Operarecensie

Orpheus in Berlijn: operette herleeft!

De Staatsoper Berlin laat zien hoe je een eeuwenlang haast gemummificeerd genre tot leven wekken kan: het team rondom regisseur Philipp Stölzl haalt Offenbachs Orpheus in der Unterwelt uit zijn graf terug.

(Foto: Matthias Baus)

Zeg je ‘operette’, dan denkt men tegenwoordig haast automatisch aan saaie en voorspelbare grappen en primitieve, matige vertoningen, die enkel door de oudere generatie operabezoekers gewaardeerd wordt. Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot praktisch vandaag de dag leeft de originele geest van de subversieve, scherp-ironische en provocerende theatervorm niet meer.

Dat is zeker in de gevestigde operahuizen het geval. Telkens zie je weer dezelfde versies met operazangers, vaak tweedeklas, in de hoofdrollen en een groot orkest in de bak. Een uniformerende, castrerende en alles ombrengende opvulling van banaliteit, wat van operette een levend gebraven genre maakt.

Tijd voor redding! Afgelopen jaar was in Bremen een baanbrekende uitvoering van Vetter aus Dingsda te zien, in een regie van Frank Hilbrich. Deze productie, die in één seizoen zo’n dertig keer voor een uitverkocht huis werd opgevoerd, heeft duidelijk school gemaakt.

De bezetting van zanger-acteurs in plaats van operazangers, het orkest op de bühne, een jazzy, musical-achtige uitvoering en een intelligente actualisering van de tekst: dat waren in Bremen de tekenen van een ‘stijl-revolutie’, die nu in Berlijn voortgezet wordt.

De Staatsoper presenteert Offenbachs Orpheus in der Unterwelt op een manier zoals men het sinds 1858 niet meer gezien en gehoord heeft. Alles is nieuw en alles is stilistisch ‘verantwoord’ – daarin schuilt het kunstwerk dat het team van de jonge regisseur Philipp Stölzl heeft neergezet.

De muziek is herzien door Christoph Israel, die zelf ook achter de toetsen zit op het toneel. Hij heeft al het opera-achtige uit de operette gehaald en de muziek tot zijn melodische kern gereduceerd. Geheel passend bij de grappige tekstbewerking van Thomas Pigor slaat hij een andere klank aan: niet meer het Parijs van 1860, maar veel meer het Berlijn van de dertiger jaren. Geen toeval: Israel is bekend voor zijn samenwerking met kunstenaars als Otto Sander en Max Raabe, en niet enkel in Duitsland.

Precies aan Max Raabe moet je denken als je Orpheus op de bühne ziet. De Zwitserse acteur Stefan Kurt kan geheel niet zingen, maar daar komt het ook niet op aan! Hij komt uit de wereld van het theater en de film en kan qua spel een interpretatie neerzetten die überhaupt geen hoge c’s nodig heeft. Zijn lichaamstaal en verbale kwaliteiten doen alles.

Ook de andere hoofdrollen worden bezet door fantastische theater- en tv-acteurs, en niet door zangers. Ben Becker vertolkt eerst de herder Aristeus (met zijn eigenzinnige diepe bas is hij het hoogtepunt van de avond!) en later Pluto. Gustav Peter Wöhler is Jupiter (in zijn vermomming als vlieg zal hij in niets hebben ondergedaan voor de komiek Désiré tijdens de Parijse wereldpremière), Cornelius Obonya is de Publieke Opinie en Irene Rindje speelt Juno.

(Foto: Matthias Baus)

Als een ander soort schepsel, als de enige vertegenwoordiger van de operazang, als een Alice in Wonderland beweegt de jonge sopraan Evelin Novak (Eurydice) zich met haar heldere coloraturen en hoge noten door de bonte werelden, die zich als grote ‘pop-up-boeken’ op het toneel openen.

Behalve een paar bezoekers die in de pauze naar huis gingen – omdat het toch niet dat soort operette is waar men al zestig jaar lang vertrouwd mee is – bleef het publiek samen met Max Raabe tot het einde toe geboeid door de show. Bij het slotapplaus was het Berlijnse publiek één mening toegedaan: het was een groot succes, het bracht veel vermaak en het was eindelijk kúnst. Vooruitstrevende, vernieuwende operettekunst, juist in zijn nieuwheid trouw aan het werk. Operette zoals het hoort!

Alessandro Anghinoni is correspondent van Place de l’Opera in Berlijn en Zürich. Hij is vertaler van beroep en schrijft regelmatig over opera. Voorheen voor bladen als Opernwelt, tegenwoordig op zijn blog Operello&Operella.

Vorig artikel

Rossini's Geheime Recept in Rotterdam

Volgend artikel

Sondheim in Wenen: onzin op hoog niveau

De auteur

Alessandro Anghinoni

Alessandro Anghinoni

14Reacties

  1. martin
    19 december 2011 at 16:54

    Eerlijk gezegd vind ik het in dit artikel geschetste sombere beeld sterk overtrokken. Al jarenlang wordt er op diverse innovatieve manieren met operettes omgesprongen en de kunstvorm (want dat is het!) is zeker niet dood en ‘gebraven’ (sic). Kent de schrijver de enorm geestige Offenbach-producties van het duo Minkowski/Pelly niet? En ja, daar zitten ook beroemde zangers in. Maar dat wordt volledig gerechtvaardigd door de kwaliteit en moeilijkheidsgraad van de muziek en hoeft absoluut niet negatief uit te pakken.

    Deze Berlijnse productie ken ik niet en best mogelijk dat het inderdaad fantastisch is. Maar persoonlijk zou ik (in deze tijd van globalisering en boventiteling) het werk liever in het oorspronkelijke Frans horen.

  2. Peter Franken
    19 december 2011 at 17:21

    Orphée aux Enfers was indertijd een gigantisch succes in De Munt, in 1997 en een paar jaar later in reprise. En dat was een fraai vormgegeven voorstelling met echte zangers. Spectaculair ook met die locomotief die door de muur komt in een decor dat een kopie is van Cafe La Mort Subite. Ik ben het met Martin eens, het artikel geeft een wat overdreven somber beeld.
    Op diverse plaatsen is overigens ook Im weissen Rössl te zien. Deze operette ging de hele zomer in Berlijn als zomerbespeling van het Theater des Westen in 1990,ook toen al een prima’moderne’productie.

  3. Kevin
    20 december 2011 at 14:41

    Maybe the “dark outlook” of the author is due to the various operetta desasters of recent time, among them the RÖSSL at the Komische Oper Berlin (Regie: Sebastian Baumgarten)? Or the many rather boring premieres at the Staatsoperette Dresden? Indeed, the Minkowski/Pelly productions were fun. But they are also quite a while gone. And the current operetta scene is not exactly buzzing, certianly not in NL. Or did I miss something there?

  4. Olivier Keegel
    21 december 2011 at 14:46

    WEG MET AL HET OPERA-ACHTIGE

    Nee Kevin, de operette is inderdaad niet buzzing in Nederland. Klopt helemaal. Je weet toch wel dat de operette al jaren geleden van staatswege verboden is omdat er geen nieuwe Nederlanders heengingen?

    Overigens zie ik in de Berlijnse Orpheus weer kansen voor een nieuw cultureel hoogtepunt in Het Muziektheater. Want dat ziet er natuurlijk zeer hoopvol uit: operette zonder zangers (Offenbach zou er zó blij mee geweest zijn) en met muziek die is “herzien” door iemand die zelf ook achter “de toetsen” zit op het toneel. Iemand ook die “al het opera-achtige” uit de operette heeft gehaald. Bravo! Dat verdient navolging, en daar lonkt voor DNO opnieuw het perspectief van een puike voortrekkersrol: Weg met dat opera-achtige, ook in de opera! Wij hebben geen zangers nodig, maar acteurs die “qua spel een interpretatie neerzetten die überhaupt geen hoge c’s nodig heeft.” Dat is het doel waarnaar wij streven.

    Persoonlijk dicht ik Katja Römer-Schuurman grote kansen toe als De Nieuwe Norma.

  5. alessandro
    21 december 2011 at 15:24

    @ Olivier

    As they sing it in Berlin in this production “Juno, you know, you know” exactly what I tried to explain with my article!

  6. Steven SURDÈL
    21 december 2011 at 16:40

    Katja Schuurman als Norma? Kom nou! Jenny Arean natuurlijk!

  7. Olivier Keegel
    21 december 2011 at 17:18

    Maar Jenny Arean kan zingen, en dat is nou net niet de bedoeling.
    So 2011 !!! Wel een beetje met je tijd meegaan, Steven.

    Is er trouwens een Alessandro-exegeet in de zaal die mij het raadselachtige “Juno, you know, you know, exactly what I tried to explain with my article!” kan uitleggen?

  8. alessandro
    21 december 2011 at 18:40

    @ Olivier

    what you said about operetta and non-operatic singers – this is what I meant (Juno, you know is a new text heard in the Berlin performance)

  9. alessandro
    22 december 2011 at 10:25
  10. Basia Jaworski
    22 december 2011 at 13:15

    Thanks, Alessandro, very interesting article!
    I’ll try to come to Vienna to see the exhibition.

  11. Steven SURDÈL
    22 december 2011 at 14:04

    Ik kan er niets aan doen, Olivier, ik ben nu eenmaal niet van deze tijd. Bovendien zijn (kunst-)historici gewend in eeuwen te denken, en dan komt een generatietje of wat er soms niet op aan. Vandaar dat Olivero en Cerquetti voor mij nog net zo actueel zijn als Tézier en Theodossiou. Maar ik geef toe: met Jenny Arean zat ik ernaast.

  12. Steven SURDÈL
    22 december 2011 at 23:05

    Maar misschien ook niet: zou ze nu werkelijk Norma kunnen zingen? Bel haar eens op en vraag het haar.

  13. Peter Franken
    23 december 2011 at 11:55

    Misschien wordt dit wel een voorstelling waaraan de de kwaliteit van de herlevende operette kan worden afgemeten:

    http://www.operaliege.be/fr/activites/lauberge-du-cheval-blanc

    Het Witte Paard van Benatzky in Luik dus.

  14. Basia Jaworski
    23 december 2011 at 11:57

    oeps!
    Naar de foto te oordelen ……..
    Maar het is iets meer voor Kevin, hij is _de_ operette specialist en een echte kenner