Home » Achtergrond, Featured

Gerald Finley zoekt het zwaarder op

Amsterdam20 september 2011 Geen reacties

Afgelopen week stond hij in het Concertgebouw het requiem van Mozart te zingen, de componist die lange tijd zijn carrière brandmerkte. Maar bariton Gerald Finley begint hoe langer hoe zwaarder te zingen. Dramatisch repertoire, Verdi, Wagner. ,,Er is zoveel repertoire om te ontdekken, maar er zitten maar zo weinig uren in een dag…”

(Foto: Sim Canetty-Clark)

Gerald Finley kan qua sterrenstatuur (en zeker qua sterallures) wellicht niet wedijveren met de wereldberoemdheden in zijn stemvak, maar dat neemt niet weg dat hij zijn naam stevig aan de operatop gevestigd heeft. Blader zijn agenda door en je ziet het bewijs.

Voordat hij vorige week neerstreek in Amsterdam om het requiem van Mozart te zingen, verbleef hij in het bekende Salzburg voor Don Giovanni, vertolkte hij Wagner op het al even geprezen Glyndebourne Festival, was hij in Londen voor de wereldpremière van Anna Nicole en zong hij in Pelléas et Mélisande bij de Metropolitan Opera in New York. Dat en nog veel meer. Of het nu opera, concert of recital is, de prominentste bühnen zien Finley graag komen.

De Canadese bariton grossiert inmiddels in een breed repertoire, maar daar rijgt Mozart als een rode draad doorheen. Guglielmo, Papageno, Figaro, Alfonso, graaf Almaviva, Don Giovanni: zowat alle grote baritonrollen van het Oostenrijkse wonderkind nam Finley in de mond.

,,Mozart is een natuurlijk, goed fundament. Hij heeft me geholpen op een recht pad voor mijn stem te blijven, om mezelf niet te forceren met andere partijen”, vertelt hij tijdens een gesprek in het Concertgebouw Café. ,,Nu heb ik mogelijkheden om uit te breiden naar meer dramatisch repertoire, naar Wagner en dramatische baritonpartijen. Tegelijk hoop ik de verfijndheid voor Mozart niet te verliezen. Ik wil een groot instrument dat ik ook klein kan blijven maken voor dit soort repertoire.”

Finley denkt Figaro en Alfonso waarschijnlijk nog wel te blijven zingen.,,Ik wil graag nieuw repertoire onderzoeken, maar Mozart beschikbaar houden. Maar ja, er zitten niet veel uren in een dag. En er is zoveel om te ontdekken.”

Duizend manieren

Een Mozart-partij die hij voorlopig parkeert, is Don Giovanni. ,,Ik heb lange tijd doorgebracht met dit karakter, het is nu tijd voor nieuwe rollen. Ik heb het gevoel dat ik het einde van de Giovanni-horizon heb bereikt”, lacht hij. ,,Ik hoop het vocaal nog wel te blijven kunnen, maar de producties van Giovanni zijn nu voor anderen. Tenzij een regisseur wat ziet in een vijftiger als Giovanni…”

Niettemin: niet lang geleden zong Finley nog een uiterst overtuigende Giovanni in Glyndebourne, die bij EMI Classics op dvd werd uitgebracht. En niet alleen daar, ook in New York, Londen, Parijs, Rome, Wenen, Praag, Salzburg en vele andere steden imponeerde hij het publiek met zijn vertolking.

De bariton is gefascineerd door het duistere karakter uit de Mozart/Da Ponte-opera. ,,Het genieten zit hem in het zoeken naar de limiet van het enorme potentieel dat vocaal en theatraal in deze rol zit. Giovanni kan heel verdorven en egoïstisch zijn, maar ook psychotisch. Heeft hij de controle over wat hij doet? Of wordt hij gedreven door natuurlijke krachten? Is hij wel een echt, compleet mens? Of is hij eerder wat de anderen van hem maken?”

Met name de serenade ‘Deh vieni alla finestra’ intrigeert Finley. ,,Het is het meest persoonlijke, oprechte moment in de opera. Je kunt het echt op duizend verschillende manieren zingen. Het is heel interessant om het daar met een regisseur over te hebben. Soms zing ik het lyrisch en gepassioneerd, soms fluisterend. Dat is ook het mooie van Mozart: je kunt zijn werk op vele manieren zingen. Daarom wordt het nog steeds uitgevoerd.”

Dier

Afgelopen week voerde Finley met het Koninklijk Concertgebouworkest een Mozart-werk van een heel ander karakter uit: zijn requiem. Toch ziet de bariton veel verbanden met het operarepertoire van Mozart. ,,Het is een heel dramatisch werk. Het requiem is echt voortgekomen uit de late opera’s van Mozart. Hij zag drama in de religieuze ceremonie.”

(Foto: Sim Canetty-Clark)

,,Het is natuurlijk de vraag hoeveel van Mozart is en hoeveel van Süssmayr”, vervolgt Finley. ,,Maar volgens mij zie je Mozarts inspiratie overal doorheen. Ik voel dat Süssmayr die inspiratie in zijn meester kon zien. Neem het begin van het Agnus Dei. Dat doet me denken aan de slotscène van Don Giovanni; dezelfde tonaliteit, dezelfde d mineurs. Toch is het geschreven door Süssmayr.”

Over zijn samenwerking met het Concertgebouworkest is Finley zeer te spreken. ,,Het is een verbazingwekkend orkest. Het functioneert haast als een dier. De musici ademen precies op hetzelfde moment, ze horen elkaar. En dan niet op een mechanische manier, maar organisch, haast magisch. En ook het Groot Omroepkoor is absoluut voortreffelijk. Mozart vereist heel precieze samenzang, dit koor is daar geweldig in.”

Gezond

Maar nu is het dus tijd voor andere rollen. Althans, méér andere rollen, want het repertoire van Finely heeft al een imposante reikwijdte, van de barokklassiekers tot veel hedendaags repertoire.

Een stap op weg naar zwaarder werk zette de Canadees vorig jaar in Rome, toen hij met de Accademia Nazionale di Santa Cecilia van Antonio Pappano de titelrol in Rossini’s grootse slotopera Guillaume Tell diverse malen in concertzalen uitvoerde – een productie die inmiddels op cd verschenen is.

,,Rossini stopte werkelijk alle creativiteit die hij had in dit werk. Het is een buitengewone, triomfantelijke opera”, zegt Finley, duidelijk onder de indruk. ,,Het zijn viereneenhalf uur waarin vele mensen en landschappen geportretteerd worden. De bergen, de Zwitsers, de bezetters. Het is allemaal heel groots – de productie van deze opera kun je vergelijken met een Wagner-productie.”

,,Je hebt alleen al een aantal knettergoede zangers nodig”, vervolgt Finley. ,,De tenor heeft iets van 30 hoge c’s te zingen. En mijn rol is ook behoorlijk uitdagend ja. Geweldig. Interessant genoeg gaf Rossini Tell geen echte aria. Maar dat vind ik een goede keus: hij is een man van het volk, een ensemble-zanger. De enige echte solo is ‘Sois immobile’, vlak voor hij de appel van het hoofd van zijn zoontje moet schieten. Een heel intiem moment.”

Finley zou Tell graag een keer op het toneel willen zingen en zegt dat hij momenteel in gesprek is om dat in de toekomst gedaan te krijgen. Maar daarnaast heeft de bariton nog vele ambities meer. Simpelweg omdat hij in heel veel muziek geïnteresseerd is.

,,Het belangrijkste is dat ik mijn stem gezond houd. Dé manier daarvoor is goede muziek zingen. Ik houd van het klassieke repertoire – dat is heel gezond voor je stem. Ik houd van Wagner – ik heb altijd gehoopt in dat repertoire te groeien en dat lijkt nu te gebeuren. Ik houd van de moderne klassiekers – ook die zijn heel goed voor de stem geschreven. En die werken zijn heel inspirerend. We hebben nieuwe opera’s nodig, dat zijn de klassiekers van de toekomst.”

,,Ja, ik ben in veel repertoire geïnteresseerd. Het romantische repertoire heb ik bijvoorbeeld ook nodig, dat zou ik niet willen wissen. Misschien dat ik Wozzeck wel ga zingen en ik hoop meer Verdi te doen, zolang ik het gezond kan doen. Misschien wel Philip of zelfs Amonasro.”

Het eerste wat op Finleys agenda staat, is echter zijn debuut als Escamillo in Carmen, in oktober bij de Bayerische Staatsoper in München. ,,Dat is heel spannend. Ik zie er enorm naar uit.”

Gerald Finley keert in april terug in het Concertgebouw voor de Missa Solemnis van Beethoven. In 2013 staat hij geprogrammeerd in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Zie voor meer informatie www.geraldfinley.com.

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.