Home » Operarecensie

‘Battle of the countertenors’ in Artaserse

Amsterdam12 mei 2014 4 reacties

De NTR ZaterdagMatinee geeft onbekende opera’s die op het operatoneel weinig aan bod komen graag een kans. Die rijke traditie werd afgelopen zaterdag voortgezet met de bijzondere barokopera Artaserse van de vrijwel onbekende Leonardo Vinci. Een gedenkwaardige middag.

Franco Fagioli (foto: Julian Laidig).

Franco Fagioli (foto: Julian Laidig).

De ZaterdagMatinee-uitvoering van Artaserse was een concertante versie van een scenische productie die sinds 2012 in wisselende samenstellingen op de planken staat en waarvan ook een cd en dvd zijn verschenen.

Het libretto van Artaserse is geschreven door één van de meest succesvolle tekstschrijvers uit de operageschiedenis: Pietro Metastasio. Hij schreef zijn tekst voor Vinci, maar na het enorme succes van diens opera benutten nog vele andere componisten het libretto, waaronder Hasse, Gluck, J.C. Bach en Galuppi. Zelfs de Engelse componist Thomas Arne schreef een opera op een vertaalde versie van Metastasio’s tekst.

De opera handelt over de kroon van het Perzische rijk. Koning Serse is vermoord door zijn lijfwacht Artabano, die zijn zinnen op de troon heeft gezet. Serse laat twee zonen, Artaserse en Darius, en een dochter, Mandane, na. Naar goed gebruik is de opera doorspekt met intriges en valse beschuldigingen. Artabano probeert Artaserse ervan te overtuigen dat Darius de moordenaar van Serse is, maar dan krijgt Arbace, de zoon van Artabano, de schuld in de schoenen geschoven, totdat Artabano uiteindelijk alsnog de moord bekent en verbannen wordt.

Vinci’s opera genoot in zijn tijd enorme populariteit en werd veelvuldig uitgevoerd in de jaren na de première in 1730 in Rome. Ongekend voor die tijd was dat de opera ook na zijn dood (eveneens in 1730) opgevoerd bleef worden.

De muziek van Vinci heeft een enorme drive en door het gebruik van trompetten klinkt het regelmatig erg feestelijk. Het vermaarde barokorkest Concerto Köln maakte van de uitvoering in het Concertgebouw eveneens een feest, onder de bezielende leiding van Diego Fasolis. De dirigent liet zijn orkest af en toe wel wat slordig spelen, naar mijn idee vanwege te snelle tempi. Aan de andere kant zorgde hij zo wel voor veel orkestraal vuurwerk, en dat was ook wat waard.

Artaserse werd oorspronkelijk geschreven voor vijf castraten en één tenor. Die rollen waren bij de Matinee bezet door vijf countertenoren en een tenor. De meest spectaculaire rol daarvan is Arbace. Die partij werd bij de wereldpremière gezongen door de beroemde Carestini en bij de Matinee vertolkt door Franco Fagioli. Een fenomeen.

Fagioli’s stem lijkt een beetje op die van Cecilia Bartoli, maar dan mannelijker. Hij heeft een enorm bereik en wentelt zijn stem alsof het niets is. Hoewel castraten naar verluidt een zeer luide stem hadden, kreeg ik het gevoel dat ze wellicht zo moeten hebben geklonken. Met zijn aria aan het einde van de eerste akte (één groot bravourestuk) pakte Fagioli het publiek helemaal in.

Fagioli was zeker niet de enige die furore maakte. Naast hem, als zijn geliefde Mandane, maakte de bekende Max Emanuel Cencic eveneens indruk. Cencic zong dit keer een vrouwenrol – anders dan ‘Hosenrollen’ niet zo gebruikelijk in de opera. Het leverde leuk schouwspel op in een uitvoering die verder vrij weinig interactie tussen de zangers bevatte. Cencic was prachtig ontroerend in zijn aria in de tweede akte (‘Se d’un amor tiranno’) en zijn duet met Fagioli (het enige duet in de opera) was één van de hoogtepunten.

Yuriy Mynenko.

Yuriy Mynenko.

De titelrol werd vertolk door de Zuid-Koreaan Vince Yi. Hij verraste met zijn een enorm hoge stem; hij leek wel een sopraan! Wat de heren Fagioli en Cencic aan expressie en vuurwerk brachten, ontbeerde Yi echter. Zijn zoetgevooisde zang kon de krachtpatserij van de eerste twee niet aan. Bovendien zong hij wat voorzichtig en had hij niet altijd de meest interessante muziek te zingen. Neemt niet weg dat ook hij indruk maakte.

Valer Sabadus (voorheen bekend als Valer Barna-Sabadus) en Yuriy Mynenko vulden de resterende castratenrollen in. Sabadus ontroerde met een aantal intens en lieflijk gezongen aria’s en Mynenko zong als Megabise, de handlanger van Artabano, een aantal aria’s vol met testosteron. Na zijn laatste aria werd voor hem, als enige, door de muziek heen geapplaudisseerd!

Tussen al het countertenorgeweld liet de tenor Daniel Behle zich excuseren voor het feit dat hij een lichte verkoudheid had opgelopen. Je kon het wel een beetje horen en het was zeker te zien, maar vocaal presteerde hij erg goed. Ook hij vervoerde de zaal met zijn coloraturen.

Het was een gedenkwaardige middag in de ZaterdagMatinee. Het deed mij terugdenken aan de legendarische Ariodante in 1997, een uitvoering die leek op een vocale wedstrijd tussen Ewa Podles en Anne-Sofie von Otter. Hier was het een ‘battle of the countertenors’, waarin Franco Fagioli uiteindelijk aan het langste eind trok.

Jammer dat de voorstelling niet in de operaserie van de ZaterdagMatinee was geprogrammeerd. Dat publiek zou van een dergelijke battle gesmuld hebben en waarschijnlijk nog meer uit de zangers hebben gehaald dan het wat ingetogener publiek van de Oude Muziek-serie.

door

Artaserse
Leonardo Vinci

Uitgevoerd door: Concerto Köln onder leiding van Diego Fasolis.
Solisten: Max Emanuel Cencic, Franco Fagioli, Vince Yi, Yuriy Mynenko, Valer Sabadus en Daniel Behle.
Bezocht op 10 mei 2014 in Het Concertgebouw - Amsterdam.

4 reacties »

  • Gert-Jan zei:

    Het was een gebeurtenis van de eerste orde, inderdaad gedenkwaardig. Ik kende noch de opera Artaserse noch de zangers op Cencic na en kon tot mijn verrassing zaterdagochtend nog een goede plaats bemachtigen. Ik werd meteen fan van de opera en nog meer van Franco Fagioli. Wat een stem! Wanneer komt hij weer naar Amsterdam??

  • Els zei:

    Van begin tot het eind genoten van deze 5 geweldige countertenoren en vooral genoten van Franco zijn stembereik, kracht, expressie! Tevens mijn complimenten voor de dirigent Diego Fasolis en het orkest. Het absolute hoogtepunt was voor mij het nummer Vo solcando un mar crudel, het laatste nummer van de eerste akte. Kippenvel kreeg ik ervan. Duidelijk de woeste zee te horen door de blazers! GEWELDIG! Zou zo weer gaan! Helaas was dit de laatste uitvoering!

  • kersten zei:

    En na vijf jaar Yuriy Mynenko terug te horen ! (Ik was bepaald niet de enige volgens wie hij toen de titel Singer of the World had verdiend.)

  • Ton van Beek zei:

    Kan iemand mij een Nederlandse vertaling geven van een kortharig tekst uit Artaserse?
    Bij voorbaat dank.
    Ton van Beek.

    Perché tarda è mai la morte,  
    quando è termine al martir?
    A chi vive in lieta sorte
    è sollecito il morir.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.