Home » Featured, Operarecensie

DNO opent met uitbundige Rosenkavalier

Amsterdam7 september 2015 78 reacties

De Nationale Opera viert zijn vijftigjarige jubileum met een seizoen dat bol staat van de nieuwe producties. De opening komt voor rekening van Der Rosenkavalier, hetzelfde werk waarmee het gezelschap in 1965 begon. De première afgelopen zaterdag werd een groot succes.

Peter Rose als Baron Ochs auf Lerchenau (foto:  Clärchen&Matthias Baus).

Peter Rose als Baron Ochs auf Lerchenau (foto: Clärchen&Matthias Baus).

Regisseur Jan Philipp Gloger heeft de handeling verplaatst van midden achttiende eeuw naar het heden. Uiteraard leidt dat tot kleine ongerijmdheden in de tekst, maar die zijn nauwelijks van invloed op de handeling.

Resi, de Marschallin, is gewoon de vrouw van een rijke, vooraanstaande man, die haar bestaan opvrolijkt met een minnaar die een generatie jonger is dan zijzelf. Faninal is ook hier de nouveau riche die toegang zoekt tot ‘de hogere kringen’. En Ochs is gewoon wat hij altijd is: de exponent van de verarmde landadel, die door een huwelijk zijn financiën weer een beetje op orde probeert te krijgen. Dat was hem zonder meer gelukt als hij niet zozeer slaaf van zijn hormonen was geweest.

De fraaie decors van Ben Bauer tonen op effectieve wijze het verschil in sociale status tussen de Marschallin en Faninal. In de eerste akte is toneelbreed een goed ingerichte huiskamer met open haard te zien. Resi en Octavian liggen aan weerszijden van de kamer te slapen; zij op een antieke sofa, hij op een moderne leren bank. Octavian maakt aan deze postcoïtale sluimer een einde met de verzuchting: “Wie du warst, wie du bist.”

Vervolgens ontrolt zich de gebruikelijke handeling. Octavian verkleedt zich achter een gordijn en komt tevoorschijn met een roze jurk over zijn mannenkleren. Ochs verschijnt in tenniskleding, op zich niet onaardig gevonden.

Waar het in mijn beleving een beetje mis ging, was bij de levée. Die is bedoeld als georganiseerde chaos en met de voorgeschreven personenbezetting lukt dat altijd prima. Het toevoegen van zo’n twintig figuranten had dan ook volstrekt geen meerwaarde. Er stonden ongeveer veertig personen op het toneel, waarvan het merendeel niets te doen had.

Maar elk nadeel heeft zijn voordeel en hier betrof dat het optreden van de drie adellijke wezen. Doordat het toneel overvol was, vielen zij nauwelijks op, waardoor je als toeschouwer niet al te nadrukkelijk werd geconfronteerd met drie (geestelijk) gehandicapten, waarvan eentje ook nog eens in een rolstoel. Regietheater mag zich dan wel bedienen van wansmaak als stijlfiguur, dit was volstrekt overbodig.

Scène uit Der Rosenkavalier, met in het midden Camilla Nylund als de Marschallin (foto: Clärchen&Matthias Baus).

Scène uit Der Rosenkavalier, met in het midden Camilla Nylund als de Marschallin (foto: Clärchen&Matthias Baus).

Huize Faninal in de tweede akte ziet er uit als een overmaats theehuis, met groen geverfde gietijzeren spanten en veel glas. De fascinatie met het leven van ‘hoger geplaatsten’ wordt uitgebeeld in de aankleding van het personeel. Uitgerekend zij lopen erbij in achttiende-eeuwse kostuums, compleet met hoge pruiken.

Sophie is gekleed in een wijd uitstaande baljurk en Octavian komt op, gezeten op een houten paard, in achttiende-eeuwse dracht en voorzien van een degen. Er wordt gegoocheld met verschillende tijdsgewrichten, waardoor de harde kantjes van de algehele modernisering worden afgeslepen.

Als het gevolg van Ochs de boel op stelten zet, stapt Sophie uit haar baljurk en mengt zich, gekleed in een klein onderjurkje, samen met haar redder in nood Octavian in de strijd. Het maakt later het verwijt dat zij intiem met hem geweest zou zijn een stuk levensechter.

Ochs schampt zijn been aan de degen van Octavian en wordt in zijn ondergoed op een tafel gelegd. Tegen het einde van de akte lijkt hij een hartaanval te krijgen, maar dat is slechts schijn.

De derde akte toont een gang met een aantal deuren. We bevinden ons in een hotel waar de kamers per uur worden verhuurd. Het gebruik van die deuren blijkt uiterst effectief om Ochs in verwarring te brengen met spookverschijningen. Doordat de rij deuren vrij vooraan op het toneel staat, is het speelveld erg klein, wat tot het nodige duw- en trekwerk leidt. Ochs krijgt zijn (afhaal)eten in een zak op de gang geserveerd. Het is nogal ‘low life’ allemaal – iets minder had van mij wel gemogen.

Na de nodige verwikkelingen verschijnt de Marschallin, schitterend gekleed en gekapt als een Grace Kelly lookalike. Alfred Hitchcock zou als een blok voor haar zijn gevallen. Nogal uit de hoogte geeft ze Ochs te kennen dat het spel uit is. Hij dient zijn biezen te pakken en wel onmiddellijk. Daar komt ze mee weg doordat ze hoger staat in de sociale pikorde, niet vanwege enige morele superioriteit.

Ochs ziet in haar wat de onbevooroordeelde toeschouwer ook niet kan zijn ontgaan: een ‘desperate housewife’ met een ‘toyboy’. Maar hij geeft geen krimp: spelbedervers zijn de Lerchenauers nooit geweest.

Scène uit Der Rosenkavalier (foto: Clärchen&Matthias Baus).

Scène uit Der Rosenkavalier (foto: Clärchen&Matthias Baus).

De uitbundige productie heeft een hoog niveau en volgt getrouw het libretto, zij het met wat knelpunten in het toneelbeeld. De decors en kostuums verdienen een compliment. Niet omdat iedereen er zo mooi bijloopt, maar omdat de kostumering bij de personages past, met name de figuranten. In de tweede akte speelt de fraaie belichting een grote rol en aan de personenregie is veel aandacht besteed. De georganiseerde chaos in de massascènes is dan ook echt georganiseerd.

Premièrezenuwen speelden hier en daar wel een rol. Zo komt Mariandel achter het gordijn vandaan en stuift op hoge hakken de kamer in alsof ze nooit anders heeft gedaan. Daar was Paula Murrihy even vergeten waar ze zo op geoefend had: onbeholpen lopen als een man. Verder was ik over haar optreden overigens zeer te spreken. Ze is geknipt voor deze rol.

Hanna-Elisabeth Müller was een uitstekende Sophie, hoewel een tikje schel, zeker in het begin. Minder last van premièrestress had Camilla Nylund als de Marschallin, volgens velen de feitelijke hoofdpersoon. Mooi spel, schitterende zang, om door een ringetje te halen.

Ook de kleinere rollen zijn goed bezet. Groot compliment aan het adres van casting director Jesús Noriega.

Ik heb altijd een beetje een zwak voor Ochs, de slechterik in het stuk. Ook hier kwam hij er niet erg goed van af. Dat hij letterlijk werd uitgekleed en in zijn onderbroek het toneel moest verlaten, vond ik te zwaar aangezet. Maakt men van Ochs een beschaafde man, dan zakt de handeling totaal in; het stuk drijft op zijn slechte manieren. Peter Rose wist daar wel raad mee: die man is Ochs in persoon. Geweldig! Niet alleen zong hij de rol perfect (ook in de laagte), hij was ook onovertroffen als acteur. De beste man van het veld.

Daarmee is niets ten nadele gezegd van dirigent Marc Albrecht. Waar ik toch wat reserves had bij zijn interpretatie van Arabella – naar mijn smaak te veel gespeeld alsof het Elektra was – hoorde ik nu een authentieke Rosenkavalier uit de bak komen. Zowel voor Albrecht als het Nederlands Philharmonisch Orkest een avond om trots op te zijn.

Der Rosenkavalier is nog tot en met 30 september te zien in Nationale Opera & Ballet. Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera. Lees ook het uitgebreide interview met Marc Albrecht dat Place de l’Opera onlangs publiceerde.

door

Der Rosenkavalier
Richard Strauss

Uitgevoerd door: Nederlands Philharmonisch Orkest, Koor van De Nationale Opera en kinderkoor De Kickers onder leiding van Marc Albrecht.
Solisten: Camilla Nylund, Peter Rose, Hanna-Elisabeth Müller, Paula Murrihy, Martin Gantner, e.a.
Regie: Jan Philipp Gloger.
Bezocht op 5 september 2015

78 reacties »

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Mooie première dus. Heel benieuwd nu. Ik ga er eind van de maand op zondagmiddag beslist heen. Er is qua plaatsen nog behoorlijk wat keuze.

  • John de Jong zei:

    Wat een prachtige voorstelling. Zowel muzikaal als dramatisch.
    Ik heb besloten nog een keer te gaan.

  • Hans van Verseveld zei:

    Schitterende voorstelling. Oog- en oorstrelend,maar wat zou het toch een zegen zijn geweest als de heren Hofmannsthal en Strauss hadden besloten om de schaar er in te zetten en er minstens een uur uit te knippen.
    En ik hoop ook dat DNO de komende 50 jaar geen Rosenkavalier meer programmeert. Jubileum of niet!!.

  • paul zei:

    Hans… je hoeft niet te gaan he! Je kunt ook een keer overslaan en naar de opera’s gaan van je voorkeur. Ik vond de 4 jaar geleden het ook een beetje saai en wilde eerst ook niet gaan. Uiteindelijk toch maar kaarten gekocht. Wellicht dat het me deze keer van begin tot eind boeit.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Gisteren heb ik mij bij “Der Rosenkavalier” weer eens gerealiseerd, dat Richard Strauss allesbehalve mijn favoriete operacomponist is. De plots van zijn opera’s zijn niet zelden nogal bizar c.q. gekunsteld. Niet alleen in dit werk is bovendien sprake van veel “Sprechgesang”, van “much ado about nothing”, oftewel veel gespin en weinig wol en van al dan niet georganiseerde chaos. Eigenlijk voortdurend heb ik, de als geheel geslaagde regie ten spijt, zitten wachten op die spaarzame, schitterende muziek die er ook in zit.

  • Hans van Verseveld zei:

    Paul en Pieter, jullie hebben allebei gelijk, maar ik ga eigenlijk zoveel mogelijk naar alle opera’s en zeker als het een nieuwe produktie betreft. Na alle Rosenkavalieren die ik in mijn leven heb gezien blijf ik het te lang en te veel gebabbel vinden ondanks het feit, dat de nieuwe uitvoering oog-en oorstrelend is.
    Overigens Paul, ik heb geen voorkeuropera’s. Ik hou gewoon van opera en goed dat je kaartjes hebt gekocht, want je zult zeker meer geboeid zijn dan 4 jaar geleden. Ben benieuwd naar je bevindingen.

  • stefan caprasse zei:

    Ik hou ook gewoon van opera maar heeft niet iedereen voorkeuropera’s? Het zou toch raar zijn van alles evenveel te houden…

  • Olivier Keegel zei:

    Thiemo Wind had het in De Telegraaf over de “platte enscenering” van Jan Philipp Gloger, “met karikaturale gevolgen”. Ook over “amateurtoneel dat meestentijds niet om aan te zien is”. Iemand iets dergelijks ook geconstateerd?

    Ik ga er niet heen, duurt me te lang. Ben het eens met Hans: had een uur uit gekund. Twee uur ook wel.

  • Loesje zei:

    Het zijn met name de opera’s waarvoor von Hofmannsthal het libretto heeft geschreven of ontworpen die nogal wijdlopig zijn. Vermoedelijk had Strauss zoveel waardering voor zijn librettist dat hij hem zoveel mogelijk zijn gang liet gaan. Gregor hield hij later veel korter, getuige de latere eenakters zoals Daphne en Der Friedenstag.
    In dit verband is het misschien aardig te verwijzen naar een interview van Carsen over Wagner, naar aanleiding van zijn Ring enscenering. Gevraagd welke vraag hij Wagner zou hebben willen stellen als hij geleefd had in diens tijd, antwoordt Carsen na enige aarzeling: ‘Waar kunnen er coupures worden gemaakt in de Ring?’ Toelichtend stelt hij dat in andere werken van Wagner wel eens wat wordt geknipt maar niet in de Ring. ‘En als het antwoord is: nergens, nou dan weten we dat.’
    Overigens was het vroeger niet ongebruikelijk de tweede akte van Die Walküre in te korten door te snijden in Wotans grote vertelling.
    Wat Der Rosenkavalier betreft: elk van de drie aktes kan volgens mij zo’n 20 minuten worden ingekort zonder de voortgang van het verhaal geweld aan te doen. Bij elkaar is dat een uur. Twee uur is onmogelijk, dan blijft er niets meer van over.

  • Hans van Verseveld zei:

    Olivier, ga nou toch nog ‘even’ naar de Rosenkavalier om zeker te weten dat het inderdaad een veel te lange opera is, maar met hier en daar wel heel erg mooie muziek en de produktie is best de moeite waard. In ieder geval veel leuker, dan die scheve opvatting van Willy Decker. Overigens Olivier kreeg de opera in de Volkskrant en Het Parool wel 5***** dus misschien had Thiemo Wind gewoon z’n avond niet!
    Inmiddels heeft de voorstelling al twee keer in de ‘last minute aanbieding’ gezeten voor de helft van de prijs, dus da’s ook een argument om toch even te gaan kijken én luisteren.

  • Paul zei:

    Beste Hans,
    ik heb inderdaad al eerder gehoord en gelezen van die last minute aanbiedingen voor de helft van de prijs, maar op de site van DNO staat gewoon nu nog gewoon de normale prijs voor de voorstelling van vanmiddag. Is dat dan alleen aan de avond/middagkassa? Ik woon ten zuiden van Maastricht, dus dat is niet echt een optie, maar voor mensen in de buurt uiteraard erg interessant.

  • Leen Roetman zei:

    Last Minute kaarten worden alleen op de dag van de voorstelling aangeboden via https://www.lastminuteticketshop.nl

  • Paul zei:

    Dank!

  • Hans van Verseveld zei:

    Dankjewel Leen. Maastricht is ver Paul, maar als je ’s morgens tussen 10 en 11 uur ziet, wat er in de aanbieding is voor die avond, dan kun je nog naar Amsterdam komen.

  • paul zei:

    Klopt. Ik bedoelde dat het voor mij geen optie was als je die kaarten alleen aan de avondkassa kon kopen. Dan is het risico naast het net te vissen te groot. Het kan dus ook online, dus dat is in de toekomst zeker een optie.

  • kersten zei:

    Eén verrukking, deze Rosenkavalier. (Toegegeven: hij had een minuutje of twintig korter gemogen.) Jan Philipp Gloger mag terugkomen!
    Zouden de opmerkingen deze week op ons Place over de al dan
    niet vermeende langdradigheid van deze opera van invloed zijn geweest op het ongewoon grote aantal lege stoelen vanmiddag?!

  • John de Jong zei:

    @Kersten

    De kaarten van DNO zijn te duur geworden. Ook verderop in het seizoen zult u zien dat er regelmatig veel lege plaatsen zijn. Met een gezin naar de opera kost al gauw 300 à 400 euro. Onbetaalbaar voor de meeste mensen.

  • Hans van Verseveld zei:

    Nee Kersten, dat geloof ik niet. De Rosenkavalier is de afgelopen 15 jaar gewoon veel te vaak gespeeld in Nederland en daardoor hebben heel veel mensen het werk gezien en weten dus, dat van langdradigheid absoluut sprake is bij Strauss en het is nou eenmaal geen Tosca of Traviata of nog erger Johann Strauss

  • Leen Roetman zei:

    ‘Nog erger Johann Strauss?’ ? Hoe bedoel je dat?

  • kersten zei:

    Die Fledermaus is voor mij een volwaardige opera, en wat voor een!
    Zware zangrollen met al hun zogenaamde lichtvoetigheid, ensembles, enzovoort. Mits die ongein met Frosch en zo maar binnen de perken wordt gehouden want anders kijk ik een half uur om me heen en denk: wat doe ik hier nou.

  • Hans van Verseveld zei:

    Precies Kersten, dat bedoel ik nou. Erg veel ongein en gezwets!

  • kersten zei:

    Sorry, Hans, ik steigerde niet weinig. We zijn het, geloof ik, met elkaar eens.Mijn twintig minuutjes te veel Rosenkavalier bevatten altijd nog meer dan te aanhoren muziek en tijdens dat half uur (dat een uur of langer lijkt te duren) Frosch-ongein ligt het dirigeerstokje maar op de lessenaar. De opera gaat daardoor vervolgens als een nachtkaars uit en ik naar huis met een kater en het vergeefse voornemen: dat nooit weer..

  • Paul zei:

    Even iets anders. Ik zie op de site van DNO opeens Violeta Urmana staan bij de cast van Il Trovatore (Azucena). Dat was eerst niet, heeft iemand daar al iets over gehoord? Staat verder geen bericht bij.

  • chris horsmeier zei:

    Ja klopt tot mijn blijdschap zie ook Violetta Urmana staan ,nee stond niet vermeld /KLOPT Paul weet ook de reden niet.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Beste heer Horsmeier, het gaat weliswaar niet meer over “Der Rosenkavalier” maar ik veroorloof me toch nog maar een reactie. Ik weet niet of we zo blij moeten zijn met de vervanging om onbekende redenen van Ekaterina Gubanova, een rising star, die inmiddels in alle grote operahuizen te gast is, door Violeta Urmana, die na een aantsl jaren als spinto-sopraan, blijkbaar teruggekeerd is naar haar oorspronkelijke stemvak, dat van mezzo-sopraan. Het zou nl. weleens kunnen, dat zij op de grote podia te gast is GEWEEST. Voor het geval Gubanova zelf heeft afgezegd: ik heb mij al meerdere malen afgevraagd of succesrijke zangers niet worden afgeschrikt door de lange repetitietijden (6 weken!) bij De Nationale Opera

  • Paul Korenhof zei:

    Even terug naar Der Rosenkavalier:

    Met alle respect voor de bespreking van Peter Franken moet ik stellen dat zowel zijn visie als de voorstelling zelf mij met een paar vraagtekens laten zitten. Het muzikale aspect wil ik buiten beschouwing laten en ik ga ook voorbij aan zijn suggestie dat ‘Mariandl’ door de premièrezenuwen vergeten zou hebben dat zij in het eerste bedrijf twintig minuten lang een als meisje verklede – en door hormonen gedreven – jongen speelt, in minirok en op (heel) hoge hakken! Zulke ‘vergissingen’ komen in de professionele operawereld niet voor, dus hier is echt de regie van Gloger verantwoordelijk. Ik zit echter met een waslijst andere vragen waarvan ik er hier graag een paar – lang niet allemaal – wil voorleggen:

    – Waarom gaat de Marschallin tijdens het ‘Lever’ midden op het toneel – met veertig bezoekers in haar kamer! – ostentatief en zelfs op de grond een boek liggen lezen?

    – Wat is haar relatie tot haar ‘Haushofmeister’ die haar even later bemoederend, alsof zij een kind is, van de grond opraapt?

    – Aan het slot van het eerste bedrijf geeft zij ‘Mohammed’ de roos en daarna gebeurt er even helemaal niets, maar waarom zegt zijn dan ‘Weisst ja niet wohin’ (‘Maar je weet toch niet waarheen’) hoewel geen reactie van hem dat ‘ja’ rechtvaardigt?

    – Kort daarvoor zong zij dat zij naar de kerk zou gaan om daarna ‘Onkel Greifenklau’ te bezoeken. In plaats daarvan trekt zij echter de gordijnen weer dicht en schenkt zichzelf een glas cognac in en dat is heel begrijpelijk, want door de hoge ramen zien wij dat het al nacht word? Maar sinds wanneer valt in Wenen de nacht ’s ochtend vóór koffietijd?

    – Dat Ochs’ dienaar Leopold weet hoe hij die elektronische installatie in het huis van Faninal moet bedienen, is nog verklaarbaar: hij zal bij de voorbereiding van het feest betrokken zijn geweest. Maar hoe verklaar ik dat Ochs er doelbewust heen loopt en zonder enige aarzeling zijn walsthema intoetst, terwijl hij toch nooit eerder huize Faninal bezocht heeft?

    – Waarom loopt Ochs aan het slot van het tweede bedrijf in huize Faninal in zijn onderbroek? Is dat ‘modern’? (Misschien loop ik achter, maar bij mij thuis loopt nooit een gast in zijn onderbroek!)

    – Het derde bedrijf speelt duidelijk in een goedkoop bordeel, maar sinds wanneer beschikken dergelijke etablissementen over een heus ‘strijkje’ dat wij niet alleen hóren, maar waarvan wij enkele leden op een gegeven moment ook zién? (Ik wist in ieder geval niet dat ik ook voor muzikaal genot op de walletjes terecht kon . . .)

    – Vreemd is al dat op een gegeven moment de Marschallin zich in dat bordeel vertoont. maar hoe verklaar ik de aanwezigheid in een huis van plezier van een halve schoolklas? Mag dat tegenwoordig zomaar, terwijl kinderen voor het bezoek aan een seksfilm toch minimaal 16 of zelfs 18 moeten zijn?

    – De Kommissar zegt op een gegeven moment heel beleefd tegen de Marschallin ‘Retirier mich ganz gehorsamst’ (‘Ik trek mij onderdanig terug’), maar in plaats daarvan verdwijnt in het vertrek waarin Faninal zich heeft teruggetrokken. Waarom?

    – En waarom komt hij aan het slot mee naar buiten om even later amicaal zijn hand op de schouder van de Marschallin te leggen met een gebaar van ‘Kom Mien. we gaan’? Wat is er gebeurd waardoor hun standsverschil opeens is opgeheven? (Gezien de entourage en de manier waarop de Marschallin zich daar probleemloos beweegt, zou je bijna denken dat hij in dat zijvertrek met haar en Faninal een triootje heeft gemaakt . . .)

    Over de vraag waarom Ochs weer tot zijn onderbroek gestript moet worden en wellicht zo de straat op wordt gewerkt, zal ik het maar niet ingaan. Dat zal wel iets te maken hebben met een ‘verschil in gevoel voor humor’.

  • Arthur van Dijk zei:

    Als u dat echt wilt weten dan zou ik zeggen: stuur een mailtje aan de regisseur. Hij wordt vertegenwoordigd door Hilbert Artists Management, en die zullen best bereid zijn uw vragen door te zenden.

  • Paul Korenhof zei:

    Een regisseur mag vragen oproepen omtrent het leven, onze gevoelens, onze existentie, de problematiek in de wereld of wat dan ook, maar een regisseur die vragen oproept omtrent zijn eigen o zo inventieve en o zo gemoderniseerde regie, schiet zijn doel voorbij.

  • Leen Roetman zei:

    Welllicht kunnen de zeer relevante vragen van Paul Korenhof ook beantwoord worden door Klaus Bertisch, dramaturg bij De Nationale Opera, de bewaker van het verhaal dat op toneel wordt verteld. https://www.youtube.com/watch?t=3&v=bOqZqClAL9U

  • Olivier Keegel zei:

    Leen, aan Klaus Bertisch, De Bewaker van Het Verhaal, zijn in de loop der jaren nog wel meer levensgevaarlijke gevangenen ontsnapt!

    Overigens hoef je op een reactie van DNO niet te rekenen, DNO communiceert niet met haar publiek. Ja, op de website, daar keuvelen marketing-stagiaires (ik hoop althans voor DNO dat het stagiaires zijn) met bezoekers: “Fijn dat je genoten hebt, Machteld!” en worden recensies gemanipuleerd. Maar enige inhoudelijkheid komt er niet aan te pas.

    Overigens een fijn lijstje gniepige vraagjes van Paul Korenhof! En wel degelijk uitermate relevant.

  • Loesje zei:

    Laten we niet uit het oog verliezen dat de meest ‘geniepige’ vraag aan von Hofmannsthal zelf gesteld zou moeten worden. ‘Hoe komt het dat de Marschallin zomaar ineens dat louche etablissement betreedt? Liep ze toevallig langs en werd haar aandacht getrokken door het geruzie en lawaai? Was ze door iemand opgeroepen, zo ja, door wie?
    In elk geval niet door Ochs of door Octavian. En al helemaal niet door Faninal of Sophie. Is die vrouw soms helderziende?’

  • chris horsmeier zei:

    gisteravond geweest ben geschrokken van de vele lege stoelen. Heb wel genoten van de voorstelling maar miste de Weense Schwung.
    Zang was mooi zeker het slot trio en duet dit alleen is de moeite waard van gaan.

  • kersten zei:

    Op mij maken de bevindingen, hoewel interessant, van de zeer door mij gewaardeerde heer Korenhof niet zo`n indruk, maar ik ben dan ook
    a) allerminst een professionele operabezoeker;
    b) doorgaans nogal `afgeleid` door de muziek;
    c) van mening dat een regisseur zich `dichterlijke vrijheden` mag
    veroorloven;
    d) als operaliefhebber van nature bij machte te abstraheren.

  • kersten zei:

    PS
    ad d) : klinkt pretentieuzer en affronterender dan uiteraard
    bedoeld. Excuus!

  • Leen Roetman zei:

    Als regelmatig bezoeker van de Nationale Opera, allerminst een ‘kenner’ , doorgaans nogal afgeleid door de slechte zichtlijnen en krappe beenruimte, ben ik steeds minder geneigd allerlei ongerijmdheden voor lief te nemen 🙂 . Zeg maar: type ‘waar van zo’n geld’ krijgen. Dat klinkt natuurlijk weer erg Hollands, en zo bedoel ik het ook. Waarvoor geen excuus.

  • Hans van Verseveld zei:

    Slechte zichtlijnen, krappe beenruimte? wanneer heeft Leen Roetman voor het laatst in de Amsterdamse Stadsschouwburg, palais Garnier in Parijs, de operatheaters in Luik, Gent, Antwerpen of Brussel gezeten.
    Daar zijn méér krappe plaatsen met matig zicht, dan ik het Muziektheater in Amsterdam. Er is best wel wat aan te merken op het Amsterdamse Operahuis, maar dát nou net niet!

  • Herman Molendijk zei:

    Inderdaad een aantal vraagtekens (?????) bij de opmerking ‘krappe beenruimte en slechte zichtlijnen’. Heb voor een eenvoudige liefhebber werelwijd een flink aantal operahuizen bezocht en neem derhalve de vrijheid te concluderen dat we in Amsterdam wat dat betreft beslist niet mogen mopperen. En ook niet over de kwaliteit van de voorstellingen. Ik heb in ieder geval met volle teugen genoten van deze Rosenkavalier. Het duurde me geen minuut te lang. Paul Korenhof heeft uiteraard autoriteit van spreken en over zijn opmerkingen aangaande deze voorstelling en de opera op zich is geen speld tussen te krijgen. Maar wie zei het ooit ook weer? …. ‘Opera ist ein unmögliches Kunstwerk’ ….

  • Leen Roetman zei:

    De plaatsen die ik kan betalen (5e, 6e, 7e rang, 8e rang) hebben slechte zichtlijnen en krappe beenruimte (vooral 2e balkon). Wellicht zit u op de duurdere plekken. Koop eens een kaart op het tweede balkon, of eerste balkon. Soms heel goed zicht vanaf het eerste balkon zijkant, zoals bij de Ring van Audi, maar vaak zie je een regie waarbij het toneel en de zangers onzichtbaar zijn. Om over de akoestiek achter in de zaal maar te zwijgen: daar ga ik nooit meer zitten.
    Ik ben wel eens in Duitse theaters (Frankfurt, Darmstadt, Hamburg, Keulen, etc) en daar zijn de plaatsen veel beter en veel goedkoper.

  • Leen Roetman zei:

    correctie: aan de zijkanten zich aan het zicht onttrekken.

  • Hans van Verseveld zei:

    Vanaf veel plaatsen op de de door Leen genoemde rangen is de veel andere theaters helemaal niks meer te zien. Natuurlijk mag je van de goedkopere rangen in Amsterdam niet een super uitzicht verlangen. In de duitse betonnen bunkers, die na de oorlog zijn gebouwd in b.v. het Ruhrgebied zijn de zichtlijnen inderdaad beter, maar wat een sfeerloze bakken zeg!
    Laten we blij zijn met ons fantastische operahuis aan de Amstel, waar op hoog niveau de mooiste voorstellingen worden gespeeld en bedenk, dat alle waar naar z’n geld is.
    Ik zag ooit in de Amsterdamse Stadsschouwburg Luciano Pavarotti en Virginia Zeani in Lucia di Lammermoor voor een knaak (fl.2,50) omdat ik toen niet meer kon betalen. Ik zag niet alles en toch is het nog steeds een onvergetelijke gebeurtenis!

  • Leen Roetman zei:

    Maar het Aalto theater Essen en de Oper Köln (Denkmalschutz) in het Ruhrgebied schaar je hopelijk toch niet onder de sfeerloze Duitse bunkers?

  • paul zei:

    Ik vind rang 6 prima te doen in Amsterdam. Prima prijs kwaliteit. Qua akoestiek is tweede balkon in ieder geval veel beter dan de laatste paar rijen onder in de zaal (categorie 3). Als je onder een balkon zit is het geluid meteen ‘dood’. Bij opera baseren ze de rangen vaak op basis van zicht ipv akoestiek. Op plaatsen die 50 euro goedkoper zijn hoor je vaak veel beter maar heb je inderdaad de mogelijkheid dat je een gedeelte niet helemaal kunt zien. Ik zat bijvoorbeeld bij Falstaff bijvoorbeeld 2e balkon eerste rij. Met een beetje voorover leunen zat ik qua beeld en geluid prima. Nogmaals, nog beter dan sommige plekken van categorie 3, 4 of 5. Feit is wel dat de kaartjes de afgelopen 10 jaar ontzettend duur zijn geworden. In 2006 ging ik voor het eerst naar DNO. (Lady macbeth of Mtensk) en zat ik volgens mij voor 28 euro prima op eerste balkon, beetje aan de zijkant (maar prima zicht). Waardoor dat komt? Geen idee. Minder subsidies? Opera maken kost gewoon ontzettend veel geld. De kosten zullen toch gedekt moeten worden.

  • Leen Roetman zei:

    In 1991 ging ik voor het eerst naar het Muziektheater en toen kostte een kaart tweede rang 67,50 gulden. Dat was toen dus circa 30 euro. Sommige van die 2e rang plaatsen zijn nu 1e rang. Daar betaal je nu 176 euro voor. (omgerekend voor de inflatie zou die kaart van 67,50 gulden toen nu ca. 50 euro zijn).
    De gestegen kaartprijs kan dus niet uit de inflatie verklaard worden. De Nationale Opera heeft een heel hoog ambitieniveau, dat ze na het snijden in subsidies wil blijven handhaven. Dat is te prijzen, maar als er zich steeds meer lege stoelen in de zaal voordoen, is het de vraag hoe lang dat is vol te houden.
    De Nederlandse Opera zag in 2004 (toen de zalen nog vol zaten) een dreigende subsidiekorting als een straf voor succes. Pierre Audi zei toen: ‘Ik peins er niet over om nu een paar jaar crisismanagement te gaan doen.’
    Dus hoe formuleert de Nationale Opera haar succes? Volle zalen? Internationale prijzen? Lovende kritieken? Het beperkt aantal stoelen in de lastminute korting (een geheim voor insiders, lijkt het) lijkt niet echt een serieuze poging om de zaal vol te krijgen. Ook vind ik het een schande dat voor elke voorstelling maar 32 van de 1560 stoelen echt goedkoop zijn (15 a 20 euro).
    Ik denk ook dat ze meer abonnementen kunnen verkopen met constructies als: bij 5 voorstellingen 1 voorstelling cadeau. Daar kunnen ze dan een minder bekende of nieuwe opera voor inzetten. Daar zijn wij Nederlanders gevoelig voor. Ik ook. (Maar ik heb geen marketing gestudeerd.)

  • Olivier Keegel zei:

    Achterste rij tweede balkon kost 88 euro. Zo’n plaats zoek je zelf uit op de website, zet je zelf in je winkelwagen, betaal je zelf via iDeal, download je zelf naar je computer, print je zelf uit en neem je zelf mee naar het Muziektheater.

    DENK JE!

    Want nu komt het: je moet ook nog twee euro “boekingskosten” betalen. Een volstrekt krankzinnige vorm van stiekeme diefstal. Met net zoveel recht kun je twee euro schoonmaakkosten, stoelkosten of liftkosten in rekening brengen. Of grachtenpandhuur (voor Pierres huisvesting) of portokosten (voor Pierres sollicitaties).

  • erik zei:

    het is me wat…

  • Leen Roetman zei:

    Die digitale boekingskosten (DNO), of transactiekosten (Concertgebouw) of administratiekosten (De Doelen) is van een enorme benepenheid. Verreken je toch gewoon in de kaartprijs?
    In de Doelen krijg je nu 1 consumptie in de pauze gratis, in het Concertgebouw is een drankje voorafgaand aan het concert en in de pauze inbegrepen. Bij het Muziektheater is er voldoende pauze en rijvorming mogelijk om altijd de portemonnee te laten trekken. Daar is vast over nagedacht.
    Ondoorgrondelijk.

  • Leen Roetman zei:

    Dus de kosten voor de dame/heer achter het buffet en de dranken zijn (gedeeltelijk) onzichtbaar gemaakt, maar de computer niet.

  • Leen Roetman zei:

    De Schouwburg Rotterdam rekent geen digitale kaartkosten, kun je kaarten kosteloos omruilen en krijg je een gratis consumptiebon. Sympathiek. Bij de Nationale Opera en Ballet kost alles geld, en dat willen ze graag laten weten.

  • John de Jong zei:

    Ieder theater heeft zijn eigen manier van beprijzen. Soms moet je voor de garderobe betalen, soms niet. Soms voor het pauzedrankje, soms niet. Soms betaal je boekingskosten, soms niet. Uiteindelijk zal een theater de inkomsten uit de lengte of de breedte moeten halen.
    Termen als stiekeme diefstal of de suggesties dat de woning van de directeur betaald moet worden van de boekingskosten, vind ik bedroevenswaardig, weinig respectvol en ver onder het niveau van deze site.

    De prijs van de garderobe is steeds vaker inbegrepen. Dat heeft vooral met logistiek te maken. Betalen kost teveel tijd en bij een garderobe is het belangrijk dat deze snel en soepel werkt (Concertgebouw en Muziektheater zijn goede voorbeelden. TivoliVredenburg en de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn een ramp (of misschien is de laatste verbeterd. Het was al weer even geleden dat ik er was.))

    Dat in het Concertgebouw de drankjes inbegrepen zijn, heeft ook te maken met de logistiek. Er is te weinig plaats bij de balies. Bij het Muziektheater is er genoeg plaats.
    Er zijn ook belangrijke verschillen in assortiment tussen de zalen. Het Muziektheater heeft aan de balies een veel gevarieerder assortiment en dan wordt het lastiger om de consumpties mee te nemen in de kaartprijs. De wijn is er ook aanmerkelijk beter.
    Het is een misverstand dat de consumptiebon voor de schouwburg gratis is. U betaalt ervoor. Het is juist verplichte winkelnering.
    Overigens vind ik het eigenlijk geen goed idee dat men verplicht voor drankjes betaald. Het zet aan tot nodeloze consumptie. Ik heb lang niet altijd behoefte aan een pauzedrankje, maar dan neem ik toch maar wat, want het is gratis (en vervolgens kun je aanschuiven in de lange rijen voor de toiletten, ha ha, kan daar ook nog iemand over klagen?).

    Dat je betaalt voor het omruilen van kaarten, vind ik niet meer dan normaal. Het kost gewoon extra tijd van het Kassabespreekbureau.
    Er mag ook wel een kleine drempel zijn om dat te doen, want voor het theater is het een extra risico dat een stoel alsnog onbezet is. Maar ook daar geldt: bij een theater waar dat “gratis” is, is deze service elders in de prijs verdisconteert.
    Misschien kan Place de l’Opéra hier eens een stukje aan wijden door een paar theaters te bevragen hoe men tegen het beprijzen aankijkt? Blijkbaar leeft het onder de lezers.

    Maar goed, echt druk kan ik me er niet om maken. Het gaat om peanuts. Wezenlijker is het probleem van de echt hoge kaartprijzen in het Muziektheater en de mindere zaalbezetting die daarvan het gevolg is. Dat is een zorgelijke ontwikkeling voor de opera in Nederland.

  • Olivier Keegel zei:

    Dat de twee euro “boekingskosten” nominaal peanuts is, ben ik met de heer De Jong eens. Echter, zijn redenering klopt niet. Soms betaal je voor een drankje, soms niet, soms voor de garderobe, soms niet, aldus De Jong. Dat klopt. En het klopt ook dat het achterwege blijven van kosten hiervoor uit logistieke overwegingen voortkomt. Maar de geboden service -drankjes, garderobe- kan als een extra faciliteit gezien worden, waar de bezoeker al dan niet gebruik van kan maken. Dus voor het apart in rekening brengen is iets te zeggen (hoewel niet veel :)).

    Maar placering en subsequent de verstrekking van plaatskaarten vormen een bedrijfsintrinsieke factor. Zoals het verpakken van brood dat voor de bakkerij is. Ooit wel eens extra in rekening gebrachte “verpakkingskosten” bij de bakker betaald?

    De omstandigheid dat je voor een self-service e-ticket ook nog eens boekingskosten moet betalen is volstrekt zot. Geheel van de pot gerukt. Zoals ik al zei, het wachten is op aan bezoekers in rekening gebrachte schoonmaakkosten, stoelkosten of liftkosten….

    En wat betreft de omstandigheid dat mijn bijdrage “onder het niveau van deze site” zou zijn… Is u nieuw hier?

  • Leen Roetman zei:

    @John de Jong: het gaat helemaal niet om peanuts. Het gaat om gastvrijheid. En hoe je dat vormgeeft.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Onder het hoofd “DNO opent met uitbundige Rosenkavalier” gaat de discussie nu alleen nog over zaken als beenruimte, zichtlijnen, boekingskosten, al dan niet gratis garderobe en/of pauzedrankjes, kortom op zich belangrijke zaken, die echter weinig of niets van doen hebben met de onderhavige operaproductie. Over “blijf bij het onderwerp” gesproken.

  • kersten zei:

    Jawel, Pieter K. de Haan, helemaal gelijk maar ik schaar dergelijke
    operakout onder hetzelfde hoofdje als bv. `Cité de l`Opéra` en kan daarvan ook erg genieten. Maar ik weet natuurlijk niet of ik daarin alleen sta. Wellicht ook bent u wat pragmatisch.

  • Olivier Keegel zei:

    Ja, meneer De Haan, we zitten hier aan een genoeglijke stamtafel, en bij tijd en wijlen stappen wij in de luxe trein van een alsmaar evoluerende conversatie die ons van het ene naar het andere interessante onderwerp voert. Wij zijn allen vrije geesten en laten ons niet de wet noch de route voorschrijven door de machinist van de Kavalier Express. Wij stappen uit waar we willen, bewonderen het landschap en wisselen erover van gedachten. De een met in de hand een pot ambachtelijk Falstaff bier, de ander met een glas aromatische Pinkerton-whisky.

    Ik ben, als u mij toestaat, amice De Haan, nog niet geheel gereed met mijn discours over het verschijnsel “bespreekgeld” of “boekingskosten”. Dat wil zeggen, het abjecte verschijnsel heb ik naar mijn mening voldoende duidelijk aan de kaak gesteld. Maar wat ik persoonlijk nog mis, is inhoudelijke tegenspraak. Men geeft wel aan het onderwerp in de categorie “peanuts” te willen plaatsen, maar een goed beargumenteerde onderbouwing van deze stiekeme zakkenklopperij heb ik tot nu toe node gemist.

  • kersten zei:

    Om nog even o.a. op Pieter K. de Haans `blijf bij het onderwerp`,
    mijn reactie hierop en Olivier Keegels `genoeglijk evoluerende conversatie` hierboven terug te komen: uiteindelijk is al dan niet soepele handhaving van spelregel 3 aan Jordi, niet?

  • Gerard zei:

    Vindt u ook dat operaliefhebbers soms bijna agressief en vilein naar elkaar toe reageren?

  • Jan de Jong zei:

    Ik zou het ook chiquer vinden als ticketkosten gewoon in de kaartprijs zouden zitten – en zeker bij zelf printen.
    Alleen ik kan me volstrekt niet vinden in termen als zakkenklopperij, laat staan diefstal. Ik geloof werkelijk niet dat hier in de verste verte sprake is van het wegnemen van enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

    Waar het om gaat is dat de gelden die u betaalt, of dat nu ticketkosten of toegangsprijs wordt genoemd, uiteindelijk (een deel van) de kosten van de voorstelling en de organisatie moeten dekken. Als de ticketkosten niet apart worden berekend, betaalt u ze toch. De complete kassa-organisatie (incl. website) zal toch ergens van betaald moeten worden.

    Het kan ook nog zijn dat de kassa en de infrastructuur (inclusief website) die daarbij horen financieel onafhankelijk zijn van het theater en dat daarom ticketkosten apart gerekend worden. Maar of dat in Amsterdam zo is, weet ik niet.

    En verder blijft deze uitvoering van Der Rosenkavalier meesterlijk. Ik mocht hem zaterdag nogmaals zien en betaalde daar graag ook ticketkosten voor.

  • Pieter K. de Haan zei:

    In mijn commentaar van 20-09 heb ik slechts geconstateerd, dat de lopende discussie nogal ver verwijderd is geraakt van het onderwerp. Dat staat mij m.i. vrij. Ik heb daarbij niemand in persoon geattaqueerd maar blijkbaar voelen de heren Kersten en Olivier Keegel zich aangesproken. Ik heb in mijn leven geleerd, dat het in discussies verstandig is bij het onderwerp te blijven en zich niet op zijpaden te begeven resp. zich tot het betreden daarvsn te laten verleiden. Maar ja, reacties als van beide heren kan ik moeilijk over mijn kant laten gaan. Het ontgaat mij wat de heer Kersten bedoelt als hij suggereert, dat ik “wellicht” wat “pragmatisch” ben. Dat de in mijn optiek nogal “soepele handhaving” van de spelregel “blijf bij het onderwerp” aan de hoofdredacteur van deze site is heb ik nooit betwist. De heer Olivier Keegel wens ik veel genoegen aan zijn stamtafel en/of op zijn Rosenkavalier Express, voor hem kennelijk meer een “hop on-hop off”-bus. Ik hoop voor hem, dat hij zijn eindbestemming in dit democratische land – wat volgens sommigen inhoudt dat alles moet mogen en kunnen – niet uit het oog verliest. Waaraan ik de multi-interpretabele aanspreektitel “amice” te danken/te wijten heb ontgaat me vooralsnog. Op de vraag van de heer Gerard luidt mijn antwoord; ja, dat vind ik ook.

  • Onno zei:

    @Olivier, de inhoudelijke argumentatie is gedeeltelijk eenvoudig. Aan het gebruik van iDeal zijn voor een ondernemer kosten verbonden. Deze kosten variëren per transactie tussen de 35 en 55 eurocent, afhankelijk van de Payment Service Provider (PSP) Sommige PSP´s berekenen aan de ondernemer ook nog eenmalige en maandelijkse kosten, maar de meesten niet. Verder kunnen er inderdaad (zoals hierboven vermeld)kosten zijn gemaakt voor aanpassing van de website, infrastructuur en reserveringssysteem. Dit zijn geen structurele maar grotendeels eenmalige kosten. Ze komen alleen terug bij het aanpassen/vernieuwen van de website. Met andere woorden: een boekingsbijdrage van 1 euro zou redelijk zijn, met 2 euro wordt het bedrag(je) gebruikt om ook andere kosten te dekken.

    wat mij betreft genoeg hierover. En ook over de Rosenkavalier.

  • Olivier Keegel zei:

    Dat een onderneming kosten maakt, lijkt mij een open deur. Dat een onderneming kosten tracht te besparen, ook. Zo is het e-ticket een kostenbeparing: de klant doet alles zelf, zoals hierboven uiteengezet. Dat DNO de kosten die samenhangen met een bedrijfsintrinsieke activiteit op volstrekt willekeurige wijze EXTRA in rekening brengt, daar heeft blijkbaar niemand een afdoende verklaring voor. Is ook niet verwonderlijk. Het absurde heeft geen rationale.

  • Leen Roetman zei:

    Ja Onno, laten we ons richten op de komende voorstellingen! De Met zendt in de maand oktober drie prachtproducties uit in bioscopen in Nederland: Il Trovatore, Otello, Tannhäuser. Ik verheug me erop! Geen hellerit en reiskosten voor Amsterdam of Antwerpen. De koffie en thee staan in Pathé voor je klaar. In de pauze gevulde glazen met sap, water, wijn. Alles inclusief (ook de boekingskosten, Olivier!). Natuurlijk is dat allemaal in de prijs verdisconteerd, ‘en betaal je er zelf voor’, maar het geeft een prettig gevoel van welkom zijn. Bij DNO krijg je indirect toch altijd de boodschap mee: weet u wel dat dit allemaal geld kost? En dat begint al met de boekingskosten.
    N.B.Onno, ik kom geen winkelier meer tegen die mij extra voor Ideal laat betalen, wat dat betreft loopt de kassa van DNO een aantal jaar achter. Hoe verkoop je een product? Extra kosten hebben een nadelige invloed op de beleving van de klant, een doodzonde binnen de consumentenpsychologie.
    Ik wens iedereen veel operagenot.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Waar zo’n ontspoorde discussie al niet toe leidt: in de top 5 van “meest besproken” is de afschuwelijke Salomé-productie van Peter Konwitschny inmiddels verdrongen door “DNO opent met uitbundige Rosenkavalier” en dat enkel en alleen omdat de commentaren daar al lang niet meer over gaan!

  • Leen Roetman zei:

    En dat is maar goed ook Pieter: want aan die afschuwelijke Salomé-productie van Konwitschny willen we NOOIT meer herinnerd worden!

  • kersten zei:

    @ Gerard (`vindt u ook niet dat operaliefhebbers soms bijna agressief en vilein reageren?`): ik zie het meer als `katten`.
    @ Pieter K. de Haan: ik voel mij niet geattaqueerd, maar ik ben
    wel aangesprokene vanwege mijn `pragmatisch`. Daarmee doelde ik op uw onlangs ge-uite ergernis de vijf `recente reacties` door
    oneigenlijk gebruik te snel te zien verdwijnen.
    Wat `soepele handhaving …..hoofdredacteur` betreft: misverstand,
    want àls ik me al tot iemand richtte zou dat de hoofdredacteur
    moeten zijn.
    Ik stop, begin te geloven dat onze Rosenkavalier inderdaad langdradig is. Nog even en `Lege stoelen`(!) is geen lijstaanvoerder meer van de top 5 `meest besproken`.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Geachte heer Kersten,

    Voor de goede orde nog even dit: uw veronderstelling, dat ik “wellicht….wat pragmatisch” was of ben ging vooraf aan mijn constatering over de top-5, niet van “recente reacties”, maar van “meest besproken” en kan dus daarop geen betrekking hebben gehad.

    Geachte heer Roetman,

    “Elk naodeel hep se voordeel” (Johan Cruijff).

  • Paul Korenhof zei:

    Nog een keer terug naar Der Rosenkavalier (en een opmerking van ‘Loesje’: Hofmannsthal wist wat hij deed en de Marschallin komt in het derde bedrijf bepaald niet uit de lucht vallen. Uit het libretto blijkt dat de lijflakei van Ochs haar te hulp heeft geroepen toen zijn meester in problemen dreigde te komen. De toneelaanwijzing zegt ook duidelijk dat hij samen met het gevolg van de Marschallin het toneel betreedt, maar met een regisseur die zich allerlei ‘dichterlijke vrijheden’ veroorlooft, valt ook zo’n detail natuurlijk buiten boord en wordt de opera nog onbegrijpelijker. Leve de ‘dichterlijke vrijheden’!

  • Leen Roetman zei:

    Aanvulling opmerking Loesje en Paul Korenhof: het is op aangeven van Richard Strauss zelf!
    Misschien wel aardig om een stuk uit de brief van Richard Strauss aan Hugo von Hofmannsthal te citeren van 20 mei 1910.
    “In aller Kürze: das letzte Stück (anbei!) , das Sie mir schicken, gefällt mir in den Disposition gar nicht.
    Zu breit, zu zerflatternd, alles hintereinander, statt aufeinader platzend. Der Eintritt der Marschallin und die folgende Szene muß der Brennpunkt der Handlung und Spannung und äußerst konzentriert sein. Wenn der Baron und der ganze Trubel fort, dann muß sich erst alles allmählich in Lyrik auflösen und in weichen Linien zurückgehen.”
    (Richard Strauss, Briefwechsel mit Hugo von Hofmannsthal, Paul Zsolnay Verlag, Berlin-Wien-Leipzig, 1926).

  • Loesje zei:

    De toneelaanwijzing die door Paul Korenhof wordt genoemd ontbreekt in het programmaboek van DNO. Ik trof hem wel in het boekje bij de opname met Kleiber/Maria Reining. Niet verrassend natuurlijk, Paul kent het libretto.
    Probleem vind ik dat deze oplossing er met de haren lijkt bijgesleept. Faninal is bij aanvang van de derde akte al door Valzacchi – zogenaamd namens Ochs – naar de herberg geroepen. Hij zegt dit tegen Octavian. Dat kan de luisteraar horen. Het zwijgend weglopen van de lummelige lijflakei Leopold op een moment dat het toneel vol staat en er sprake is van een pandemonium zal menig toeschouwer ontgaan. In de dvd opname van de Schenk productie (Kleiber/Felicity Lott) heeft de regie het niet nodig geacht dit essentiële stukje stil spel – het weglopen van een lakei – in beeld te brengen. In geen enkele andere voorstelling (en dat zijn er al heel wat) is mij dit overigens ooit opgevallen.
    Von Hofmannsthal mag dan wel hebben geweten wat hij deed, hier is sprake van een wel erg armzalige noodoplossing. Iemand sluipt er tussenuit zonder iets te zeggen op een moment dat de toeschouwer ogen en oren te kort komt en komt een kwartiertje later binnen, wijzend naar een groepje lakeien die de Marschallin begeleiden.
    Ik heb sterk de indruk dat deze passage later aan de toneelaanwijzingen is toegevoegd omdat het verhaal geen ruimte liet voor een sluitende verklaring van haar plotselinge komst.

  • Leen Roetman zei:

    @Loesje: oplossing er met de haren bijgesleept of niet, het lijkt mij een minor detail vergeleken met het libretto van Il Trovatore. Dat hangt helemaal van los zand aan elkaar. Ik verheug me op de snijtafel discussie die weldra op dit forum hierover zal losbarsten. Wie geeft de voorzet?

  • Olivier Keegel zei:

    Leen, ik verheug mij zeer op Trovatore. Is naar verluidt “veplaatst” naar de Eerste Wereldoorlog (toen immers ook massaal de verkeerde baby’s in het vuur werden gegooid). Ik heb zelfs delirische visioenen van een koorlid dat als Adolf Hitler is geschminkt. Hebben we WO II er ook meteen bij, de natte droom van menig regisseur.

    Maar we wachten in spanning af!

  • Paul Korenhof zei:

    Alvast over Il trovatore: Het is een onuitroeibaar fabeltje dat het libretto van Il trovatore aan alle kanten rammelt en absoluut onbegrijpelijk is. Het is misschien overtrokken – natuurlijk: Spaans/Italiaanse hoogromantiek – en het is heel erg toegespitst op primaire emoties, maar het is nergens onbegrijpelijk! Op mijn 15de, voordat ik behalve het ‘zigeunerkoor’ ook maar iets van het werk gezien en gehoord had, liet mijn vioolleraar het mij lezen, zo’n klein boekje van de Amsterdamse Stadsdrukkerij. Hij vond namelijk – en die les heb ik mijn leven lang in praktijk gebracht – dat de kennis van iedere opera begint waar de componist begonnen was: met het lezen van het libretto. Als 15-jarige vond ik het verhaal volkomen duidelijk en tot op de dag van vandaag heb ik er geen problemen mee gehad. En het belangrijkste: het was precies wat Verdi voor zijn muziek nodig had!

  • Olivier Keegel zei:

    … en, vul ik dan maar even brutaal aan: geen enkele noodzaak tot “actualisering” c.q. “verplaatst naar”.

  • Paul Korenhof zei:

    En, Loesje, nog even over de lijflakei van Ochs: die is uit het programmaboek van DNO niet helemaal verdwenen: op p, 142 (18 regels van onderen) staat nog dat hij na de binnenkomst van de Marschallin ‘trots en zelfingenomen’ toeloopt op Ochs die hem ‘met een teken zijn tevredenheid te kennen’ geeft.

  • Leen Roetman zei:

    Bedankt Paul Korenhof voor de opmerkingen.
    Het libretto van Trovatore ga ik aan de hand van mijn favoriete opname (Scala, Serafin,1963, Stella, Cossotto, Bergonzi, Bastianini) nog eens goed bestuderen! Ik vind het verhaal niet zo zeer onbegrijpelijk als wel vergezocht.
    Regisseur Ollé zal het libretto ook zeker goed gelezen hebben en is de aankondiging van DNO ‘Hoe weet Ollé vanuit al deze onnavolgbare verhaallijnen toch een consistente opera te creëren?’ nogal overtrokken.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Alhoewel het inmiddels in deze “thread” opnieuw niet over het onderwerp gaat toch een reactie. Gelet op het artikel van Paul Korenhof op Opus Klassiek over de opvattingen van de regisseur over Verdi (http://www.opusklassiek.nl/) ben ik er, met Olivier Keegel, allesbehalve gerust op, dat we van de a.s. voorstellingen van “Il Trovatore” van DNO onbekommerd zullen kunnen genieten. Maar, wie weet?

  • Leen Roetman zei:

    Ik ben zo vrij om de complete link te geven naar het artikel van Paul Korenhof over de opvattingen van Ollé over Verdi naar aanleiding van Ollé’s regie van Un ballo in maschera in Brussel . HELP !!
    http://www.opusklassiek.nl/opera_operette/dramaturgie_2014_5.htm

  • Paul zei:

    Ik ben gisteren eindelijk ook naar Der Rosenkavalier. Ik vond het een prachtige productie, waarbij je nauwelijks het gevoel hebt dat het te lang duurt (had ik de vorige keer wel). Ik vond hem muzikaal en qua regie veel boeiender dan die van een aantal jaar geleden.

  • Patrick van Rhedenborg zei:

    ”Der Rosenkavalier” Richard Strauss (Amsterdam Stopera) 30/9 2015
    Nou ik heb ‘m dan gezien hoor, de allerlaatste voorstelling van DNO’s ”Rosenkavalier”.
    Was in alle, maar dan ook in alle opzichten een bevredigende voorstelling!
    Solisten, orkest, regie, enscenering, enfin de hele bliksemse boel viel bij mij dusdanig in de smaak als geen andere voorstelling in decennia heeft gedaan. (behalve misschien ”Les Troyens”)
    Nylund een werkelijk prachtige Marschallin met een hoogst intelligente opbouw van haar rol, Octavian van Hanna Müller, vocaal al heel goed,maar ook volkomen geloofwaardig in haar ”Hosenrolle”, een opvallend krachtige (!) Sophie, die in deze regie een enorme persoonlijkheid werd en veel meer een pubermeisje dan ik er ooit in heb gehoord. Heel sterk gespeeld en ook heel geestig!
    De ”Ochs”…. had ik mij (als ook een bas zijnde) niet beter kunnen wensen: Ongelofelijk grappig en virtuoos gespeeld en gezongen met een enorm gemak de gigantische tessituur beheersend!
    Een uitstekende ”ordinaire” Faninal (Gantner)
    Alle bijrollen waren riant bezet, vaak met grote stemmen, zoals die van de Polizeikommisar(Wilde) Marianne Leitmetzerin (ook heel geestig). Bijzonder fijn en geraffineerd gespeeld en gezongen intriganten duo van Laurenz en Rüütel….
    Wonderschone ”Sänger” (Yosep Kang)
    Overdonderende personenregie met een geweldige zooi dronken hooligans in het gevolg van Ochs van Lerchenau, lakeien, hoeren, wezen en weet ik al niet. Allemaal hilarisch! Ik heb me vaak helemaal gek gelachen!
    En wat een prachtig en goed gevonden decorbeeld in de tweede akte!
    Een partytent in mintgroen, waar menig horeca etablissement zijn vingers bij zou aflikken. Een uitvergroot cliché van hoe de ”nouveau riche” zo dolgraag zijn huwelijk zou beleven!!
    De partituur is wezenloos ingewikkeld en illustratief, zit ongelofelijk goed in elkaar en werd door het Nederlands Philharmonisch weergegeven, zoals ik
    het zelfs in een opgepoetste studio opname nog nooit gehoord heb. Alles geraffineerd, soms”ordinair”, ”schmalzig” Wienerisch en vaak zeer geacheveerd. Beter kon echt niet, m.i. Nou had ik ook de indruk, dat iedereen in deze voorstelling elkaar sterk inspireerde.
    Wat mij in vele vele jaren niet gebeurd is…Bij het trio in de finale welde een traan op in mijn rechteroog…

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.