FeaturedOperarecensie

Een dernière en een première in Berlijn

Operagangers in Berlijn kunnen blij zijn met het rijkelijke voorafje op de kerstdagen dat de Deutsche Oper Berlin dit weekend gaf. Op zaterdag ging een historische Tristan und Isolde voor de laatste keer in reprise, op zondag ging een zeer vermakelijke Il Barbiere di Siviglia in première. Niet slecht voor het eerste adventsweekend.

Jana Kurucová als Rosina (foto: Matthias Horn im Auftrag der DEUTSCHEN OPER BERLIN).
Jana Kurucová als Rosina (foto: Matthias Horn im Auftrag der DEUTSCHEN OPER BERLIN).

De Tristan und Isolde van Götz Friedrich uit 1980 beleeft haar afscheidsreeks. Erg jammer dat zo’n schitterende productie geschrapt wordt. Een productie waarvan je kunt zeggen dat die – naast de duidelijke historische waarde voor het operahuis – een pure en waardige stijl bevat die niet makkelijk te evenaren is.

De Israelische dirigent Pinchas Steinberg benadrukt die sfeer door voor de minst gehaaste tempi te kiezen die ik ooit in Tristan heb gehoord. Ook vermijdt hij ieder buitensporig volume van het orkest. Deze behandeling van de partituur geeft de zangers de kans hun rollen op schitterende, niet-geforceerde wijze te vertolken.

Het is moeilijk niet in superlatieven te vallen bij het beschrijven van de kwaliteiten van Evelyn Herlitzius als Isolde. Hoewel de meningen van critici over haar verdeeld zijn, twijfel ik niet om te zeggen dat zij de meest opwindende Wagner-sopraan is die je vandaag de dag kunt horen.

Haar stem en techniek zitten op de toppen van hun kunnen. Van een vibrerend laag borstregister tot overrompelende hoge noten, perfect gesteund door haar adem: alles draagt bij aan een ongelofelijke eenheid in klankkleur.

Als je haar voor de eerste keer meemaakt, denk je dat ze het niet volhoudt tot het einde van de opera, vanwege de intensiteit en kracht die ze gebruikt. Maar toch, ze doet het! Ik zie nu al uit naar haar Elektra in Brussel in januari.

De Britse tenor Ian Storey profiteert van de muzikale leiding van Steinberg. Hij kan zonder te forceren Tristan zingen, met een gevoelig resultaat. Voor de derde akte wordt aangekondigd dat hij last heeft van een gescheurde meniscus, maar dat maakt zijn verbeelding van Tristans pijn alleen maar overtuigender.

Nog een groter applaus krijgt de andere internationale ster van de avond: de Rotterdamse basbariton Robert Holl, die König Marke zingt. Zijn interpretatie is diepgaand, koninklijk en ontroerend, met dank aan zijn grootse, warme stem. In passages als ‘Warum mir diese Schmach?’ articuleert hij de tekst met enorme precisie en emotie.

Te midden van zo’n hoog artistiek niveau vallen de jongere zangers Petra Lang (Brangäne) en Alexander Marco-Buhrmeister (Kurwenal) geenszins tegen.

Fontein van ideeën

Minder dan 24 uur later en nog steeds overrompeld door Wagners liefdestragedie, bezoek ik de première van Rossini’s Il barbiere di Siviglia, onder leiding van de Spaanse dirigent Enrique Mazzola. Kun je je een groter contrast voorstellen?

Brownlee als Almaviva (foto: Matthias Horn im Auftrag der DEUTSCHEN OPER BERLIN).
Brownlee als Almaviva (foto: Matthias Horn im Auftrag der DEUTSCHEN OPER BERLIN).

De Deutsche Oper presenteert het publiek weer enkele sterren. Om te beginnen de geweldige Afro-Amerikaanse tenor Lawrence Brownlee – die de rol van graaf Almaviva overal al heeft gezongen, van de Scala tot de Met. Hij is de verpersoonlijking van belcanto en combineert dat met een aantrekkelijk acteertalent. Beide kwaliteiten spreidt hij zeer tentoon in deze productie. In de acrobatische finale-aria bijvoorbeeld, maar nog meer in de veeleisende regie van Katharina Thalbach.

Thalbach – één van de populairste actrices in Duitsland – is simpelweg een fontein van ideeën. Er zit geen saai moment in de hele voorstelling. Ze plaatst het verhaal in het hedendaagse, toeristische Spanje, in carnavalstijd. Het verhaal speelt zich af op een campingterrein, wat de stjil van de ‘commedia dell’arte’ geloofwaardig maakt.

Het concept heeft een zekere naïviteit – een deel van het publiek kan het dan ook niet waarderen – maar naar mijn idee is het levendig en amuserend, en het is duidelijk te zien dat de uitvoerenden er plezier in hebben.

De Slovaakse mezzosopraan Jana Kurucová, die Rosina zingt, maakt haar debuut als nieuw ensemblelid van het operahuis. Ze overtuigt met haar zelfbewuste en levendige acteerwerk en zingt haar rol zonder zich te hoeven schamen.

De bas Maurizio Muraro is de enige Italiaans-sprekende solist van de hoofdrollen. Bij hem geniet ik enorm van de manier waarop hij met de woorden speelt in de recitatieven en zijn gemakkelijke uitspraak. Markus Brück is als Figaro eveneens uitstekend.

Ik had meer verwacht van Ante Jerkunica als Basilio. De Kroatische bas is, net als Brück, een lid van het ensemble van het operahuis en ik heb hem vaak fantastische rollen horen creëren. Ik denk dat zijn natuurlijke houding hem misschien geschikter maakt voor serieuze, dramatische rollen dan voor komische. Maar gezien de kwaliteit van zijn stem ben ik er zeker van dat hij in de toekomst ook in deze rollen gemakkelijker zal zingen.

Over de toekomst gesproken: we zullen zeker meer gaan horen van de rijzende ster die in de kleine rol van Berta zong, de jonge sopraan Hulkar Sabirova uit Oezbekistan. Op basis van de verbazingwekkende vocale kwaliteit die ze tentoonspreidt in haar mini-aria is het snel gezegd: ze gaat een interessante carrière tegemoet. Ik houd haar in de gaten.

Alessandro Anghinoni doet regelmatig verslag van interessante producties in Berlijn. Hij is Italiaans maar woont sinds 2000 in Berlijn. Hij is vertaler van beroep en schrijft regelmatig over opera. Voorheen voor bladen als Opernwelt, tegenwoordig op zijn blog Operello&Operella.

Vorig artikel

Opera per Tutti zingt in kerk en museum

Volgend artikel

Exiles mixt barok met hedendaagse werk

De auteur

Alessandro Anghinoni

Alessandro Anghinoni

3Reacties

  1. 30 november 2009 at 15:57

    Wat heerlijk dat de recensent ons 40-ers toch nog bij de jonge zangers telt!!!

  2. diny tecker
    1 december 2009 at 13:36

    Bij het lezen van de recensie over de Tristan und Isolde bleef ik even haken bij de naam van de Israelische dirigent. Zijn voornaam is PINCHAS EN NIET Pichas. Zeker een naam om in de gaten te houden.

  3. Alessandro A.
    1 december 2009 at 21:01

    You are absolutely right, diny tecker!
    I am sorry for the typo: the name of Steinberg is Pinchas (they spell it “Pinkas”).

    Thank you for your notice!
    aa