Home » CD-recensies

Discografie Piotr Beczala

7 augustus 2009 Geen reacties

Dat de massa mij niet kent, maakt mij niet uit. Ik werk voor het operapubliek”, zei tenor Piotr Beczala in het vandaag geplaatste interview met Place de l’Opera. Inderdaad, de bekendste tenorennaam is Beczala niet. Toch heeft hij in de loop der jaren aan heel wat opnamen meegewerkt. Basia Jaworski stelde een kleine discografie samen.

Die Zauberflöte, 2001 (rol: Tamino)
Een overenthousiast, stormachtig applaus voor het productieteam van een opera – hoe vaak maak je dat nog mee? Het overkwam Benno Besson (regie) en Jean-Marc Stehlé (decors en kostuums) in januari 2001 na hun Zauberflöte (TDK OPMFP) in het Parijse Palais Garnier. En terecht.

piotr-toverfluitDe door hun gecreëerde voorstelling laat zich bekijken als een ouderwetse sprookjesfilm (denk aan ‘Wizzard of Oz’) en ademt een toverachtige sfeer van weleer, toen je je tegoed deed (en daar genoeg aan had) aan een simpel, geschilderd decor. Het decor en de fantasievolle kostuums zijn overigens best overweldigend en feeëriek, met felgekleurde tropische bossen, wilde dieren en een ‘echte’ sprookjesprins – gestoken in het wit en met een heus gouden kroontje op zijn hoofd.

Het orkest onder de liefdevolle leiding van Iván Fischer speelt heel erg mooi, al zijn de tempi soms een beetje aan de langzame kant.

Tamino wordt perfect gezongen en geacteerd door Piotr Beczala, wellicht de mooiste lyrische tenor sinds Wunderlich. Dorothea Röschmann schittert als een gloedvolle Pamina en Detlef Roth is een zeer overtuigende Papageno. Ook de rest van de cast is fenomenaal. Voor mij is het de mooiste Toverfluit ooit op dvd uitgebracht.

Die Lustige Witwe, 2004 (rol: Camille)
Die Lustige Witwe is een prachtig werk, vol stervensmooie melodieën en geestige dialogen, die men graag actualiseert. Zo ook in de uit 2004 daterende productie van Helmuth Lohner uit Zürich (Arthaus Music 100451). Lohner voegt een licht feministisch tintje toe door na het chauvinistische mannensextet ‘Wie die Weiber’ de vrouwen een equivalent ervan te laten zingen. Grappig.

piotr-witweLohner, aanvankelijk een film- en toneelacteur en operettezanger, legt zich de laatste jaren toe op het regisseren en dat doet hij voortreffelijk. Zijn productie is zeer traditioneel, rijk aan kleuren en bewegingen, en zijn (satirische) karakterisering van de personages is logisch en typerend.

Aanvankelijk had ik een beetje moeite met de ietwat schrille Dagmar Schellenberg (Hanna), maar gaandeweg wordt zij alleen maar beter en revancheert zich met een perfect uitgevoerd Vilja-lied. Rodney Gilfrey is een onweerstaanbaar charmante en sexy Danilo, Gferer zingt een kittige Valencienne en Beczala doet met zijn prachtige, lyrische tenor de goede oude tijden van gouden kelen herleven.

Rigoletto, 2006 (rol: Hertog van Mantua)
Steeds vaker krijg ik het gevoel dat sommige operaregisseurs al dat gedoe met actualisering en conceptualisme zelf moe zijn geworden, en teruggrijpen naar waar het allemaal om gaat: de muziek en het libretto. Zo ook de Belgische Gilbert Deflo, die in 2006 in Zürich een Rigoletto heeft gerealiseerd (Arthaus Musik 101 283) waarbij je het, was het verhaal daar niet te droevig voor, zou willen uitschreeuwen uit puur kijkplezier.

piotr-rigolettoHij (en zijn team) creëerden een ouderwets mooie, intelligente enscenering, met veel verrassende details en spaarzame, maar doeltreffende decors. De prachtige kostuums kunnen van alle tijden zijn, maar de hoofdpersonages wijken niet van het libretto af. De nar heeft een bochel en de bijbehorende complexen, het meisje is naïef en opofferingsgezind en de verleider bijzonder aantrekkelijk en charmant.

Piotr Beczala lijkt op een vooroorlogse filmamant en zijn tenor, met een knik en een traan, roept reminiscenties op van een Kiepura. Elena Mosuc is een zeer virtuoze, meisjesachtige Gilda, en Leo Nucci overtreft zichzelf als een verbitterde en gekwelde Rigoletto – voor zijn hartverscheurend gezongen ‘ Cortiggiani’ wordt hij terecht beloond met een open doekje. Nello Santi belichaamt de oude belcantoschool, die men tegenwoordig nog maar zelden hoort. Prachtig.

Salut!, 2008
Beczala beschikt over een pracht van een lyrische tenor en zijn ietwat ouderwets timbre roept herinneringen op aan Wunderlich, Gedda of zelfs Kiepura. Hij lijkt een beetje op een vooroorlogs filmamant en beschikt over een meer dan gewoon acteertalent, wat tegenwoordig niet onbelangrijk is.

beczala_004Toch bleven de contracten met platenfirma’s uit, wat misschien ook goed voor hem was. Zo kon de Pool zich in alle rust (nou ja, rust, in ieder geval zonder lawaaierige reclamecampagnes) ontwikkelen tot wat hij nu, op zijn 42e, is geworden: één van de beste lyrische tenors in de wereld.

Vorig jaar nam hij zijn eerste solorecital op bij Orfeo (ORFEO C 715 081 A) en daar ben ik zeer enthousiast over. De cd draagt de aansprekende titel Salut!, naar de aria uit Gounod’s Faust, één van zijn glansrollen. Naast de bekende en minder bekende aria’s (onder meer uit Iris van Mascagni en La Bohème van Leoncavallo) bevat de cd ook totaal onbekende stof. Heeft u ooit van Les Dragons de Villars van Maillart of Maitre Patelin van Bazin gehoord? Zeer aanbevolen!

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.