Home » Achtergrond, Featured, Operarecensie

Het IVC-verslag: de halve finale

Den Bosch22 september 2010 17 reacties

Tot en met zondag 26 september dingen vele zangers van over de hele wereld naar de hoofdprijs van het Internationaal Vocalisten Concours (IVC) in Den Bosch. Place de l’Opera is op diverse dagen van het vooraanstaande concours aanwezig. In deel twee van een verslag de halve finale. Een lange dag, met véél sopranen en een paar keer kippenvel.

Op het IVC-menu van dinsdag 21 september stonden ‘slechts’ drie gangen, maar het voelde aanzienlijk gevulder. In de drie concerten kwamen 22 halvefinalisten aan bod, ieder met drie liederen/aria’s van verschillende componisten. Niks geen ontspannen dagje zangsnuiven onder de nieuwe generatie, het was een dag met een veelvoud aan vocale indrukken.

Ik moet zeggen dat de overdosis aan sopraangeluid (13 van de 22 zangers) niet altijd bevorderlijk was voor mijn luisterlust. Ook was het jammer dat de pianisten aan het einde van de dag leken in te dutten, wat de arme avondsolisten soms in nogal onplezante situaties bracht.

EungKwang Lee, helaas geen finalist (foto: Internationaal Vocalisten Concours).

Met deze dingen wil ik echter niet zeggen dat het een zware opgave was de halve finale uit te zitten. Absoluut niet. Het was een weldaad zoveel talentvolle jonge zangers bij elkaar te zien, ieder weer met geheel eigen karakteristieken. Daarnaast was de sfeer goed, het publiek gezellig en het omliggende centrum van Den Bosch met een zonnetje overgoten. Wat wil een zangliefhebber nog meer?

Over dat publiek gesproken: het intrigeerde me hoe sterk een concours het jurerend instinct van de mens losmaakt. Op iedere hoek van iedere foyer werd de zang (en uiteraard het uiterlijk) van de kandidaten ontleed. Zowel door de professionals als de ‘gewone’ liefhebbers.

Ook in de zaal was dat merkbaar. Soms kon je al na een paar noten instemmend of afkeurend gehum horen. Wat dat betreft heb ik veel bewondering voor álle deelnemers. In zo’n beladen, naakte setting je ding doen, is een hele kunst.

Kanjer

Maar goed, terug naar de zangstrijd. Zoals gezegd was het niveau hoog. Niet verwonderlijk natuurlijk, want alle halvefinalisten waren al twee keer ongeschonden door de juryzeef gekomen. In mijn oren hadden ze dan ook stuk voor stuk knappe stemmen. Maar als iedereen met een knappe stem het tot zangprof zou schoppen, zou de zangwereld aan overbevolking ten onder gaan, dus er is meer nodig dan een mooi geluid.

Oleksandr Pushniak, een bijzonder geluid uit Oekraïne (foto: Internationaal Vocalisten Concours).

Zeker op een concours zoek je – ik althans – naar zangers die ‘iets’ hebben. Of, zo je wil, ‘het’. ‘Het’ is het vermogen om echt te communiceren met het publiek, om mensen mee te slepen in een verhaal, om mensen rechtstreeks in hun hart aan te spreken. ‘Het’ is het verschil tussen een muisstille zaal en een zaal waarin men de moeite niet neemt een hoest of kuch te onderdrukken. ‘Het’ is het verschil tussen de hele speciale zangers en de gewoon goede zangers.

Er waren enkele zangers waar ik die bijzondere eigenschap bij bespeurde. Allereerst sopraan Jeanine de Bique uit Trinidad. Naar haar ‘Adieu, notre petite table’ uit Manon zat ik ademloos te luisteren. En vele anderen met mij, want je kon een speld horen vallen. Met uitermate veel muzikale intelligentie en gevoel, en een geluid van de schoonste makelij, maakte ze een onuitwisbare indruk op mij.

Op geheel andere wijze deed ook bariton Oleksandr Pushniak uit Oekraïne dat. Van zo’n stem val ik pardoes van mijn stoel. Groot, Slavisch, maar geweldig verfijnd en vloeiend in zijn muzikale zinnen. Een kanjer, zeker als hij Rachmaninov en Zherbin zingt.

Rosanne van Sandwijk, de enige Nederlandse in de finale (foto: Internationaal Vocalisten Concours).

De Koreaanse bariton EungKwang Lee toonde zich mijns inziens als een heel complete artiest, met fragmenten van Leoncavallo, Poulenc en Borodin. Hij had niet alleen een ijzersterke uitstraling en veel lef, hij zong ook met grote muzikaliteit. Zijn crescendi, pianopassages, versnellingen en vertragingen: het klopte allemaal precies.

Vermeldenswaard is verder ook de Ierse bariton Benjamin Russell, 22 jaar nog maar. Wellicht nog wat jong voor zo’n internationaal festijn, maar hij maakte meer in mij los dan vele andere kandidaten, met zijn natuurlijke zang en stijlvolle interpretaties van Britten en een traditioneel Iers lied.

Behalve dit kwartet waren er natuurlijk nog vele andere zangers die overtuigden, maar deze vier hadden voor mij iets speciaals. Wat enkele van de anderen betreft: Dorine Mortelmans deed het met haar innemende verschijning en lichte, maar goed onderbouwde timbre beslist niet gek, Claudia Boyle zong technisch buitengewoon geperfectioneerd en deed het als Violetta heel behoorlijk en Rosanne van Sandwijk hield de Nederlandse eer hoog met een opvallend volwassen optreden. In vergelijking met de rest vond ik haar zeer zelfverzekerd, in de aangename zin van het woord.

Finalisten

Uiteindelijk moest de deksels lastige schifting voor de komende finale gemaakt worden door een achtkoppige jury. Een jury waarvan één lid – het moet me echt even van het hart – er werkelijk alles aan deed om ongeïnteresseerd en irriterend over te komen. Hij rikketikte op zijn stoere laptopje hinderlijk door de optredens van de kandidaten heen. Ik ga er maar vanuit dat het met de zangers te maken had (en niet dat hij zijn mail checkte, een spelletje speelde of uitrekende wat hij voor leuks van zijn IVC-honorarium kon kopen), maar ik vond het toch wel een smetje op de verder uitstekende organisatie van het concours.

Jeanine de Bique, een serieuze favoriet.

Maar met of zonder laptop: de jury kwam redelijk snel tot een lijst finalisten. Ze selecteerden acht zangers. Opvallend, aangezien ik vernam dat het er meestal twaalf zijn. De selectie is als volgt:

Sopraan Daniela Köhler, Duitsland
Sopraan Claudia Boyle, Ierland
Tenor Seil Kim, Korea
Sopraan Jeanine de Bique, Trinidad
Mezzosopraan Rosanne van Sandwijk, Nederland
Sopraan Yun-Jeong Lee, Korea
Bariton Oleksandr Pushniak, Oekraïne
Sopraan Miriam Deanesse Clark, Duitsland

Geen EungKwang Lee dus. En ook geen Benjamin Russell. Van de 22-jarige bariton kon ik het me nog voorstellen gezien zijn leeftijd, maar de uitschakeling van Lee begreep ik niet goed. Daar blijkt maar weer uit hoe grillig een concours is en, meer nog, hoe grillig het beluisteren van zangers is. Het is zo persoonlijk welke zangers je aanspreken en welke niet, dat je buiten het technische verhaal om al snel terechtkomt in een schemergebied waar goed en slecht vervagen en je eigenlijk enkel persoonlijke belevingen kunt uitwisselen. En ja, dan ben je het misschien niet altijd eens met de jury.

Maar laat ik in majeur eindigen: ‘we’ hebben met Rosanne van Sandwijk nog een kandidaat voor de hoofdprijs en zij krijgt in de twee finales gezelschap van diverse bijzondere en zelfs heel bijzondere zangers. Alle reden dus om op zaterdagavond 25 en zondagavond 26 september naar Den Bosch te togen voor respectievelijk de pianofinale en de finale met orkest. Ik zet mijn geld op Jeanine de Bique.

Zie voor meer informatie de website van het Internationaal Vocalisten Concours. Later deze week volgen filmpjes van alle finalisten.

door

17 reacties »

  • Pieter K. de Haan zei:

    Geachte heer Kooiman,

    In uw voorlaatste zin gebruikt u ten onrechte het woord “togen”. Dat is namelijk verleden tijd van “tijgen” en dat had er behoren te staan.

  • Basia Jaworski zei:

    Ik ben het met Jordi zowat HELEMAAL eens (zie het lijstje van _mijn_ favorieten in het verslag van de kwartfinales).
    EungKwang Lee had er bij moeten zijn, bij de finalisten. Zonder meer. Zijn vertolking van “Si puo” (Pagliacci)was adembenemend. Ook zijn (in het perfecte Russisch!) gezongen aria uit “Knjaz Igor” van Borodin was buitengewoon indrukwekkend. Met “La belle jeunesse” van Poulenc liet hij zich ook van de ‘komische kant” zien.
    Hij wist mij zowel met zijn stem, als met zijn interpretatie, acteervermogen en het aantrekkelijke voorkomen (“het hele plaatje”)niet alleen te boeien maar liet ook mijn hart sneller kloppen.

    aan Pieter K. de Haan:

    Jordi maakt geen fout.
    Twee (van de vijf) begrippen van “togen”:

    http://www.encyclo.nl/begrip/togen

    # Togen
    Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik toogde, heb getoogd), trekken, slepen; (bouwk). een boog maken; (ook) met nagels opsluiten. ‘
    Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/

    #
    togen
    gaan, trekken ‘
    Gevonden op http://www.woorden-boek.nl/woord/togen

  • Patrick van Rhedenborg zei:

    Zeer goed geschreven en opbouwend verhaal!
    Beschrijft de sfeer perfekt in “a nutshell”en behelst een plezierig en meelevend commentaar op de zangers.
    IVC kan hier heel gelukkig mee zijn.

  • feestdagen 2011 zei:

    Mooi geschreven hoor!
    Hopelijk schrijf je binnenkort nog een artikel zoals deze!
    Ik hou je in de gaten 😉
    groeten
    Jack

  • Johanna zei:

    Citaat:
    “Ook was het jammer dat de pianisten aan het einde van de dag leken in te dutten, wat de arme avondsolisten soms in nogal onplezante situaties bracht.”

    *DE pianisten.*
    Is dit niet wat erg generaliserend ???

  • Patrick van Rhedenborg zei:

    Jordi,
    Ik moet toegeven:Johanna heeft een punt!:-)

  • Pieter K. de Haan zei:

    Aan Mw. Basia Jaworski,

    Ik ben met mijn kritiek op het gebruik van het werkwoord “togen” natuurlijk niet over één nacht ijs gegaan. Ik heb gecheckt of ik het bij het rechte eind had. In de “Woordenlijst der Nederlandse Taal – Officiële Spelling” (http://woordenlijst.org/) komt “togen” alleen voor als verleden tijd/meervoud van “tijgen”.

  • Steven SURDÈL zei:

    En als we nu, voor de aardigheid en naar de nieuwste mode, eens zouden afspreken dat ‘togen’ een werkwoordelijke aanpassing is van het zelfstandig naamwoord ‘toog’, in de zin van een toog of een jas aantrekken? Het meer recente taalgebruik kent immers, naast heren die streng ‘kerken’, ook dames die gezellig gaan ‘stadten’. Of niet soms?

    Zo heb IK van tijd tot tijd de neiging om in een theaterloge met mooi zicht op de orkestbak te ‘opereren’, als U begrijpt wat ik bedoel.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Als “kerken” staat voor “naar de kerk gaan” en “stadten” voor “naar de stad gaan”, wat wel niemand zal willen betwisten, dan leidt het woord “immers” in de reactie van de heer Surdèl er met terugwerkende kracht toe, dat “togen” niet naar de finales van het IVC maar enkel en alleen “naar de toog (bar)” kan voeren. In die trant doorredenerend zal men dan in een theaterloge hooguit kunnen “logeren” maar in geen geval “opereren” en dat laatste moet, vind ik, vooral zo blijven.

  • Anna K. zei:

    Bozhe moj!
    En als we het eens niet over de taal maar over de IVC/opera/zangers/pianisten enzo zouden hebben?
    Voor mij zal het veel leuker zijn, want van de Nederlandse taal weet ik immers weinig af.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Beste mevrouw Anna K.,

    “Bozhe moj!” is Russisch voor mij. Dat neemt niet weg, dat u natuurlijk gelijk hebt: het onderwerp is hoofdzaak en het taalgebruik bijzaak. Over de deelnemers aan het IVC en hun begeleiders kan ik niet oordelen omdat ik ze niet live gehoord heb en wil ik niet oordelen enkel en alleen op grond van videobeelden. Wat mij reeds lang erg stoort is het nogal veel voorkomende, ondermaatse taalgebruik, met name dat van geboren Nederlanders, op internetsites en daar leg ik daarom graag zo af en toe de vinger bij.

  • Steven Surdèl zei:

    Het was niet de bedoeling om op mijn briefje serieus in te gaan, mensen…

  • Steven SURDÈL zei:

    In ieder geval ga ik nu een tijdje Scala-en in Milaan. En daar hoef ik niet eens voor te reizen, want het kan gewoon thuis door een paar uurtjes te elpeeën. Dit weekeinde staat Margherita Rinaldi op het programma, een prachtige lyrische sopraan die op deze website best een hoofdartikel zou verdienen. De discografie daarbij zal ik graag leveren, wat ik recent ook heb gedaan voor een nieuwe Italiaanse website die aan haar wordt gewijd. Op hoge leeftijd geeft ze nog altijd les, in een klein dorp ten zuiden van Florence.

  • Patrick van Rhedenborg zei:

    Ben al weer bijna onderweg naar de masterclass van Sergei Leiferkus in het kader van IVC,maar wilde toch nog even kwijt,dat ik zo geweldig genoten heb van de “Klas” van de door de wol geverfde dramatische mezzo Dunja Vejzovic gisteravond!
    Wat een betrokkenheid en vriendelijkheid straalde deze vrouw uit,en wat gaf ze een-denk ik-voor iedereen bgrijpbare heldere aanwijzingen met zacht murmelende stem.Voor sommigen wat moeilijk verstaanbaar,maar het dwong wel tot luisteren.Wanneer ze echter iets voorzong,associeerde je haar weer met haar grote Wagnerrollen.Wat een kracht nog!
    Praktisch alle kandidaten(allen prachtige sopranen) hadden onmiddellijk hoorbaar profijt van de adviezen en hadden er zichtbaar plezier in.
    Nu op naar de volgende masterclass;ben weer erg benieuwd.

  • Basia Jaworski zei:

    Wij ook!

  • Patrick van Rhedenborg zei:

    Nu was ik toch wel heel prettig verrast,de naam van Eung Kwang Lee op het programma van de masterclass van Sergei Leiferkus aan te treffen.
    Deze zanger had ik helaas niet zien optreden tjdens de halve finale van het IVC omdat ik te laat was.De bariton was niet door naar de finale,dus ik was bang hem nooit meer te zullen horen,vooral omdat iedereen die ik sprak laaiend enthousiast was over zijn stem,presentatie en voorkomen.
    En terecht!De Koreaan beet de spits af van de avond en ik werd gelijk gegrepen door het geluid en door hoe hij de grote aria van Prins Igor uit de gelijknamige opera van Borodin neerzette!De muziek bezorgt me altijd al kippenvel,maar hier stond ook nog eens iemand met prinselijke allure en dat voegt dan toch iets toe!;-)
    Hij had voor mij nog wel een uurtje mogen doorzingen,maar ja,toen kwamen de aanmerkingen van de grote Rus,die eigenlijk vond dat de aria niet de juiste keuze was geweest voor het concours.Tja…hij is de expert op dat gebied en kent het stuk van boven tot onder en andersom,maar in dit geval kon ik dat niet met hem meevoelen,omdat ik diep geraakt was.
    Eung was echter wel iemand die de aanwijzingen gretig in ontvangst nam en in de praktijk probeerde te brengen,wat de aria zeker nog meer deed opbloeien.
    In tegenstelling tot de masterclass van Vejzovic,die meer gericht was op adem en ruimte in de stem,ging het bij Leiferkus wat meer over de muziek zelf,al ontbrak het bij hem ook niet aan technische adviezen.
    de frasering werd bij hem aangepakt,het legato,maar soms ook de plaatsing van de stem.
    Niet bij alle kandidaten troffen de aanwijzingen doel.Soms was dat vreemd,omdat de Rus bijvoorbeeld articulatie en plaatsing van zeer nabij voordeed.Lang werd er soms gehamerd op een klinker of medeklinker of een hoge toon,waardoor er bij sommige deelnemers soms wat concentratiemoeheid optrad en het resultaat er niet beter op werd.
    Een van de kandidaten waarbij ik het gevoel had dat de aanwijzingen zeker wel beklijfden was de sopraan Julia Westendorp,die wat onzeker begon, maar allengs met meer zelfvertrouwen,legato en een opener klank durfde te zingen.Heel leuk om die verbetering zo duidelijk te kunnen horen!
    De Rus kon ook streng zijn.Zo kreeg de Ierse bariton Benjamin Russell te horen,(die op 22jarige leeftijd al over een opvallend kruidige stem beschikt)dat hij nu toch eigenlijk wel eens met een andere aria had kunnen komen,dan Non più andrai van Mozart en hij zijn repertoire eens wat moest uitbreiden.
    Verder was het een lange uiterst boeiende avond,waarvan aan het eind de grote bariton ook nog zijn waardering voor het concours en zijn organisatie uitsprak.Zeer terecht natuurlijk!Hij heeft zich er duidelijk ook als lid van de jury zeer thuis gevoeld.

  • Basia Jaworski zei:

    Bedankt Patrick voor je verslag, ik ond het heel erg leuk om het te lezen.

    Helaas moest ik vandaag de finale missen – was naar Die Walkure in Enschede, wat beslist geen straf was.
    Wat een voorstelling! Fantastisch!
    Iedereen erheen, het is een MUST!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.