Home » CD-recensies, Featured

CPO maakt zeldzame opname L’Arlesiana

7 juli 2014 5 reacties

Het gebeurt niet vaak dat Francesco Cilea’s opera L’Arlesiana in zijn geheel te horen is. Het Theater Freiburg gaf het werk in juli 2012 echter een kans door middel van een concertante uitvoering die – gelukkig! – werd opgenomen.

arlesianaEr bestaan diverse opera’s die hun bekendheid aan één aria te danken hebben. Denk alleen maar aan La Wally. Of ook aan Andrea Chénier en La Gioconda. Maar er kan maar één winnaar zijn en dat is ongetwijfeld L’Arlesiana van Cilea.

De aria ‘E’ la solita storia del pastore’, beter bekend als het ‘lamento di Federico’, behoort tot de mooiste en meest geliefde tenoraria’s uit de hele operageschiedenis. Zowat elke tenor zingt het en het ontbreekt zelden op compilatie-cd’s of operarecitals. Geen wonder: wie van ons kan het bij de smachtende tonen droog houden? Maar wie weet eigenlijk waar het over gaat? En wie heeft de opera ooit in zijn geheel gehoord?

L’Arlesiana wordt nog maar mondjesmaat uitgevoerd en ook de opnamen zijn schaars. Wonderlijk eigenlijk, maar de intendanten van de meeste operahuizen houden niet van verismo. Is er te weinig eer aan te behalen voor regisseurs?

Niet dat L’Arlesiana een meesterwerk is. Cilea wist zelf dat zijn opera onevenwichtig was en hij bleef er dan ook vanaf de première in 1897 tot aan zijn dood in 1950 aan sleutelen. Van vier akten is hij naar drie gegaan en zijn mooiste en beste zet was ongetwijfeld het toevoegen van het beroemde intermezzo ‘La notte di Sant’Egilio’ in 1937.

Het meest merkwaardige van de opera is dat de titelheldin, het meisje uit Arles, er niet in voorkomt. Althans niet fysiek. Er wordt over haar gesproken en geroddeld en ze is de aanstichtster van een drama waar ze waarschijnlijk niets van weet, maar wie zij zelf is, dat komen wij nooit te weten.

Wel duidelijk aanwezig is Rosa Mamai, de moeder van Federico. Ergens las ik dat als Santuzza (Cavalleria rusticana) ooit Sicilië verlaten zou hebben en een eigen gezin had gesticht, dat zij dan zeker Rosa Mamai zou zijn geworden. Daar moest ik aan denken toen ik naar de fantastische, zeer dramatische Rosa Mamai van Iano Tamar luisterde.

In haar eigen ‘lamento’ (‘Esser madre é un inferno’) tart Tamar de grenzen van het mooi zingen, maar ze overschrijdt ze nergens en maakt ons zo prachtig deelgenoot van haar verdriet. Daarmee bewijst ze wat we eigenlijk al wisten: de opera gaat niet over de onnozele herder Federico en zijn wanhopige liefde voor de overspelige Arlesienne. Nee, het gaat over de grenzeloze liefde van een moeder die haar zoon koste wat kost voor een fataal lot wil behoeden, en daarin zelfs zo ver gaat dat ze toestemming voor het huwelijk met ‘de loeder’ geeft. Het mag niet baten: in een soort van waan stort Federico zich van de hooizolder.

Giuseppe Filianoti heeft het ideale timbre voor Federico: prachtig lyrisch, maar met genoeg kracht om aan de zware eisen van de complexe rol, met zijn vele gemoedsveranderingen, te voldoen. Ik zou waarachtig niet weten wie anders de rol met zo veel gevoel en smacht zou kunnen zingen (wellicht op Jonas Kaufmann na). Het is een echte ‘Caruso-rol’; met lyriek alleen red je het niet.

Mirella Bunoaica’s lichte en wendbare sopraan is soms net kwekzilver: springerig en fascinerend mooi. Maar haar Vivetta beschikt ook over power. Als het nodig is, is het meisje bereid tot vechten. Het is haar schuld niet dat haar geliefde gek is geworden (denk aan Micaela)!

Francesco Landolfi is een mooie Baldassare. Autoritair, maar ook zeer vaderlijk. Zijn ‘Come due tozzi accesi’ ontroert mij zeer. Hij fraseert met een perfectie die je niet vaak tegenkomt en verbluft met zijn ‘messa di voce’.

Ook alle kleine rollen zijn meer dan adequaat bezet en het orkest onder Fabrice Bollon speelt zeer bezield.

En deze opname heeft nog meer te bieden. Het bevat een verloren gewaande aria van Federico: ‘Una mattina m’apriron nella stanza’. De ontdekking hebben we aan Giuseppe Filianoti te danken, die het stuk in het Museo Francesco Cilea vond, in een manuscript van de componist. ‘Una Mattina’ was tijdens deze uitvoering in Freiburg voor het eerst te horen.

Hieronder de oorspronkelijke versie van het ‘lamento di Federico’ (let op het einde), gezongen door Giuseppe Filianoti:

Hieronder de herontdekte aria van Federico: ‘Una mattina m’apriron nella stanza’, eveneens gezongen door Filianoti:

door

L'Arlesiana
Francesco Cilea

Uitgevoerd door: Philharmonisches Orchester Freiburg, Opernchor en Kinderchor des Theater Freiburg en Camerata Freiburg onder leiding van Fabrice Bollon.
Solisten: Giuseppe Filianoti, Iano Tamar, Mirella Bunoaica, Francesco Landolfi, e.a.
Uitgever: CPO (7778052)

5 reacties »

  • Figaro zei:

    A very nice work in a very nice recording. I wished that opera would be performed more often!

  • Patrick van Rhedenborg zei:

    Je hebt me wel behoorlijk nieuwsgierig gemaakt! Aan wat voor stemtype moet ik denken bij Rosa Mamai? Beetje ”Zwischenfach” zoals bij Santuzza?
    Het is trouwens HET loeder hè? Niet DE! 😉

  • Patrick van Rhedenborg zei:

    Ha, mijn laatste opmerking is nu niet meer relevant; jullie hebben het al gecorrigeerd. Snel hoor! Maar dan nu nog graag een antwoord op mijn eerste vraag. 😉

  • basia jaworski zei:

    Ja, Patrick. Denk inderdaad aan een _goede_ Santuzza.
    Iano Tamar is een echte sopraan, maar dan met voce di petto
    Vandaar ook dat ik aan Santuzza moest denken toen ik haar Rosa Mamai hoorde.

  • Patrick van Rhedenborg zei:

    Bedankt, Basia!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.