Home » Operarecensie

Saaie Samson ontstemt Berlijns publiek

Berlijn17 mei 2011 Geen reacties

Het was een druk operaweekend in Berlijn, met twee nieuwe producties: Idomeneo bij de Komische Oper en Samson et Dalila bij de Deutsche Oper, geregisseerd door Patrick Kinmonth, de voormalig fotochef van het Britse Vogue. De nieuwe Samson kon het Berlijnse publiek bepaald niet overtuigen; de avond eindigde met een storm van boe’s.

Scène met Kasarova en Cura (foto: Barbara Aumüller in opdracht van de Deutsche Oper Berlin).

Na de catastrofaal saaie en onaantrekkelijk aangeklede Mozart op zaterdag was ik meer dan blij toen een dag later bij de Deutsche Oper een wit gordijn openging en een prachtig belichte en gekostumeerde eerste scène van Saint-Saēns’ opera zichtbaar werd (decors en kostuums van Darko Petrovic en Kinmonth).

In plaats van de tijd van het Oude Testament en de Filistijnen en Hebreeërs vond het verhaal plaats in het Parijs van 1870/1871. Links en rechts zag je een spoorrails en een perron en in het midden stond een open wagon, allemaal in goud en beige. Samson lag uitgestrekt op een bed, in zwart pak en witte das, met Dalila in een groots courtisane-kostuum.

Gaandeweg de avond veranderde er niet zo veel. De kostuums bleven mooi tot aan het einde toe en de locatie bleef Parijs ten tijde van de Frans-Russische oorlog (de tijd dat Saint-Saēns de opera begon te componeren). Op sommige momenten voelde het alsof je een zeer smaakvolle Traviata-uitvoering met de verkeerde soundtrack zat te bekijken.

Uiteraard sneed het allemaal geen hout. Natuurlijk kun je Dalila zien als één van de beroemdste Franse courtisanes uit het Tweede Franse Keizerrijk en volgens de toelichting van Kinmonth zou je Samson goed kunnen zien als een lid van de Commune van Parijs, maar je moet iets van de gevechten laten zien om het verhaal in deze context te laten werken (zoals bijvoorbeeld in de beroemde film The New Babylon, ook geplaatst in de tijd van de Parijse Commune). Dat gebeurde helaas niet. Samson is een slim, bankierachtig type. Waarom vecht hij met de soldaten? Sinds wanneer vermoorden soldaten bankiers?

Niettemin heeft de opera een ‘moment-of-moments’ waardoor je alles vergeet en vergeeft: de centrale verleidingsscène. Hier zit de elegant geklede Dalila echter op de box van de souffleur als ze ‘Mon coeur s’ouvre a ta voix’ zingt, terwijl Samson wegloopt, achter het volledige toneel langs wandelt en alleen terugkomt om zijn laatste ‘Je t’aime!’ te zingen.

Het publiek wist dat er iets verschrikkelijk mis was, als ze dat al niet eerder hadden gemerkt. En het werd nog erger toen er tijdens de volledige bacchanale een wit gordijn op de voorgrond werd getoond, waarmee Samson en zijn zoon (!) hun gezichten wit verfden, net als clowns (à la Pagliacci).

In de slotscène in de tempel lag Samson op een tafel van een groot banket. De gasten deden hun kleren uit en verder gebeurde er absoluut niets dat iets weg had van een vernietiging van de Filistijnen. Toen raakte het Berlijnse publiek aardig pissig. Het boegeroep, dat al luid was na de tweede akte, werd stormachtig.

Erg jammer dat deze productie visueel niet meer bood dan fraaie kostuums die in geen enkel opzicht iets met de plot van de opera van doen hadden. Helemaal omdat de cast zeker interessant was. José Cura zag er verrukkelijk uit als Samson en klonk voor het grootste deel van de avond geweldig, een paar momentjes daargelaten. Hij heeft zeker de fysieke en vocale présence waar de rol om vraagt. En hij is onophoudelijk intens op het toneel. Het is zijn fout niet dat Samson in deze belachelijke context is geplaatst.

‘Soms voelt het alsof je een zeer smaakvolle Traviata-uitvoering met de verkeerde soundtrack zit te bekijken’

Vesselina Kasarova maakte haar debuut in de rol van Dalila, de bijbelse verleidster die in dit geval enkel een minzame courtisane was. Ze zag er magnifiek uit – daar hoeft geen twijfel over te bestaan. En ze klonk ‘interessant’, om zo te zeggen, op een zeer gemanierde wijze. Haar rijke lage register heeft een sensuele charme en haar hoge noten zingen heerlijk rond, zelfs als ze bruut geforceerd klinken. Haar Frans is echter een beetje een farce, al probeerde ze hard om in taalkundige zin speciaal te klinken.

Na een smachtend ‘Prinstemps qui commence’ in de eerste akte leek ze buiten adem te zijn in de centrale aria van de tweede akte. En hoewel Cura zijn zinnen echt in pianissimo zong, kon je haar amper horen in haar ‘Réponds à ma tendresse’ – de beroemde solo kwam simpelweg niet van de grond. Voor iemand die een Dalila op wereldniveau wil zijn en die de concurrentie met jongere zangers als Elina Garanca aankan, is dat geen goed nieuws.

Laurent Naouri zong de hogepriester met autoritaire baritonklanken. Maar ook hij kwam niet echt overtuigend over. Zijn stem klonk gespannen en moeizaam en zijn acteerwerk overtuigde niet.

Vesselina Kasarova (foto: Barbara Aumüller in opdracht van de Deutsche Oper Berlin).

De enige die op alle fronten een goede indruk achterliet, was Ante Jerkunica als de oude Hebreeër. Zijn machtige bas zong luid en duidelijk in de rondte, indrukwekkend en geloofwaardig. Hij kreeg na afloop zelfs net zoveel gejuich als de twee hoofdrolspelers bij elkaar. Dat mag verbazingwekkend heten.

Alain Altinoglu leidde het orkest met vaart door de eerste drie akten, nooit de zangers overstemmend en altijd ruimte zoekend om de zachte passages tot bloei te laten komen. Alleen de eerdergenoemde bacchanale was een teleurstelling. Akoestisch gesproken.

Deze Samson was de laatste nieuwe en originele productie van de Deutsche Oper Berlin onder de directie van Kristen Harms, die het huis aan het einde van het seizoen gaat verlaten. Ze bedankte iedereen – inclusief het geweldige koor, ingestudeerd door William Spaudling – tijdens het feestje na afloop, waar Pierre Audi als gast uit Amsterdam gespot kon worden. Wie weet vindt deze visueel aantrekkelijke productie zijn weg ooit naar Nederland, zelfs al is het dramatisch niet overtuigend en uitermate saai?

Aan de andere kant: het was geen moment zo saai als de lelijke Idomeneo de avond ervoor…

door

Samson et Dalila
Camille Saint-Saëns

Uitgevoerd door: Koor en orkest van de Deutsche Oper Berlin onder leiding van Alain Altinoglu.
Solisten: José Cura, Laurent Naouri, Vesselina Kasarova, Ante Jerkunica, e.a.
Regie: Patrick Kinmonth.
Bezocht op 15 mei 2011

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.