Operarecensie

Operadagen: dikke tien voor Monteverdi

Eén van de hoogtepunten van Operadagen Rotterdam 2016 was het optreden van Cappella Mediterranea onder dirigent/oprichter Leonardo García Alarcón in de Rotterdamse Schouwburg. Met L’Orfeo van de jarige Monteverdi presenteerde het ensemble dit jaar in de wat minder theatrale Doelen een voorstelling die op alle fronten een dikke tien scoorde.

Leonardo García Alarcón in actie. (© Bertrand Pichene)

Net voor het licht in de Doelen getemperd werd, kon ik degene naast me nog snel influisteren dat het vermoedelijk wat statischer zou worden dit keer. Vorig jaar was Cappella Mediterranea ook te gast bij de Operadagen Rotterdam, toen met een hele informele uitvoering van vroegbarokke muziek van Scarlatti en Tozzi. Die werd gecombineerd met volksmuziek uit Sicilië in een spectaculair concert.

Hoe sterk ik ernaast zat, bleek al tijdens de ouverture van L’Orfeo, de opera van Monteverdi die zeer toepasselijk in dit Monteverdi-jaar was opgenomen in de programmering van de Operadagen. Strijkers en continuo zaten op het podium, met achter hen een rij lessenaars waar de solisten hun partijen zouden vinden. Ze zouden er de hele avond staan, nam ik aan, keurig uit hun boekjes zingend en afgaand terwijl een collega nog de laatste regels van het duet zong. Dacht ik. Zo gaat het er nog weleens aan toe als opera de concertzaal binnenkomt.

Maar nee. Halverwege de ouverture betraden de vier trombonisten het podium en speelden hun partij met de kracht van een bigband. Het bleken hún plaatsen achter die lessenaars. Geen van de solisten stond stil achter een partituur. Sterker nog: er waren geen partituren. Zelfs het koor zong alles uit het hoofd, wat alleen daarom al een zeer levendig concert opleverde.

Eén van de twee zeer indrukwekkende zangeressen die vorig jaar met Cappella Mediterrannea Rotterdam aandeden, Francesca Aspromonte, was weer van de partij en opende de voorstelling als La Musica. Met een prachtige intonatie, een uitgesproken barokke wijze van fraseren en een minimaal vibrato reikte haar slanke sopraangeluid tot ver in de grote Doelenzaal. Het voor symfonische muziek gebouwde podium zat maar heel weinig in de weg, alleen bij tuttipassages gecombineerd met zang was er een licht verstoorde balans. Maar gelukkig componeerde Monteverdi voor veel van de vocale onderdelen een beperkte orkestratie, zodat die stemmen heel goed hoorbaar bleven.

De sopraan kwam later terug, in de rol van Euridice. Ze vormde met tenor Valerio Contaldo een indrukwekkend liefdespaar, dat ook als de aandacht muzikaal niet bij hen lag consequent acteerde. Contaldo bleek een geweldige stem te hebben voor dit oude repertoire. Zijn Orfeo bleef ver van overgeparfumeerde romantiek. Hij had een bijna rauwe, pure manier van zingen. Zijn ornamenteringen waren niet acrobatisch, maar hij deed wat sopraan Emma Kirkby weleens aanbeval: “Een goede coloratuur zing je alsof je alle tijd van de wereld hebt.”

Uit het slotapplaus bleek dat ook de derde soliste, Giuseppina Bridelli, heel veel indruk had gemaakt op het publiek. Haar sopraan had een grote kracht. Muzikaal, maar ook in de zin van zeggingskracht. De boodschap van haar Messaggiera was één van de vocale topmomenten uit een voorstelling die zowel visueel als auditief elke seconde de moeite waard was.

Het Choeur de Chambre de Namur. (© Frederic Maurel)

Dirigent Leonardo García Alarcón voerde een beweeglijke maar bescheiden directie. Hij hoefde weinig aan te geven voor de solisten en zorgde ervoor dat zijn ruim bezette orkest altijd in de gaten hield dat de solisten van rechts kwamen en dus voorrang hadden. Het orkest speelde op oude instrumenten, maar het beeld van die musici omgeven door de microfoons van het MAX Avondconcert bracht een lichte verwarring over de geluidsversterking. Maar die was er echt niet.

Oude muziek wil in een heel HIPpe (“historically informed performance”) setting nog weleens naar een schraal klankbeeld neigen, maar de oude instrumenten als dulciaan, aartsluit en regaal gaven een warm, vol en mediterraan klankbeeld. In combinatie met het Choeur de Chambre de Namur – sinds 2010 vast geleid door Alarcón – en de solisten ontstond een grote eenheid.

Het was zeker niet concertant wat zich gisteravond in de Doelen afspeelde. De regisseur – een naam ontbrak in het programmaboekje – gebruikte alle hoeken van de zaal, speelde met de mogelijkheden van de ruimte en liet zelfs het koor halverwege een complete verkleding doen. De originele mise-en-espace toonde aan dat er in de grote zaal van de Doelen heel wat meer kan dan we meestal te zien krijgen. Het leek soms een tikje behelpen met het licht, maar de nieuwe podiumhemel beschikte over meer kleur dan alleen standaard wit en hard. De theatertechniek van de Doelen moet er een drukke, maar zeer geslaagde avond mee hebben gehad.

De verjaardag van Monteverdi, gisteren precies 450 jaar en een dag geleden geboren in Cremona, werd bijzonder feestelijk gevierd met deze Orfeo. De avond eindigde met een lang applaus van het publiek. Het goede nieuws na afloop was dat er tussen de Cappella en Operadagen Rotterdam afspraken gemaakt zijn voor optredens tijdens volgende edities van het festival.

De uitzending van Omroep MAX is terug te luisteren op de website van Radio 4. Cappella Mediterranea voert L’Orfeo nog een paar keer op, ook in de buurt van Nederland: op 4 augustus in Gent en op 17 september in Luik. Bij De Nationale Opera is het ensemble vanaf 12 oktober te zien in Eliogabalo van Francesco Cavalli.

Vorig artikel

Veerle Sanders wil opera laten leven

Volgend artikel

Before I die: publiek als ramptoeristen

De auteur

François van den Anker

François van den Anker

François van den Anker is muziekjournalist. Hij doet verslag van de wereld van opera en lied met interviews, reportages en podcasts.

1 Reactie

  1. Marc van der Heijde
    21 mei 2017 at 10:50

    Heer Van den Anker, uw schrijven is een prachtig compleet geheel van hoe ik de avond ook beleefd heb!