Home » Achtergrond, Featured

Banse: ‘Ik houd mijn hoofd graag koel’

Amsterdam28 mei 2013 Geen reacties

De Duitse sopraan Juliane Banse was afgelopen week voor een kort bezoek in Nederland. Ze zong in de Serie Grote Zangers van het Muziekgebouw aan ’t IJ. Het programma was samengesteld voor Londen en Amsterdam. Tussen de beide recitals sprak Place de l’Opera met de zangeres.

Juliane Banse: "We hebben nieuwe lyriek nodig" (foto: Jürgen Olczyk).

Juliane Banse: “We hebben nieuwe lyriek nodig” (foto: Jürgen Olczyk).

Juliane Banse is na haar optreden in Wigmore Hall in Londen net aangekomen in Nederland. Evenals haar begeleider Martin Helmchen is ze niet helemaal fit. Toch vindt ze dat geen enkele reden om het geplande interview af te zeggen en biedt ze ruimhartig tijd en aandacht als we over haar werk en haar loopbaan praten in een Amsterdams hotel.

Is Wigmore Hall speciaal, word je er als artiest goed ontvangen, hebben ze betere koffie?
“Nou, de thee is prima en je wordt hartelijk ontvangen, maar het bijzondere is het idee dat je deel uitmaakt van een familie. Ik heb er misschien al tien keer opgetreden, maar dat gevoel van bevoorrecht te zijn gaat niet weg. In de ‘greenroom’ voor de artiesten hangt de portrettengalerij van al die grote namen die er gezongen hebben. Dan maak je in je hoofd wel even een buiginkje uit respect. Verder is het geluid heel goed en de sfeer warm. Het publiek bestaat uit fans van het lied, mensen die geregeld naar recitals gaan, en dat merk je.”

In de pauze van de live-uitzending van de BBC-radio antwoordde u op de vraag naar uw favoriete lied van de avond: “Het laatste, want dan weet ik dat ik er bijna ben.” Is het nog altijd spannend?
“Jazeker, een liederenavond blijft in mijn beleving een berg die je op moet klimmen. Je bent, samen met de pianist, verantwoordelijk voor de spanning, de opbouw en de sfeer. Stemtechnisch is het zwaar; je zingt veel meer dan in welke opera ook. Pas bij de laatste twee of drie stukken komt dan de ontspanning en denk ik bij mezelf: je hebt het weer overleefd. Ik weet dat ik daar trouwens niet de enige in ben, veel zangers ervaren dat zo.

Zo’n programma samenstellen is een puzzel. Ik heb mijn wensen, de pianist heeft die en dan ontstaat soms ineens een thema. Daarnaast moet ik ook de ‘economie’ van de avond in de gaten houden, de mate waarin ik mijn stem belast. Je kunt niet alleen zware stukken opnemen in het programma.”

U kunt niet, zoals in andere muziekgenres, per avond een setlist uitschrijven en die op het podium plakken, alles ligt vast.
“Je moet vooruitdenken. In noodgevallen kan er een aanpassing gemaakt worden, maar dat probeer je te vermijden. Op het programma staan tweemaal de vier Mignon-liederen, zowel in de versie van Schubert als die van Wolf. Ik vond het interessant ze van beide componisten te zingen en ze naast elkaar te zetten. Zo maak je hoorbaar hoe verschillend ze met de teksten omgingen en hoe ze die teksten gevoeld hebben. Je laat het publiek zien dat er meer wegen zijn, zo kan men ook zijn eigen voorkeuren en gevoel ontdekken.”

Er wordt in het vak gezocht naar vernieuwingen in de vorm van liederenavonden, ook om het publiek te behouden. Wat vindt u zinvolle vernieuwing?
“Ik vind het de taak van ons zangers en van de concertorganisatoren om de drempel te verlagen, bijvoorbeeld met inleidingen. Voor een liederavond of bij een opera maakt dat het werk voor het publiek meer toegankelijk. Dat zou nog meer moeten, op school al. We zijn in de muziekwereld misschien ook wel wat verwend geraakt. Het publiek kwam wel. Nu moeten we meer naar het publiek toe.

Als iemand het goed kan, is een programma waarin je uitleg geeft tijdens een liederavond een idee, maar ik vrees zelf dat de sfeer en de continuïteit dan onderbroken worden. Zeker als het allemaal erg persoonlijk wordt en op het op ‘small talk’ uitdraait. Ik zie in elk geval geen heil in boventitels, ik zou het raar vinden als mensen steeds omhoog kijken. In de opera lopen de teksten langzaam, maar bij een liederavond gaat dat veel te snel.”

Solotheater, de liederavond als een voorstelling?
“Mwah, kan… Maar dan wordt het totaal iets anders dan een liederenavond. Dat is voor mij zeker niet de nieuwe vorm. Ik hoop wel dat moderne componisten nieuw materiaal blijven produceren, dat maakt het programma ook actueler. We hebben nieuwe lyriek nodig.”

Banse: "Mijn droomrol voor dit moment is de Marschallin in Der Rosenkavalier" (foto: Stefan Nimmesgern).

Banse: “Mijn droomrol voor dit moment is de Marschallin in Der Rosenkavalier” (foto: Stefan Nimmesgern).

U hebt nog niet zo heel veel in Nederland opgetreden. Laten we speciaal voor de Nederlandse markt een cd ‘Juliane Banse – Greatest Hits’ samenstellen. Wat komt erop te staan?
“Het moet een mix zijn van opera-aria’s, zoals de briefscène van Tatjana in Jevgeni Onjegin, enkele liederen van Brahms en iets uit de vele Mozart-rollen die ik gezongen heb, bijvoorbeeld een aria van Fiordiligi uit Così fan tutte. Ik zou ook zeker een Bach-aria opnemen, die heb ik veel gezongen, en een lied van Heinz Holliger, van Widmann of Reimann. En oh ja, een lied van Strauss. Die heb ik al veel uitgevoerd, maar nog niet opgenomen, helaas. Dat is echt een grote wens van me. Nu nog een label vinden dat wil meewerken.”

U had nooit een vast engagement bij een operahuis, zoals veel van uw collega’s, en ook geen vast platenlabel. Houdt u zoveel van de vrijheid?
“Het ging aan het begin van mijn carrière snel, mijn agenda liep vol en ik zag niet de mogelijkheid me vast aan een huis te verbinden. Zo’n vast contract is handig, dan kan je overleggen over je rollen en verbreedt je repertoire zich. Aan de andere kant hoefde ik niet om een dagje vrij te gaan zeuren om elders iets te kunnen doen.

Ik heb nooit een vaste verbintenis met een platenmaatschappij gehad. Nadeel is dat je geen opbouw in je cd-repertoire hebt en er geen pr is. Maar het grote voordeel is dat ik ja kon zeggen op wat ik wilde doen. Ik heb zoals gezegd nog wel wat hartwensen op platengebied, maar het is lastig om een label te interesseren.”

De komende tijd zingt u weer in Salzburg, tijdens de Festspiele. Dan denk ik aan duur en chique, aan Chopard en Cartier en aan de grootste namen uit de muziekwereld. Stort u zich ook in die glamour?
“Oh nee, juist niet, daar wil ik mezelf verre van houden. Er zijn heel veel muziekliefhebbers in Salzburg, maar er is een deel voor wie de jurk en het eten veel belangrijker zijn. Zo’n sfeer van ‘wat zijn we allemaal belangrijk’ en ‘leuk dat we in Salzburg zijn’. Mijn doel is om ook daar muziek op het allerhoogste niveau maken en dat is net zo moeilijk als elders. Ik houd mijn hoofd graag koel.”

U bent nog jong, maar de tijd verstrijkt: er komen nieuwe rollen op uw pad?
Lachend: “Over een paar jaar zeg ik tegen mijn botox-chirurg: ‘Mach mich jung!’ Nee, het mooie gevolg van ouder worden is dat je rollen veranderen. Het was leuk om al die jonge meisjes te zingen, maar na je honderdste Susanna is het prettig dat er andere dingen komen.
Rijpe vrouwen met rijpe stemmen, die maken nieuwsgierig. Ze zijn meestal interessant, een tikje hysterisch. Denk aan Vitellia in La clemenza di Tito, Elvira in Don Giovanni of Arabella van Strauss. Weet je, ik hou heel erg van spelen en acteren en daar geven die rollen alle kansen voor.”

Geeft u signalen af dat u in bent voor bepaalde rollen?
“Als ik dirigenten of intendanten spreek, laat ik dat zeker vallen. Soms zeggen ze ja en soms nee. Wat ook kan is dat je in een concert een bepaalde aria opneemt, om te laten merken dat ik erover nadenk.

Mijn droomrol voor dit moment is de Marschallin in Der Rosenkavalier. De volgende grote rol is Rosalinde in Die Fledermaus, die ik eind dit jaar ga zingen bij de Chicago Lyric Opera. Daar verheug ik me waanzinnig op! Ik heb niet veel operette gezongen, maar het is zó leuk om te doen. En in Nederland is Elsa, in Lohengrin, mijn eerstvolgende operarol.”

Zie ook de persoonlijke website van Juliane Banse.

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.