Home » CD-recensies

Acht overtuigende Traviata’s

14 april 2009 2 reacties

La Traviata is wellicht de meest gespeelde en opgenomen opera, maar echt goede uitvoeringen zijn schaars. Grotendeels ligt dat aan de eisen die Verdi aan de sopraan stelt. Basia Jaworski zocht acht overtuigende Traviata’s bij elkaar en vergeleek ze.

In La Traviata stelt Verdi hoge eisen aan de titelsopraan. In de eerste akte moet ze over soepele coloraturen met erbij behorende hoge noten beschikken. In akte twee moet haar stem voornamelijk lyrisch klinken, met perfecte overgangen. Het is de akte waarin ze van een ietwat ingeslapen, maar zielsgelukkige en liefhebbende vrouw, tot een echte opofferingsgezinde heldin transformeert. De akte waarin ze ons moet overtuigen dat er voor haar geen andere uitweg bestaat dan voor het slachtofferrol te kiezen. De derde akte is een ware beproeving, want hier moet ze al haar (voor zover zij erover beschikt) dramatische kwaliteiten als een tragédienne van het kaliber Sarah Bernardt laten zien. Hoeveel sopranen kunnen hier aan voldoen?

Callas? Natuurlijk zong ze de rol meer dan voortreffelijk; het kon ook niet anders, want alles wat ze aanraakte veranderde in goud. En toch… La Traviata was niet echt haar ‘ding’. Violetta was een prostituee – één van de hogere klasse, dat wel, maar La Divina had niets met de promiscue vrouwen, ze pasten niet in haar ideale wereldbeeld. Violetta’s opofferingsgezindheid maakte haar in ieder geval sympathieker dan zo’n Tosca of Carmen (aan beide heeft Callas een gruwelijke hekel gehad). Vandaar ook dat zowel de tweede als de derde acte haar beter afgaan dan de eerste.
Maar ze blijft er koninklijk bij. Veel te koninklijk voor mij, want de ‘echte’ Violetta was meer een meisje dan een vrouw. Een meisje dat al een lange tijd ziek is (haar ziekte begint nog vóór de opera) waardoor haar sterfscène niet uit de lucht valt. Dat ze sterven gaat weten wij al vanaf het begin, al blijven we, tegen beter weten in, hopen op een wonder.

traviata-cotrubasOp cd-opnamen zijn er maar twee zangeressen die me van het begin tot het eind overtuigen: Ileana Cotrubas en Renata Scotto. Cotrubas had het geluk om de opera onder Carlos Kleiber op te nemen, orkestraal wellicht de mooiste Traviata ooit (DG 415132, koop nu in onze webshop). Vanaf het begin is zij voelbaar zwak en ziek, haar overgave aan de liefde is totaal en haar ontgoocheling dodelijk.

Alfredo is, sinds zijn roldebuut op 20-jarige leeftijd in Mexico, altijd Domingo’s favoriet geweest. Zijn fluweelachtige, warme tenor lijkt geschapen om de rollen van goedbedoelende minnaars te zingen. Sherrill Milnes zingt een strenge, autoritaire vader Germont, met wie je niet in discussie gaat, maar die zich in de laatste scènes ook van zijn menselijke kanten laat zien.

traviata-scotto-vottoRenata Scotto heeft (of moet ik zeggen: had?) iets wat weinig andere zangeressen bezaten: een perfecte techniek die haar in staat stelde om met coloraturen te strooien alsof het niets was. Haar hoge noten klonken weliswaar een beetje staalachtig, maar waren ontegenzeggelijk loepzuiver. Zij bezat de gave om met haar stem (en niet alleen maar met haar stem!) te acteren, en door haar perfecte articulatie kon je niet alleen letterlijk volgen wat ze zingt, maar het ook begrijpen. Haar wellicht mooiste (er bestaan meerdere opnames met haar) Violetta nam ze in 1963 op onder de zeer spannende leiding van Antonino Votto (DG 4350562). Alfredo wordt er gezongen door de zoetgevooisde Gianni Raimondi en Ettore Bastianini is een warme, inderdaad vaderlijke, Giorgio Germont.

Ook op dvd is het aanbod aan Traviata’s niet te tellen. De nieuwste, met Angela Gheorghiu en Ramón Vargas, werd in 2007 opgenomen in La Scala (Arthaus Musik 101343). Violetta is altijd het paradepaardje van Gheorghiu geweest. Vanaf haar debuut in het Royal Opera House, zeventien jaar geleden, tot op heden loopt de rol als een rode draad door al haar optredens heen. Maar kleine meisjes worden groot, en het zingen van zwaardere rollen is niet zo bevorderlijk voor de coloraturen. Haar inmiddels een beetje scherpe sopraan heeft veel meer donkere ondertonen gekregen, wat op zich helemaal niet verkeerd is, en zeker op zijn plaats is in de derde akte.

traviata-gheorghiuGheorghiu is altijd al een zeer overtuigende actrice geweest, en hier, onder het behoedend (en behoudend) oog van de regisseur Liliana Cavani, doet zij wat de componist van haar verlangt en sterft een mooie en dramatische dood.

Vargas is Alfredo inmiddels een beetje ontgroeid, maar Frontali zingt een mooie Giorgio. Maazel is niet de meest sprankelende dirigent die we kennen, maar de twintig jaar oude productie is een lust voor het oog voor een traditioneel ingestelde operaliefhebber.

Ook de bijna drie jaar oude productie uit Los Angeles, geregisseerd door Marta Domingo (Decca 0743215) is zeer traditioneel, op het ouderwetse af. Het is zeer zeker mooi om te zien, maar voor mij toch echt te gedateerd. Renée Fleming is een mooie, zowat volmaakte Violetta, en daar ligt ook meteen haar zwakte: ze is ongeloofwaardig. Alles aan haar is perfect, op het kunstmatige af, alsof ze ons voortdurend wil zeggen: kijk mij eens mooi wezen, goed acteren en ook nog eens prachtig zingen. Rolando Villazon is wat dat betreft veel spontaner, maar zijn ADHD-gedrag gaat op den duur irriteren. Renato Bruson was ooit een prachtige Giorgio, maar nu is hij gewoon uitgezongen.

Nee, geef mij maar de productie uit Venetië, in de regie van Carsen (TDK DV-OPLTLF). Het werd gemaakt voor de heropening van de acht jaar eerder totaal afgebrande La Fenice in november 2004. Er werd gekozen voor de eerste versie van de opera, uit 1853. Goed bedacht, omdat de (toen mislukte) première van wat Verdi’s meest geliefde opera ooit zal worden, juist daar had plaatsgevonden. De grootste verschillen met de ons bekende versie zitten in het duet tussen Violetta en vader Germont, en de twee laatste nummers van de derde akte.

traviata-ciofiAls geen andere opera kan Traviata geactualiseerd worden. Het was overigens Verdi’s wens om haar in hedendaagse kostuums op te voeren. In de regie van Carsen draait alles om geld, en de dollars vallen ook als bladeren van de bomen. Hij verplaatst de tijd van handeling naar de jaren tachtig, de tijd van opkomende megasterren, supermodels, gigaparty’s, maar ook junks, kraakpanden en aids. Zoals altijd bij hem, is alles zeer logisch en consequent doorgevoerd.

Een absoluut hoogtepunt is het beginscène van de laatste akte, waarin de inmiddels totaal (ook letterlijk!) aan de grond geraakte Violetta een video van haar verleden bekijkt. Een video die op bepaald moment stopt en alleen maar ‘sneeuw’ vertoont. De scène grijpt je naar je keel en laat je nooit meer los. Het toppunt van de moderne regie.

Violetta wordt zeer aangrijpend vertolkt door de zowel vocaal als scenisch imponerende Patricia Ciofi. Als Alfredo komt de Italiaans-Duitse tenor Roberto Sacca zeer overtuigend over, en Dmitri Hvorostovsky is een voortreffelijke vader Germont.

traviata-mei-jpgIn 2005 werd tijdens de Zürcher Festspiele een Traviata in de regie van Jürgen Flimm opgenomen (Arthaus Musik 101247). Ook deze Traviata is geactualiseerd, al is de tijd van handeling niet zo duidelijk als bij Carsen. De decors van de hand van Erich Wonder zijn zeer spaarzaam, maar er is wel een bed. Waren bij Carsen alle personages voor een deel zelf debet aan het drama, bij Flimm is het duidelijk pappa Germont wiens schuld het allemaal is.

Eva Mei is vocaal net zo goed als Ciofi, maar haar niet echt uitgemergelde uiterlijk laat haar minder tragisch overkomen. Piotr Beczala is een pracht van een Alfredo. Met zijn lyrische tenor die het midden houdt tussen Gedda en Wunderlich klinkt hij veel mooier dan Sacca. Samen met Eva Mei vormen zij een wat romantischer paar dan Sacca en Ciofi, al zijn die weer veel en veel dramatischer. Thomas Hampson zet een zeer onsympathieke papa Germont neer, maar dat was natuurlijk de bedoeling. Zeer spannend.

Denk maar niet dat de voorstellingen vroeger, toen alles nog volgens het boekje gebeurde, statisch en saai waren. In 1973 was La Scala op tournee in Japan, en daar, in Tokyo, werd een legendarische voorstelling van La Traviata opgenomen (VAI 4434). De hoofdrollen werden vertolkt door de toen nog ‘volslanke’ Renata Scotto en de 27-jarige (!) José Carreras. De dvd vermeldt geen naam van de regisseur. Wellicht was er ook geen, en hebben de zangers (en de dirigent) het allemaal zelf gedaan? Hoe dan ook, het resultaat is werkelijk prachtig, ontroerend en ‘to the point’. Ik ga er verder niets meer over vertellen, want deze opname is een absolute must voor iedere operaliefhebber.

traviata-stratasTot slot: wellicht zijn de puristen het niet mee eens, maar ook de in 1983 gerealiseerde verfilming van de opera door Franco Zefirelli, met Teresa Stratas en Plácido Domingo in de hoofdrollen (DG 073 4364), hoort in ieders verzameling thuis. Toegegeven – Zefirelli permitteert zich coupures en kort scènes in, maar zijn sfeertekening en milieuportrettering zijn onnavolgbaar, en de spanning is om te snijden. Wat ook op het conto van de voortreffelijke zangers/acteurs toegeschreven moet worden.

Deze discografie is eerder verschenen in het Vriendenbulletin van de Vrienden van de Nederlandse Opera.

door

2 reacties »

  • Gideon Relyveld zei:

    Lieve Basia, je hebt écht ongelofelijk práchtige artikelen voor deze site geschreven en het is in ons nogal vervlakte ‘zap-tijdperk’ dan ook zéér welkom wat je doet!! Ik kan niet anders zeggen.
    Maar nu moet ik toch twee dingen met een wat kritischer oog onder de loep nemen en met een vraag. Het eerste is dat je zegt dat Maria Callas een gruwelijke hekel zou hebben gehad aan de rol van Tosca. Dit zei je jaren geleden ook al, en heb nooit begrepen waarom. Zou je aan de lezer preciés kunnen uitleggen hoe je er bij komt en in welke bron het valt te achterhalen? Ik heb al heel wat Callas-boeken doorgewerkt om hetzelfde aan de weet te komen, maar ik ben het nog niet tegengekomen. Daarnaast zeg ik het ook, omdat Callas de rol van Tosca immers zo vaak heeft gezongen en het net als de rollen Norma, Medea en Lucia voor haar op het lijf was geschreven. Dat ze Tosca zo overtuigend heeft gedaan is toch niet zomaar uit de lucht komen vallen.
    Voor La Traviata noem je terécht die PRACHTopname met Carlos Kleiber! Daar kan ik alleen maar achter staan. Zéker voor EEN Domingo van het EERSTE UUR! Maar als ik uitsluitend de rol van Violetta Valéry onder de aandacht zou brengen, en in het geval van die Kleiber-opname met Ileana Cotrubas, dan komt toch écht steeds de gedachte op dat ik bij haar een leggiero en de cabaletta’s mis zoals bij die ene voor mij toch ECHT enige andere onovertroffen Violetta: in die Decca-opname van november 1962 met Joan Sutherland, die ze deed met een geweldige Carlo Bergonzi als Alfredo Germont en de dirigent John Pritchard! Dat is Joan in haar glanstijd en vooral ook vocaal-technisch SUPERGEWELDIG!! Wat mij betreft had deze opname met Dame Joan-the-One-and-Only van toen pertinent deel mogen/moeten uitmaken bij één van de Acht bijzondere Traviata’s!! En als je een wat recentere Violetta erbij had willen hebben, dan had ik gekozen voor die Decca-opname met Angela Gheorghiu en Georg Solti. Deze opname is zowel op CD als DVD uitgebracht.

  • Basia Jaworski zei:

    Callas was een geweldige actrice, geen wonder dat ze één van de beste Tosca’s uit de geschidenis was. Zij was ook een goede Mimi, Butterfly, Manon Lescaut en zelfs Turandot – en toch heeft zij de rollen (op één Buterfly na, als ik me goed herinner) nooit in het theater gezongen. Zij hield niet van Puccini. En ja – ze had een hekel aan Tosca. Dat heeft zij herhaaldelijk zelf gezegd, en dat is inmiddels gedocumenteerd in een dvd die door EMI is uitgebracht onder de titel The Callas Conversations (DVB 38845799)

    Ooit heb ik daarover geschreven:
    “De talkshow met en rondom Maria Callas, uitgezonden op de Franse televisie in april 1969, is ronduit fascinerend.
    Callas, duidelijk geïnspireerd door Jackie O. ziet er zeer sophisticated en lief uit in haar elegante jurk. Alle complimenten neemt ze aan met een zelfverzekerde bescheidenheid, en ze lijkt zich niet te storen aan de sigarettenrook die in haar gezicht wordt uitgeblazen.
    Er wordt met geen woord over haar privé-leven gerept, haar stem klinkt zacht en straalt een serene kalmte uit. Af en toe reageert zij uitgelaten, net een klein meisje. Met Francesco Siciliani haalt ze herinneringen op aan hoe hij haar, geholpen door Serafin, ontdekt had, en haar haar eerste belcanto rollen liet zingen. Met Visconti mijmert ze over acteren, en neemt haar nieuwste project – Medea spelen in een film van Passolini – met hem door. Vertederd kijkt ze naar het gefilmde gesprek met Elvira de Hidalgo, die, kettingrokend, haar voormalige leerlinge in het zonnetje zet.
    Wij horen haar zeggen, wat we heimelijk altijd al wisten: zij houdt van Norma en Violetta, vanwege hun opofferingsgezindheid. Tosca vindt ze belachelijk en Carmen verschrikkelijk – zij heeft niets met de promiscue vrouwen, ze passen niet in haar ideale wereldbeeld.
    Het programma is gelardeerd met fragmenten en scènes uit verschillende opera’s en concerten. Welbekend materiaal, maar het blijft boeien”

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.