Home » Buitenland, Featured, Operarecensie

Op het puntje van je stoel bij Kosky’s Rusalka

Berlijn15 januari 2014 Geen reacties

Een zeemeermin op het toneel. Zo wordt op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt hoe moeilijk het voor Rusalka is om mens te worden. Dit is een sprookje, maar bepaald geen zoetsappig verhaal. Aan het eind is hij dood en leeft zij nog lang en ongelukkig. Barrie Kosky werkt dat bij de Komische Oper Berlin geweldig uit.

Scène uit Barrie Kosky's Rusalka (met een andere hoofdrolvertolkster dan in de besproken voorstelling) (foto: Monika Rittershaus).

Scène uit Barrie Kosky’s Rusalka (met een andere hoofdrolvertolkster dan in de besproken voorstelling) (foto: Monika Rittershaus).

In 2011 ging Antonin Dvoraks Rusalka in de regie van Barrie Kosky bij de Komische Oper in première. Afgelopen zaterdag werd de reeks afgesloten met de 23e en laatste in het Duits gezongen voorstelling. Naar verluidt zal de productie over twee jaar worden hernomen, maar dan in het Tsjechisch.

Inmiddels is Kosky alweer ruim een jaar intendant van de Komische Oper Berlin. Hij zag zijn huis door Opernwelt bekroond worden met de titel Opernhaus des Jahres (2013). Het ensemble straalt een enorme vitaliteit uit en de programmering is gedurfd, met enerzijds de provocerende enscenering van bijvoorbeeld Die Entführung aus dem Serail en anderzijds de gewaagde keuze voor de ‘jazz-operette’ Ball im Savoy van Paul Abraham. En ook deze Rusalka past prima in het beeld dat het huis van zichzelf wil uitdragen.

Ik zag een toneel dat leeg was, op een kleine bank na. In de achterwand zat een deur, de enige reguliere toegang tot het toneel. Onder de bank zat een soort doorgeefluik, een alternatieve route, uitsluitend voor Rusalka. Zo nu en dan werden er wat rekwisieten gebruikt, zoals een operatietafel en een keukentafel, die op ruwe wijze door de deur werden geduwd.

De drie elfen werden neergezet als een stel ruige meiden. Ze stoeiden met elkaar en met de later opkomende watergeest als een stel handtastelijke tieners.

Toen kwam Rusalka op, zich moeizaam door het luikje wurmend. Ondanks haar enorme staart wist ze zich redelijk vlot over het toneel te verplaatsen. Na het duet met de watergeest (een mooie rol van Jens Larsen), waarin ze haar wens te kennen gaf een mens te worden, verscheen Jezibaba, de heks, op het toneel. Er volgde een scène waarin Rusalka werd geopereerd. Ze werd opengesneden waarna er een enorme visgraat naar buiten werd getrokken. Vervolgens werd haar vissenstaart afgestroopt en kwamen er benen en voeten tevoorschijn.

Kosky stelt in zijn toelichting dat Rusalka in zijn visie een sirene is, een wezen dat door haar stem mannen in het verderf stort. Haar stem is als het ware haar instrument, de oorsprong van haar macht. Als ze mens wordt, verliest ze haar stem, oftewel: haar macht. Dat daarmee op voorhand een normaal functioneren in de menselijke samenleving onmogelijk wordt, beseft Rusalka onvoldoende en dat is haar tragiek.

Kosky geeft verder aan dat er bij een sprookje sprake moet zijn van enige mate van vervreemding. Het moet niet al te dicht op de werkelijkheid van de toeschouwer staan. Vandaar de keuze voor het zeemeerminlijf. Rusalka werd zo nadrukkelijk geïntroduceerd als een wezen uit een andere wereld. Bij de overige spelers zorgden negentiende-eeuwse kostuums en (in de derde akte) een halloweenachtige uitmonstering voor dit effect.

De Poolse mezzo/alt Agnes Zwierko zette een werkelijk angstaanjagende heks neer, compleet met zwarte kat. Ze kan een zware stem opzetten en heeft een enorm bereik in de laagte, wat ze in deze rol volledig uitbuitte. Een prachtig optreden.

(Foto: Monika Rittershaus)

(Foto: Monika Rittershaus)

Rusalka werd vertolkt door de uit Litouwen afkomstige sopraan Asmik Grigorian, dochter van de Armeense tenor Gegam Grigorian. Bij haar had ik direct een associatie met Evelyn Herlitzius: hoe kan er zo veel schitterend geluid komen uit zo’n tenger lijfje?

Grigorian bleek niet alleen een fantastische sopraan, ze kon ook fenomenaal acteren. Dat werd allengs duidelijk toen ze moest ‘leren lopen’ na haar operatie. Met een schitterende mimiek en een enorme lenigheid gaf ze een stukje toneel ten beste dat deed denken aan een combinatie van Charlie Chaplin en Bambi die voor het eerst op het ijs komt te staan.

Nadat ze door de prins, een goed zingende Timothy Richards, in een mooie jurk was gehesen, deed Rusalka haar intrede in het paleis. In de keuken werd over haar geroddeld, terwijl ze onder de tafel ineengedoken zat. Ze pakte een grote vis van de keukentafel en hield die liefkozend tegen zich aan. Heimwee naar vroeger en het opkomende gevoel dat het allemaal op niets zou gaan uitlopen met die prins.

De ‘vreemde prinses’ werd neergezet als een pijprokende vamp, geen partij voor Rusalka, maar ook niet voor de prins. Ze liep met gemak over beiden heen, mooi vertolkt door Karolina Gumos. Het vlot spelende orkest van de Komische Oper stond onder leiding van Henrik Nánási.

Tijdens dit sprookje met ruwe trekjes zat ik op het puntje van mijn stoel. De avond ervoor had ik Siegfried gezien, maar daar kwam ik lang niet zo moe vandaan als van deze Rusalka. Dat is nadrukkelijk een compliment voor Barrie Kosky. En Asmik Grigorian hoop ik nog eens ergens terug te zien. Wat een talent!

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.