Home » Headline, Operarecensie

Toparchitect ontwerpt ongewone Barbier

Zürich13 juli 2010 Geen reacties

Het Opernhaus Zürich speelde zaterdagavond (10/7) Il barbiere di Siviglia tegen een decor van toparchitect Mario Botta. Geometrisch en zeer abstract, maar wel zo dat alle aandacht naar de ‘commedia dell’arte’ ging. De cast was wisselend van niveau, met Carlos Chausson als uitblinker.

Serena Malfi met Carlos Chausson (foto: Suzanne Schwiertz).

Onder de belangrijke dirigenten van het Rossini-repertoire neemt ‘papa’ Nello Santi een prominente plaats in. De verstrijkende decennia lijken voor hem geen last te zijn, in elk geval muzikaal. Hij behandelde de tempi en dynamiek op een hoogstpersoonlijke manier, zoals altijd zonder de hulp van een partituur. Daarbij bespeelde hij ook de klavecimbel in de recitatieven, de actie op het toneel kruidend met snelle, droge akkoorden.

De regie kwam van Cesare Lievi, die zich richtte op het gebruik van simpele elementen van de ‘commedia dell’arte’, alleen dan verplaatst naar de abstracte omgeving van Mario Botta. Voor veel Zwitserse burgers die niet bekend zijn met opera, zal het een verrassing zijn geweest om de naam van de architect te lezen op het affiche van de première van de productie in december 2009. De toparchitect waagt zich aan opera!

Botta maakte acht parallellepipedums, twee bij twee opgestapeld om zo vier assymetrische torens te vormen, grijs als beton, met de mogelijkheid om naar voren en naar achteren te bewegen. Verder waren er weinig rekwisieten te zien.

Bepaald geen spectaculair decor. En toch, met dank aan het goede acteerwerk en een paar grappige ideeën van de regisseur, werkte de voorstelling goed. De focus lag op de zang en de recitatieven.

Wat de cast betreft, waren de prestaties gemengd. Figaro was de pittige jonge Toscaanse bariton Massimo Cavalletti, opgeleid aan de Accademia della Scala, waar hij les had van Luciana Serra, Leila Gencer, Leo Nucci en Renato Bruson. Dat ‘prominente’ onderwijs was terug te horen in zijn stem en zangtechniek, net als in zijn duidelijke dictie.

Feit blijft echter dat deze bariton stilistisch gezien nog niet volwassen genoeg is. Ik ben er wel zeker van dat dat nog zal komen, zodra hij meer verfijning in zijn zang aanbrengt en meer aandacht aan het parlando en de pianopassages geeft, in plaats van een paar zelfgenoegzame hoge noten rond te bazuinen.

Te veel verfijning – noem het maniertjes – liet Mario Zeffiri horen, die graaf Almaviva vertolkte. Hij zong met zachte, honingzoete stem, vaak mooi in zijn vrouwelijke coloraturen en wegstervend piano, maar met serieuze problemen in de passaggio, de intonatie en zijn hoge noten.

De Rosina van de avond, Serena Malfi, was ziek vanwege een reis van Milaan naar Zürich in een trein met airconditioning. Ik hoorde Malfi voor het eerst, dus ik kan niet zeggen of haar gebrek aan ondersteuning en bijna onhoorbaar kleine stem door die ziekte kwam of kenmerkend aan haar is.

Massimo Cavalletti als Figaro (foto: Suzanne Schwiertz).

Het tegengestelde was de orgelachtige kracht in de stem van Ruggero Raimondi, die een zwaarwichtige Basilio zong, met een ongewone ‘Russische bas’-nuance in zijn uitspraak van de tekst. En hij is nog wel Italiaans!

Het enige echt knappe optreden, zonder wat voor tekortkomingen dan ook, kwam van Carlos Chausson als Bartolo. Met een natuurlijk talent voor buffo, een perfecte kennis van de tekst en een geweldige stem gaf hij een perfecte vertolking van de oude dokter.

Verder viel er nog een jong talent op het toneel te bespeuren: de Mexicaanse Rebeca Olvera (een student van Diana Soviero), die de sympathie van het publiek won met haar fijne sopraan en haar onweerstaanbaar grappige vertolking van de oude Berta.

Zie voor meer informatie de website van het Opernhaus Zürich.

Alessandro Anghinoni is correspondent van Place de l’Opera in Berlijn en Zürich. Hij is vertaler van beroep en schrijft regelmatig over opera. Voorheen voor bladen als Opernwelt, tegenwoordig op zijn blog Operello&Operella.

door

Il barbiere di Siviglia
Gioachino Rossini

Uitgevoerd door: Orkest van het Opernhaus Zürich en het Zusatzchor onder leiding van Nello Santi.
Solisten: Serena Malfi, Mario Zeffiri, Carlos Chausson, Massimo Cavalleti, Ruggero Raimondi, Rebeca Olvera, e.a.
Regie: Cesare Lievi.
Bezocht op 10 juli 2010

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.