Home » Operarecensie

Fraaie Zuidam-dubbel in Muziekgebouw

Amsterdam20 juni 2013 Geen reacties

Het Holland Festival bracht werk van componist Rob Zuidam in een double bill van bestaand en gloednieuw werk. Zijn Troparion weerspiegelde hoop en weemoed, in Suster Bertken ging het over opoffering tot aan de dood.

Scène uit Suster Bertken (foto: Hans van den Bogaard).

Scène uit Suster Bertken (foto: Hans van den Bogaard).

Theater in wat bij uitstek een concertzaal is, dat is ongebruikelijk. De geënsceneerde versies van twee opera’s van Rob Zuidam werden door het Holland Festival in het Muziekgebouw aan ’t IJ geprogrammeerd.

Het toneelbeeld van Christof Hetzer was eenvoudig en abstract, al liet hij zich in beide opera’s leiden door concrete elementen uit het verhaal. Op het podium waren de wanden met doeken afgedekt. In het midden lag in het eerste deel een prominente tak en in de tweede opera brokken steen. Voor de regie was een oud plan tot samenwerken tussen componist Rob Zuidam en regisseur Pierre Audi gerealiseerd.

De twee stukken werden achronologisch uitgevoerd. Eerst het nieuwe Troparion, over een vrouw die haar tranen op een dode tak laat vloeien in de hoop dat God er nieuw leven in zal blazen. Het is speciaal geschreven voor de alt van Helena Rasker.

Tropario betekent ‘veelvuldig herhaald vers’ en die sfeer heeft de vocale en instrumentale muziek ook, uitgevoerd door acht leden van Asko|Schönberg. Wat de vrouw zingt, klinkt als een voortdurende lamentatie, in het begin doorsneden door geluiden van de tranen die op de tak geplengd worden.

Rasker, geheel in het zwart, stond maar even op het podium. Het grootste deel van het stuk was alleen haar hoofd te zien, toen ze hoog, van achter één van de wanden, haar teksten zong. Die teksten waren in het Oudgrieks en ontleend aan spreuken van de woestijnvaders, kluizenaars die vanaf de derde eeuw in de woestijnen van Egypte leefden. Het culturele spectrum van Zuidam is niet alledaags; hij ontleende zijn verhaal aan Byzantijnse heiligenlevens.

Zeker vergeleken met de muziek die later klonk in Suster Bertken had de orkestmuziek in Troparion een smalle bandbreedte en de klank van een stem. Rasker zong, grotendeels uit het hoofd, de teksten, die in het Engels en Nederlands werden geprojecteerd. Onder haar bewoog een danseres rond de tak, terwijl ze beschreef hoe ze in de woestijn twee mannen trof die daar al veertig jaar waren. Zij wilden weten hoe het buiten de woestijn was. ‘Hoe is het met de wereld gesteld, stijgt het water ten gepaste tijde, geniet de wereld voorspoed?’

In het orkest, geleid door Reinbert de Leeuw, had violiste Liza Ferschtman een prominente rol. De opdracht voor Troparion was een gecombineerde van het Holland Festival en haar Delft Chamber Music Festival. Daar zal het nieuwe werk van Zuidam op 3 augustus worden uitgevoerd.

Met Troparion bouwde componist Zuidam een boog van veertig minuten, waarin je geneigd was de tijd te vergeten. De concentratie van zangeres en musici was groot. Rasker zong haar in feite lange aria prachtig en had geen moeite met de lappen tekst in het Oudgrieks. De merkwaardige en mij enigszins afstotende gedachte van het geloof en de ontbering die dat vraagt, werd ruim overschreven door de verstilling en de esthetiek van muziek en zang.

Ingemetseld

Opoffering tot in de dood, of de verwerking van teleurstelling door wraak op het leven te nemen, was het thema van het verhaal van Suster Bertken. Het waargebeurde verhaal van de non die zich liet inmetselen in een cel in Utrecht en daar 57 jaar zou doorbrengen tot aan haar dood, vormde de basis voor de opera. Rob Zuidam schreef het werk in 2010 voor de NTR ZaterdagMatinee en het werd tot nu toe alleen in concertvorm uitgevoerd.

Door het werk van Pierre Audi, dat zich vaak kenmerkt door abstractie, kreeg de eenakter in zeven delen een vorm die eigenlijk vrij concreet was – met een cel met brokken steen – en die de ontwikkeling van het verhaal getrouw volgde.

Katrien Baerts en Hubert Claessens in Suster Bertken (foto: Hans van den Bogaaerd).

Katrien Baerts en Hubert Claessens in Suster Bertken (foto: Hans van den Bogaaerd).

Sopraan Katrien Baerts, die in 2010 ook de wereldpremière in het Concertgebouw zong, maakte indruk met haar zang en spel en Hubert Claessens zong de rol van de prior Dirck van Malsen met krachtige stem, mooi contrasterend met de stem van de non.

Op het moment dat Suster Bertken in een visioen zich vereenzelvigt met Maria, werd de combinatie van tekst, zang, muziek en toneel bijna letterlijk adembenemend. ‘Mij kwam een schoon geluid in mijn oren’, zong Bertken op dat moment, liggend op de gestapelde stenen voor haar cel. Verbijsterend mooi.

Net voordat de prior van het einde van Suster Bertkens leven verhaalt, zongen vier leden van het Nationaal Jongenskoor een korte Christus-rol, devoot en gedragen.

Spiritualiteit in het theater en de muziek neigt al snel naar zweverigheid. Maar dat is wel het laatste wat je van de muziek van Zuidam kunt zeggen.

Zie voor meer informatie de website van het Holland Festival.

door

Troparion & Suster Bertken
Rob Zuidam

Uitgevoerd door: Asko|Schönberg onder leiding van Reinbert de Leeuw.
Solisten: Helena Rasker, Katrien Baerts, Hubert Claessens en Liza Ferschtman.
Regie: Pierre Audi.
Bezocht op 19 juni 2013 in Muziekgebouw aan 't IJ - Amsterdam.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.