Home » Achtergrond, Featured, Operarecensie

Het IVC-verslag 2012: de kwartfinales

Den Bosch24 september 2012 1 reactie

Tot en met zondag 30 september dingen vele zangers van over de hele wereld naar de hoofdprijs van het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch. Place de l’Opera is op diverse dagen van het vooraanstaande concours aanwezig. In deel één van een verslag de kwartfinales van afgelopen zaterdag. Een dag vol talent.

Eenmaal in de zaal van het Internationale Vocalisten Concours (IVC) ontkom je er niet aan: je gaat ‘jureren’. Hoe pedant dat ook is als enkele meters voor je een Sergej Leiferkus, een Nelly Miricioiu of een Hein Mulders achter hun tafeltjes zitten. Maar voor hen is het hun vak.

De kwartfinales van het IVC in het Theater aan de Parade afgelopen weekend waren een wonder van rust en concentratie. Niet, zoals op tv tegenwoordig, aangekleed met opgefokte presentatoren en vlotte gesprekjes met de kandidaten die allemaal zeggen dat ze er ‘enorm voor gaan’. De juryleden in de zaal konden hun stoel niet draaien en er was geen rode knop.

Veelzeggend is de basisuitrusting voor alle juryleden op hun tafeltje: een potlood, een puntenslijper en een stufje. Hoe streng en professioneel die juryleden ook kunnen zijn, er is altijd de redding voor een aanmerking of een hard oordeel, met het vlakgom.

Er wordt bepaald niet geklungeld op het podium en de zenuwen – die er wel moeten zijn – blijven professioneel onder controle. De begeleiders, waaronder Paul Plummer en Hans Eijsackers, putten zich uit in hun enige mogelijkheid tot hulp naast mooi spelen: de bemoedigende blik. Er zijn veel van die blikken op deze dag.

De balans van twee dagdelen meekijken: 14 jonge zangers, de jongsten 23, de oudste 33. Je zou ze allemaal een prijs gunnen en een loopbaan zoals hun illustere voorgangers, waaronder Thomas Hampson en festivaldirecteur Annett Andriesen. Als eenpersoonsjury deel ik al luisterend sterren uit. Soms is het meteen duidelijk en bij een enkele kandidaat weet ik het ook ná hun optreden nog niet.

Annabel Mountford zingt haar aria’s van Mozart en Händel alsof ze de opera’s allemaal al heel vaak heeft uitgevoerd. Er zit iets traditioneels in haar optreden, maar ze laat zich zien als een complete artieste.

Niks traditioneels bij de Zweedse Solgerd Isalv. Die heeft een pittige kop en lijkt te bruisen van energie. Hoewel de keuze voor haar openingslied ‘Zueignung’ niet de originaliteitsprijs verdient, brengt ze het met een intensiteit die ik nog nooit bij een andere zangeres zag. Ze is verder de enige die een lied brengt van een nog levende componist, Hans Gefors.

Het Nederlandse aandeel bestaat deze dag uit Kitty de Geus en Julia Westendorp. De eerste heeft een goed opgebouwde serie. Haar aria uit Alcina is speels en schalks; ze leeft zichtbaar op na een wat vlak lied van Brahms. Tussen de stukken door concentreert ze zich even, je kunt zien dat ze het graag goed wil doen.

Julia Westendorp heeft met haar repertoire voor het stevige werk gekozen. Ze is een zangeres met een grote stem, die als één van de weinigen de akoestiek van de achterste rijen test. Haar jurk, de allermooiste van de dag, en haar performance bij de tekst ‘What curse for a woman is a timid man’, maken dit jurylid een tikje verlegen.

Jennifer Walker heeft haar naam niet mee. Alleen al op Linkedin zijn meer dan 2000 andere Jennifer Walkers te vinden. Toch is ze een dame om te onthouden, uit haar zeer ranke gestalte komt fraaie muziek en ze heeft als ze opkomt al een subtiel drama om haar heen. Haar ‘Vergebliches Ständchen’ van Brahms is perfect.

David Beucher.

De enige countertenor is Piotr Baranski. Als hij de Händel-aria uit Riccardo zingt, weet je voor een paar minuten zeker dat de oude componist het exact zo bedoeld heeft. Hij bedrijft met zijn stem vocale acrobatiek, maar nergens wordt het circus. Mooie, warme stem.

Aan het andere uiterste zit de bas Ilhoon Kim. Geen grote gestalte, maar een stem, een trefzekerheid en een dictie die indrukwekkend zijn. ‘Alles ist vorausbestimmt’, zingt hij in een lied van Ullmann. Het is afwachten wat er voor hem in de sterren staat.

Veel zangers, en dat bevalt me zeer, zoeken met hun ogen contact met de zaal en maken er echt een voorstelling van. Degene die dat heel goed doet, en die letterlijk een groot deel van het podium in bezit neemt, is de Franse David Beucher. Hij heeft brutaalweg drie liederen van Ravel op zijn lijstje, zingt ‘Chanson Romanesque’ als de klassieke reïncarnatie van Jacques Brel en doet ‘Ding, ding, ding’ uit L’enfant et les Sortilèges bijna even leuk als Martijn Cornet onlangs in Rotterdam. Zijn aria uit I Pagliacci hoefde ik niet eens meer te horen om het te weten: als u het mij vraagt, is hij een zeer grote kanshebber.

De resultaten van de kwartfinales zijn inmiddels bekendgemaakt. Zie daarvoor de website van het Internationaal Vocalisten Concours. Dinsdag 25 september vinden de halve finales plaats in het Theater aan de Parade. Zaterdag 29 september volgt de pianofinale, zondag 30 september de orkestfinale.

door

1 reactie »

  • Patrick van Rhedenborg zei:

    Leuk geschreven, enthousiast verhaal! Ik krijg erg veel zin in het vervolg, deze week!!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.