FeaturedOperarecensie

Opera Zuid danst zich dol in Blauwbaard

Er wordt heel wat gegrapt, gegrold, gedanst en gedold in de Blauwbaard-parodie Barbe-Bleue. En hoe kan het ook anders, met grappentapper Offenbach als auteur. Opera Zuid heeft de Franse meester goed verstaan en een op en top burleske ‘opéra bouffe’ gecreëerd. Chapeau!

Mark Omvlee als koning Bobèche (foto: Morten de Boer).

Blauwbaard is eigenlijk een duister, luguber sprookje. Maar niet bij Jacques Offenbach. Natuurlijk niet. Bij de Franse operettekoning raakt de wat slappe Blauwbaard verzeild tussen een extravagante koninklijke familie, een ordinaire boerin, zijn sinistere alchemist alias dienaar én zijn vijf voormalige vrouwen, dood gewaand, maar eigenlijk verborgen gehouden door zijn dienaar. In een giga wasmachine…

Het is een bonte toestand. De ene na de andere groteske scène rolt over het toneel (dikwijls letterlijk) en het spel wordt voortdurend opgejaagd door de verhitte muziek van Offenbach. Komedie in een driedubbel uitvergroot jasje.

Driedubbel uitvergroot is ook de enscenering die Waut Koeken (regie), Yannik Larivée (decors en kostuums), Glen D’haenens (licht) en Ela Baumann (choreografie) voor Opera Zuid hebben gemaakt. In alle opzichten.

Larivée heeft absurd grote decorstukken ontworpen. Een enorm bed, een reusachtige fauteuil, een toneelbedekkende eettafel, een televisie die alle inches te boven gaat, een lampenkap waar zich makkelijk iemand onder kan verbergen, een angstaanjagend grote wasmachine. Het schept prachtig de sprookjessfeer en geeft het knotsgekke verhaal een passende, gekke entourage.

Op het toneel gaat het er ondertussen hyperactief aan toe. Er wordt heerlijk overdreven geacteerd, veel gedanst en erg veel ‘geslapstickt’, met zelfs een letterlijk citaat uit één van Charlie Chaplins films. De scheidslijn tussen flauw en grappig is soms wel dun, maar de goede humor overheerst. Zeker naarmate de avond vordert. Het tempo en de temperatuur gaan omhoog, de grappen worden gevatter en het spel uitbundiger.

Machteld Vennevertloo en Jean-Michel van Oosten als prinses en prins (foto: Morten de Boer).

De regie is fysiek behoorlijk veeleisend, maar de jonge, lenige solisten en koorleden zijn daar prima tegen opgewassen. Soms op het verbazingwekkende af. Ziedaar de kracht van Opera Zuid: het gezelschap werkt altijd met jonge solisten en dat komt deze opera zeker ten goede.

De keerzijde is wel dat de vocale prestaties soms tekortschieten. Vooral in volume. Joan Ribalta (Barbe-Bleue) heeft een voorbeeldige tenor, maar is slecht te horen en komt daardoor bescheiden over. Te bescheiden voor zo’n vrouwenverslinder als Blauwbaard – al is het nog zo’n parodie.

Ook diverse andere solisten hebben hier en daar moeite zich verstaanbaar te maken. Bovendien lopen zang en orkest te vaak ongelijk. Wellicht komt het door maestro José Areán, maar waarschijnlijker is dat het drukke spel de zangers afleidt van de bak. Het Limburgs Symfonie Orkest speelt in elk geval aanstekelijk en uitbundig.

Afgezien van deze probleempjes zitten alle solisten overtuigend in hun rol. Jean-Michel van Oosten maakt van prins Saphir een aandoenlijk doetje; soft, naïef en ophoudelijk glimlachend. Machteld Vennevertloo is zijn hysterische geliefde, prinses Hermia.

Marcel van Dieren zingt met fraaie stem Le Comte Oscar en vindt in Popolani een kameraad, uitstekend vertolkt door Martijn Sanders. De twee zijn de enige lage stemmen in de opera en vullen die dragende rol prima in.

Joan Ribalta als Blauwbaard met Karin Strobos als Boulotte (foto: Morten de Boer).

Koning Bobèche en koningin Clémentine worden humoristisch neergezet door Mark Omvlee en Marieke Koster. Vooral Omvlee heeft de lachers op zijn hand. Hij acteert dan ook formidabel en beschikt bovendien over een doordringende tenor, die hij nog eens extra scherp kleurt. Wat mij betreft de smaakmaker van de avond.

Al kan Karin Strobos er ook wat van als de boerin Boulotte. Haar uitdagende zang rijmt perfect met haar ordinaire, zelfverzekerde spel. Wederom een succesoptreden van de mezzosopraan.

Het bizarre sprookje wordt aan elkaar gepraat door verteller Steve De Schepper. Wie bij vertellers aan saaie voorlezers denkt, heeft hem nog niet gezien. Hij maakt het verhaal alleen maar levendiger en wordt gaandeweg de voorstelling (en na het drinken van de nodige champagne) steeds meer een karakter op zichzelf.

Het onvermijdelijke happy end is een klinkend besluit van een heerlijk vermakende avond Offenbach. Ook voor veel jongeren, zo blijkt uit de enthousiaste reactie van het publiek.

Barbe-Bleue is tot en met 14 april nog zes keer te zien in verschillende theaters in Nederland. Zie voor meer informatie de website van Opera Zuid.

Vorig artikel

Jacobs leidt nieuwe Platée bij DNO

Volgend artikel

Youtube-portret: Robert Tear

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.