FeaturedOperarecensie

Lotte de Beer signeert levensechte Bohème

La Bohème van Puccini werd tot kameropera bewerkt door Jonathan Dove en met die versie ging regisseur Lotte de Beer aan de slag. Het jonge ensemble van het Theater an der Wien brengt de knappe voorstelling na een succesvolle serie in Wenen nu tijdens het Grachtenfestival.

Scène uit Lotte de Beers Bohème-productie (foto: Armin Bardel / Theater an der Wien).
Scène uit Lotte de Beers Bohème-productie (foto: Armin Bardel / Theater an der Wien).

Het kostte wat moeite om binnen te komen, maar de beloning voor die moeite was er al in de eerste minuten van de voorstelling. Marcello, de schilder in het groepje bohemiens, zette in grote streken zijn schilderij over de doortocht door de Rode Zee op en zong daarbij met een stem die ieder chagrijn op slag deed verdwijnen. Bariton Ben Connor was, samen met sopraan Çiğdem Soyarslan als Mimi, een vocale en theatrale held in een ook verder uitstekend bezette productie.

Lang wachten voor een trap, dringen voor een zaaldeur en dan met enige moeite zien nog een stoel te vinden: het werd de bezoekers van het Amsterdamse Compagnietheater niet gemakkelijk gemaakt. Het sfeervolle theater, één van de hotspots van het Grachtenfestival, heeft de publiekslogistiek van een ‘openjongerensentrum’ uit de jaren ’70. Maar eindelijk binnen zat je met een aangelicht decor en spelers die al op de vloer waren meteen in de sfeer van de voorstelling.

In de zaal stond een slim decor, in een heel andere sfeer dan traditionele Bohèmes. Geen klassieke, armoedige zolderkamer in een winters Parijs, maar een modern appartement waar geld bij de inrichting kennelijk geen rol speelde. De bohemiens in de door Lotte de Beer geregisseerde voorstelling zijn niet feitelijk arm, maar leven in een sfeer waarin geld en bezit ze tot verwende, arme krengen maakt. Niet alleen het papieren manuscript van de dichter Rodolfo gaat de oven in, zijn peperdure Macbook gaat er zonder scrupules achteraan. Who cares.

De beginscène tussen Marcello de schilder en Rodolfo de dichter was, zeker door de inbreng van Connors als Marcello, sterk. Zijn tegenspeler, tenor Andrew Owens, had meer moeite met zijn volume en zijn aanwezigheid. In de eerste ontmoeting met Mimi was dat niet veel beter.

Interessant was de ontwikkeling die zijn karakter doormaakte. Van een verlegen, in zichzelf gekeerde jongeman naar – helemaal aan het einde van de voorstelling – een volwassen maar zeer kwetsbare man die zijn geliefde ziet sterven. Vocaal was hij met vlagen prachtig, maar op andere momenten zong hij met een wat onverklaarbare krachteloosheid.

De Turkse Çiğdem Soyarslan liet als Mimi vocaal niets te wensen over. Zij behoort, net als de meeste anderen in de cast, wel tot het jonge ensemble, maar deed al de nodige ervaring op in grote producties in bekende zalen. Als enige op het podium droeg ze kleur, een patchwork jas, die het beeld van een zorgeloze, bijna ironische jonge vrouw versterkte.

De andere vrouwelijke rol, Musetta, was van de Italiaanse Anna Maria Sarra. Bij haar hoorde je soms aarzeling; hier en daar waren de uitdagingen die er nog liggen in de ontwikkeling van haar stem hoorbaar. Haar Musetta was uitdagend, maar sloeg daarin een beetje door, als een wat karikaturaal sletje.

De kleinere mannenrollen waren vocaal goed bezet, met Igor Bakan als Colline. De bas-bariton was de afgelopen jaren al eens in Antwerpen te horen en maakte tegen het eind met zijn jas-aria zijn glorieuze punt in de voorstelling.

Bariton Oleg Loza was als Schaunard, een rol waarin de opkomsten begeleid worden door een pittig marsje, vooral energiek. Vocaal prima, maar met zo veel energie dat zijn aanwezigheid op het podium er onder leed.

(Foto: Armin Bardel / Theater an der Wien)
(Foto: Armin Bardel / Theater an der Wien)

Vijftien musici zaten in de net passende orkestbak. Bewerker Jonathan Dove maakte een orkestratie, waarbij de kern wordt gevormd door een strijkkwartet, blazers en slagwerk. Wouter Padberg gaf leiding met een pittige stijl, die de mogelijkheden van een klein maar wel echt orkest hoorbaar maakte. Af en toe moest het orkest stil zijn, want dan klonk er een tape van een dj. Dat moet tegenwoordig.

Deze La Bohème is de eerste productie van het Nieuw Nederlands Operafront. Dat klinkt een tikje revolutionair, maar in alle eerlijkheid is dat niet mijn eerste associatie. Wat absoluut wel werkt, is de manier waarop Lotte de Beer het oude, enigszins romantische verhaal naar deze tijd haalt. Ze is – dat bleek ook uit haar Manon vorig seizoen voor Opera Zuid – uitstekend in staat om een frisse, heldere maar ook betekenisvolle draai te geven aan het materiaal. Ze gaat er zorgvuldig, met wijsheid maar ook met geestige vondsten mee om.

In de omslag die ze maakt van fysieke naar geestelijke armoede voegt ze een laag toe aan deze opera uit 1896. Een laag die het origineel recht doet en die als het ware de emotie moderniseert.

Opera zit vol met liefde en dood, en als toeschouwer kun je dat vaak veilig ondergaan vanuit de afstand die de stilering geeft. Met name in de slotscènes van deze Bohème is die afstand echter pijnlijk klein. Onontkoombaar word je meegetrokken in reëel verdriet dat veel mensen uit hun eigen leven kennen. Naast de muzikale kwaliteit is dat de grote verdienste van deze Bohème. Van sentimenteel naar invoelbaar en urgent. Dat is nogal een stap.

Vorig artikel

Savelsbergh zingt opera-aria's in openlucht

Volgend artikel

Pesaro eert Ponnelle met heerlijke eenakter

De auteur

François van den Anker

François van den Anker

François van den Anker is muziekjournalist. Hij doet verslag van de wereld van opera en lied met interviews, reportages en podcasts.

4Reacties

  1. Olivier Keegel
    23 augustus 2013 at 17:00

    EEN IRONISCHE MIMI?

    De armlastige bohemiens zijn dus niet meer arm, maar het zijn nu verwende krengen. Deze “omslag van fysieke naar geestelijke armoede” zou een laag toevoegen aan de Bohème van 1896. Helaas wordt niet vermeld WAARAAN deze laag wordt toegevoegd. Want van het oorspronkelijke verhaal is dus niet veel meer over. Er lijkt niet zo zeer een laag toegevoegd, maar meer een verhaal de nek omgedraaid en een nieuw verhaal er tussen gewrongen. M.a.w. de ene “laag” door de andere vervangen. Maar wel met hetzelfde libretto? Dat libretto gaat helaas in het geheel niet over geestelijke armoede (integendeel) of verwende krengen, dus dat zal wel weer de nodige discrepanties tussen tekst en toneelbeeld geven. Kniesoor! Ook heel merkwaardig is dat het “naar deze tijd halen” blijkbaar onlosmakelijk verbonden is met een verschuiving van fysieke naar geestelijke armoede. Hoezo “gemoderniseerde emoties”? Was er in 1896 geen geestelijke armoede? (En is er in 2013 geen fysieke armoede?!) Vast wel, maar daar GAAT de opera niet over. Minor detail, natuurlijk. Ik ben bang dat in deze recensie toch een poging wordt gedaan om recht te praten wat qualitate qua krom is.

    En als operaliefhebber ben ik ook razend benieuwd wat de DJ ten gehore bracht….

  2. Onno
    23 augustus 2013 at 22:02

    Ik ben absoluut niet tegen vernieuwing en sta ook open voor ‘verborgen’ lagen in muziek of libretto’s (als die überhaupt bestaan), maar ik snap absoluut niet waarom het een kwaliteit zou zijn, om een laag toe te voegen aan een opera als bv. La Boheme. Als iemand een ‘urgente’ (sic) opera wil maken over geestelijke armoede, prima, maak er eentje, ik ben er benieuwd naar en wil hem graag beluisteren. Maar het ‘bewerken’ van een bestaande opera, oud of nieuw, is armoe, pure armoe, en heeft niks maar dan ook helemaal niks met kwaliteit te maken. Met arrogantie hooguit. Het is een bewijs van onvermogen om zelf iets te scheppen. Iets oorspronkelijks te maken. Iets origineels.

    De afgelopen maanden heb ik diverse keren een opera van Rob Zuidam beluisterd. Ik vind zijn opera’s moeilijk toegankelijk. Ik weet niet of ik ze ‘mooi’ vind. Maar duizend keer liever Troparion of Suster Berken dan een La Boheme waarin een peperdure Macbook in de vernieling gaat omdat dit de geestelijke armoe zo mooi symboliseert. Bah!

    Rob Zuidam

  3. Onno
    23 augustus 2013 at 22:06

    Excuses: dat Rob Zuidam onderaan mijn bijdrage moet natuurlijk weg. Stond blijkbaar in een verborgen laag van mijn libretto …

  4. Olivier Keegel
    24 augustus 2013 at 12:23

    Spijker op de kop, Onno. Deze lijkenpikkende regisseurs willen ons ter rechtvaardiging van hun emplooi doen geloven dat deze of gene opera “ook heel anders uitgelegd kan worden”. En de cultureel correcte goegemeente huppelt daar vol ontzag achteraan. Zeer terecht schrijf je over de zgn. “lagen” in het libretto: “als die überhaupt bestaan”. Die “lagen”, dat is typisch zo’n woord uit het desbetreffende dieventaaltje en is exemplarisch voor de luchtfietsende interessantdoenerij waar het regietheater op gebaseerd is. Een veel gezondere opvatting lijkt mij: “het is wat het is”. En dat is meer dan genoeg. Zeker in het geval van La Bohème.