Home » Achtergrond, Featured

Achtergrond: Gouwe diva’s rond Maria Callas

16 oktober 2014 19 reacties

Hun gloriedagen zijn reeds lang voorbij, maar hun roem blijft bestaan. In de tijd dat Maria Callas haar ongeëvenaarde faam vergaarde, waren nog veel meer ‘gouwe diva’s’ actief. Het overlijden van één van hen, Anita Cerquetti, vestigde weer even de aandacht op deze generatie. Basia Jaworski duikt in hun verhalen.

Maria Callas.

Maria Callas.

Maria Callas was een diva met een ware cultstatus. Die dankte ze niet alleen aan haar zangkunst, maar ook aan haar onmiskenbare acteertalent, haar aantrekkelijke uiterlijk en haar, helaas, meer dan tragische persoonlijke leven. De stroom van boeken, artikelen, memoires en mijmeringen rond de superster is eigenlijk nooit opgedroogd. Ook nu nog niet.

Toch zijn er veel meer sopranen uit de tijd van Callas die op het allerhoogste niveau zongen en het verdienen besproken te worden. Dat bleek wel toen Anita Cerquetti op 11 oktober overleed en er niets dan lovende woorden over haar opborrelden.

De sopranen waar ik het over ga hebben, waren allen min of meer Callas’ leeftijdsgenoten en zongen allen vrijwel hetzelfde repertoire (spinto-sopranen die voornamelijk veristische rollen zongen, zoals Magda Olivero, Carla Gavazzi en Clara Petrella, laat ik buiten beschouwing).

Deze diva’s misten het geluk om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn en bijvoorbeeld iemand tegen te komen die belangrijk genoeg was om hun carrière een boost te geven en hun een platencontract te bezorgen.

Anita Cerquetti.

Anita Cerquetti.

Anita Cerquetti
Ik begin met Anita Cerquetti. Haar carrière duurde, net als die van Callas, niet lang. Ze werd in 1931 geboren en maakte al in 1951 (!) haar operadebuut, als Aida in Spoleto. Ze werd – typisch genoeg – het beroemdste door een invalbeurt voor de zieke Callas in 1958. Terwijl ze ook nog in een productie van Norma stond in Napels, zong ze enkele voorstellingen van diezelfde opera van Bellini bij het operahuis van Rome, in plaats van La Divina.

Op het label Bongiovanni (GB 1206-2) kunt u haar horen in het bekende ‘Casta diva’ uit Norma. Voor mij is dit één van de mooiste uitvoeringen van deze aria ooit. Kippenvel.

Hieronder een opname van haar ‘Casta diva’ tijdens haar invalbeurt voor Callas in 1958:

Leyla Gencer
De in 1928 in een kleine plaats naast Istanbul geboren Gencer heeft net als Callas een cultstatus, ook nu nog, maar dan op kleinere schaal. Ze had een Turkse vader en een Poolse moeder, waardoor ze ook die taal machtig was. Er bestaat zelfs een piratenopname van haar met liederen van Chopin in het Pools.

Leyla Gencer.

Leyla Gencer.

Gencers specialiteit was belcanto. Haar eerste Anna Bolena zong ze slechts een jaar later dan Callas. En in tegenstelling tot Callas zette zij ook een andere koninginnenopera van Donizetti op haar repertoire: Roberto Devereux.

Naast al haar Bellini’s, Donizetti’s en Verdi’s, en tussen Saffo van Paccini en Francesca da Rimini van Zandonai door, zong ze ook het een en ander van Mozart. Haar Contessa (Le nozze di Figaro) in Glyndebourne werd gelukkig gearchiveerd en niet zo lang geleden op een cd uitgebracht. Voor de rest moet u genoegen nemen met de piraten.

Haar ronde en heldere stem – met de beroemde pianissimi, waar alleen Montserrat Caballé zich aan kon meten – is zo mooi dat het pijn doet. Mocht u nog nooit iets van haar gehoord hebben, luister dan hieronder naar ‘La vergine degli angeli’ uit La forza del Destino, opgenomen in 1957. Wedden dat u naar adem gaat snakken?

Virginia Zeani
Is het u weleens opgevallen hoeveel geweldige zangeressen uit Roemenië komen? Virginia Zeani is één van hen, in 1925 geboren in Solovăstru.

Virginia Zeani.

Virginia Zeani.

Zeani maakte op haar 23e haar debuut als Violetta in Bologna (ingesprongen voor Margherita Carossio). Die rol zou haar handelsmerk worden.

De sopraan zong maar liefst 69 rollen, waaronder veel wereldpremières. Zo creëerde ze in 1957 de rol van Blanche in Dialogues des carmélites van Poulenc. Haar repertoire reikte van Händel (Cleopatra in Giulio Cesare), via Bellini, Donizetti, Massenet en Gounod tot Wagner (Elsa en Senta). Met uiteraard de nodige Verdi’s en Puccini’s en als één van haar grootste glansrollen Magda in The Consul van Menotti.

Zelf ben ik helemaal bezeten van haar Tosca, maar ook haar Violetta mag echt niemand missen. Haar coloraturen in de eerste akte zijn meer dan perfect. En dan haar ‘morbidezza’… Doe het haar eens na!

Er is nog één opname met haar (ja, een piraat, uiteraard, maar wel in de handel verkrijgbaar): L’assassinio nella cattedrale van Pizetti, onder leiding van de componist, samen met haar echtgenoot, de bas Nicola Rossi-Lemeni. Een must.

Hieronder haar ‘Vissi d’arte’ (Tosca), opgenomen in 1975, toen ze de vijftig al gepasseerd was.

Marcella Pobbe.

Marcella Pobbe.

Marcella Pobbe
Marcella Pobbe is misschien een beetje een buitenbeentje in deze lijst, aangezien zij niet zo veel belcantorollen op haar repertoire had staan (wel Gluck en Rossini, maar geen Bellini). Maar de Verdi- en Puccini-heldinnen had zij min of meer gemeen met La Divina. Verder zong ze veel Mozart en Wagner. Maar waar ze echt beroemd mee is geworden, is Adriana Lecouvreur van Cilea.

Pobbe was buitengewoon mooi. Sierlijk, elegant, haast koninklijk. En haar stem was precies zo: haar zang vloeide als een soort lava, waarin je je helemaal kon verliezen. Luister hieronder bijvoorbeeld naar ‘Io son l’umile ancella’ uit Adriana Lecouvreur en denk aan die gouden tijd, die onherroepelijk voorbij is.

Caterina Mancini
Nooit van gehoord? Dan wordt het tijd dat u de schade gaat inhalen, want ik beloof u een stem uit duizenden, met een prachtige hoogte, zuivere coloraturen (allemaal ‘al punto’) en een dramatiek waar zelfs La Divina jaloers op kon worden.

Caterina Mancini.

Caterina Mancini.

Mancini’s carrière duurde maar kort. Er werd over gezondheidsproblemen gesproken, maar wat er werkelijk gebeurde? Feit is dat de in 1924 geboren sopraan er al in 1960 mee ophield. Al vinden we haar naam nog wel terug in 1963, als contra-alt (!) bij het concert ter nagedachtenis aan Kennedy.

Haar debuut maakte Mancini in 1948, als Giselda in I Lombardi. In de Scala zong ze al in 1951 Lucrezia Borgia. Donizetti, Rossini en Bellini ontbreken dan ook niet op haar repertoire.

Het Italiaanse label Cetra heeft het één en ander van haar vastgelegd; moeilijk verkrijgbaar, maar zo ontzettend de moeite van het zoeken waard!

Op haar mooist vind ik haar als Lida in La Battaglia di Legnano van Verdi. Hieronder een fragment daaruit:

Renata Scotto
Nu zie ik u met gefronste wenkbrauwen denken: Scotto…? Maar die is toch best beroemd geworden? Klopt. Maar niet vóórdat La Divina haar carrière had beëindigd. Bekend werd ze toen ze op het laatste moment voor Callas insprong in La Sonnambula in Edinburgh, in 1957.

Renata Scotto.

Renata Scotto.

Haar belcantorepertoire was groter dan dat van Callas. Denk alleen maar aan opera’s als Zaira, La Straniera of I Capuleti e i Montecchi. Zij zong ook La Vestale van Spontini en stond naast Callas in de kleine rol van Glauce in Medea van Cherubini.

Ook van Verdi zong zij meer rollen dan Callas. Ze had weliswaar geen Aida paraat, maar zong wel Desdemona, Luisa Miller en Elisabetta (Don Carlo). Plus de sopraansolo in Verdi’s requiem (luister naar haar ‘Libera me’ in de live-opname uit Moskou!). Verder is zij voor mij de beste Gilda (Rigoletto) ooit.

Hieronder de finale uit La Sonnambula, 1961:

Tip
Hebben deze fragmenten uw aandacht gegrepen? Mijn advies: schaf de documentaire Opera Fanatic aan (Arthaus Musik 101 813). De film is in 1999 door Jan Schmidt-Garre gemaakt en heeft ondertussen behoorlijk wat prijzen op verschillende filmfestivals gewonnen. Terecht. Het is een soort ‘road movie’, maar dan met operasterren in de hoofdrollen. Aan het woord komen onder anderen Anita Cerquetti, Leyla Gencer en Marcella Pobbe, naast nog vele andere diva’s van weleer.

door

19 reacties »

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Dank voor deze aantrekkelijke smaakmaker. Ik ga zeker Opera Fanatic aanschaffen!

  • Steven Surdèl zei:

    ‘Opera Fanatic’ is inderdaad een bijzonder document, maar dan wel vanwege de uitstraling van de toen nog levende zangeressen, inclusief een stokoude en bijna dove Gina Cigna.

    Maar van de gratuite en onpersoonlijke vragen van interviewer Stefan Zucker krijg ik jeuk. Een van de dames vraagt hem zelfs of hij niets beters weet te verzinnen…

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Ai, pijnlijk …

  • theo laceulle zei:

    Wat een mooi stuk, Basia!! Een van mijn mooiste jeugdherinneringen in het Gebouw voor K&W in Den Haag vond plaats in 1963; toen zong Virginia Zeani bij de oude Nederlandse Opera Lucia di Lammermoor, onvergetelijk, vooral de waanzinsscene, en zo goed geacteerd! Onder leiding van ‘onze eigen’ Arrigo Guarnieri zong een piepjonge, slanke Luciano Pavarotti Edgardo en verder herinner ik mij Giuseppe Forgione, een geweldige bariton, en Lorenzo Gaetani. Drie jaar achtereen kwam er een heel gezelschap uit Parma te gast bij de Nederlandse Opera; 1962 I Puritani met Anna Moffo (hoorde die ook niet een beetje in dit rijtje thuis?), en in 1964 l’Amico Fritz met Rosanna Carteri – dat waren nog eens ‘zangers-tijden’!

  • Steven Surdèl zei:

    Er zullen vast ook nog wel mensen zijn de in de jaren `60 Magda Olivero in Amsterdam hebben zien optreden. Die (ook in het buitenland beroemde)`Amsterdam recitals’ zijn volgens mij al jaren een succesnummer van de Gala CD’s. Meldt U zich hier s.v.p., want het lijkt mij een bijzondere ervaring.

  • chris Horsmeier zei:

    geachte heer Laceulle .
    U bent me net voor had dit ook willen schrijven over Virginia Zeani en Toen nog een wat onbekende Pavarotti.
    Ja prachtig was dit, ook de I Puritani ,metAnna Moffo.
    Ja inderdaad hoort eigenlijk.
    , ook wel thuis in dit rijtje.

    Over Magda Olivero mijnheer Surdel ja mooi dingen gehoord van haar en eigenlijk ergens wel jammer altijd concertant en nooit onbegrijpelijk bij de Opera gezien .
    Ja er is dubbel cd van met amsterdamse opnames blij deze te hebben..Geniet er veel van . Zeer bijzonder dit allemaal.
    Ja mooie tijden die Matinee s.

  • julia wasowicz zei:

    Wat een mooi verhaal Basia! Groeten uit Sopot!

  • Hans van Verseveld zei:

    Omdat ik even zonder internet en telefoon zit, meld ik via een omweg, dat ik het roerend eens ben met Theo Laceulle. Virginia Zeani in Amsterdam als Lucia met Pavarotti. Onvergetelijk!!
    Het artikel van Basia had in een iets andere vorm in de Luister gestaan en nogmaals mijn complimenten voor de degelijkheid en vooral omdat hier een aantal zangeressen genoemd worden, die we bijna zouden vergeten. Als groot Gencer- en Zeani fanaat zou dat toch verdrietig zijn. Dank voor deze heerlijke bijdrage.

  • Maartje zei:

    Zeani!!!!! Pas afgelopen jaar ontdekt maar zo’n enorme inspiratiebron! Komt bij mij veel harder binnen dan Callas.

  • Steven Surdèl zei:

    Wat is er toch met Roemenië (excuus voor het ontbreken van de trema) dat er zulke bijzondere talenten vandaan komen (en kwamen)? Niet alleen de hier geroemde Zeani, maar ook Nelly Miricioiu en Ileana Cotrubas. En niet te vergeten achter de piano Dinu Lipatti en Clara Haskil.

  • theo laceulle zei:

    En Georges Enesco, de grote componist, violist en leraar van o.a. Menuhin en Ida Haendel!! Nu we het toch over herinneringen hebben: Cotrubas zong in het HF nb als invalster (!) met het gezelschap uit Bologna onder Chailly een onvergetelijke Rondine, en om ook nog even op Olivero terug te komen: tijdens haar concerten in het CG liep ik bij het applaus altijd (‘Brava’roepend!) naar voren. Aan de zijpaden zaten dan vele mensen met betraande ogen – en ik met hen!

  • Steven Surdèl zei:

    En ik (net als Inspector Morse in de Arena van Verona) bij het horen van haar opname uit 1938 van ‘Signore, ascolta’ uit Puccini’s Turandot. Onvergetelijk, luister maar eens op YouTube (Olivero + Signore + 1938).

  • kersten zei:

    ..en, om nog even op Roemenië terug te komen:
    A N G E L A G. !!! ,roep ik met overslaande stem.

  • HennyLengton zei:

    Ik heb jaren geleden samen met mijn moeder Anna Moffo gezien in I Puritani in de Rotterdamse Schouwburg. Een onvergetelijke avond. Ik heb nog het programma in mijn bezit, met handtekeningen van alle uitvoerenden.

  • Fred zei:

    Ok Basia maar je vergeet opzettelijk of niet DE grootste rivalen van Callas : Tebaldi (even beroemd als Callas in d’r glorietijd), Stella en De Los Angeles……….

  • Steven Surdel zei:

    @Fred,

    ‘al dan niet opzettelijk vergeten’ lijkt mij een al te vooringenomen formulering: bij dit soort beschouwingen kun je niet anders dan een keuze maken. Bovendien waag ik Antonietta Stella, na het beluisteren van enkele opnamen van haar, toch niet tot de allergrootsten te rekenen. Vergelijk haar Columbia-Traviata onder Serafin maar eens met die van Callas op haar oude Cetra-LP uit 1953 (http://www.operadis-opera-discography.org.uk/CLVETRAV.HTM), die juist vanwege dit oudere contract geen Traviata bij Columbia mocht opnemen.

    Bij het overlijden van Anita Cerquetti heb ik al verwezen naar het fraaie boek van Gianfranco Rasponi, ‘The Last Primadonnas’. (Nota: de titel suggereert enigszins ten onrechte dat Prima Donna’s tot het verleden zouden behoren.) Wie dit boek bij de bibliotheek leent of tweedehands koopt (zijn die mensen er nog in het digitale tijdperk?) vindt alle grote namen uit de ‘gouwe ouwe’ jaren van Maria Callas.

  • chris Horsmeier zei:

    helemaal mee eens denk dat Stella niet in dit rijtje thuis hoort.
    Maar mis wel een Rosanna Carteri, Maria Caniglia, Eileen Frrell, wat een stem zeg, Lina Pagliughi.
    Maar zeker ook onze eigen GRE BROUWENSTIJN!!!!!.
    Ja helemaal eens weet ook wel dat j niet alles en iedereen kan vernoemen. Dank je Basia
    Maar mooie site Basia, wanneer nu eentje over tenoren?

  • stefan caprasse zei:

    Of baritons of bassen…

  • Steven Surdel zei:

    Het is een serieus pak tekst, maar ik wil het U toch niet onthouden: de vergelijking tussen twee verwante stemmen: Anita Cerquetti en Caterina Mancini, van de hand van Bob Rideout.

    ANITA CERQUETTI

    With a comparative analysis of the career of Caterina Mancini.

    There is a group of names known to record collectors around the world, names that immediately invoke images of grandeur. Some were known for their beauty of form, others for a junoesque but imperial presence while still others transcended their natural physical limitations with stupendous vocal attributes. They are the Italian dramatic sopranos.

    Celestina Boninsegna, Eugenia Burzio, Ester Mazzoleni, Giannina Russ, Tina Poli Randaccio, Lina Bruna Rasa, Maria Caniglia, Gina Cigna and Renata Tebaldi would likely be on everyone’s list. We cannot overlook the American, Maria Callas, who was inextricably linked to Italy and that country’s lyric traditions. At the end of this magnificent rainbow, there was indeed a pot of gold.

    Or two! Caterina Mancini, who first told us who she was in 1948 and Anita Cerquetti, who established her place in history for the first time in 1949, kept the flame alive, until, upon their exits from the opera houses of the World, opera’s most enduring tradition ended.

    Despite my best efforts, I have been able to find nothing about the early life of Caterina Mancini, not even where she was born. Perhaps some kind reader will inform me of some details so that they can be included in the final copy of this article. In any case, Mancini made headlines throughout Italy in May of 1948 when she debuted at the Florence Maggio Musicale in Verdi’s ‘I Lombardi’. It is an opera rarely performed in this century and the curious came from all over the operatic world for the event. Mancini was hailed by virtually every critic and was immediately engaged to perform in both ‘Der Freischutz’ (Franco Cacciatore) and ‘La Battaglia di Legnano’ for Italian Radio (RAI).

    The latter performace is still available to us and it is an amazing document of utterly passionate vocalism. So heady was her beginning that the Rome Opera presented her on the opening night of the 1948-’49 season in Rossini’s ‘Mose’ and a month later in ‘Il Trovatore’.

    While all of this activity was going on, Anita Cerquetti, who was born on 13 April 1931 in the vicinity of Macerata, was quietly studying voice at Perugia’s Liceo Morlacchi. Anita had established solid musical credentials before entering the conservatory. There were seven years of violin instruction to facilitate an easy completion of her entrance examinations. Anita’s precocious and prodigious vocal talents were recognized by her mentors as entirely extraordinary, and at the age of eighteen, she was allowed to debut as a soloist in a concert at Citta di Castello. The date was 8 February 1949 and the program included the ‘Jewel Song’ from Gounod’s ‘Faust’ and music of Verdi, Bizet and Puccini. There are no extant reviews of that evening’s events, but it is known that it was not a presage to stardom.

    Anita returned to the Morlacchi for an additional two years of study and on 16 March 1961, not yet twenty, she debuted at Perugia’s Circolo della Musica in an all Verdi program. There was nothing special about the evening and Anita retreated to her family home, where she was unexpectedly approached by the management of Spoleto’s Teatro Nuovo who wished to engage her for the role of Aida. On 6 September she debuted in opera at Spoleto in the
    dual roles of Aida and the Priestess. She was praised for her ‘limpid tone, powerful voice, and the perfection of her intonation and diction’. Still, nothing extraordinary happened.

    It was not until the following July that Cerquetti reappeared on the
    stage, when the Teatro Nuovo of Milano presented her in two performances of ‘Il Trovatore’. This time she was recognized by several important Italian musicologists and on 25 August she appeared at Recanati with Beniamino Gigli in a concert. Her selections were ‘Vissi d’arte’ and ‘O terra addio’ and a week later she appeared with the great tenor at Macerata’s Arena Sferisterio. Again she chose a selection from ‘Aida’, ‘O cieli azzurri’ and ‘Ah forse è lui’ from Traviata. The chronology specifically notes that she did not attempt the hazards of ‘Sempre Libera’. The program was repeated on 6 September at Porto Civitanova and on the 15th she again joined Gigli at Osimo. As in the past, Anita waited, rather impatiently, it has been said, for further offers.

    Mancini, in the intervening time, had risen spectacularly through
    Italy’s operatic ranks, and had already been seen in ‘Simone Boccanegra’, ‘Nabucco’ and ‘Il Trovatore’ at Cagliari, in ‘Ernani’, ‘Attila’ and ‘Il Trovatore’ at Venice’s Teatro la Fenice, in Perugia and Assisi in several performances of Oratorio music, at Bologna, Catania, Enna, Caltanisetta, Rome’s Caracalla, Reggio Calabria and Ascoli Piceno in ‘Il Trovatore’, at Reggio Calabria, and Enna in ‘Norma’, at Turin, Bologna, Genoa and Palermo in ‘Simone Boccanegra’ at Florence in ‘Mose’, and in ‘Nabucco’ at Rome and ‘Guglielmo Tell’ at Turin. In 1951 she had also debuted at La Scala in ‘Lucrezia Borgia’.
    Though her career had taken on an almost mythic patina during these first few seasons, the Scala engagement was clearly not a success, and she never returned to that theater. It was also during these early years that all of Italy became familiar with Mancini when she sang in additional performances of ‘La Battaglia di Legnano’ as well as in ‘Norma’, ‘Rinaldo’, ‘Ernani’, ‘Nabucco’, ‘Aida’, ‘Il Trovatore’, ‘Attila’ and ‘Il Duca d’Alba’ for the Italian Radio.

    Time was standing still for Cerquetti and she desperately desired to
    make her own mark. The fact is, that Mancini’s career on the lyric
    stage would remain one of larger proportions, though Anita Cerquetti’s legend would assume a grandeur known to few in this Century. Sadly, for Anita, the foundations of that incredible legacy would not be realized for several more years, and the light that glowed so brightly would end a few short years later.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.