CD-recensiesFeatured

Cedolins is grandioos als Norma

Fiorenza Cedolins is werkelijk grandioos als Norma. Ze pakt je in ‘Casta Diva’ direct in, blijft aldoor fascineren en raakt dan in de slotscène al je snaren die maar een beetje kunnen trillen. Arthaus heeft haar Norma uit 2007 bij het Teatre del Liceu uitgebracht, dus iedereen kan het horen.

norma2Ik heb zelden zo’n uitzinnig publiek gehoord als het publiek dat in 2007 naar Norma van Vincenzo Bellini zat te luisteren in het Teatre del Liceu in Barcelona. Na de beroemde aria ‘Casta diva che inargenti’ ligt het spel minuten plat vanwege de donderende reactie van de toeschouwers.

En het is dubbel en dwars verdiend. Want sopraan Fiorenza Cedolins levert een hoogstaande prestatie als de hogepriesteres Norma, die heen en weer gesleurd wordt tussen haar liefde voor de proconsul Pollione en de twee (geheimgehouden) kinderen die ze bij hem gekregen heeft, en haar plicht als hogepriesteres, die de druïden moet leiden in hun verzet tegen de Romeinen.

Cedolins geeft haar innerlijke worsteling schitterend uiting door de ene keer zo hard en scherp als staal te zingen en te acteren, en de andere keer klanken te laten horen die de zachtheid van fluweel overstijgen. Ze is haar noten zo de baas, dat ze hen ten allen tijde kan kneden zoals ze maar wil.

Haar uitstraling vergroot het effect van haar zang alleen maar verder uit. Haar kille, helemaal naar boven weggedraaide ogen zijn angstaanjagend, terwijl ze op andere momenten vertrekt van wanhoop.

Heel soms valt ze uit haal rol, met name als haar partij vocaal het uiterste van haar vraagt, maar die momenten zijn te verwaarlozen. Bovendien: als haar stem kippenvelbezorgend in de hoogte hangt, maakt de rest niet meer uit.

Naast Cedolins levert ook Sonia Ganassi een indrukwekkende prestatie als Adalgisa. Ze vormt qua stemkleur een prachtig contrast met Norma, omdat haar stem donkerder en dikker is. Ze heeft een geluid dat van nature met veel dramatiek bekleed is, rijk ook van klank. En daarmee spreekt ze ontroerende taal, met name in haar pianissimo’s en spetterende hoogte.

Deze twee vrouwen zijn eigenlijk alles wat de voorstelling nodig heeft. Zij zijn het kloppend hart, de rest is decoratie. Wat overigens niets af hoeft te doen aan de kwaliteit van die decoratie. Andrea Papi is bijvoorbeeld een imponerende Oroveso, wiens stem niemand vervelend in de oren zal klinken.

De sobere regie van Francisco Negrin is ook stijlvol. Met name het licht – een mengsel van maanlicht en duisternis – zet de juiste toon. En aan Norma klopt alles: haar kleding, haar haardracht, zelfs haar oorbellen – alles draagt bij aan de ontwikkeling van haar karakter.

Dirigent Guiliano Carella geeft de zangers ruim baan om hun gang te gaan, terwijl hij in de instrumentale delen de vaart er lekker in houdt en ook laat zien dat hij weet wat uitpakken is.

En minder fraaie decoratie is tenor Vincenzo La Scola, in de rol van Pollione. Het zal deels smaak zijn of je hem mooi vindt of niet, maar ik geloof toch dat hij niet lekker in zijn partij zit. Er klinken zoveel storende ‘dingetjes’ in zijn zang: dan knijpt hij zijn lange noten te vroeg af, dan sterft zijn klank weg, dan klinkt hij opeens erg nasaal. Het is allemaal nogal wankel en onrustig.

Maar dat is een smetje op de voorstelling die je er niet van zal weerhouden ervan te houden. Bellini’s meesterwerk heeft in Cedolins een meesterlijke vertolkster gekregen.

Vorig artikel

Opera over de grens

Volgend artikel

Thielemann vertrekt uit München

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.