Home » Featured, Operarecensie

Ook Düsseldorf maakt geweldige Billy

Düsseldorf28 maart 2011 10 reacties

Kort na de Billy Budd in Amsterdam ging ook bij de Deutsche Oper am Rhein in Düsseldorf een nieuwe productie van Brittens meesterwerk in première. Eveneens een groot succes. Immo Karaman heeft een geweldige enscenering gemaakt en de cast is sterk bezet.

Soms hangt er iets in de lucht. Het kan een door de wind verspreide bloemenzaad zijn, maar net zo goed is het een opera. Billy Budd, voor mij één van de grootste opera’s van de twintigste eeuw, werd jarenlang onterecht veronachtzaamd, zeker buiten het Verenigd Koninkrijk. En zie nu het wonder: na de allereerste opvoering in Amsterdam volgde een paar dagen later de allereerste uitvoering in Düsseldorf, bij de Deutsche Oper am Rhein.

Scène uit Billy Budd (foto: Hans Jörg Michel).

De toch niet al te goed gevulde zaal liep na de pauze half leeg. Onbarmhartig en triest. Het lag niet aan de uitstekende productie of aan de uitvoering – het publiek in Düsseldorf is er blijkbaar nog niet klaar voor.

Immo Karaman, de Duits-Turkse regisseur die vorig jaar nog voor een sensationele Peter Grimes zorgde, heeft een niet minder sensationele Billy op de planken gebracht. Geheel naar de geest van Britten laat hij een besloten milieu zien. Een militaristisch milieu waar eigen normen en waarden heersen. Men wordt opgeleid om te doden en te verwonden of anders om gedood of verwond te worden.

De actie is verplaatst naar de jaren veertig van de vorige eeuw, maar de enscenering is eigenlijk tijdloos. Naar de foto’s in het programmaboekje te oordelen, bevinden we ons op een Amerikaanse krijgsmarine op weg naar Normandië, maar het kan net zo goed anders zijn.

In ieder geval is er nauwelijks discrepantie met het libretto. Er is een schip, er is geen land in zicht en alles en iedereen is opgesloten tussen de stalen muren die (en dat is één van de minpunten van de enscenering) een beetje te veel schuiven.

Ik snap het idee wel: het geschuif moet je tussen het voordek, de kajuit, het washok en de kapiteins kamer manoeuvreren. En het moet je natuurlijk een claustrofobisch gevoel geven, je in een soort labyrint laten verdwalen. Zelf vind ik het echter te onrustig. Maar misschien is dat ook de bedoeling?

Karaman permitteert zich ook een ‘ongeoorloofde’ vrijheid: hij voert een vrouw ten tonele. Ze is een verpleegster en staat Vere bij in zijn proloog en epiloog. Tot zover oké: Vere mag van mij in een gesticht of in een bejaardenhuis zitten, niets mis mee. Al vind ik zelf dat een vrouw bij deze opera niet past.

Maar de verpleegster spookt ook rond op het schip. Zou het op het ijlen van Vere duiden? Speelt alles zich maar in zijn hoofd terug? Stof tot nadenken, maar zelf ben ik er niet zo kapot van.

(Foto: Hans Jörg Michel)

Waar ik wel kapot van ben, is de choreografie en de belichting. Fabian Posca, zowel op de bühne als in het echt al jaren partner van Karaman, zorgt voor bijna balletachtige bewegingen, die een extra dimensie aan de opera geven. En Volker Weinhart heeft er werkelijk een schitterend schaduw/licht-schouwspel bij gemaakt. Daar kun je alle gevoelens in vinden. Wat een vakmanschap!

Billy wordt gezongen door een jonge Estse bariton, Lauri Vasar. Een zeer aantrekkelijke zanger (het kan ook niet anders), die in zijn spel meer overtuigt dan in zijn zang. Maar hij is nog heel erg jong. Het was een première en hij moet nog in de rol groeien, dus ik geef hem alle credits.

In het concept van Karaman is Vere de hoofdpersoon. Daar zit wat in ja. Zeker ook omdat de rol zo ontzettend voortreffelijk gezongen wordt door de Amerikaanse tenor Raymond Very. Daar word ik stil van. Sterker nog: hij heeft mij tot tranen toe geroerd.

Sami Luttinen is een waanzinnig goede bas. Jammer genoeg beschikt hij over te weinig uitstraling om een slechterik te zijn. Dan mis je iets.

Markus Marquardt en Ashley Holland zijn uitstekend als respectievelijk Mr Redburn en Mr Flint. Beiden beschikken over mooie, dragende stemmen, waarmee ze ook nog eens weten te acteren.

De 75-jarige (!) Carlos Krause is een uitmuntende Dansker. Je kunt je ogen en oren niet van hem afhouden.

(Foto: Hans Jörg Michel)

Corby Welch is een problematische Novice. Hij oogt te oud en te dik. Normaal gesproken heb ik daar niet zoveel moeite mee, maar Novice… Hij moet toch nog een jochie zijn? Nog jonger dan Billy! Sqeak (Florian Simons) en Donals (James Bobby) maken echter dat de weegschaal toch positief uitslaat.

Na afloop van de première was er onder de noemer ‘Premieren Feier Für Alle’ een receptie voor alle aanwezigen. Een leuke gewoonte, omdat het hele team aan het publiek werd voorgesteld.

Het gaf mij de kans om een paar woorden met Karaman te wisselen. Zo kwam ik te weten dat hij volgend jaar Turn of the screw regisseert. Op mijn vraag wanneer hij in Amsterdam komt, antwoordde hij met een wedervraag: WANNEER?

door

Billy Budd
Benjamin Britten

Uitgevoerd door: Düsseldorfer Symphoniker en mannenkoor van de Deutsche Oper am Rhein onder leiding van Peter Hirsch.
Solisten: Raymond Very, Lauri Vasar, Sami Luttinen, Markus Marquardt, Ashley Holland, Timo Riihonen, Bruce Rankin, James Bobby, Corby Welch, Florian Simson, e.a.
Regie: Immo Karaman.
Bezocht op 25 maart 2011

10 reacties »

  • Leen Roetman zei:

    Jammer is dat toch, dat het publiek het niet even uitzit. De ontwikkeling van het verhaal en de muziek had uiteindelijke niemand onberoerd kunnen laten.

  • irene van der rol zei:

    absurd, dat weglopen, respectloos

  • Gerard zei:

    Rare gewoonte om weg te lopen, de muziek is nauwelijks modern te noemen, kennelijk een publiek wat zich op geen enkele manier heeft voorbereid. Of ze hadden een nagesynchroniseerde voorstelling verwacht, dat zou goed kunnen…

  • Olivier Keegel zei:

    STAANDE OVATIE DOOR LEGE ZAAL

    “Een groot succes” in een slecht gevulde zaal die na de pauze half leeg loopt. Dat zijn van die “grote successen” die in de Irakoorlog door de Irakezen werden gemeld. Dat het publiek “er nog niet klaar voor is” of een “nagesynchroniseerde voorstelling” had verwacht, dat is allemaal speculatie. We komen de reden voor de publieksopstand niet te weten in bovenstaand artikel.

    Na de voorstelling werd de cast aan het (resterende?) publiek voorgesteld, “een leuke gewoonte”, volgens de recensente, je kan nog eens iets aan de regisseur vragen die de vraag overigens met een niet onmiddellijk te begrijpen wedervraag beantwoordt(“wanneer?” “WANNEER?”). Artiesten hè, altijd wat bijzonders.

    Wat ik zelf veel interessanter en journalistiek een gemiste kans vind: waarom liep dat publiek nou eigenlijk weg? Vanwege de jaren-40-maar-eigenlijk-tijdloze enscenering? Vanwege Brittens muziek (kan mij eerlijk gezegd ook gestolen worden)? De kwaliteit van de solisten?

    Het lijkt me hartverwarmend, zo geëmancipeerd als dit Duitse publiek zich heeft gedragen: het bevalt ons niet, dus bekijk het maar, en je ‘Premieren Feier Für Alle’ kun je ook houden. We pakken om de hoek wel een Bier vom Fass en een braadworst! Zo’n statement moesten we in Nederland ook eens maken, in plaats van maar gedwee voor alles te applaudisseren voor alle onzinnigheden die ons op operagebied worden voorgeschoteld, als de dood dat we niet voor “muzikaal breed georiënteerd” en “artistiek-progressief” worden versleten.

    Kan Salome niet in de reprise? Kunnen we oefenen.

  • Gerard zei:

    Pittige reactie! Ik zou het zeker ook wel interessant hebben gevonden als de recensente geinformeerd had bij het weglopend of het nog aanwezige publiek waarom ze dat deden, misschien zou je er dan op z’n minst begrip op voor kunnen brengen). Maar als je al bij voorbaat niet geinteresseerd bent in de muziek van een bepaalde componist, moet je gewoon niet gaan, lijkt me duidelijk. Wat dat betreft mag je als bijzonder wel wat moeite doen om je te verdiepen in de componist, uiteindelijk is dat de basis.

  • Gerard zei:

    correctie: Wat dat betreft mag je als concert/operabezoeker wel wat moeite doen om je te verdiepen in de componist, uiteindelijk is dat de basis.

  • Leen Roetman zei:

    Zie erg goed uit Basia. Overigens liep in Rotterdam in 1993 de zaal na de pauze ook leeg. Aan de regie en het fantastische zingen van Philip langridge en John Tomlinson kon het niet hebben gelegen. Voor sommige mensen was deze opera onderdeel van een gecombineerd abonnement. Die zeiden mij toen: ‘dit is gewoon niets voor ons’. Prima, maar daarmee is niet gezegd dat de muziek van Benjamin Britten geen meesterwerk is. Ook de Nederlandse muziekkritiek was toen niet erg enthousiast over de partituur van Benjamin Britten. Dat lijkt inmiddels veranderd.

  • Gerard zei:

    Nou, wat ik zo zie is er weinig reden om weg te lopen, integendeel…Maar zou het ontbreken van (een) vrouwenrol(len) een reden kunnen zijn dat het publiek het laat afweten? de bezetting in Billy Budd is in dat opzicht uniek.

  • Spen1992 zei:

    Ik hou zelf eigenlijk veel meer van vrouwenstemmen dan mannenstemmen en zou daarom nooit naar Billy Budd gaan dus dat zou zo maar kunnen.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.