Recensies

Rigoletto maakt zich pas laat waar

Wreed en toch ook menselijk: de nar Rigoletto is een tegenstrijdig figuur. De première van zijn opera door de Opera van Moldavië kende net zo’n tegenstrijdigheid. Voor de pauze moest de toehoorder het ergste vrezen, na de pauze maakte het gezelschap zich alsnog waar.

Andrea Cortese (knielend) als Rigoletto.
Andrea Cortese (knielend) als Rigoletto.

De Moldavische productie van Verdi’s opera ging gisteren (25/2) in het Rabotheater in Hengelo in première. De aanpak van de Canadese regisseur Jeannette Aster verwende de traditionele operaliefhebber. De decors en kostuums ademden de sfeer van de zestiende eeuw. Door die geloofwaardige entourage was het makkelijk weg te dromen in de wereld van de ongelukkige nar, die zijn dochter – altijd zo streng afgeschermd van de buitenwereld – uit zijn handen weggerukt ziet worden.

Aster behoedde zich voor een al te statisch beeld. Met name de overtuigend acterende koorleden (hovelingen) brachten dynamiek in diverse scènes. Hun muzikale aankleding was bovendien meer dan behoorlijk; de koordelen werden heel mooi gedempt, ‘sotto voce’ neergezet.

Ondanks dat gespreide bedje lieten ze solisten het afweten. En dat maakte de eerste akte (het deel voor de pauze) weinig hoopgevend. Andrea Cortese (Rigoletto) haperde in de hoogte en liet al zijn decrescendo’s in lelijke klanken smoren. Gilda (Galina Musurova) liet soms vrij plotseling een heel vertederend en onschuldig geluid horen, maar verviel dan al snel weer in te felle, heftige uitspattingen in de hoogte. In haar coloraturen in aria’s als ‘Caro nome’ sloeg ze zelfs een paar keer pijnlijk de plank mis.

De hertog (Ion Timofti) maakte nog de beste start. Hij begon ingetogen en verfijnd; een verrassend geluid. In de wat luidere gedeelten miste hij echter volume en begon hij geforceerd te klinken.

Het echte vocale vertier in het eerste bedrijf kwam daarom alleen van de kleinere basrollen van graaf Monterone (een heerlijk volle stem) en Sparafucile. Mooi dat er van hen te genieten viel, maar dat juist hun frasen opvielen, was tegelijk een veeg teken.

Het echte vocale vertier kwam alleen van de kleinere basrollen

Wat er vervolgens in de pauze gebeurde, zal alleen Joost weten, maar dat er íets gebeurde, was duidelijk. Het was alsof dirigent Boemi de premièrevrees er stevig uitgeslagen had, want zodra het doek openging voor akte twee, klonk er een heel andere Rigoletto.

Rigoletto (Cortese) en Gilda (Musurova).
Rigoletto (Cortese) en Gilda (Musurova).

Alleen al de instrumentale openingen van het tweede en derde bedrijf waren voortreffelijk. Daarnaast klommen de solisten steeds verder in niveau. De hertog leek wel te zijn vervangen: zijn hoge noten waren geen kwestie meer van drukken en persen, maar kwamen er stralend en veel luider uit.

Rigoletto had nog steeds last van hoogtevrees en Gilda kon haar onschuldige karakter niet continu handhaven in haar zang, maar die punten marginaliseerden beide door op andere fronten driemaal beter te zingen dan in het eerste deel en bovendien overtuigender te acteren.

Doordat ook het orkest raker de verschillende sferen in het stuk wist te typeren en doordat het koor de goede prestaties van voor de pauze onverminderd voortzette, kreeg Rigoletto een imponerend einde. Te midden van een levensecht onweer – wederom met dank aan het koor – naderde het onfortuinlijke slot en wist Rigoletto meer en meer medeleven te vangen voor zijn trieste situatie. Van zijn twee tegenstrijdige kanten won de menselijke.

Van de twee tegenstrijdige helften van de productie van de Opera van Moldavië won de laatste. En dat bewees dat de Moldaviërs, ondanks wat premièrekuren, zeker een geloofwaardige Rigoletto op kunnen voeren. Een Rigoletto waarin de geweldige dramatische kracht van Verdi tot uitdrukking kan komen.

Vorig artikel

Oudste actieve tenor wordt honderd

Volgend artikel

Rigoletto niet goed, geld terug

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.