BuitenlandFeaturedOperarecensie

Haneke verrast en verwart met Così

Na zijn operadebuut met Don Giovanni in 2006 presenteerde filmregisseur Michael Haneke vorige week bij De Munt in Brussel zijn tweede operaregie: Così fan tutte. Vergeleken met zijn Giovanni zette Haneke de boel in Così veel minder op z’n kop. Het resultaat: een prachtige voorstelling.

(Foto: Bernard Coutant)
(Foto: Bernard Coutant)

Het doek opent tijdens de ouverture. We zien een woonkamer van een prachtig Italiaans landhuis à la Palladio, met aangrenzend een terras en een trappenhuis. Het interieur is modern aangekleed – met luxe drankkast en al – maar met respect voor de architect van het pand.

Het lijkt erop dat er een feest plaatsvindt. Er staan de nodige mensen, deels gekostumeerd in de tegenwoordige tijd en deels in Rococo-kostuums. Eén van hen trekt kort na het openen van het doek een mobieltje uit zijn zak om een beller te beantwoorden. Een grappig moment, waarmee de toon is gezet. De gastheer des huizes, in Rococo-kostuum, blijkt Don Alfonso te zijn.

De opera volgt vanaf dat moment redelijk trouw het libretto, wat mij enigszins verrast, zeker gezien Hanekes eerdere Giovanni-productie. Niettemin brengt zijn regie je ook in Così in verwarring.

Zoals bekend handelt de opera over Ferrando en Guglielmo (hier in hedendaagse kostuums), die door Don Alfonso tot een weddenschap uitgedaagd worden om aan te tonen dat hun liefdes hun eeuwig trouw zijn. Ook in deze versie vertrekken de jongens richting de oorlog, maar ze komen niet, zoals gebruikelijk, zwaar vermomd terug. Ze verschijnen met een summiere vermomming (een strikje, een stropdas, opgeplakte snorren), die ze ook nog eens heel snel kwijt raken. De dames moeten hen dus wel herkennen.

Haneke, die in zijn films meestal wel een geheimzinnig sfeer weet neer te zetten, brengt mij hier in verwarring, aangezien hij de dames geen enkel moment blijk doet geven dat ze de jonge mannen herkennen. Wie houdt nu wie voor de gek in deze opera? Wil Haneke hiermee het publiek een spiegel voorhouden, dat ook zij misleid worden, en het zo een ‘school van de geliefden’ laten zijn voor het gehele publiek?

Ik vond het een opmerkelijke keuze, maar storend was het zeker niet. Het argument dat je vaak hoort, is dat het al opmerkelijk genoeg is dat de dames de heren niet herkennen, dus dat je dit punt ook best kunt uitvergroten. In dat opzicht was het een gemiste kans, juist ook omdat de aankleding al verdeeld was in Rococo-kostuums versus hedendaagse kledij. Hier had de kostuumafdeling mijns inziens meer uit kunnen halen.

Verder was het een prachtige voorstelling, die ook fantastisch was uitgelicht. Heel sfeervol ging het van een stralende zomerdag via een avondzonnetje naar een heerlijke Italiaanse zomernacht.

De dirigent – de nieuwe chef van de Munt, Ludovic Morlot – had het orkest voor mij wat meer in de tang mogen hebben. Het was niet altijd gelijk en de tempi waren soms wel heel erg traag. Maar hij zat de zangers niet in de weg. En die zangers, die mochten er wezen…

De vier geliefdes waren dit keer niet alleen op papier erg jong. Het waren duidelijk jonge zangers die het uiterlijk hadden van een filmacteur. Hoe kan het ook anders. Maar los van hun passende uiterlijk speelden en zongen ze ook erg goed.

(Foto: Javier del Real)
(Foto: Javier del Real)

De absolute ster van de middag was Annett Fritsch. Ze heeft een prachtige stem en zong en speelde de rol van Fiordiligi fantastisch. Ze deed me bijna de fenomenale prestaties van Charlotte Margiono en Sally Matthews bij De Nederlandse Opera doen vergeten.

De Dorabella van Paola Gardina verbleekte een beetje bij haar zusje, maar ook zij zong en speelde erg mooi. Jammer dat ze haar tweede aria, ‘E amore un ladroncello’, niet mocht zingen.

De jonge heren waren beiden erg goed. Persoonlijk had ik een lichte voorkeur voor de Guglielmo van Andreas Wolf: een prachtige, romige bariton met een uitstekende hoogte. De Ferrando van Juan Francisco Gatell was niettemin ook sterk. Deze rol is heel vaak het minst goed bezet, is mijn ervaring, maar dit keer was de Ferrando zeker niet de zwakste schakel. Zijn stem doet een klein beetje denken aan die van Raúl Giménez, maar dan jeugdiger.

Deze vier uitstekende zangers werden gecompleteerd met ervaring door Kerstin Avemo en William Shimell. De eerste vond ik minder sterk zingen, maar de laatste was helemaal in zijn element als de cynische Don Alfonso. Aan het einde van de opera is hij de lachende winnende, hoewel hij zijn bitterheid te danken heeft aan het feit dat zijn Despina hem bedrogen heeft…

Così fan tutte is een coproductie met het Teatro Real in Madrid, waar de productie eerder dit jaar al te zien was. In Brussel is Così fan tutte nog tot en met 23 juni te bezoeken. Zie voor meer informatie de website van De Munt.

Vorig artikel

La Gioconda in Parijs: ouderwets gezellig

Volgend artikel

Banse: 'Ik houd mijn hoofd graag koel'

De auteur

Lennaert van Anken

Lennaert van Anken

1 Reactie

  1. Antonio
    28 mei 2013 at 12:11

    Klinkt geweldig!
    Ik had er graag bij willen zijn …….
    En nu maar hopen dat de productie ook bij DNO komt