Home » Operarecensie

Stotijn in dromerige vergezichten

Amsterdam27 september 2012 2 reacties

Onder de titel L’invitation au voyage opende mezzosopraan Christianne Stotijn woensdagavond het derde seizoen van de Serie Grote Zangers. Samen met pianist Joseph Breinl maakte ze er een bijzonder recital van.

Christianne Stotijn (foto: Stephan Vlanfleteren).

Het zaallicht dimt. Mezzosopraan Christianne Stotijn, gekleed in zwarte broek en lange zwarte jas, loopt het toneel op met haar vaste begeleider Joseph Breinl, eveneens in strak zwart pak. Na het applaus in ontvangst te hebben genomen, pakt Stotijn de klaarliggende microfoon op. En stelt het publiek meteen gerust: ,,Ik zal de microfoon niet gebruiken om door te zingen.”

Ze nodigt het publiek uit om met haar mee te gaan op een muzikale reis, waarvoor ze liederen heeft geselecteerd met reizende thema’s. Liederen waarin diverse landen en talen zullen passeren. ,,Maar een reis kan ook een verbanning zijn”, vult ze aan.

Ze sluit af met het voordragen van het gedicht ‘Ithaka’, waarmee ze benadrukt dat niet een eindbestemming, maar juist het reizen op zich het doel mag zijn.

Na deze mondelinge uitnodiging begint de reis met ‘L’invitation au voyage’ van Duparc. Moeizaam gaat Stotijn van start en ze schakelt onophoudelijk tussen de lage, midden en hoge registers. De zaal voelt als een wankele kano. Gelukkig is het zaallicht niet geheel uitgegaan, waardoor we houvast vinden in het meelezen van de uitgeschreven liedteksten.

Wederom pakt Stotijn de microfoon op, nu om liederen van Ravel toe te lichten. ,,Ravel liet zich op het eiland Corsica inspireren door de daar onderdrukte Grieks en Armeense bevolkingsgroepen. De frygisch en eolische toonsoorten tonen deze buitenlandse invloeden.” Stotijn gooit haar weelderige haar golvend over een schouder, waardoor ze er opeens haast Grieks uitziet, en begint één van de drie kleurrijke liederen.

Na Ravel volgt niet weer een microfoon, maar direct twee wandelingen door redelijk bekend liedrepertoire van Hugo Wolf. De dictie van de mezzo is glashelder in het Duits – net zo goed als haar Frans, Russisch en Noors. Het gepassioneerde pianospel van Breinl verleidt haar echter niet en Stotijn verliest zich in zware nasale ademhalingen en dwaalt van het muzikale pad af.

Dan schakelt ze de microfoon weer in om een andere vorm van reizen aan te kondigen: de verbanning. De Duitse componist Hanns Eisler zag zich genoodzaakt om het ontluikende nazi-Duitsland te ontvluchten, omdat zijn werk als ‘Entartete Kunst’ bestempeld was. ,,In deze Eisler-liederen zult u abrupte eindes horen, die voor mij de wortelloosheid benadrukken van hoe hij zich in ballingsschap voelde. Toevallig hoorden Joseph en ik tijdens ons verblijf hier in het Amsterdamse Loyd-hotel dat vanuit dat hotel Joodse Nederlanders de oprukkende Duitse bezetting per boot ontvluchtten.”

Stotijn spreekt met veel gevoel en dat is direct merkbaar in het eerste lied, ‘Erinnerung’. Met veel emotie ‘praat’ ze nu rechtstreeks vanuit haar hart tegen het publiek. Ze communiceert, terwijl ze rillingwekkende stiltes laat vallen. Ze is prachtig! De zaal vergeet bijna de liedteksten mee te lezen. Ademloos zijn we geboeid en haar pianist Joseph volgt haar schoorvoetend met dezelfde intensiteit. Met een prachtig vibrato laat ze het woord ‘Feinde’ nagalmen in je ziel.

Ook tijdens de verrassende Venetiaanse Glinka-liederen houdt Stotijn met haar sprankelende voordrachtskwaliteit het publiek vast tot aan de pauze.

Na de pauze zet Stotijn met veel stoom acht liederen van Grieg in. Daarin eindigt de reis van het meisje dat in een bos op zoek is naar de ware liefde in een deceptie. In de stromende regen laat hij haar zitten en uiteindelijk zoekt ze troost in de schoonheid van de natuur – hetzelfde bos.

Stotijn schakelt via vele registers en raakt een beetje verdwaald. Met haar blik, die vaak op verre horizonten schijnt te rusten, loodst ze zich naar een muzikale afsluiting van haar reis. Het publiek omarmt haar warm en ze beantwoordt de staande ovatie dankbaar met twee toegiften.

Over de natte kades langs het IJ ren ik naar het station om mijn eigen trein te halen. Terwijl het landschap buiten steeds sneller aan me voorbijflitst, laat ik mezelf in gedachten heerlijk terugglijden in de muziek van dit bijzondere recital van Christanne Stotijn en Joseph Breinl.

Het volgende recital in de Serie Grote Zangers wordt gegeven door John Mark Ainsley op 9 november. Zie voor meer informatie de website van het Muziekgebouw aan ’t IJ en de Serie Grote Zangers.

door

L'invitation au voyage

Uitgevoerd door: Serie Grote Zangers
Solisten: Christianne Stotijn (mezzosopraan) en Joseph Breinl (piano).
Bezocht op 26 september 2012 in Muziekgebouw aan 't IJ - Amsterdam.

2 reacties »

  • Benjamin zei:

    Ik ben in de pauze weg gegaan: de stem van Stotijn ligt op het moment zo’n beetje in duigen. Het onderste deel van haar stem is gewoon een soort hees Sprechgesang, daar zit geen enkele natuurlijke resonantie in, totdat ze er op een gegeven moment dat rare, hinnikende vibrato in gooit. Ze schakelt vaak veel te hoog (en waarschijnlijk volgens haarzelf voor dramatisch effect) over op haar echte borststem. Ze kan haar stem nog wel helemaal open zetten, zoals in de climaxen van Kennst du das Land van Wolf, en dan heeft het nog wel volume, maar echt mooi is de klank dan nog steeds niet. Eigenlijk zijn het een stuk of vijf compleet verschillende stemmen in een, van enige egale overgang tussen die stemmen is helemaal geen sprake meer. Jammer hoor. Voor m’n plezier wil ik in ieder geval niet naar zo’n stem luisteren…

  • Leopold zei:

    Ik kan het alleen maar met Benjamin eens zijn, hoewel ik tot het einde ben gebleven. Stotijn maakte haar grote naam vorige week woensdag zeker niet waar. De overgang tussen de verschillende registers van haar stem creërde abrupte lelijke breuken in de stem en de kleur daarvan, inderdaad alsof er meerdere Stotijns op het podium stonden. Daarmee ontbrak de vloeiende lijn naar boven, die zo onontbeerlijk is om in een liedrecital het publiek te overtuigen. In de laagte heeft Stotijn allesbehalve de stem die je bij een mezzo mag verwachten en in de hoogte heeft haar stem een soort nasaal hinderlijk vibrato. Eigenlijk ging het alleen goed in de liederen waarin zij niet te veel tussen verschillende registers hoefde te switchen. Met de recensente ben ik het verder niet eens dat haar dictie goed was. Die liet meerdere malen te wensen over, om van de slordigheden in de tekstbehandeling maar niet te spreken. Misschien niet helemaal verwonderlijk als je in één liedrecital Duits, Russisch, Frans, Noors en zelfs Jiddisch wilt zingen. Gelukkig bleven er nog wel wat aardige momenten over, ironisch genoeg vond ik haar in haar eerste en tweede toegift het beste… maar die maakten na de rest van de matige prestaties de avond niet meer helemaal goed.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.