Home » Featured, Operarecensie

Leonore 1805 verdient ereplek

Amsterdam30 oktober 2017 8 reacties

Beethoven had ieder jaar een nieuwe opera willen schrijven. Maar hij wees twaalf libretti af. Dus bleef het bij die ene opera in drie gedaantes: Leonore 1805, Leonore 1806 en Fidelio 1814. Die laatste werd een beroemd repertoirestuk, de andere twee musicologisch studiemateriaal. Als het aan René Jacobs ligt, wordt Leonore 1805 ook repertoire. Zo overtuigend was de uitvoering onder zijn leiding op 28 oktober in de NTR ZaterdagMatinee.

René Jacobs gaf een overtuigend pleidooi voor Leonore. (© MolinaVisuals)

Eerste een kleine verrassing: het Freiburger Barockorchester zat in een bijzondere opstelling. Aan de rechterhand van de dirigent een blokje van acht houtblazers; eind achttiende, begin negentiende eeuw de ‘harmonie’ genaamd. In het midden in een lange rij de koperblazers. Daarvóór het strijkorkest, uitwaaierend naar links. De drie contrabassen vormden de achterhoede bij de harmonie. Die leverde een goed hoorbare klankbron in het ensemble.

Tweede, weliswaar te verwachten, verrassing was de ruimte rond het orkest, die inventief benut werd voor een semiscenische vertoning van het verhaal over de dappere, vasthoudende vrouw Leonore, die alles in het werk stelt om haar echtgenoot Florestan te bevrijden uit het doodshol waar hij gevangen zit.

De derde, echte verrassing: Leonore speelt in de versie van 1805 een veel ruimere rol dan in Beethovens definitieve versie uit 1814. De operatitel Leonore (volledig: Leonore, oder Der Triumph der ehelichen Liebe) is dan ook zeer terecht.

De première in 1805 bracht – om verschillende redenen – niet het succes waar Beethoven op had gehoopt. Goedbedoelde adviezen van vrienden om de opera in te korten, zetten Beethoven aan tot het schrappen van diverse passages, zoals de ‘goud-aria’ van Rocco de gevangenisdirecteur, en een duet tussen Leonore en Marzelline, dochter van Rocco en verliefd op de als jongeman vermomde Leonore. De drie bedrijven werden samengevat tot twee aktes. De presentatie in 1806 bleef echter steken bij twee uitvoeringen.

Beethoven legde het werk terzijde, maar in 1814 was de tijd rijp voor een herneming, weliswaar met wijzigingen, zoals in de partij van Florestan, die veel dramatischer werd ingevuld. Met een nieuwe ouverture, een gewijzigde afronding bij de bevrijding van Florestan en een nieuwe titel (Fidelio), ontstond de opera die nu wel succes beleefde.

Meer spanning

De live-beleving in de ZaterdagMatinee maakte duidelijk dat er sprake is van twee opera’s over hetzelfde onderwerp en van dezelfde componist. In de opzet met drie bedrijven krijgt de ontwikkeling van het verhaal per bedrijf meer spanning.

De nog in lichte toets geschreven eerste akte met het liefdesgekibbel tussen Marzelline en de cipier Jacquino en het geflirt van Marzelline met Leonore (René Jacobs noemt het een ‘Singspiel’) wordt gevolgd door een dramatisch gekleurd bedrijf waarin Leonore domineert in haar streven mee te mogen gaan naar de geheime gevangene. Het derde bedrijf voert naar de dramatische ontknoping met Florestan als tragische held in het centrum.

Geboeide Florestan

In de versie 1805 komt de problematische liefde tussen Marzelline en Leonore ook aan de orde, in een ontroerend duet, met viool en cello omspeeld. Het geeft contour aan de diepe gevoelens van angst en woede die Leonore echt beroeren. “Breek nog niet, vermoeid hart”, zingt zij als inleiding op haar grote aria ‘Komm Hoffnung’, die uitgebreider is dan in Fidelio 1814 en die gekenmerkt wordt door coloraturen (in Fidelio 1814 niet aanwezig), die soepel uit de mond van Marlis Petersen stroomden. Met haar lichte stem kon zij ook de felle kanten (in haar confrontatie met gevangenisgouverneur Don Pizarro) perfect invullen.

Sopraan Marlis Petersen was een perfecte cast voor Leonore.

Maximilian Schmitt werd vooraf geëxcuseerd vanwege een verkoudheid, maar zijn tenor had genoeg kracht om de rol van Florestan in te kleuren. In de enscenering werd hij tijdens de zachte, spannende orkestrale inleiding door Rocco over de lange trap naar het podium gevoerd – handen geboeid en in een wit gevangenispak. Bovendien werd het zaallicht naar donker gedraaid, wat de spanning verhevigde. De scène deed terugdenken aan de ouverture (Leonore nr. 2), die in een dalende lijn het drama inzet. Een ouverture door Jacobs gekarakteriseerd als een symfonisch gedicht.

De partij van Florestan had een minder hallucinerende expressie als die wij kennen uit Fidelio 1814, beginnend met de geëxalteerde uitroep “Gott” en het visioen “wie ein Engel im rosigen Duft…”. Maar daar stond een uitgebreid liefdesduet tegenover, nadat Don Pizarro en Rocco het paar achterlaten in de kerker. Het leverde een logische overgang op naar de bevrijding, waarbij het schitterend zingende koor (Zürcher Sing-Akademie) in twee stromen de trappen afdaalde.

Virtuoze Freiburgers

Don Pizzaro kreeg in de stem van de Noorse bariton Johannes Weisser een donkere, duivelse scherpte – echt zijn rol. Naast Marlis Petersen schitterde de Amerikaanse Robin Johannsen met een kwikzilveren sopraan en een soepele acteerstijl.

De Russische bas Dimitry Ivashchenko paste naadloos in het karakter van Rocco, een partij die geen afwijking vertoont met de 1814-versie. De Oostenrijkse tenor Johannes Chum als Jacquino en de Duitse bas Tareq Nazmi als Don Fernando completeerden de topbezetting.

Het stormachtig gejuich na afloop gold beslist ook voor de Freiburgers, die virtuoos reageerden op Jacobs’ directie. Zijn pleidooi voor een ereplek van Leonore 1805 overtuigde volledig.

door

Leonore
L. van Beethoven

Uitgevoerd door: Freiburger Barockorchester en Zürcher Sing-Akademie onder leiding van René Jacobs.
Solisten: Marlis Petersen, Maximilian Schmitt, Johannes Weisser, Robin Johannsen, Dimitry Ivashchenko e.a.
Bezocht op 28 oktober 2017 in Het Concertgebouw - Amsterdam.

8 reacties »

  • Rudolph Duppen zei:

    Bijna geheel mee eens. Leonore (1805) zit veel logischer in elkaar dan de episodische opera Fidelio. Alleen het slot van Fidelio is veel meeslepender en extatischer dan Leonore.Ook het gevangenenkoor maakte minder indruk dan in Fidelio. De solisten waren uitstekend en het orkest speelde prachtig transparant. Alleen het koper blijft enigszins onbetrouwbaar maar dat ligt niet aan de virtuoze spelers maar aan hun instrumenten. De dialogen waren gemoderniseerd.(Befehl ist Befehl).

  • Stefan Caprasse zei:

    Ik heb het ook gezien (in Brussel) en vond het mooi… O, pardon, relevantere commentaar dus…

    Over de verschillen tussen 1805 en 1814 zie ook mijn commentaar achter ‘Munt en Matinee brengen Leonore’.

    Het was dus inderdaad wel voluit genieten! De versie van 1805 kan gerust bestaan naast de ‘uiteindelijke’ versie. Zijn in de 1814 versie bepaalde momenten inderdaad sterker geworden (zoals het tweede deel van de Florestan-aria), de 18o5 versie is een homogener geheel en we vinden er delen, die later (ten onrechte?) gecoupeerd warden (oa een trio in het eerste en een duet in het tweede bedrijf). Daarbij gaf het ‘semi-scenische’ de gepaste dramatiek aan het geheel. Ik hoor het sommige mensen zelfs al zeggen: “beter dit dan een (te) vergezochte enscenering”. Ik zal me beperken tot te zeggen dat dit een hele goede oplossing is voor een concertante uitvoering, maar dat ik deze 1805 versie toch ook eens volledig scenisch zou willen zien.

    Fantastisch klinkend orkest (de hoorns in de Leonore-aria en de bijzonder macabre klinkende inleiding op het gevangenistoneel!)
    Soms wel opvallend snelle tempi van Jacobs (Marzeline-aria, haar duet met Jacquino en gevangenenkoor-dat laatste hoor ik liever trager, maar wie ben ik?)

    Eveneens prachtig koor (in een opvallend kleine bezetting in het gevangenenkoor).

    Tenslotte VOLLEDIG fantastische bezetting gedomineerd door de strijdvaardige Leonore van Marlis Petersen. Maar ook een patetische Maximilian Schmitt, een menselijke Dimitri Ivashchenko en terrifiante Johannes Weisser. En passend lichtere Johannsen en Chum…

    Meer kan ik er niet over zeggen…

  • Kersten van den Berg zei:

    Was smullen, eergisteren via radio 4. Heb in 1978 een Leonore (Staatskapelle Dresden olv Blomstedt, met Edda Moser, Cassily, Adam, Ridderbusch, Donath, Büchner) van Hilversum 4 opgenomen en daar lang erg van genoten. Maar ik blijf toch de voorkeur geven aan Fidelio, niet zozeer omdat deze mij hoe dan ook meer vertrouwd blijft klinken maar vooral vanwege Leonores zijpaadjes die ten koste gaan van de spanning die de meer directe Fidelio biedt. Een DNO-Leonore zou ik overigens ten zeerste toejuichen!

  • G. Hofman zei:

    Onbegrijpelijk dat de mensen deze concertante uitvoering mooi vonden. De muziek was mooi, de zangers waren mooi, maar het spel was van een onbenulligheid, dat ik af en toe maar even mijn ogen sloot om het even niet te zien. Had Rene Jacobs niet even een goede regisseur om advies kunnen vragen of in kunnen huren. Mijn motto is: doe het goed of doe het niet. In dit geval had het niet moeten worden gedaan. Uit het hoofd zingende zangers zonder spel maar wel met de nodige interactie, was beduidend beter geweest. De mensen om mij heen waren dezelfde mening toegedaan.

  • Stefan Caprasse zei:

    Ieder zijn mening natuurlijk, maar ik kan me voorstellen dat voor slechts 2-3 uitvoeringen (en dan nog een ‘reizende’ uitvoering!) moeilijk een heel regieteam kan ingehuurd worden. En ook al is een ‘semi-concertante’ uitvoering sowieso per definitie altijd een halfslachtige oplossing , ik vind het (persoonlijk) beter dan volledig concertant, waar ik (nog steeds persoonlijk) helemaal niet van hou. De ‘producties’ van René Jacobs worden trouwens altijd zo gedaan. Het had misschien nog iets meer gemogen; zo had een dolk en een pistool er wel echt mogen zijn.
    En sorry, mr G. Hofman, maar ik vind dit toch geen reden om het zo af te breken…
    Ik heb er in elk geval enorm van genoten…

  • Rudolph Duppen zei:

    Ik zag niet veel verschil met andere semi-scenische uitvoeringen in Het Concertgebouw en ik heb er een groot aantal gezien.Een uitzondering vormde de Mozart cyclus o.l.v. Sir John Eliot Gardiner maar daar hing ook een ander prijskaartje aan. Het is behelpen maar je eigen verbeeldingskracht doet de rest.Beauty is in the eye of the beholder.

  • G. Hofman zei:

    Mijn mening is dat de concertante opvoering niet op deze manier moet worden gedaan, omdat de muziek genoeg zegt. Ik heb concertante opvoeringen meegemaakt in de zaterdagmatinee waar zonder “toneelspel” beduidend meer gezegd werd dan in de uitvoering van Leonore afgelopen zaterdag. Zoals ik al zei: de stemmen waren heel mooi en de muziek heel mooi uitgevoerd.

  • stefan caprasse zei:

    OK, dat is Uw mening en die respecteer ik…

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.