Home » Featured, Operarecensie

Kosky toont hartverscheurende Armide

Amsterdam7 oktober 2013 3 reacties

Te midden van Glucks strenge werken over trouw en opofferingsgezindheid is Armide met haar sensualiteit en spektakel een buitenbeentje. Samen met stersopraan Karina Gauvin en Gluck-specialist Ivor Bolton ontdeed regisseur Barrie Kosky het werk van alle franje en bracht het terug tot de droevige kern.

Henk Neven als Aronte in Armide (foto: Monika Rittershaus).

Henk Neven als Aronte in Armide (foto: Monika Rittershaus).

Homerus kende haar als Circe, de heldenbedwingende tovenares die zelf gebukt gaat onder een oprechte doch hopeloze verliefdheid. In de Renaissance duikt ze weer op als de heidense Armida en is de kruisridder Rinaldo haar beminde vijand. Voor zijn visie koos de hervormer Gluck in 1777 vreemd genoeg een 90 jaar oud libretto van Quinault, dat door de overbodige personages en divertissementen schijnbaar ongeschikt was voor een ‘reform opera’.

De reden was wellicht de nog steeds klinkende kritiek dat zijn reputatie meer rust op theatrale vernieuwingen dan op muzikale inspiratie. Ook in zijn eigen tijd werd hij door de twistzieke Parijzenaren zowel bejubeld als verketterd. Door deze oude woorden succesvol in moderne noten te kleden, bewees hij dat zijn omwenteling een kwestie was van inhoud, niet van vorm.

Inderdaad is de orkestbehandeling bijzonder expressief. Houtblazers fungeren als ‘alternatieve stemmen’, terwijl nerveuze strijkermotieven een vooruitblik en commentaar op de handeling bieden. Glucks grootste troef bestaat uit vier toegevoegde tekstregels aan het slot van de derde akte. Armide smeekt de liefdesgod om hulp, maar in de toonzetting als lamento ligt de trieste afloop al besloten…

Door deze kleine aanpassing blijft de sympathie en aandacht steeds op het titelpersonage gericht. Van een moraliteit over de terechte straf voor wie Amor versmaadt, wordt het werk een karakterstudie van een hartstochtelijke vrouw, die ondanks alles vertrouwt op de liefde.

Barrie Kosky echoot deze focus door de personenregie te benadrukken en geconcentreerde pauzes te gebruiken (Gluck schreef al dat hij de ‘stiltes wilde laten spreken’). Het toneelbeeld bestaat slechts uit een desolate woestenij, met verdorde bomen en een beekje in de achtergrond. Maar de geraffineerde belichting creëert zeer poëtische beelden, verlevendigd door verfrissende regens in de toverscène die Renaud aan Armide overlevert.

Karina Gauvin en Frédéric Antoun (foto: Monika Rittershaus).

Karina Gauvin en Frédéric Antoun (foto: Monika Rittershaus).

Later volgen papierstormen in geel en roze, kleuren die de uitersten van haat en liefde symboliseren waartussen de hoofdpersoon gevangen zit. In plaats van feestelijkheid lijkt deze confetti op vluchtigheid te duiden; alleen Armide zelf is waarachtig, al het andere is zinsbegoocheling. Ze keert zich steeds meer af van haar akelige volgelingen die slechts spotten met oprechte gevoelens, en van de verpersoonlijkte Haat, wiens opkomst letterlijk opzien baart.

Maar de liefde biedt geen uitkomst: Renauds passie is het gevolg van magie en dus net zo ‘vals’. Met een soms bizarre beeldtaal toont Kosky de droefgeestigheid van een wellustige samenleving, waarin de illusie van jeugdigheid het hoogste goed lijkt. Als de betovering definitief is verbroken, rest Armide niets dan eenzaamheid en dood. De verder zo terughoudende Kosky kiest hier voor een beangstigende aanschouwelijkheid…

Karina Gauvin raakte met deze slotmonoloog de toeschouwer diep in het hart. Haar Armide overtuigde misschien nog meer qua expressie dan puur vocaal. De niet erg volumineuze stem is het sterkst in de hoogte en ontbeert het krachtige borstregister dat ik onwillekeurig associeer met dominante vrouwen. Maar dankzij een grote souplesse, vast te danken aan haar virtuoze barokpartijen, wist ze in een oogwenk te wisselen tussen vlijmscherp venijn en kwetsbaar verlangen.

De andere zangers, hoe uitstekend ook, verbleekten haast naast haar magnetische aanwezigheid. Frederic Antoun (Renaud) liet zich excuseren wegens verkoudheid, maar stelde niet teleur, al was de hoogte soms wat moeizaam en versluierd. De imposante bas-bariton Andrew Foster-Williams was een luxebezetting voor de vrij ondankbare rol van Armides oom Hidraot, die na de eerste taferelen spoorloos verdwijnt. Veterane Diana Montague was als Haat vocaal bescheiden, maar had grote scenische uitstraling.

Van de kleinere rollen maakte de vederlichte sopraan Ana Quintans de meeste indruk op me. De Nederlandse eer werd hooggehouden door onder andere prachtbariton Henk Neven, opnieuw grote affiniteit met het Franse repertoire tonend.

Scène uit Armide (foto: Monika Rittershaus).

Scène uit Armide (foto: Monika Rittershaus).

Het door Nicholas Jenkins ingestudeerde koor klonk bij vlagen toepasselijk ruig en mocht zich van Kosky uitleven in heerlijk overdreven karakterspel.

Dirigent Ivor Bolton viel niet in de valkuil om met haastige tempi en al te felle accenten de bij Gluck dreigende stroperigheid te vermijden. Juist dit werk is gebaat bij een fijnzinnige orkestbehandeling. Het uitstekend spelende Nederlands Kamerorkest volgde hem op de voet en de prachtige fluitsolo in de ‘air sicilien’ verdiende een open doekje.

Het grote publiek zal Gluck wellicht nooit echt in het hart sluiten. Maar deze beeldschone productie, zo anders geaard dan de Iphigénie-double bill in 2011, bewijst de veelzijdigheid van deze nog immer onderschatte componist.

Armide is nog tot en met 27 oktober te zien in Het Muziektheater in Amsterdam. Zie voor meer informatie de website van De Nederlandse Opera.

door

Armide
Christoph Willibald Gluck

Uitgevoerd door: Nederlands Kamerorkest en Koor van De Nederlandse Opera onder leiding van Ivor Bolton.
Solisten: Karina Gauvin, Frédéric Antoun, Andrew Foster-Williams, Sébastien Droy, Henk Neven, Karin Strobos, Diana Montague, e.a.
Regie: Barrie Kosky.
Bezocht op 6 oktober 2013 in Het Muziektheater - Amsterdam.

3 reacties »

  • Hans van Verseveld zei:

    In de recensie van deze adembenemend fraaie produktie van Armide mis ik nog de naam van Karin Strobos, die werkelijk verrukkelijk zong én speelde.
    Na de Alceste en de Iphigénies is dit wederom een prachtig pleidooi voor Gluck.
    DNO mag hier best trots op zijn. Ik weet zo gauw geen operahuis die dit aandurft. Grote klasse!

  • Leen Roetman zei:

    Dit mag niemand missen! Wonderschoon.

  • kersten zei:

    In alle opzichten een prachtproductie. Regie en toneelbeeld puur, dramatisch en charmant als de Gluck-opera zelf.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.