Home » Buitenland, Featured, Operarecensie

Kupfer werpt ander licht op Rosenkavalier

Salzburg11 augustus 2014 3 reacties

Zelden werd mij zo duidelijk hoezeer je waarneming van een opera veranderd kan worden door een ongebruikelijke casting als tijdens de Rosenkavalier-productie van de Salzburger Festspiele, die vorige week in première ging. Harry Kupfer kiest voor een boeiende benadering, met indrukwekkende beelden, maar weinig emotie.

Scène uit Der Rosenkavalier (foto: Salzburger Festspiele / Monika Rittershaus).

Scène uit Der Rosenkavalier (foto: Salzburger Festspiele / Monika Rittershaus).

Harry Kupfer maakt in zijn regie Baron Ochs auf Lerchenau de eigenlijke hoofdrolspeler, en sluit zo aan bij de oorspronkelijke bedoeling van het `leading team´, Hugo von Hoffmannsthal en Richard Strauss. Door verschillende omstandigheden, en ook beïnvloed door de censuur, kwam die intentie uiteindelijk niet uit de verf. Maar nu staat Ochs toch in het middelpunt, niet het minst door de fabuleuze vertolking van Günther Groissböck.

Bij Kupfer is Ochs geen ouder wordende wellusteling die achter de meiden aanzit, evenals achter het vermeende kamermeisje `Mariandl´ en zijn eigen bruid Sophie. Hij is een jonge, dynamische en ongelofelijk ijdele dandy, die, ook op sociaal vlak, geen grenzen kent, en die de Marschallin frank en vrij verhaalt over zijn bedoelingen en strategie. Groissböck toont zich in dat karakter een volbloed zanger, die helemaal in zijn rol kan opgaan, vocaal en theatraal.

De Marschallin van Krassimira Stoyanova is veel te nobel om zich aan te passen aan wat er om haar heen gebeurt. Ze verwondert zich, maar blijft er gelaten onder. Stoyanova zingt haar met een zacht en elegant timbre, en groot verdriet. Het einde van de eerste akte tekent haar berusting: ze staart naar een park, dat op de achtergrond geprojecteerd wordt. Een beeld van totale eenzaamheid.

Sophie Koch en Krassimira Stoyanova (foto: Salzburger Festspiele / Monika Rittershaus).

Sophie Koch en Krassimira Stoyanova (foto: Salzburger Festspiele / Monika Rittershaus).

De reden voor haar verdriet is de zeer krachtige Octavian van Sophie Koch. Ze is veeleisend en `stürmisch´, en toont als Mariandl een groot talent voor komedie. Ook vocaal is ze genuanceerd. Ik mis echter de emotionele momenten, maar daar lijkt vooral de regie verantwoordelijk voor te zijn. Bij het overhandigen van de zilveren roos mogen Octavian en Sophie elkaar niet aankijken. Beiden kijken richting de dirigent, wat muzikaal wel een voordeel is, maar de magie uit de scène haalt. Daarbij is de Sophie van Mojca Erdmann een genot om naar te kijken, ook al kan haar stem de grote ruimte van het Festspielhaus niet geheel vullen.

In de rol van Sophie´s vader, Herr von Faninal, laat Adrian Eröd duidelijk het innerlijke conflict van de pas tot de adel toegetreden man zien. Enerzijds wil hij imponeren, anderzijds is hij geschokt hoe de toekomstige bruidegom zijn onschuldige kind behandelt.

Franz Welser-Möst laat de Wiener Philharmoniker in vele kleuren ontvlammen en trekt met de volle weelde van Strauss´ muziek de zangers en het publiek met zich mee. Soms haast te sterk, aangezien de zangers zich soms erg moeten inspannen om over de orkestrale klanken heen te zingen.

Mojca Erdmann en Sophie Koch (foto: Salzburger Festspiele / Monika Rittershaus).

Mojca Erdmann en Sophie Koch (foto: Salzburger Festspiele / Monika Rittershaus).

Het decor voert de toeschouwer naar Wenen. De enorme projecties op de achtergrond hebben bijna het karakter van een reclamecampagne voor de Oostenrijkse stad. De Marschallin ziet uit op de Hofburg en Faninal verblijft in een kunsthistorisch museum, dat tamelijk bombastisch ontworpen is en op het toneel zelf nog eens aangevuld wordt met eerder minimalistisch meubilair. Een irriterende stijlbreuk.

De derde akte vindt plaats in een kleine `Prater-Gaststätte´ en eindigt met uitzicht op groene weiden, gehuld in de ochtendnevel. Het `fin de siècle´ op zijn best.

Regisseur Harry Kupfer maakt met plezier gebruik van de indrukwekkende tableaus, maar laat weinig emotie toe. Ook in de derde akte mogen Octavian en Sophie emotioneel gezien niet echt nader tot elkaar komen. De souvereiniteit en het offer van de Marschallin komen wat dat betreft wezenlijk beter tot uitdrukking.

De afgang van Ochs is minder blamerend dan in andere ensceneringen. Zijn handelen lijkt veel meer een spel, dat hij dit keer helaas verloren heeft. Dat deze Ochs binnenkort beslist weer op jacht zal gaan, is de werkelijke conclusie van deze avond…

Zie voor meer informatie de website van de Salzburger Festspiele.

door

Der Rosenkavalier
Richard Strauss

Uitgevoerd door: Wiener Philharmoniker, Wiener Staatsopernchor en Salzburger Festspiele und Theater Kinderchor onder leiding van Franz Welser-Möst.
Solisten: Krassimira Stoyanova, Mojca Erdmann, Sophie Koch, Günther Groissböck, Adrian Eröd, e.a.
Regie: Harry Kupfer.

3 reacties »

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.