Home » Achtergrond, CD-recensies, Headline

Discografie: Billy Budd

3 maart 2011 1 reactie

Hoe je het ook bekijkt: Billy Budd is niet minder dan geniale muziek bij een geniaal libretto. De Nederlandse Opera voert de opera van Benjamin Britten vanaf maandag 7 maart op. Als voorafje een discografie.

Benjamin Britten.

Volmaakte goedheid: heeft het recht van bestaan? In zijn roman Billy Budd plaatste Herman Melville het absolute kwaad tegenover de volmaakte goedheid en liet beide ten onder gaan.

Het verhaal over de bloedmooie, eerlijke maar o zo simpele en naïeve Billy – dat zich op een schip met enkel mannen afspeelt – had natuurlijk altijd al een dubbele bodem. Sommige dingen konden echter alleen maar gesuggereerd worden. Misschien goed ook, want het leverde een paar werkelijke meesterwerken op. Onder meer een film van Peter Ustinov. En één van de beste, althans voor mij, opera’s van de twintigste eeuw.

Voor Benjamin Britten was het een dankbaar thema. Elementen als individu versus maatschappij, corruptie, sadisme, vertwijfeling, verantwoordelijkheidsbesef en natuurlijk homo-erotiek werden vaker door hem in zijn werken gebruikt. Ook zijn pacifistische ideeën kon hij erin kwijt.

Het verhaal is gauw verteld: Billy Budd wordt door de provoost Claggart beschuldigd van verraad, slaat de aanklager dood en wordt door kapitein Vere ter dood veroordeeld. Maar op de achtergrond spelen gevoelens van liefde, onmacht en wraak de werkelijke hoofdrol.

Voor Claggart, de verpersoonlijking van het kwaad, staat vast dat hij de schoonheid moet vernietigen, anders wordt het zijn eigen ondergang. ,,Nu ik je heb gezien, wat voor keus rest mij? Met haat en nijd bereik ik meer dan met liefde”, zingt hij in zijn grote, bijna Iago-achtige aria ‘Oh beauty, oh handsomeness, goodness’.

Kapitein Vere, zich bewust van zijn ware gevoelens voor de jonge matroos, brengt de moed niet op om zijn leven te redden. Pas jaren later, terugkijkend op de gebeurtenissen van toen, komt hij tot het besef dat hij anders had moeten handelen.

Wereldpremière, 1951
Billy Budd is een rol die traditioneel bezet wordt door een (zeer) aantrekkelijke zanger. Dat moet ook wel: hij wordt niet voor niets een ‘beauty’ en een ‘baby’ genoemd. Bijna altijd wordt hij gedeeltelijk of zelfs helemaal hemdloos ten tonele gevoerd – geen wonder dat bijna alle als de ‘hotst’ bestempelde baritons die rol tegenwoordig op hun repertoire hebben staan.

Daar is Britten zelf niet geheel onschuldig aan. Zijn allereerste Billy, Theodor Uppman, werd persoonlijk door hem uitgezocht op zijn buitengewoon aantrekkelijke verschijning. Niet dat hij niet kon zingen. Integendeel! De Amerikaanse bariton beschikte over een zeer aangenaam, warm timbre, waarin naïviteit hand in hand ging met verscholen sex-appeal.

De wereldpremière vond plaats op 1 december 1951 in het Royal Opera House in Londen en de opname ervan is gelukkig bewaard gebleven (VAIA 1034-3). Het is bijzonder fascinerend om stemmen van de zangers te horen voor wie de opera oorspronkelijk werd gemaakt.

De rol van Captain Vere werd geschreven voor Britten’s partner, Peter Pears. Niet de fraaiste tenorstem ter wereld, maar wel één met karakter, body en groot vermogen om dingen duidelijk te maken. De rol van Claggart werd gezongen door een prima (maar niet meer dan dat) Frederic Dalberg en in de kleinere rollen van Mr. Redburn en Mr. Flint horen we grootheden in spe: Geraint Evans en Michael Langdon. De geluidskwaliteit is verbazingwekkend goed.

In de jaren zestig heeft Britten zijn opera bewerkt en strakker gemaakt. Van de vier akten maakte hij er twee. De nieuwe versie beleefde zijn première in 1964, onder Georg Solti.

BBC, 1966
In 1966 nam de BBC het werk op voor de televisie. Niet zo lang geleden werd het op dvd uitgebracht (Decca 0743256). De rol van Captain Verre werd opnieuw gezongen door Peter Pears, nu hoorbaar ouder, maar ook doorleefder. En het beeld helpt hem een handje: zijn portrettering van de vertwijfelde en aan de schuldgevoelens ten onder gaande oude kapitein is van een ongekende intensiteit.

Voor de rol van Billy werd de jonge Amerikaanse zanger Peter Glossop gevraagd Men zegt dat Uppman toen zichtbaar te oud voor de rol was geworden. Men zegt ook dat Britten overwoog om voor die rol Dietrich Fischer-Dieskau te vragen. Ik weet niet of het waar is. Aangezien Britten zelf een knappe jongeman voor de rol wilde hebben, lijken mij de geruchten niet meer dan geruchten. Maar stel je voor! Ik moet er niet aan denken!

Glossop is veel ruiger dan alle andere Billy’s die ik ken. Hij is ook aan de stevige kant, maar dat is nergens storend. Je kan hem moeilijk een ‘baby’ noemen, maar aantrekkelijk is hij zeker en hij bezit de kracht om met een uithaal van zijn arm iemand te doden.

Michael Langdon is inmiddels van Mr. Flint naar Claggart bevorderd, een rol die hem past als een handschoen. In de kleinere rollen treffen we alweer zangers van naam: John Shirley Quirk (Mr. Redburn), Benjamin Luxon (Novice’s Friend) en als Novice een werkelijk onnavolgbare jonge Robert Tear.

Het London Symphony Orchest staat onder leiding van de immer betrouwbare Charles Mackerras.

Het is gefilmd in zwart-wit en de zeer natuurgetrouwe, realistische beelden maken dat je je midden in een oude klassieker waant. Wat natuurlijk ook klopt. Zonder meer fascinerend en zonder meer een must. Maar natuurlijk niet te vergelijken met een live-opvoering in het theater.

English National Opera, 1988
Er gingen bijna twintig jaar voorbij voordat de volgende Billy zich aandiende. Althans, op een officieel document. In 1988 ensceneerde Tim Albery de opera bij de English National Opera (Arthaus Musik 100 278).

De productie is zowel visueel als muzikaal bijzonder sterk. De regie is strak en to the point, de beelden spreken zeer tot de verbeelding en het libretto wordt zeer getrouw gevolgd. Hier geen spectaculaire cameravoeringen: het is gewoon gefilmd in het operahuis.

Wat de uitvoering betreft… Het is de beste ooit en ik kan mij gewoon niet voorstellen dat het nog ooit wordt geëvenaard.

Thomas Allen is Billy. Hij heeft alles mee om de rol zich te kunnen toe-eigenen en hij zal er waarschijnlijk tot de eeuwigheid mee worden geassocieerd. Hij heeft de looks, hij kan acteren en hij heeft een stem die je laat smelten. Zijn ‘Look! Through the port comes the moonshine astray’ kan je niet onberoerd laten.

Philip Langridge (Vere) overtuigt mij nog meer dan Peter Pears en Richard Van Allan lijkt een duivel in persona. Het English National Opera Orchestra wordt bovendien voortreffelijk gedirigeerd door David Atherton.

Chandos, 2000
Twaalf jaar later, in 2000, werd de opera ‘semi-live’ opgenomen voor Chandos (CHAN 9826(3)). Dat wil zeggen: het werd weliswaar in de studio opgenomen, maar dan wel na een serie concertante uitvoeringen in de Barbican Hall.

Richard Hickox is een voortreffelijke dirigent, maar geen partij voor Atherton, laat staan Britten of Mackerras. Maar de cast is alweer subliem en als ik één opera-cd naar een onbewoond eiland mocht nemen, dan is de kans heel groot dat het deze Billy gaat worden.

John Tomlinson is wellicht de sterkste van alle Claggarts ooit. Zeker vocaal. Wat een dominantie en wat een autoriteit! Philip Langridge herhaalt zijn geniale lezing van de rol van Vere en Simon Keenlyside is, althans voor mij, één van de beste Billy’s na Thomas Allen. Hij is minder naïef dan Allen, ruiger dan Uppman, maar veel zachter dan Glossop. Hij is de goedheid… Zo mooi!

Een speciale vermelding verdient Mark Padmore als Novice.

Virgin Classics, 2008
In 2008 werd de opera (alweer voor cd, waarom?!) opgenomen door Virgin Classics (50999 5190393). Het London Symphony Orchestra werd gedirigeerd door Daniel Harding. Zeker goed, maar mooier dan de opnames hierboven? Nou nee.

Hier wordt de rol van Billy gezongen door één van de grootste Amerikaanse ‘barihunks’ van het moment: Nathan Gunn. Ik heb de zanger een paar keer live gehoord en weet hoe charismatisch hij is. Maar als je het van het geluid alleen moet hebben, kies ik toch liever voor één van zijn collega’s. Zijn Billy is voor mij te zelfverzekerd, te aanwezig ook.

Gidon Saks heeft een dijk van een stem, maar het is niet genoeg voor Claggart. Bovendien klinkt hij te jong. En over Ian Bostridge (Vere) kan ik kort zijn: gemaniëreerd. Zoals alles wat hij aanraakt, is ook zijn Vere zijn narcistische alter ego en geen personage uit het verhaal.

Was de opname niet op cd maar op dvd uitgekomen, dan had ik het wellicht hoger aangeslagen. Zeker vanwege het aandeel van Nathan Gunn, want optisch is hij echt meer dan bewonderenswaardig.

Luister naar de allereerste Bily ooit:

door

1 reactie »

  • Leen Roetman zei:

    Begin jaren negentig voerde Opera North een onvergetelijke Billy Budd uit in de Rotterdamse Schouwburg. Philip Langridge zong Captain Vere, John Tomlinson zong Claggert. Wie Billy Budd zong ben ik vergeten, maar hij moest 1 van de twee voorstellingen met een vanuit de orkestbak zingende underscore vervangen worden wegens ernstige verkoudheid.
    De opname van Erato ontbreekt: http://www.amazon.com/Britten-Hampson-Johnson-Halfvarson-Smythe/dp/B000006CS4

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.