Home » Operarecensie

356 musici en een dirigent: de Gurrelieder

Rotterdam24 maart 2011 7 reacties

Het had centraal gestaan in de voorpubliciteit en het getal schreeuwde van het programmaboekje: 356 musici en zangers voerden gisteren in de Doelen in Rotterdam de Gurrelieder uit. Size matters bij het uitvoeren van dit werk van Arnold Schönberg, dat vanwege de omvangrijke bezetting niet vaak live wordt gespeeld.

Het was de avond van Reinbert de Leeuw, gisteren bij de première in de Doelen, en het is hem meer dan gegund. De Leeuw verrijkte de Nederlandse cultuur met onnoemelijk veel muziek, concerten, initiatieven en ensembles.

(Foto: gurrelieder.blogspot.com)

Hij stond met vier andere componisten aan de wieg van de opera Reconstructie in 1969, toen opera nog tot kamervragen kon leiden. Het Schönberg Ensemble ontstond op zijn initiatief, zijn opnamen van pianowerk van Satie bereikten veel huiskamers en hij dirigeerde opera bij De Nederlandse Opera (DNO) en de Nationale Reisopera.

Inmiddels is De Leeuw 73, maar hij is nog volop in actie. Hij was de laatste maanden te horen als pianist bij de gedanste Hugo Wolf-liederen van Hans van Manen en hij was – opmerkelijk – juist alleen te zién als pianist in De Wereld Draait Door. Daar kreeg hij met zijn uitvoering van John Cage’s werk voor piano 4’33’’ zelfs Matthijs en zijn studio meer dan vier minuten stil. Bij DNO dirigeerde De Leeuw verder de voorstellingen van Legende van Wagemans.

De orkesten voor deze uitvoering van de Gurrelieder waren afkomstig van de conservatoria van Rotterdam en Den Haag. De koren bestonden eveneens uit conservatoriumstudenten en werden aangevuld met Toonkunstkoor Amsterdam en het Brabant Koor.

Het duurde overigens nog wel even voor die koren iets te doen hadden. Pas na pakweg vijf kwartier hadden ze precies één woord als tekst: ‘Holla’. Tot die tijd waren het orkest en enkele vocale solisten aan zet.

De enorme orkestbezetting gaf een overweldigend geluid. Alsof je niet voor maar in het orkest zat als luisteraar. Er was duidelijk veel gerepeteerd en De Leeuw hield zonder al te veel misbaar het proces dat zich afspeelde volledig in de greep.

Sopraan Melanie Diener zong de rol van het meisje Tove. Haar eerste lied was nog wat strak, maar later zong ze losser en met meer overtuigingkracht. Haar tegenspeler Daniel Kirch had als Waldemar veel meer moeite om te stralen, ook omdat de orkestpartituur bij zijn zang soms wel heel veel volume voorschreef. Daar hielp zelfs de versterking van de zangstemmen niet bij. Of die was gewoon niet zo adequaat ingeregeld.

Tenor Eberhard Francesco Lorenz bracht humor en speelsheid in de uitvoering. Als Klaus-Narr stak hij zijn hoofd om de zaaldeur, trippelde naar het podium en zong daar zijn commentaar. Even daarvoor gaf mezzo Catherine Wyn-Rogers – de mooiste stem van de avond – een kort maar indrukwekkend optreden als Waldtaube.

Het stuk vervolgde richting de ‘Wilde Jagd’, toen de mannenkoren ‘Und wir sind des Todes, der Sorge und des Todes, des Schmerzes und des Todes’ zongen. Dat maakte een verpletterende indruk.

Na een orchestervorspiel eindigde het werk bij de zonsopgang. In dat deel speelde de ‘sprechstimme’ van Alexander Oliver een grote rol. Oliver, onlangs uitgebreid aan het woord op Place de l’Opera over zijn Dutch National Opera Academy, deed heel wat meer dan ‘sprechen’. Zijn inbreng was muzikaal-eloquent.

Het was de verdienste van Reinbert de Leeuw dat al dat geluid, al die trilling van de lucht afwisselend dreunend, subtiel, snel en langzaam tot klinken kwam. Het donderende einde, toen de koren ‘Strahlenlockenpracht’ zongen, was één groot crescendo.

Wat zou het mooi zijn geweest als daarna de galm en de stilte van het uitklinken van de muziek geklonken had. Maar al voor De Leeuw het eindsignaal gaf, barstte een deel van het publiek uit in applaus. Rotterdam heeft geen poëzie, zo blijkt weer.

De Gurrelieder zijn nog te horen in Eindhoven (24 maart) en Den Haag (26 maart). Zie voor meer informatie de Facebook-pagina of de blog van het project.

door

Gurrelieder
Arnold Schönberg

Uitgevoerd door: Codarts Symphony Orchestra, Symfonieorkest van het Koninklijk Conservatorium, koren van het Koninklijk Conservatorium en Codarts, het Brabant Koor en Toonkunstkoor Amsterdam onder leiding van Reinbert de Leeuw.
Solisten: Daniel Kirch, Melanie Diener, Eberhard Francesco Lorenz, Catherine Wyn-Rogers, Andrew Schroeder en Alexander Oliver.
Bezocht op 23 maart 2011 in De Doelen - Rotterdam.

7 reacties »

  • Philip Knijff zei:

    “Bij DNO dirigeerde De Leeuw verder de voorstellingen van Legende van Wagemans.” Tsja, volgens mij heeft De Leeuw wel meer opera bij DNO gedirigeerd.

  • Leen Roetman zei:

    Mooie recensie van een memorabel concert.
    “Rotterdam heeft geen poëzie, zo blijkt weer.” moet ik even corrigeren, Rotterdam heeft wel poëzie, dat keer op keer is gebleken na het uitklinken van vele memorabele Gergiev concerten tijdens het Gergiev festival.
    Overigens vraag ik me af of de stilte van het uitklinken van de muziek na een overweldigende zonsOPGANG nu zo noodzakelijk is.

  • Thea Derks zei:

    Fijn te lezen dat de Gurrelieder zo’n succes waren. Overigens is Reinbert de Leeuw nu nog maar 72, hij wordt pas 73 in september…

  • Hans van Verseveld zei:

    Voor mij was het een groot feest om mee te mogen zingen in het Brabantkoor

  • Gerard zei:

    “Rotterdam heeft geen poëzie, zo blijkt weer.” Wat een buitengewoon ongepaste en overbodige opmerking, op niks gebaseerd, alleen op basis van de reactie van een kennelijk enthousiast publiek? Wat een flauwekul. Het is gewoon een natuurlijk menselijke reactie. Alleen een dirigent kan een applaus nog uitstellen als hij dat nodig vindt. Een concertzaal is geen kerk maar hoort een levende ontmoetingsplaats voor kunst en cultuur te zijn en dat is wat Rotterdam en de Doelen zeker te bieden heeft.

  • Gerard zei:

    Graag wil de de schrijver (en andere geinteresseerden)van het artikel wijzen op een boeiend en leerzaam(!) artikel van Alex Ross over de traditie en zin en onzin van applaus na muziek:
    http://www.therestisnoise.com/2005/02/applause_a_rest.html

  • Leen Roetman zei:

    Overigens wilde het publiek na het eerste deel van de Gurrelieder in Rotterdam applaudisseren maar Reinbert de Leeuw gaf een heel subtiel gebaar met zijn rechterhand naar beneden , of het publiek nog even geduld wilde hebben. Dat is het recht van de dirigent, die geeft het aan en bij het definitieve slot liet hij niet zien dat we nog even stilte in acht moesten nemen, integendeel hij verwachtte een daverend applaus.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.