Home » Buitenlands nieuws, Featured, Operarecensie

Opera over de grens

29 augustus 2009 Geen reacties

In de regelmatig terugkerende rubriek ‘Opera over de grens’ worden belangrijke premières die onlangs in internationale operahuizen plaatsvonden op een rijtje gezet. Deze keer het eerste optreden van Domingo en Yo-Yo Ma, een bijzondere Schönberg-opera in Bochum en de afsluiting van de Bayreuther Festspiele.

In Hollywood stond een concert van wereldformaat op het programma. In de Hollywood Bowl – een beroemd, modern amfitheater met ruimte voor meer dan 17.000 mensen – traden Yo-Yo Ma en Plácido Domingo voor het eerst samen met elkaar op.

Beide artiesten zijn grootheden in hun vakgebied. Ma als cellist, Domingo als tenor. Maar aangezien dat niet zo’n gebruikelijke combinatie is, stonden ze nooit eerder met elkaar op de planken. Domingo neemt echter ook wel eens de dirigentenstok ter hand, en in die rolverdeling was een treffen mogelijk.

Dat gebeurde op dinsdag 25 augustus. Ma speelde het celloconcert van Dvorák, Domingo dirigeerde. Ook dirigeerde de tenor de vijfde symfonie van Tsjaikovski. Het was de eerste keer dat Domingo voor de Los Angeles Philharmonic – het huisorkest van de Bowl – stond en ook de eerste keer dat hij in de Bowl dirigeerde.

Volgens Mark Swed van de Los Angeles Times was het openluchttheater volgepakt. En er hing een bijzondere sfeer. „Evenementen als dit veranderen vaak in circussen”, schrijft de recensent. „Merkwaardig genoeg was dat hier niet het geval. Een massa mensen – de capaciteit is 17.374 – die intens zit te luisteren is een zeldzame, buitengewone gebeurtenis.

Het spel van Ma was volgens Swed ook frisser, nieuwer dan normaal – terwijl hij het stuk toch tientallen, zo niet honderden keren gespeeld heeft. „De Bowl gaf hem duidelijk energie.”

Volgens Swed viel Domingo’s dirigeerkwaliteit tegen. Hij maakte niet echt contact met Ma. En in de vijfde symfonie van Tsjaikovski kwam aan het licht dat de Spanjaard onervaren is als het om symfonieën gaat.

Toch blijft het bijzonder. Swed: „Ik heb nog nooit gehoord van een zanger die de hoofdrollen in Tsjaikovski’s Eugene Onegin en Schoppenvrouw heeft gezongen en ook de symfonieën van de componist heeft gedirigeerd.”

Maar echt los kwam Domingo pas toen hij in een toegift ‘Elegy’ zong van Massenet, waarbij Ma begeleidde. „Domingo was weer Domingo”, schrijft Swed. Het blijft een tenor…

Dale Duesing als Moses (foto: Paul Leclaire).

Dale Duesing als Moses (foto: Paul Leclaire).

RuhrTriennale

Minstens even bijzonder als het duo-optreden van Ma en Domingo was een productie van Moses und Aron van Arnold Schönberg in Bochum. Regisseur Willy Decker (afgelopen seizoen in Amsterdam te zien met La Traviata) maakte daar een flink spektakel van.

Althans, dat meent Ronald de Beer van de Volkskrant, die de voorstelling bezocht. De productie van Moses und Aron vond plaats in de Jahrhunderthalle in Bochum en was onderdeel van de RuhrTriennale, een festival dat voorstellingen programmeert in oude fabrieken.

De Jahrhunderthalle is zo’n enorme fabriek. In de hal waren twee grote tribunes tegenover elkaar geplaatst. De voorstelling speelde zich in het midden af.

Decker, de nieuwe intendant van het festival, verraste het publiek met tal van dingen. Zo vertolkte het koor de ‘Brandende Braambos’ vanaf verschillende plekken in het publiek. „Je kreeg Gods hete adem in de nek”, schrijft De Beer. En op een gegeven moment schoof een complete toeschouwershelft naar achteren om plaats te maken voor het volk van Israël.

De voorstelling sloeg erg aan (ritmisch applaus en gestamp) en ook de Volkskrant-recensent is er zeer over te spreken. „Een spektakel vol verrassingen”, noemt hij het. „Eropaf, is het devies.”

Muzikaal gezien leverden de Bochumer Symphoniker en de solisten Dale Duesing (Moses) en Andreas Conrad (Aron) goede prestaties. De Beer hoorde ‘fascinerende muzikale details’ en concludeert dan ook de productie „vermoedelijk alles naar de kroon steekt wat er op Schönberggebied ooit te zien is geweest”.

Bayreuther Festspiele

Vrijdag 28 augustus werd de Bayreuther Festspiele afgerond met een voorstelling van Tristan und Isolde. Een saaie voorstelling, als je het George Jahn van AP vraagt. De opera was door Wagner bedoeld als een monument voor de liefde, maar in de regie van Christoph Marthaler werd het een monument voor saaiheid, meent hij.

Dirigent Peter Schneider (foto: Bayreuther Festspiele).

Dirigent Peter Schneider (foto: Bayreuther Festspiele).

Jahn geeft toe dat Tristan und Isolde moeilijk te ensceneren is, maar hem bekroop het gevoel dat de regisseur zich daar volledig bij neergelegd had en er een soort concertante opvoering van had willen maken.

Wat de solisten betreft was Jahn wel gecharmeerd van de volle stem en de gemakkelijke kracht van Irene Theorin (Isolde). Meer dan van Robert Dean Smith als Tristan. Robert Holl was ‘overtuigend’ als Marke en ook de ervaren dirigent Peter Schneider bracht het er in de ogen van de recensent goed af. „Maar zelfs de muziek kon deze productie niet redden”, moet hij toch concluderen.

De Bayreuther Festspiele kwam met deze productie ten einde. De dertig voorstellingen die de afgelopen weken in de Wagner-stad te zien waren, waren allen zo goed als uitverkocht. Wetende dat het Festspielhaus zo’n 2000 plaatsen telt, hebben er rond de 60.000 mensen de Wagner-opera’s bezocht.

Het scherm op het Volksfestplatz deed het ook goed. Daar werd begin augustus Tristan und Isolde uitgezonden. Ongeveer 20.000 mensen volgden die voorstelling.

Volgend jaar wordt het festival geopend met een nieuwe productie van Lohengrin, met Jonas Kaufmann in de hoofdrol.

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.