Operarecensie

John Osborn: de held van Tell

Dé reden om naar Guillaume Tell van De Nederlandse Opera te gaan? John Osborn. Tijdens de première maandagavond was hij het, en niet de titelheld, die de grootste triomf vierde. Door zijn goudvergulde zang werd deze unieke Rossini-productie een avond om niet meer te vergeten. Kom hem zien!

John Osborn met Marina Rebeka (foto: Ruth Walz).

John Osborn is al lang geen onbekende meer in Amsterdam. Hij stond vier keer eerder in een productie van De Nederlandse Opera (DNO) en zong hier zelfs al eens de rol van Arnold in Guillaume Tell (NTR ZaterdagMatinee, 2009). En toch, wat hij maandagavond liet horen, was nieuw voor mijn oren.

Het was nog fraaier, nog verfijnder, nog indrukwekkender dan tijdens zijn vorige optredens. Zijn stem lijkt voller en rijker te zijn geworden en het vocale hooggebergte – zijn thuis – weet hij met nog meer gemak en overtuiging te beklimmen.

Deze Amerikaanse tenor heeft goud in de mond. Hij zong de Franse frases met klinkklare dictie en grote poëtische schoonheid en door zijn veelkleurige, genuanceerde frasering maakte hij een weelde aan romantische emoties los.

Al in de eerste akte sprankelde zijn stem eruit tussen het vele volk op het toneel. En aan het begin van de tweede akte tekende hij voor het eerste hoogtepunt van de avond in een wonderschoon duet met Marina Rebeka als Mathilde. Hun stemmen dartelden om elkaar heen, om uiteindelijk in sublieme harmonie samen te komen. Wat een smakelijke klankheerlijkheid…

Vanaf daar ging het enkel bergopwaarts voor Osborn. Zijn versie van ‘Asile héréditaire’ was een muzikaal kunststuk en in het daaropvolgende strijdbare ‘Amis, amis, secondez ma vengeance’ gaf hij de klap op de vuurpijl. Een paar hoge voltreffers als opwarmertjes, vervolgens een lange, volumineuze, keihoge slotnoot als beslissende treffer. Het publiek stond op de banken.

Pijlen

De bijna vijf uur lange avond werd geënsceneerd door Pierre Audi, artistiek directeur van DNO. Het was een typisch ’tableau à l’Audi’. Dat heet: het zag er allemaal fantastisch uit, het verhaal was prima te volgen en er werd op statische wijze gespeeld. En er stonden trappen op het toneel, natuurlijk.

George Tsypin ontwierp schitterende decors (foto: Ruth Walz).

De wat geabstraheerde decors van George Tsypin creërden samen met het licht van Jean Kalman een atmosfeer waarin je prima het natuurrijke Zwitserland kon beleven. Choreograaf Kim Brandstrup verweefde de diverse balletscènes prachtig in het verhaal en Audi regisseerde de hoofdrolspelers en het grote koor knap door de voorstelling.

Slechts een paar momenten speelden in mijn ogen minder krachtig uit. Zo vond ik dat Arnold in de tweede akte veel te vroeg op het toneel stond. Terwijl Mathilde opgewonden zong over haar verlangen om Arnold weer te ontmoeten, slenterde hij gewoon al om haar heen, tot ze hem aan het einde van haar romance ‘opeens’ scheen op te merken. Een beetje knullig.

Ook de twee schoten van Tell – de eerste keer om de appel van het hoofd van Jemmy te schieten, de tweede keer om Gesler te doden – hadden naar mijn idee spannender kunnen zijn. Wellicht met wat ‘special effects’? Want het lijkt me toch niet de bedoeling dat het publiek begint te grinniken als Gesler een pijl door z’n hoofd krijgt…

Trucker

Maestro Paolo Carignani leidde het Nederlands Philharmonisch Orkest bekwaam door de avond. Ik vond wel dat hij zich in diverse scènes te bescheiden opstelde, zodat orkestrale details verloren gingen onder de ensemblezang of koorzang. Ook koos hij vaak voor gemoedelijke tempi, juist waar ik het gevoel had: haal de zweep er toch eens over.

De cast was sterk bezet. Marina Rebeka zette een jonge, kwetsbare Mathilde neer. Ik had een dramatischer geluid verwacht in deze rol, maar de lichtere zang van Rebeka – eerder teder dan vorstelijk – paste de rol eigenlijk ook uitstekend. Bovendien toonde de Letse sopraan een immens volume in de hoogte en waren haar coloraturen niet minder dan perfect.

Nicola Alaimo bereidt zich als Guillaume Tell voor de appel van het hoofd van Jemmy te schieten (foto: Ruth Walz).

Nicola Alaimo stelde mij teleur in de titelrol. Zijn fantastische optreden in Caterina Cornaro bij de ZaterdagMatinee in 2010 stond mij nog helder voor ogen – als hij op het toneel verscheen, smolt alles om hem heen weg – maar die magnetische présence was in Guillaume Tell nergens te bespeuren. Zijn zang was zonder meer van hoog niveau, maar hij ontpopte zich niet als held en leider. Misschien dat zijn kostuum (zoiets als een stoere trucker in pyjama) hem daarbij ook parten speelde.

Christian Van Horn was een uitstekende Gesler, Helena Rasker zong een gepassioneerde Hedwige en Eugénie Warnier vertolkte Jemmy met kraakheldere, zuivere stem. Tenor Mikeldi Atxalandabaso verdient ook vermelding. Indrukwekkend hoe makkelijk en vol van klank hij de hoge partij van de visser Ruodi vertolkte. Een betere Ruodi kun je niet krijgen.

Guillaume Tell is een groots werk voor koor en het DNO-koor greep die kans om te excelleren met beide handen aan. Ingestudeerd door Eberhard Friedrich liet het horen iedere stijl, iedere sfeer, iedere technische moeilijkheid, simpelweg iedere scène de baas te zijn, en bovendien ook nog adequaat te kunnen acteren. Met als hoogtepunt de laatste vijf minuten van de voorstelling. Alleen al voor die finale – voor mij de mooiste finale die Rossini schreef –  zou u deze productie moeten zien.

Zonder het koor was deze productie nooit mogelijk geweest. Het applaus voor de koorleden was dan ook groot. Net als voor alle solisten én het regieteam. Maar het meest toch voor John Osborn. De held van Tell.

Guillaume Tell is tot en met 18 februari nog zeven keer te zien en wordt op zaterdag 9 maart om 19.00 uur uitgezonden op Radio 4. Zie voor meer informatie de website van De Nederlandse Opera.

Vorig artikel

Barokopera geeft Purcell Gala vervolg

Volgend artikel

Podcast: Bariton Quirijn de Lang

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.

8Reacties

  1. Dorothy Hollander
    29 januari 2013 at 14:51

    Ook ik heb erg genoten van deze mij niet zo bekende Rossini.Ik ben het volledig eens met jouw recensie.

  2. tomson
    29 januari 2013 at 17:54

    het was zoooooooo saai!!!

  3. F. Coeleman
    29 januari 2013 at 18:58

    Ik ben het helemaal met Jordi eens, die tenor is goud. en ik heb in de eerste akte nog wel een beetje gegniffeld, vond het niet allemaal top, maar dat is persoonlijk. daarna heeft Osborn mijn hart gestolen, iedereen moet hier naar toe. Het kan nog, en er zijn nog wel enkele plaatsen op een paar dagen vrij.

  4. Sander
    30 januari 2013 at 10:04

    John Osborn was super, net zoals de andere solisten overigens, maar verder vond ik de productie nog al saaaaaaai! Alle decors waren bijna hetzelfde (af en toe een steen meer of een houten hutje minder) en het hele plot van de opera duurt ongeveer een 15minuten, waar je dan al bijna 4uur op hebt gewacht.

    Al met al vond ik het dus niet echt spectaculair, maar… toch is het het waard om te gaan, want Osborn klonk fantastisch!!!

  5. Leon
    30 januari 2013 at 10:43

    Ik wilde er eigenlijk nog wel aan toevoegen dat de echte ster van de avond Rossini was voor mij. De muziek van Rossini is hier prachtig (in welke opera van hem nou niet) en verdient vaker gespeeld te worden. Dat sommige mensen het saai vonden kan ik echt niet begrijpen… Overigens zou ik voor die sopraan ook een reisje naar Amsterdam wagen!

  6. Maria Haasnoot
    3 februari 2013 at 21:02

    Vanmiddag naar Tell geweest. Met een vriendin die nog nooit een opera had bezocht. Zij vond het prachtig en wat mij betreft: Bravo! Nou ja, vooruit, 2 minpuntjes: kostuums (niet erg flitsend)en het de nogal lange tijd die moest worden opgevuld rond het gedoe met die hoed in de derde akte. Maar ach, als dat alles is…

  7. Ernst van der Velden
    15 februari 2013 at 23:44

    Ik was niet gecharmeerd van deze langdradige en jammer genoeg in het Frans gezongen Tell. Wel mooie aria’s maar een zwakke Gesler. Vooral het koorwerk beviel mij niet. Daaraan kon het koor niet zoveel doen want deze opera van Rossini is zeker niet zijn sterkste werk. Ik ben na de tweede pauze, voor het begin van de 4e akte, vertrokken. Als operakeuze voor mij geen geslaagde van Dno.

  8. kersten
    16 februari 2013 at 14:49

    Ik was juist nogal gecharmeerd van Christian Van Horns Gesler, die me soms deed denken aan good old Stafford Dean. Als ik dan toch een
    mespuntje kritiek op deze glorieuze productie moest hebben zou die de overrompelende Marina Rebeka gelden, niet vanwege haar minder soepele coloratuuraanzetten maar haar monochrome schrille stemgeluid dat me na verloop van tijd lichtelijk begon te irriteren.
    (Wat zijn we toch verwend, hè?)