Home » Lezersrecensie

Historisch operabesef is soms een handicap

6 februari 2009 4 reacties

Voor velen zal de première van I puritani van De Nederlandse Opera een eerste Puritani-ervaring zijn geweest. Hans van Verseveld heeft er echter al heel wat achter de kiezen. Maar juist daardoor viel de DNO-productie hem erg tegen, schrijft hij in een vergelijkende recensie.

De première van Bellini’s I Puritani, dat is altijd een evenement om naar uit te zien. Altijd, zult u zich afvragen, zo vaak is dat werk toch niet te zien? Als je echter iets ouder bent, heb je toch een redelijk aantal keren de Puritani kunnen zien in de Amsterdamse Schouwburg en in het Amsterdamse Concertgebouw.

Scène uit de productie van De Nederlandse Opera (foto: Clärchen en Matthias Baus)

Scène uit de productie van De Nederlandse Opera (foto: Clärchen en Matthias Baus)

Mijn eertste Puritani was in 1962 in de Stadsschouwburg in Amsterdam met Anna Moffo als Elvira, Luciano Saldari als Arturo, Giuseppe Forgione als Riccardo en Lorenzo Gaetano als Giorgio – om alleen de vier belangrijkste rollen te noemen. In deze gastproductie uit Parma stonden toen een aantal zeer grote zangers, die in een simpel decor zonder veel poespas de sterren van de Bellini-hemel zongen. Grote artikelen in De Telegraaf over de diva Anna Moffo moesten het publiek naar de opera lokken, want ook toen was Puritani geen repertoirestuk, dus enige ondersteuning van de pers was wel gewenst.

In diezelfde Stadsschouwburg speelde 22 jaar later I Puritani met Cristina Deutekom, Vittorio Terranova, David Pittman-Jennings en Pieter van der Berg in een ronduit afschuwelijke productie van Andrei Serban. Deze regisseur werd natuurlijk beroemd om zijn controversiële producties en werd in de internationale operabladen met hoon bejegend voor alles wat hij deed, maar het mocht niet baten, want nog steeds gaat hij voort op de ingeslagen confronterende weg.

Hoe dan ook, er werd gezóngen in deze Puritani. Zo’n Deutekom is natuurlijk met niemand te vergelijken als het gaat om spatzuivere hoge noten en zeker in dit romantische belcantovak was ze ongeëvenaard. In Italië leverde deze opera haar grote roem op, waar vooral het Venetiaanse publiek haar op handen droeg.

Terranova als Arturo had een kleine stem, maar met een goede focus, waardoor hij in de Schouwburg zeker zijn weg vond bij het publiek. Speciale aandacht ging toen uit naar Pieter van der Berg.

In 2004 presenteerde het Velser Operagezelschap Bel Canto ook een Puritani. De schouwburg in Velsen maakt er een goede gewoonte van om ieder jaar opnieuw een ‘rariteit’ op de bühne te brengen. Waldin Roes en Francois Soons zongen zeer verdienstelijk de moeilijke hoofdrollen. Natuurlijk mag je deze zangers niet vergelijken met bovengenoemde sterren, maar Soons kon de vergelijking met Terranova makkelijk doorstaan. Het amateurgezelschap met beroepszangers in de belangrijkste partijen verdient absoluut de aandacht.

Op 25 maart 1995 bracht het Concertgebouw in Amsterdam een concertante Puritani met Luba Orgonasova als Elvira. Een rol die we niet van haar zouden verwachten, maar dat pakte toch wel heel anders uit. Grandioos in één woord. Onverbeterlijk was de Amerikaan Stuart Neill als Arturo. Hij kwam de lange trap afrennen, zette de muziekstandaard demonstratief opzij en jubelde zich door de stratosferische noten van zijn partij heen op een manier van: ‘Ik kan zingen en dat zal ik u eens even laten horen.’

Het publiek stond op de stoelen, want zoiets was in Amsterdam nog niet vertoond. Roberto Frontali en Alastair Miles vulden bovengenoemde sterren aan op het niveau dat we in de Matinee gewend zijn. Geen gezeur met ijdele regiseurs. De plaatjes vullen we zelf wel in!

Op 24 mei 2007 bracht het Concertgebouw nogmaals een concertante Puritani, maar nu met Sumi Jo als Elvira. De invallende tenor Shalva Mukeria uit Georgië deed de hele zaal versteld staan. En laat nou juist deze tenor de laatste twee voorstellingen op 26 februari en 1 maart aanstaande in de nieuwe productie van de Nederlandse Opera zingen!

En dan nu woensdagavond 4 februari: in het Amsterdamse Muziektheater is wederom een Puritani te zien. Hier komt dus het probleem van het historisch besef om de hoek kijken. Alles, maar dan ook werkelijk alles was een beetje tot heel erg veel minder. Natuurlijk zijn we blij met de tenor John Osborn, die een hoge F in huis heeft en zich verder heel behoorlijk door Bellini’s moeilijkste tenorpartij wist heen te zingen. Maar hij alleen kan een Puritani niet redden.

Scène uit de productie van De Nederlandse Opera (foto: Clärchen en Matthias Baus)

Scène uit de productie van De Nederlandse Opera (foto: Clärchen en Matthias Baus)

Waarom De Nederlandse Opera in vredesnaam Mariola Cantarero de rol van de zwakzinnige Elvira heeft aangeboden, is mij absoluut een raadsel na haar middelmatige Lucia di Lammermoor in 2007. Haar volume is te klein, maar wordt opgeblazen als er een hoge noot komt, en dat zijn er vele in deze opera. Het lijkt dan een beetje op hoogte afhankelijk geschreeuw en dat is nooit de bedoeling van Bellini.

In de waanzinaria in het tweede bedrijf was ze zo ongeïnspireerd, dat het gewoon slaapverwekkend werd. Nee, voor een Elvira moet je wel iets meer emotie en stemkracht in huis hebben. Het zeer magere applausje na afloop van deze geliefde en beroemde scène was bijna pijnlijk!

Een giga-misbezetting is natuurlijk Scott Hendricks (Riccardo), die de hele avond zingt alsof hij onder een slechte dirigent een jonge Verdi-opera vertolkt. Samen met de Giorgio van Riccardo Zanellato gingen zij als een speer door het ‘Suoni la Tromba’. Dirigent Giuliano Carella meende dat dit bravoureduet wel in z’n vijf gezongen moest worden, maar door deze snelheid boette het aan schoonheid in.

De productie was zoals tegenwoordig alle opera’s eruit zien. Je kunt er alle kanten mee op, maar zelden de goede. Als je niet helemaal in het midden van de zaal zit, dan mis je voor je dure centen wel een groot gedeelte van het toneel, maar dat zal ijdele regiseurs een worst wezen.

Hans van Verseveld, Amsterdam

door

4 reacties »

  • Steven SURDÈL zei:

    IJdele regisseurs, zegt U. Nou daar kan ik na gisteravond weer over meepraten.

    Want onder het mom van vernieuwing is het Peter Ultee en zijn trendsetters wéér gelukt om een voor iedereen duidelijk 19e-eeuws operaverhaal, nl. Verdi’s La Traviata te verhaspelen tot een moderne musical. Want Ultee zegt niet te houden van een gesloten circuit van kenners en leeft in de waan dat hij alleen zó de opera voor een breed publiek kan behouden. Maar waarom was de Haagse zaal bij ‘zijn’ Traviata dan bij lange na niet uitverkocht, en een paar jaar geleden nog wel bij een authentieke Roemeense uitvoering met een namaak Parijse salon vol hoge hoeden, jacquets en standsbewuste heren die in de 19e eeuw nu eenmaal het straatbeeld en de dienst uitmaakten? Want dat is waar het in La Traviata om draait: een jongeman die uit oprechte liefde voor een gezelschapsdame (een ‘playgirl’ volgens het programmaboekje) zijn eigen stand vaarwel zegt, waarop zijn vader die dame dwingt om hem te laten vallen. Maar op het podium was die vader in moderne confectie en zonder grijs haar bijna net zo jong als zijn zoon, terwijl bij het feest in plaats van de in de tekstrol genoemde zigeunerinnen die de waarheid voorspelden vijf krolse Liza Minelli’s uit een moderne revue te zien waren. En telkens was daar weer die flitsende fotograaf op het podium die alleen maar de aandacht van de muziek afleidde, net als al die geforceerde en totaal misplaatse dynamiek van rondslingerende mannetjes en vrouwtjes. En de zangers? Jammer dat ze zo goed waren, zou je bijna zeggen, want ze moesten dingen doen die Verdi volstrekt misplaatst zou hebben gevonden. Want hoe kan een stervende Violetta (aldus de tekstrol boven het toneel) nog van haar bed opstaan om met volle stemkracht te zingen? Luister ter vegelijking eens naar Maria Callas in de slotscène van haar Traviata van Londen 1958, en je hebt geen toneel en kennis van het Italiaans nodig om te beseffen dat zij met haar laatste krachten vaarwel trachtte te zeggen.
    En nu was ik de afgelopen jaren juist zo blij dat ze in Tatarstan en Moldavië aanvankelijk nog respect hadden voor het authentieke, nl. de natuurlijke, simpele en óók voor een breed publiek volkomen heldere aanwijzingen van de componist in het libretto; een beleid dat Monsieur Ultee in het programmaboekje durft af te doen met ‘een aangekleed concert’. Maar wat wil je ook van een man die zich zelf in het programmaboekje anderhalve kolom geeft, en de zangers op de volgende bladzijden nog geen halve. Als het elitair is om zo’n omhooggevallen ijdeltuiterij volkomen misplaatst te vinden, ja dan wil ik voor een keer wel elitair zijn.

  • Steven SURDÈL zei:

    Overigens maar goed dat er bij La Traviata op het toneel druk mobiel werd gebeld, anders had het brede, moderne publiek het natuurlijk niet begrepen. Maar wie voor 40 euro toch champagne dacht te mogen verwachten, werd hiermee onthaald op cola.

  • Steven Surdèl zei:

    Ter vergelijking! Stel je eens voor: de Nachtwacht van Rembrandt, met alle schutters in leren jacks en spijkerbroeken. Leuk voor de grap misschien, maar het verlies lijkt me onschatbaar – ook al hoor ik daardoor tot die verfoeilijke ‘gesloten groep van kenners’.

  • Victor Baarn zei:

    Wie overigens Deutekom wil horen in I Puritani heeft maar liefst keuze uit drie live-opnamen:

    1970 in Florence onder Muti met Nicolai Gedda, Sesto Bruscantini en Agostino Ferrin

    1972 in Buenos Aires onder Miguel Angel Veltri met Alfredo Kraus, Gian-Pierro Mastromei en Bonaldo Giaiotti

    Ook van de uitvoering in Nederland bestaat een opname (en zelfs beeldmateriaal: zie youtube).

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.