Home » Featured, Operarecensie

Bleke Rigoletto met overtuigende Sparafucile

Utrecht2 november 2010 Geen reacties

Een monotone hertog, een Gilda zonder hoogte en een Rigoletto zonder nuance: de nieuwste productie van Internationale Opera Producties viel mij helaas nogal tegen. De redder van de avond: Plamen Kumpikov als een onvergetelijke Sparafucile.

Plamen Kumpikov als Sparafucile en Alfio Grasso als Rigoletto (foto: Nedelian Neshev).

Internationale Opera Producties (IOP) deed voor Rigoletto weer een beroep op regisseur Frank-Bernd Gottschalk, die regelmatig producties onder handen neemt voor het gezelschap. Hij zette Verdi’s opera over de gebochelde hofnar Rigoletto in een moderne omgeving, geïnspireerd door de film La dolce vita, met grauwe, harde decors van Karel Spanhak en hier en daar wat maffiatrekjes.

De nieuwe setting had voor mij weinig meerwaarde. Het oorspronkelijke verhaal bleef weliswaar geheel intact (op de slotakte na, waarin niet Sparafucile maar Maddalena Gilda neerstak), maar de personages kwamen er niet meer of minder overtuigend door uit de verf. Daarbij werd Rigoletto in de scènes in het ‘paleis’ van de hertog wel erg karikaturaal neergezet.

Niettemin: het was niet de regie die me teleurstelde. Het gebrek van de productie lag mijns inziens in de povere muzikale kwaliteit. Vooral het orkest van de Staatsopera van Stara Zagora, geleid door Grigor Palikarov, viel me tegen. De blazers waren hier en daar vals, de percussie was veel te dominant, de complexere passages liepen ongelijk en de vele dramatische momenten op het toneel werden bleek en slap begeleid. Als Rigoletto van wanhoop niet meer weet hoe hij het heeft, verwacht je toch meer dan een paar poeslieve viooltjes.

De titelrol werd zonder veel nuance gezongen door Alfio Grasso, onlangs nog bij IOP te zien als Scarpia. Hij zette een grote stem op en zong zich daarmee de avond door. Soms pakte dat goed uit, vaker liet hij veel van Verdi’s muzikale vernuft links liggen.

Karina Skrzeszewska als Gilda (foto: Nedelian Neshev).

Giorgio Casciarri (de Cavaradossi in de IOP-productie van Tosca) had als de hertog hetzelfde probleem. Door zijn monotone, scherpe timbre en gebrek aan dynamiek klonk hij eigenlijk de hele avond hetzelfde, op het vermoeiende af. Alleen met enkele hoge noten wist hij me te bekoren.

Karina Skrzeszewska legde meer diepgang in haar rol van Gilda, maar zij had simpelweg de stem niet voor haar rol. Ze had hoorbaar moeite met de hoge noten, en dat is nou precies wat je niet kunt gebruiken als Gilda.

Gelukkig viel er met de huurmoordenaar Sparafucile nog wat plezier te beleven. De boomlange Plamen Kumpikov was met zijn indrukwekkende postuur en kale kop een perfecte keus voor de rol. In zijn spel gaf hij de moordenaar bovendien een eigenzinnig gezicht; iemand die ‘met liefde’ zijn vak uitoefent. Verder haalde hij met zijn heerlijke stem vocaal uit de rol wat erin zit.

Het was verrassend zo’n perfecte combi van look en stem te zien in deze rol (vind maar eens zo iemand), maar voor een hele avond opera vond ik het een magere oogst.

Rigoletto is tot en met donderdag 11 november nog negen keer te zien in diverse theaters in Nederland en België. IOP werkt met een dubbele bezetting van de hoofdrollen. Zie voor meer informatie de website van Internationale Opera Producties.

door

Rigoletto
Giuseppe Verdi

Uitgevoerd door: Koor en orkest van de Staatsopera van Stara Zagora onder leiding van Grigor Palikarov.
Solisten: Alfio Grasso, Giorgio Casciarri, Karina Skrzeszewska, Plamen Kumpikov, Anita Dafinska, e.a.
Regie: Frank-Bernd Gottschalk.
Bezocht op 1 november 2010 in Stadsschouwburg - Utrecht.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.