Home » Achtergrond, Binnenkort

YouTube-portret: Au fond du temple saint

7 januari 2015 4 reacties

‘Au fond du temple saint’, alias het parelvissersduet, is hét voorbeeld van een operafragment dat een eigen leven is gaan leiden. Het wordt vaker los uitgevoerd dan als onderdeel van Bizets Les pêcheurs de perles. Een portret in beeld van het fameuze duet. Met dank aan YouTube.

Georges Bizet

Portret van Georges Bizet (1838-1875).

Georges Bizet (1838-1875) had een neus voor hits. In zijn bekendste werk, Carmen, zitten tal van melodieën die wereldberoemd zijn geworden en regelmatig op concertprogramma’s worden gezet. Bij ‘opera’ zal de doorsnee leek dan ook direct aan Carmen denken.

Ook in zijn minder vaak uitgevoerde opera Les pêcheurs de perles (De Parelvissers) heeft Bizet een hit weten te schrijven: ‘Au fond du temple saint’. Om het statistisch uit te drukken: het duet levert op YouTube bijna 18.000 treffers op…

Het stuk voor tenor en bariton valt vroeg in de opera, aan het begin van de eerste akte. Op een strand in Ceylon, Sri Lanka, vieren vissers dat ze een nieuwe voorman hebben, Zurga (de bariton). Na zijn kroning arriveert Nadir (de tenor). Zurga en Nadir waren vroeger hechte vrienden, totdat ze beiden verliefd werden op de beeldschone Leïla. Nu zijn ze echter blij elkaar weer te zien.

In ‘Au fond du temple saint’ herinneren ze zich hoe ze Leïla voor het eerst zagen en rivalen werden. “Liefde overmande ons hart als een storm en veranderde ons in vijanden”, zingen ze. Maar dat mag niet weer gebeuren, zweren ze plechtig. “Laat niets ons meer scheiden!”

Het duet neemt zo’n zes minuten in beslag. In het eerste deel, waarin de vrienden als in een visioen terugdenken aan de mooie Leïla, is het tempo laag en zijn de zanglijnen lyrisch (bijna wat weeïg, als ik dat mag zeggen). Op het moment dat ze zich aan de rivaliteit herinneren die door Leïla ontstond, wordt de muziek fel van toon, uitlopend in de krachtige eed dat niets meer tussen hen in mag komen te staan. Daarna wordt het thema van het begin herhaald, maar dan met extra kracht gezongen.

Onnoemelijk veel tenoren en baritons hebben door de jaren heen duo’s gevormd om dit duet uit te voeren. Hieronder een selectie van acht in tijd en stijl uiteenlopende interpretaties.

Roberto Alagna en Bryn Terfel bij de Metropolitan Opera in 1996:

William Burden en Nathan Gunn bij de Opera Philadelphia in 2004 (één van de weinige scenische optredens die op YouTube te vinden zijn). Het fragment begint halverwege het duet.

Alfredo Kraus en Barry McDaniel in 1970 (met een extra stukje voorafgaand aan het duet):

Marcelo Álvarez en Thomas Hampson bij het Royal Opera House in 2005:

Enrico Caruso en Mario Ancona in 1906. Ze zingen het duet in het Italiaans.

Jonas Kaufmann en Dmitri Hvorostovsky in Moskou, december 2008:

André Hazes en Marco Bakker:

Ramón Vargas en Ludovic Tézier in Baden-Baden in 2007:

De Parelvissers is vanaf 23 januari in zijn geheel te zien bij de Nederlandse Reisopera. De Reisopera maakt tot en met 25 februari een tournee door het land. Zie voor meer informatie www.reisopera.nl.

door

4 reacties »

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Van dit beroemde duet zijn overigens meerdere edities in omloop. De Prêtre-opname met o.a. de onvergetelijke Ileana Cotrubas en een glorieuze Alain Vanzo bevat de minder bekende oorspronkelijke versie uit 1863.

  • Mauricio zei:

    Bizet heeft nooit de bedoeling gehad om de overbekende melodie aan het einde van het duet nogmaals te herhalen, als ik mij niet vergis was dit een ‘uitvinding’ van Caruso. Laten wij hopen dat de Nationale Reisopera teruggaat naar de oorspronkelijke versie die veel logischer is zowel muzikaal als dramaturgisch gesproken.

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Daar sluit ik me graag bij aan.

  • Olivier zei:

    De mooiste vergeten: Willy Alberti en Len del Ferro.
    https://open.spotify.com/track/0SPGQyWZcnUNdkxIf7ZZXy

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.