speler van Prokofjev. In juni volgend jaar keert hij terug in de grotere rol van Ricardo in Laika van Martijn Padding. En op 14 december zingt hij de rol van Mucius in Caligula van Detlev Glanert tijdens de NTR ZaterdagMatinee.

We ontmoeten elkaar in zijn prachtige woning in de Blaeu Erf, een soort hofje in een zijstraat van de drukker dan drukke Gravenstraat, pal achter de Nieuwe Kerk. Het is een oase van rust, waar nauwelijks nog geluiden doordringen. We drinken thee (zijn geheime mengsel, dat mij bijzonder smaakt) en praten over zijn beginjaren, de ontdekking van de opera en zijn vele buitenlandse optredens, die hem zelfs naar landen in het Midden-Oosten brachten.

“Ik kom uit een provinciestad en heb gestudeerd aan een klein conservatorium, wat inhield dat ik eigenlijk voorbestemd was om een oratoriumzanger te worden. Of een leraar. Aan opera dacht toen niemand, ikzelf als allerlaatste. Dat kwam pas toen ik gevraagd werd voor de opera/musical Jona de Neezegger van Willem Breuker. Het was een kleine schokervaring en ik kreeg de smaak te pakken. Dat wilde ik meer doen!”

“Ik heb achttien seizoenen bij het Nederlands Kamerkoor gezongen, zowel op freelancebasis als op vaste basis. Het is dus helemaal niet vreemd dat ik een echt groot repertoire heb opgebouwd. Op een bepaald moment werd ik ‘ontdekt’ als een solist.”

Je zingt voornamelijk oude en nieuwe muziek, daartussen gaapt een groot gat. Heb je daar bewust voor gekozen of is het zo gekomen?
“Ik fladder inderdaad tussen het oude en het moderne in. Ik ben pragmatisch en communicatief ingesteld en ik vind het bijzonder opwindend om aan een nieuwe partituur te werken.

Bij nieuwe werken is het alsof je een nieuw prisma creëert. Je bent niet alleen een uitvoerend medium, maar ook een beetje een scheppend kunstenaar. Het is ook fijn om met de componist te kunnen overleggen. En ja: ze willen ook naar je luisteren en de noten veranderen. Soms vraag ik om extra hoge noten, daar moeten ze om lachen, vinden ze leuk.

Vanaf 7 december zing je in De Speler bij De Nederlandse Opera. Wat is vorst Nilsky voor een rol?
“De rol is klein, maar ontzettend leuk om te doen. Eigenlijk vind ik De Speler een grotere uitdaging dan bijvoorbeeld Die Meistersinger von Nürnberg, waarin ik Ulrich Eisslinger zong.

Het is wel fijn dat ik hier binnenkort een grote rol mag presenteren, in Laika van Padding. Ik ben een Amsterdammer in Amsterdam en wil laten zien dat ik meer kan dan alleen maar een paar zinnen zingen.”

Wat is je ervaring met regisseurs?
“Laat ik met een cliché beginnen: de repetities kunnen enorm verschillend zijn. Stuttgart vind ik bijvoorbeeld leuk, zeker het werken met het team Jossi Wieler en Sergio Morabito. Ze zijn vriendelijk, alles gebeurt in overleg en de sfeer is aangenaam. En – het allerbelangrijkste – ze zijn zo ontzettend respectvol. Dat werkt niet alleen prettig, maar dat maakt ook dat je je overgeeft. Als je zo behandeld wordt, gaat je hart open en wil je alles voor ze doen.

Op dit moment kijk ik ook erg uit naar Platée in een regie van Robert Carsen (Beekman is geëngageerd voor de titelrol in de opera van Rameau, die in februari en maart in Wenen en Parijs te zien is, red.). Ik heb auditie gedaan en zit mij er al een jaar als een klein kind op te verheugen.”

Wat zijn je ervaringen met je vele reizen naar het Midden-Oosten?
“Ik heb tweemaal opgetreden bij het Fadjr International Music Festival in Teheran; een podium waarop ook buitenlandse muziek met andere religieuze herkomst te horen is, waaronder, in mijn geval destijds, Duitse en Franse barok. Ik heb de eerste keer opgetreden met alleen luitbegeleiding en wist niet wat me overkwam: wij bleken eerst ons programma te moeten laten controleren door een cultuurraad. We kwamen erdoor en toen konden we het concert geven.

Het concert bleek in een sporthal te zijn. We werden versterkt vanwege de zeer slechte akoestiek. Na afloop kwam een oudere dame naar me toe en bedankte me omdat ze christen was en nooit live Bach gehoord had, alleen via een oude grammofoonplaat. Dat doet je wel wat.

Marcel Beekman in L'Incoronazione di Poppea (foto: Rolf Bock).
Marcel Beekman in L’Incoronazione di Poppea (foto: Rolf Bock/ Theater an der Wien).

De tweede keer heb ik een masterclass voor interpretatie van Bach-aria’s gegeven en daarna samen met de deelnemende studenten een concert met dit repertoire gegeven in de Vahdat Hall. Dat was een zaal waarin alle klank verdween, omdat men geen akoestische schotten om het ensemble heen kon zetten. Ik weigerde om zo het concert te geven, tenzij men akkoord kon gaan met het neerlaten van het zogeheten brandscherm aan de podiumrand, waardoor we een duidelijk klankbord achter ons zouden hebben.

Er ontstond grote paniek. Ze begrepen mijn overweging wel, maar mochten het niet doen, omdat het scherm een schildering bevatte van een Perzisch sprookje. Uiteindelijk mocht het, als er maar hoog boven het midden van dat scherm een portretfoto hing van de ayatollah.

Aan het eind van het concert gaf ik een toegift, een oud Perzisch liefdeslied. Toen kwam er een luid gejuich in de zaal en iedereen ging staan. Dat was een bijzonder moment; de warmte die als een golf over mij heen sloeg zal ik nooit vergeten. Er was ineens een totale uitwisseling van gevoel.

Een andere ervaring was een soortgelijke masterclass plus concert in Damascus. Eveneens een prachtige ervaring. Ik gaf een concert in een grote katholieke kerk bij één van de zeven poorten van de sprookjesachtig mooie oude stad. Ik denk nog vaak aan de muzikale vriendschappen die daar ontstonden.”

De Speler is van 7 tot en met 29 december in Het Muziektheater in Amserdam te zien. Laika van Martijn Padding gaat op 3 juni 2014 in première. Zie voor meer informatie de website van De Nederlandse Opera.

Hieronder ‘Jonah’s Song’ uit de musical Jona de Neezegger, begeleid door de Mondriaan strings en het Koor Nieuwe Muziek onder René Nieuwint. Jona de Neezegger zette Marcel Beekman op het spoor van opera.

Vorig artikel

Opera in de media: week 49

Volgend artikel

Pierre Audi wordt erelid Wagnergenootschap

De auteur

Basia Jaworski

Basia Jaworski

1 Reactie

  1. Leen Roetman
    21 juli 2016 at 22:31

    Wie had kunnen vermoeden dat Marcel zo’n furore zou maken met zijn titelrol in Platée? Basia had Marcel in the picture!