HeadlineRecensies

Tuitende oren in een Hongaarse Turandot

In een volgepropt, zweterig Hongaars operahuis luisteren naar Puccini’s Turandot. Het is beslist ‘anders dan anders’. Helaas is het niveau ook ‘anders dan anders’, en dan in negatieve zin. Maar gelukkig laat het orkest je oren regelmatig op indrukwekkende wijze tuiten, zodat het oorleed van daarvoor iets verzacht wordt.

(Foto: Vera Édel).
(Foto: Vera Édel).

De sfeer in het indrukwekkende Magyar Állami Operaház (de Staatsopera van Boedapest) is verre van Hollands. Het is veel minder grijs in de zaal, alle hoeken en gaten zijn volgestopt met luisteraars (in sommige van de smalle loges zitten vier of zelfs vijf mensen) en het is ‘bloody hot’ in de zaal. Het sociale aspect van opera is duidelijk aanwezig. Alles verloopt ook wat trager. Er zijn twee lange pauzes, het duurt eeuwig voordat de mensen hun plek weer vinden en er wordt veel afgepraat. In de rijke foyers, op de op de Garnier in Parijs gebaseerde trappen, op het balkon dat uitziet over Andrássy út, in de talrijke gangen.

Het kritische oor dat je zou verwachten bij deze ‘typische operasfeer’ lijkt echter niet zo aanwezig te zijn. Misschien komt het omdat het publiek grotendeels internationaal is (vanwege het lentefestival dat gaande is). In elk geval zijn ze snel tevreden. Zelfs met een volkomen mislukt Nessun Dorma.

Het kritische oor dat je zou verwachten bij deze ‘typische operasfeer’ lijkt echter niet zo aanwezig te zijn.

Op deze zaterdagavond staat Turandot van Giacomo Puccini op het programma. De cast is volledig Hongaars, en dat is op zich al te prijzen. Wanneer zie je in Nederland een volledig Hollands gecaste productie? Zelden, zo niet nooit.
Regisseur is Balázs Kovalik, het hoofd van de Staatsopera, die bezig is een frisse wind door het operahuis te laten waaien. Zijn enscenering van Turandot is aantrekkelijk. De kostuums zijn zeer Chinees en weelderig, terwijl het decor door goed gebruik van kleuren telkens in andere sferen wordt gehuld. Kovalik brengt de grootsheid en de massale verering van de prinses Turandot goed tot uitdrukking.

Maar de stemmen zitten niet altijd mee. Ping, Pang en Pong zijn matig en Kalaf (Attila B. Kiss) valt ronduit tegen. Zijn geluid is ruw en toepasselijk bij zijn bravourische rol, maar hij zingt als een skiër. Al glijdend gaat hij van vlag naar vlag, van noot naar noot. Daarbij grijpt hij de hoge noten, die juist zo moeten galmen, angstvallig vast om zich er al stribbelend aan op te trekken. Dieptepunt is het welbekende ‘Nessun Dorma’, dat alle overtuigingskracht mist.
Het koor is groot, en misschien daardoor wel alleen sterk in de forte-delen. De gebaren die ze bij hun zang maken, zijn een beetje simplistisch, futloos, te ingestudeerd.

Gelukkig staan hier wat stemmen tegenover die de teleurstelling verzachten. Mária Farkasréti (lees over enkele dagen een interview met haar op Place de l’Opera) is fel en krachtig als Turandot. Helaas ontdooit haar ijzigheid iets te vroeg, maar haar stem blijft onuitputtelijk fors. De mooiste stem is echter die van László Szvétek als Timur. Hij klinkt alsof hij drie paar longen in zijn borst verenigd heeft.

Het orkest onder leiding van Péter Oberfrank heeft de mooiste dingen in petto. Met name de sectie blazers is prachtig, en de paukenist is van uitzonderlijk niveau. Met hen weet Oberfrank het te presteren om in de wervende finales van de tweede en derde akte een extra climax op de al ontstane climax te bouwen. Net als je denkt dat je oren genoeg tuiten van de (door de prima akoestiek vergrote) immense klank van het orkest, wordt er nog even een schepje bovenop gedaan. Het toon het beste de potentie van het schitterende operahuis. Een potentie die hopelijk morgen (29/3) nog beter benut wordt tijdens Haydn’s Orfeo ed Euridice, met onder andere Andrea Rost en Kenneth Tarver.

Vorig artikel

De engelen van Boedapests operahuis

Volgend artikel

Prachtduo Tarver en Rost in merkwaardige Haydn-opera

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.