Home » Operarecensie

Kwartet verrast aan eind Vocale Serie

Amsterdam15 mei 2013 Geen reacties

De Vocale Serie II van het Concertgebouw werd dinsdagavond op nogal atypische wijze afgesloten. Niet één maar vier zangers en niet één maar twee pianisten traden aan voor een contrastrijke, enerverende ‘Schubertiade’. Eén van de verfrissendste recitals die ik de afgelopen jaren gehoord heb.

Marlis Petersen.

Hoe ze elkaar gevonden hebben, weet ik niet, maar sopraan Marlis Petersen, mezzosopraan Anke Vondung, tenor Werner Güra en bariton Konrad Jarnot vormen een heerlijk kwartet. Al gelijk toen ze opkwamen in de Kleine Zaal – gekleed met meer fleur en kleur dan je meestal ziet bij liedrecitals – maakten ze een eensgezinde, overtuigende indruk. En dat werd gaandeweg de avond door hun optreden ruimschoots kracht bijgezet.

Alle vier de solisten zouden prima in staat zijn geweest om in hun eentje, met succes, een liederenavond in de Kleine Zaal te geven. Dat ze met z’n vieren voor de dag kwamen, was dan ook een vierdubbele luxe voor het publiek. Wat mij betreft mag dat vaker gebeuren, want de bezetting maakte hele andere, minder opgevoerde delen uit Franz Schuberts eindeloze liedrepertoire beschikbaar.

Werner Güra (foto: Monika Rittershaus).

De originele liedselectie van het kwartet werd in april bij Harmonia Mundi uitgebracht op cd, onder de titel Licht und Liebe. Het bestaat uit twee totaal van elkaar verschillende delen. Het eerste is lichtvoetig, soms ronduit jolig en zeer theatraal, en bestaat uit zeven liederen, waarvan sommige solo en andere twee-, drie- of vierstemmig.

De vier gaven deze bundel luchtig en bewegelijk vorm. Soms was het haast opera in het klein, zoals in het trio ‘Der Hochzeitsbraten’, over een aanstaand bruidspaartje dat het bos in gaat om een haas te schieten voor het bruiloftsdiner, maar betrapt wordt door de jager Kaspar. Petersen, Güra en Jarnot leefden zich helemaal uit, terwijl Christoph Berner zich achter de piano tegoed deed aan Schuberts muzikale grapperij.

Anke Vondung (foto: Undine Hess).

Ook in de andere liederen straalde het zang- en speelplezier van het toneel. Güra gaf een levendige, trefzekere interpretatie van ‘Der Sänger’, Vondung zong op charmante wijze ‘Die Unterscheidung’ en Petersen imponeerde mij zeer met haar vertolking van het deksels lastige ‘Lied der Delphine’, waarin ze haar sopraan op de vele lange noten geweldig liet openbloeien. Wat is de Duitse sopraan toch een voortreffelijke artieste. Ook als ze naar haar collega’s luisterde, werd ze zichtbaar meegenomen door de muziek.

Waar het voor de pauze opera in het klein was, leek het na de pauze wel een oratorium in het klein. Het kwartet bracht zes christelijke, veelal vierstemmige liederen, die wel wat weg hadden van koormuziek. De harmonieën waren oorverwennend en het reliëf dat de zangers in de liederen wisten aan te brengen, was subliem. Eendrachtig ademend voorzagen ze de melodieën van prachtige glooiingen.

Konrad Jarnot.

De heldere sopraan van Petersen, de diepe mezzo van Vondung, de zoete tenor van Güra en de compacte, solide bariton van Jarnot mengden in dit deel tot een knap uitgebalanceerde, rijke samenklank. Hun dynamiek was haarfijn op elkaar afgestemd en de fugatopassages stonden als een huis.

Jarnot liet ook nog solo van zich horen, met het grootse ‘Die Allmacht’, waarin hij haast op wagneriaanse wijze ‘Gross ist Jehova, der Herr!’ door de zaal donderde. Hij liet beslist een indruk achter…

Pianist Berner werd afgewisseld door Camillo Radicke (en de één sloeg de bladzijden om bij de ander). Samen zetten ze een uitstekende begeleiding neer; op de komische hoogtepunten duidelijk aanwezig met effecten, maar verder vooral ondersteunend op de achtergrond.

Als toegiften brachten de artiesten nog een christelijk gedicht – wonderschoon ingetogen gezongen – en hernamen ze het kolderieke slot van ‘Der Hochzeitsbraten’. Een contrast dat dit verfrissende, originele recital treffend samenvatte.

Nieuwsgierig? Ik zou zeggen: koop de cd.

Zie voor meer informatie over de concerten in het Concertgebouw www.concertgebouw.nl.

door

Vocale Serie II
Franz Schubert

Solisten: Marlis Petersen (sopraan), Anke Vondung (mezzosopraan), Werner Güra (tenor), Konrad Jarnot (bariton), Christoph Berner (piano) en Camillo Radicke (piano).
Bezocht op 14 mei 2013 in Het Concertgebouw - Amsterdam.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.