Home » Lezersrecensie

Veel violen bij opening Festival Oude Muziek

Utrecht28 augustus 2010 Geen reacties

Met een concert geheel in de stijl van de Franse barok trapte het Festival Oude Muziek vrijdag 27 augustus haar 29e editie af in het Utrechtse Vredenburg. Place de l’Opera-lezer François was erbij en doet verslag.

Skip Sempé (foto: Régis d'Audeville).

Een webcam op de Domtoren, een hispeed-internetverbinding, een laptop en een beamer. Kortom: het Festival Oude Muziek is begonnen. Dankzij de techniek konden de bezoekers van Vredenburg Leidsche Rijn meekijken en -luisteren naar de traditionele opening van het festival door stadsbeiaardier Arie Abbenes.

Op zijn repertoire stond voor deze gelegenheid muziek van onder andere Lully en Couperin. Over het festivalthema kon zo geen misverstand bestaan: de Franse Barok. En als je het al niet wist, maakte de meer dan prachtige serie foto’s van Marco Borggreve het nog eens duidelijk: we gaan voor tien dagen terug naar de tijd van Louis Quatorze.

Het orkest ‘Capriccio Stravagante – Les 24 Violons’ verzorgde het openingsconcert. Het orkest was een ‘remake’ van Les Violons du Roy, het orkest van Jean-Baptiste Lully uit de tijd van het Versailles van Lodewijk de Veertiende. Dat deed zijn werk in het drukke hofleven van de Zonnekoning, op feesten en dansavonden en bij balletten.

Het orkest werd geleid door Skip Sempé, dit jaar één van de musici ‘in residence’ van het festival. Bijzonder is dat de instrumenten waarop Capriccio Stravagante speelt, zijn nagebouwd. Daarmee beschikt Sempé, om een lang technisch verhaal kort te houden, nu precies over de instrumenten waarvoor componisten als Lully en Rameau hun muziek schreven. Zonder contrabassen, maar met een aantal viooltussenmaten. Dat gaf een andere klank dan we nu kennen met violen, altviolen en celli.

Zou je dat horen, die nagebouwde ‘hautes-contres’, ‘tailles’ en ‘quintes’, vroeg ik me voor aanvang af? En ja, nou en of, het was hoorbaar en voelbaar. Er klonk een warme, rijke orkestklank, zonder de scherpte die het geluid van sommige authentieke orkesten kenmerkt. Indringend en met een wat melancholiek geluid.

Sopraan Judith van Wanroij, die onlangs de Grachtenfestivalprijs 2010 won, werkte vocaal mee aan deze avond. Ze treedt vaker samen op met Skip Sempé en heeft een flink cv met beroemde dirigenten en belangrijke rollen in oude en nieuwe muziek. Komend voorjaar kunnen we haar zien als Donna Elvira in Don Giovanni bij De Nederlandse Opera.

Ze zong een fragment uit Le Triomphe de l’Amour van Lully en samen met Benjamin Alunni en Alain Buet deed ze een deel uit La pastorale comique. Dat deed ze helder, en met net genoeg volume om in de moeilijke Vredenburgzaal over het orkestgeluid heen tot op de laatste rijen te horen te zijn. Het was hooguit wat kort, wat ze liet zien en horen.

Het programma bestond uit 21 stukjes van 6 componisten: ouvertures, operafragmenten, dansen, chaconnes en sarabandes. Ik vermoed dat ook die programmering in stijl was. Maar het was wat veel, het kende niet zoveel opbouw en maakte de avond net even wat minder spannend dan ik zou wensen. Maar een festivalopening met een royaal én ‘royale’ geluid, dat was het zeker wel…

Op zondag 29 augustus is Judith van Wanroij met een veel kleiner bezet Capriccio te horen in de Geertekerk om 17.00 uur. Zie voor meer informatie de website van het Festival Oude Muziek.

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.