Home » Achtergrond, Binnenkort, Featured

Cheryl Studer jureert objectief en intuïtief

Den Bosch14 september 2017 4 reacties

De jury van het Internationaal Vocalisten Concours is dit jaar riant bezet, met een heuse Wagner-afstammeling en enkele beroemde vocalisten, onder wie Cheryl Studer niet de minste is. François van den Anker sprak met haar over het streven naar een eerlijk oordeel. “Muziek, taal en interpretatie zijn heel goed objectief te beoordelen.”

Cheryl Studer op het IVC: “Ik zoek niet per se naar prachtige stemmen, ik zoek stemmen die persoonlijkheid hebben.” (© Annemieke van der Togt)

Ze was pas 9 jaar, maar de stem van Maria Callas maakte zo veel indruk op Cheryl Studer dat ze toen al wist: ik wil zangeres worden. Leonard Bernstein hoorde haar zingen en zorgde ervoor dat de toen 20-jarige uit Kansas City een beurs kreeg voor het zomerprogramma van het Berkshire Music Center in Tanglewood. Een paar jaar later maakte ze haar debuut in Boston, onder dirigent Seiji Ozawa.

Toch kende haar loopbaan in de opera, die inmiddels meer dan 42 jaar duurt, geen vliegende start. Al haar opera-audities liepen uit op een teleurstelling en toen ze uiteindelijk in 1980 een aanstelling kreeg bij de Bayerische Staatsoper, betaalde dat contract zo slecht dat ze moest bijverdienen als consulente voor Avon, een bedrijf dat cosmetica verkocht via persoonlijke netwerken. Het was hard werken in München, waar ze in een seizoen negentig voorstellingen zong. “Dat was meer dan eigenlijk goed voor me was.”

“Den Bosch leek me de competitie waar je als jonge zanger echt bij moest zijn”

We maken kennis met Cheryl Studer in de lobby van haar hotel in Den Bosch. Ze is net aangekomen in ons land na een vakantie in Griekenland, waar ze haar zomers doorbrengt. Nadat ze vriendelijk en energiek de planning voor de komende dagen heeft doorgenomen met de organisatie van het IVC, kan het gesprek beginnen. “Een glaasje water graag.” De wensen van de diva zijn bescheiden.

Terwijl het water gehaald wordt, vertelt ze over haar plannen voor volgend jaar. Op het Griekse eiland Lesbos brengt ze een korte opera – de titel wil ze nog niet verklappen – in het theater dat normaal leeg staat. “Iedereen adviseert me om zo veel mogelijk subsidie aan te vragen, maar ik word meer uitgedaagd als het met weinig middelen moet. Ik maak zelf wel de kostuumontwerpen, dat scheelt geld.”

Ze was al eens eerder gevraagd om zitting te nemen in de jury van het IVC, maar het paste niet in haar agenda. Veel langer geleden overwoog ze zelf deel te nemen. “Als jonge zangeres leek Den Bosch me, net als veel van mijn collega’s, de competitie waar je echt bij moest zijn. Toen is dat niet gebeurd en het verklaart misschien ook waarom ik later niet veel in Nederland heb gezongen. Maar”, stelt ze monter vast, “nu ben ik er!”

Masterclasses, lesgeven en jureren bij zangcompetities bepalen tegenwoordig een groot deel van haar professionele leven. Ze gaat echter niet op alle verzoeken in en neemt haar rol van beoordelaar van jong talent zeer serieus. “Elke zangcompetitie heeft een bepaalde methodiek om de deelnemers te beoordelen. Ik hanteer een eigen systeem, dat ik aanpas aan dat van het concours. Overal waar ik jureer, gebruik ik dezelfde waarden, dat vind ik belangrijk vanuit een gevoel van rechtvaardigheid.”

“Er moet een stem zijn, iemand moet techniek hebben”

Haar systeem kent vijf categorieën, waarin steeds vijf punten verdeeld worden. De categorieën als muzikaliteit, taal en zangtechniek zijn objectief, vindt ze. “In de laatste kolom is er ruimte voor subjectiviteit, voor intuïtie. Daarin komen aspecten als presentatie, uiterlijk, kleding en mijn persoonlijke indruk van de mate waarin een kandidaat een onderscheidende bühnepersoonlijkheid is.”

Cheryl Studer: “Ik zeg het bijna dagelijks tegen mijn studenten: zing wat er staat in de partituur en niet wat je denkt dat er ongeveer staat.” (© Annemieke van der Togt)

Ze gelooft niet in het idee dat een kleine stem en een grote podiumpersoonlijkheid voldoende zijn om een jury te overtuigen. “Er moet een stem zijn, iemand moet techniek hebben. Ik zoek niet per se naar prachtige stemmen, ik zoek stemmen die persoonlijkheid hebben en in staat zijn een artistieke kern over te brengen. Consistentie is daarbij erg belangrijk. Er zijn massa’s mensen met een mooie stem, maar het vak vraagt zoveel meer dan dat. Het is een ingewikkeld geheel van factoren.” Die bijna magische combinatie van elementen moet worden beoordeeld en dat is te doen, vindt ze. “Je voelt het als iemand je raakt of een frase je tot tranen roert.”

Bij sollicitatiegesprekken is de stelling dat de eerste dertig seconden bepalend zijn. Dat geldt ook voor de kandidaten op een zangconcours. Dat wil zeggen: in de ogen van agenten en casting directors. “Mijn ervaring is dat zij een oordeel vellen in die eerste dertig seconden. Wij, de zangers, doen dat heel anders. Ik zie mijn collega’s notities maken tot aan de allerlaatste gezongen noot, en zelfs nog daarna. Wij kijken vanuit een pedagogisch perspectief: we willen kunnen uitleggen wat er te verbeteren is en hoe een zanger daaraan, eventueel met onze hulp, kan werken.”

Studer wil niet te veel vanuit het kant-en-klare ‘product’ te denken, al realiseert ze zich dat de nieuwe generatie wel op die manier bekeken wordt en indruk moet maken op de mensen die de rollen verdelen. “In die vijfde kolom van mijn beoordelingssysteem vul ik in wat mijn eerste indruk was, alsof ik een casting director ben. En dan ga ik terug naar mezelf, naar de oude operazangeres, en pas dán bepaal ik mijn eindoordeel.”

“Het enorme talent van Bryn Terfel was onmiskenbaar”

De gasten in de hotellobby waar Cheryl Studer net is aangekomen realiseren zich vermoedelijk niet dat ze – op weg naar hun incheck – meer dan veertig jaar operahistorie passeren. Voor operaliefhebbers zal dat anders zijn. Al is Nederland wat karig bedeeld geweest in het reisschema van de Amerikaanse. Voor een liveoptreden in een complete opera moest naar Bayreuth, Wenen of New York worden gereisd.

Ongetwijfeld in de kast bij veel operaliefhebbers: de Semiramide-opname van Cheryl Studer.

Ook wie weinig van opera weet, kent op zijn minst haar ‘peers’, de legendarische tenoren met wie ze op het podium stond: Pavarotti, Carreras, Domingo. Operaliefhebbers hebben ongetwijfeld opnamen van haar in de kast staan, zoals haar Salome, haar Koningin van de Nacht in Die Zauberflöte onder Neville Marriner of haar Semiramide met medejurylid Jennifer Larmore.

Ze heeft veel jonge collega’s meegemaakt, waarvan ze bij sommigen al vroeg een groot talent herkende. “Als je een naam wilt horen, denk ik meteen aan Bryn Terfel. Die vroeg me als jonge zanger om raad toen hem een contract in Salzburg werd aangeboden. Vanaf het begin was zijn enorme talent onmiskenbaar.”

Hoewel ze niet wil claimen dat ze Christian Thielemann als eerste heeft ontdekt, zag ze wel zijn mogelijkheden toen hij nog assistent-dirigent was in Hannover. “Ik zong daar La traviata en later Rienzi en ik wist meteen: dit is een ongelofelijk talent. Toen ik een contract kreeg met Deutsche Grammophon, heb ik de mensen daar op hem gewezen. Aanvankelijk was men niet erg enthousiast, maar we weten hoe dat verder is gegaan.”

“Zangers moeten een brandend verlangen hebben om iets over te brengen”

De sopraan uit Michigan is sinds 2003 professor aan de Hochschule für Musik in het Duitse Würzburg. Ze vindt niet dat ze lesgeeft in de klassieke zin van het woord. “Ik heb tijdens mijn vakantie deze zomer veel tijd gehad om daarover na te denken. Ik geef geen les, ik gids. Een zangstudent leert niet, die ontdekt. Natuurlijk moeten we aan de stem werken, die spieren trainen, maar als je een talent hebt voor zingen en het is je bestemming zanger te worden, dan is het vooral een kwestie van ontdekken wat hij of zij al heeft. Ik help ze daarbij.”

Het is geen gemakkelijke weg naar succes als zanger in opera, oratorium of lied. De eisen van de ‘markt’ zijn hoog. “Jonge zangers moeten talent, artistieke ideeën en een brandend verlangen om iets over te brengen naar een publiek hebben. De muziek is daartoe het communicatiemiddel.”

In Würzburg maakt ze jonge zangers mee vanaf het begin van hun ontwikkeling. “In vier jaar moeten we die opbouwen. Zangers hebben bij andere musici het imago dat ze een tikje lui en een beetje slordig zijn. En eerlijk gezegd denk ik dat zangers wat slordiger zijn dan goed is. Ik zeg het bijna dagelijks tegen mijn studenten: zing wat er staat in de partituur en niet wat je denkt dat er ongeveer staat. Zo ontdek je wat de componist bedoelde en begrijp je je rol beter.”

“Je hebt niks aan realisme”

De keuze om opera te gaan zingen maakte Studer al op jonge leeftijd, maar inmiddels heeft ze geleerd dat een carrière niet te plannen en nauwelijks te sturen is. “Het is voor een groot deel geluk en toeval – of het lot, zoals anderen dat noemen. Ik heb zelf geluk gehad. Toen ik jonger was, wilde ik natuurlijk ook beroemd zijn en heel veel rollen zingen. Door de jaren heb ik geleerd niet te forceren, maar het te laten gaan, de controle los te laten. En toen ik dat eenmaal deed, nam het leven het over en deed wat het van plan was. Dat 9-jarige meisje dat zo onder de indruk was van Maria Callas had toen geen idee wat opera was. Opera kwam op mijn pad.”

Studer treft in Den Bosch een oude bekende in de jury: mezzosopraan Jennifer Larmore. (© Annemieke van der Togt)

Haar advies aan jonge zangers is duidelijk: “Je hebt niks aan realisme. Denk groot en wees er dan maar tevreden mee als het een beetje minder groot wordt. Als je niet van plan bent de volgende Callas of Caruso te worden, bereik je minder. Stel je doelen hoog en bedenk dat het niet het einde van de wereld is als je ze niet haalt. Groot denken, dat is echt mijn motto.”

Als kind droomde ze van een mink stola en diamanten oorbellen, zo vertelde ze ooit in een interview met Jan de Kruijjff. Ze lacht: “Nu je het zegt: ik heb een paar bij me. Ik draag ze zelden en reis zo weinig mogelijk met sieraden, omdat ik al een paar keer een diefstal heb meegemaakt. Maar die oorbellen, dat is gelukt, ha ha!”

“Als je meteen nee zegt, ontneem je jezelf de kans om iets te ontdekken”

Deze week staat in het teken van het concours en de ruim vijftig deelnemers. Enkelen zullen de finale halen en daarna verdergaan, de muziekwereld in. Ze zullen samenwerken met regisseurs en dirigenten én te maken krijgen met de pers. Studer heeft nuttige adviezen voor de jonge talenten.

“Realiseer je dat het commentaar dat dirigenten geven bij de repetities meestal goed bedoeld is, maar dat ze daarvoor niet altijd de taal gebruiken die een zanger aanspreekt.” Ze geeft het voorbeeld van een zanger die commentaar krijgt op zijn of haar intonatie. Zangers dreigen te gaan forceren na zo’n opmerking. “Maar dat leidt meestal tot een slechter resultaat. Meer energie geven, focus en meer ademsteun, dat zijn in zo’n geval de middelen om je zang te verbeteren.”

Voor werken met regisseurs is de bereidheid jezelf te ontwikkelen en te ontdekken van belang. “Als je meteen nee zegt, ontneem je jezelf de kans om iets te ontdekken. Ik deed Elektra in een regie van Harry Kupfer. Ik had de neiging nee te zeggen toen hij me al kruipend wilde laten zingen. Maar ik probeerde het en het ging! Achteraf ben ik blij dat ik het gedaan heb, want het werkte.”

Haar relatie met de pers is nooit problematisch geweest. “Er was een tijd dat ik genoeg had van interviews. Maar nu de druk er een beetje af is, vind ik het weer prettig.” De jonge talenten moeten wat haar betreft niet bang zijn voor recensies en zich er niet te veel van aantrekken. Hoewel… ze herinnert zich een voorval in Bayreuth, waar de productie van Lohengrin, waarin ze Elsa zong, tot de grond toe werd afgebrand, nota bene door een lokale recensent. Ze bleef uit boosheid een jaar weg uit de Wagner-stad.

Er is veel te vertellen over haar loopbaan en haar jaren in Bayreuth, waar ze van 1985 tot 2000 verschillende rollen zong. Zoals die keer dat Wolfgang Wagner te hulp schoot toen het pension waar Studer verbleef vooruitbetaling eiste. “Hij kwam meteen te hulp, smeet het gevraagde bedrag in contanten op de balie en zei: u ziet hier nooit meer een zanger terug. In die jaren voelde Bayreuth echt als een grote familie.”

Er wachten verplichtingen voor Cheryl Studer, het interview is ten einde. Ze heeft een volle week in Den Bosch vol jureren, een masterclass en dan de grote finale in Eindhoven. Misschien wint daar een zangeres die net zulke dromen en ambities heeft als de sopraan uit Michigan en die daar, over veertig jaar, net zo beeldend over kan vertellen.

De grote finale van het IVC vindt plaats op zaterdag 16 september in Eindhoven. Cheryl Studer geeft op vrijdagavond 15 september een masterclass in Den Bosch. Zie voor meer informatie de website van het IVC.

door

4 reacties »

  • fred zei:

    echt een goed en leuk interview maar Studer zegt niet alles. Haar strijd met overgewicht en de (onbegrijpelijke) reden waarom het plots nogal snel bergaf ging met haar. Daaruit hadden we veel meer kunnen leren

  • Pieter K. de Haan zei:

    Meneer Fred, dat is toch volkomen begrijpelijk. Daar loopt toch geen enkele zanger(es) mee te koop.

  • Rudolph Duppen zei:

    Een leerzaam interview. Ik heb de glorieuze stem van Cheryl Studer een paar keer mogen beluisteren. In Bayreuth hoorde ik haar als Elisabeth in Tannhäuser op 3 augustus, 1987 en in Het Concertgebouw in Amsterdam in de slotscène uit Salome op 14 februari, 1997 met het KCO o.l.v. Chailly. Het succes was groot. Hetzelfde programma zong ze ook op 12 februari en toen vond iemand het nodig hartgrondig boe te roepen.

  • Stefan Caprasse zei:

    Ik heb haar ook destijds in Bayreuth gezien als fantastische (!) Elisabeth en Elsa. Ik heb haar toen ook een paar keer persoonlijk ontmoet. Een hele sympathieke dame!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.