Home » Operarecensie

Damrau, Beczala, Testé: trio superbe

Amsterdam24 september 2014 13 reacties

Wat bot gezegd kwamen Diana Damrau, Piotr Beczala en Nicolas Testé dinsdagavond ‘even huishouden’ in het Concertgebouw. Met niet mis te verstane aria’s en duetten lieten ze horen hoe wereldklasse klinkt. En ja, dat klinkt wondermooi.

Diana Damrau (foto: Michael Tammaro / Virgin Classics).

Diana Damrau (foto: Michael Tammaro / Virgin Classics).

Van grote afstand was al te zien wat er deze avond loos was in het Concertgebouw: drie “vocale giganten” zouden de Grote Zaal bezetten, zo stond met drie net zo giga posters aangekondigd. Het leek een ode aan de avondgasten – alsof de vlag was uitgehangen – maar het was in werkelijkheid, zo vermoed ik, een laatste poging om de zaal vol te krijgen. Wat niet helemaal gelukt was.

Gek eigenlijk, dat solisten van zo’n kaliber geen stormloop op het loket weten te ontketenen. Het was nota bene de eerste keer dat de Duitse topsopraan Diana Damrau in Nederland te horen was. En met hun succesvolle verleden bij De Nationale Opera zouden tenor Piotr Beczala en bas-bariton Nicolas Testé toch ook genoeg bellen moeten laten rinkelen om de zaal tot op de laatste stoel te vullen.

De stemming was er gelukkig niet minder om. Het trio werd op handen gedragen, waarbij het enthousiasme van het publiek parallel aan de kwaliteit van de zang steeds verder toenam tijdens de avond, uitlopend op een uitbundig slot met veel gejuich en twee toegiften.

Het programma dat Damrau, Beczala en Testé samen met het Noord Nederlands Orkest onder Pavel Baleff hadden samengesteld, was Italiaans voor de pauze en Frans na de pauze. Er klonken veel bekende scènes uit opera’s als Lucia di Lammermoor, Rigoletto, Manon en Faust, maar de fragmenten uit I puritani, I Capuleti e i Montecchi en vooral I masnadieri waren minder mainstream en verrijkten de avond.

Piotr Beczala trapte af met ‘Di’ tu se fedele’ uit Un ballo in maschera. Riskant, want het is een lastige aria en als de motor dan nog niet helemaal warm is, zoals ik bij Beczala het gevoel kreeg, is het moeilijk om ‘pats boem’ de toon te zetten.

Piotr Beczala (foto: Anja Frers / DG).

Piotr Beczala (foto: Anja Frers / DG).

Ook Diana Damrau maakte het zichzelf niet makkelijk door met ‘Rendetemi la speme… Vien’ diletto’ uit I puritani te beginnen. Een zeer kwetsbare scène, waarin ieder detail meetelt in het vasthouden van de spanning. Damrau ging die uitdaging met veel beleving aan, maar wilde vocaal naar mijn idee soms te veel, waardoor de aria wat grillig werd.

Al snel kwam Damrau echter op stoom en na haar tweede Bellini-fragment, ‘O quante volte’ uit I Capuleti e i Montecchi, was ik helemaal verkocht. Omlijst door een voortreffelijke klankbeeld van het orkest (met een hoofdrol voor de harp) stuurde de sopraan haar stem elegant en eenvoudig aan, met een ongehoorde klankschoonheid en diepe beleving tot gevolg.

Dat niveau bouwde Damrau tijdens de rest van de avond alleen maar uit. Ze toverde met haar stemgeluid, altijd haarfijn afgestemd op de teksten die ze zong. Het ‘opgewondenmeisjeskarakter’ van Gilda en Manon paste haar als een handschoen, waarbij haar ontwapenende charme en levendige acteerwerk bepaald niet schaadden. Maar ook het drama van Manon (later in die opera, als de rozengeur is opgetrokken) en het drama van Marguerite in Faust wist Damrau in haar stem te vinden.

Eén van de hoogtepunten was voor mij de scène tussen de hertog en Gilda uit Rigoletto. Damrau en Beczala demonstreerden hoe akelig precies ze hun teksten weten te interpreteren en lieten hun meeslepende vertolkingen op het hoogtepunt van de scène fantastisch samensmelten. Pure magie.

Beczala liet voor en na die scène van zich horen met de klassiekers ‘La donna è mobile’ (ook uit Rigoletto) en ‘Pourquoi me réveiller’ (uit Werther). Vooral in die laatste aria kwam zijn gepassioneerde, emotionele timbre goed uit de verf. En die hoge noten… jammie! Tenoren die hun topregister zo veel kleur en karakter kunnen meegeven, zijn op één hand te tellen.

Ook als Des Grieux en Faust stroomden de emoties royaal door zijn zang, maar op zijn allerbest vond ik hem eigenlijk in zijn toegift, ‘Ah, leve-toi soleil’ uit Roméo et Juliette. Simpelweg perfect, zowel de interpretatie als de absolute stembeheersing.

Nicolas Testé (copyright: Nicolas Testé).

Nicolas Testé (copyright: Nicolas Testé).

Nicolas Testé zingt, om heel eerlijk te zijn, niet in dezelfde league als Damrau en Beczala. Hij treedt wel op in de tophuizen, maar dan met bescheidener rollen. Zo stelde hij zich ook op in het Concertgebouw: bescheiden. Op zijn Raimondo in Lucia di Lammermoor was bijvoorbeeld weinig af te dingen, maar het had niet de intensiteit die Damrau en Beczala in hun rollen legden.

Toch verraste hij me gedurende de avond, en bewees hij dat hij op dit podium thuis hoort. Zeker toen hij na de pauze boven aan de Concertgebouw-trap verscheen als Gounods Méphistophélès, gekleed in een zwarte, minder strakke outfit. Zijn solide, masculiene stem begon prompt meer te leven, met een hoogtepunt in het brute ‘Vous qui faites l’endormie’. Iets voor casting directors: Nicolas Testé heeft de beste Mefisto-lach die ik ken…

De drie zangers werden adequaat begeleid door het Noord Nederlands Orkest. De strijkers speelden zeer genuanceerd, met vele kleuren en klanken, en uit de kopersectie klonken geregeld puike bijdragen. Dirigent Pavel Baleff was het repertoire meester en koos voor boeiende ouvertures en dansen als interludes.

Gezien hun status en hun drukke schema’s kan het weleens lang duren voordat Damrau, Beczala en Testé terugkeren in Nederland. Wat dat betreft was het in vele opzichten een unieke avond, die ik me nog lang zal blijven heugen.

Zie voor meer informatie de website van het Concertgebouw.

door

Operaconcert
Bellini, Donizetti, Gounod, Massenet en Verdi

Uitgevoerd door: Noord Nederlands Orkest onder leiding van Pavel Baleff.
Solisten: Diana Damrau (sopraan), Piotr Beczala (tenor) en Nicolas Testé (bas-bariton).
Bezocht op 23 september 2014 in Het Concertgebouw - Amsterdam.

13 reacties »

  • Ben Siebers zei:

    Mooi dat het zo’n goede avond was. Kon ook bijna niet anders met zangers van dit niveau. Op voorhand was ik al erg teleurgesteld dat ik vanwege avondwerk niet naar het concertgebouw kon en niet voor niets naar nu blijkt.

  • Freek zei:

    Het was een geweldige avond, waarbij vooral Damrau zich van haar allerbeste kan liet zien. Haar Giulietta was werkelijk adembenemend mooi. Testé haalde het hoge niveau wat mij betreft niet: hij miste power en présence. In het Franse repertoire was hij wel beter op dreef dan voor de pauze.

    Het was een prachtige avond met een niveau zoals je dat puur vocaal niet vaak tegenkomt in het Nederlandse. Puristen zouden misschien wat kunnen afdingen op het Franse deel (Damrau en Beczala hebben wellicht geen typisch ‘Franse stemmen’), maar bij zo’n operaconcert is dat wat mij betreft absoluut niet storend. Genieten!

  • Maria zei:

    Het was zeker een mooie avond. Het publiek was zelfs zo enthousiast dat men op de meest ongelegen momenten begon te klappen (halverwege een aria enzo) maar er waren er ook die het niet leek te boeien en met hun mobieltje zaten te spelen. Meneer gisteravond op rij 26 stoel 1, wilt u dat nooit meer doen!!

  • Hans van Verseveld zei:

    Helaas moet ik bekennen, dat Diana Damrau niet aan mijn hoge verwachtingen voldeed. Zij maakt zich net als Edita Gruberova schuldig aan het naar binnen zuigen van de tonen, waardoor het middenregister bleek en oninteressant klinkt. De gavotte uit Manon was ronduit teleurstellend en ik mistte daarbij het pure open geluid van Beverly Sills. Natuurlijk waren de hoge noten fraai en absoluut gelukt, maar daarmee alleen kom je er niet en ook al die heftige toneelbewegingen op het concertpodium zijn overbodig en lijken ineens nodig om iets anders te verbergen.

    Pjotr Beczala was zondermeer de grote ster van de avond, met een schitterende heldere tenor zong hij zich moeiteloos, wonderschoon en zonder allerlei nodeloze bewegingen door een aantal goed gekozen aria’s.
    Als overweldigende toegift kregen we van hem de aria uit Roméo et Juliette van Gounod en dat was heel wat kunstzinniger, dan het eeuwige ‘babbino carootje’ van de sopraan.

    Bij de ouverture tot Bellini’s I Capuleti e i Montecchi kon ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat het Noord Nederlands Orkest in het verkeerde repertoire zat te hengsten.

    Al met al een mooie avond voor de tenor en voor de bariton Nicolas Testé als Méphisto en wat minder fraai voor de sopraan en het orkest naar mijn smaak.

  • Gert-Jan zei:

    Schitterend! Grandioos! Wat een avond! We kregen héél véél zang en passie. Eerlijk gezegd vond ik het programma overvol maar met zulke zangers was dat geen straf. Damrau is een rasartieste die zich volledig geeft, ook zonder enscenering. Het duet uit Rigoletto was inderdaad prachtig maar mij blijft vooral bij hoe zij als Manon de liefde van Des Grieux terug wist te winnen… adembenemend gedaan. En wanneer hoor je inderdaad zo een topuitvoering van “Lève-toi soleil”, nota bene aan het eind van de avond? Het gemak en plezier waarmee Beczala zingt is een belevenis op zich. Testé zag er uit alsof hij vlak voor de voorstelling een naar bericht had gehad maar ineens als Mefisto was hij helemaal in zijn element. En wat speelde het Noord Nederlands Orkest goed!

  • kersten zei:

    Misschien – en wellicht ten overvloede – een pleistertje op uw wonde, Ben Siebers: Uitzending Gemist radio 4 gisteren 20 uur.

  • Freek zei:

    @Hans van Verseveld: Over Damrau verschillen we beslist van mening; zo zou ik de bewegingen op het toneel een (in mijn ogen geslaagde) poging tot acteren willen noemen. Stilstaande mensen die hooguit met een enkel handgebaar zingen over intense emoties, komt op mij wat vreemd over. In haar stem en techniek trof mij juist de ongelooflijke beheersing waarmee ze zelfs de doodgezongen Puccini-aria wist te bezielen en naar een hoger plan wist te tillen.

    Overigens, juist Beczala kon mij niet altijd overtuigen, zeker niet in het voor tenoren blijkbaar onontkoombare ‘La donna’ (het ‘Babbinootje’ van de tenoren?). Aardig toch hoe verschillend mensen tegen iets aan kunnen kijken, zeker als het iets betreft waar je zelf enthousiast over bent.

    Ik ben het wel geheel eens met uw opmerking over de ouverture van Bellini, dat was wel erg veel tsjing-boem en grof werk.

  • georgette zei:

    Voor een trio van dat niveau wil ik heel graag nog een keertje het ritje Diest(België) – Amsterdam maken : gewoon geweldig.
    Beczala is een “fabelhafte” tenor. Kan mij enkel maar verheugen op het concert op 24/10 in Madrid.

  • Pieter K de Haan zei:

    Helaas heb ik dit concert door de gevolgen van een mij overkomen ongeval niet kunnen bijwonen, maar wél via de radio kunnen beluisteren. Ik vond, dat er op hoog niveau werd gezongen en gespeeld. De wankele topnoot aan het slot van “La donna è mobile” zij Piotr Beczala vergeven. Onbegrijpelijk, dat de zaal verre van uitverkocht was. Minder enthousiast was ik, zoals jammer genoeg wel vaker, over de presentator, Wouter Pleijsier. Zo sprak hij ten onrechte van het eerste optreden van Pjotr Beczala in Nederland. Voorts vond hij het blijkbaar interessant om herhaaldelijk de leeftijd van Diana Damrau te noemen en haar (mate van beroemdheid) te vergelijken met (die van) Renée Flemming, een vergeljking die nogal mank gaat, en kondigde hij – alhoewel zonder twijfel over een programma en teksten beschikkend – op zeker ogenblik de verkeerde zanger aan. Verder viel hij nogal in herhaling, maar het ergste vond ik, dat hij het niet kon laten in het misplaatste tussenapplaus in de scene van Gilda en de hertog van Mantua ook nog van zich te laten horen en niet was uitgepraat toen die werd voortgezet. Op dat laatste heb ik hem al vaker betrapt. Blijkbaar vindt de heer Pleijsier, dat hij de tijd tussen de diverse onderdelen van een concert per se vol moet praten en gaat dan over de schreef. Joop van Zijl had daar bij het Weense Nieuwjaarsconcert ook een handje van.

  • kersten zei:

    In dit verband: zonder nu meteen over Wouter Pleijsiers interview te willen vallen: het moet mij van het hart dat Nederlandse radio- en tv-interviews met operasterren vaak van een tenenkrommende oubollig- en stunteligheid zijn (en dan mag je nog van geluk spreken als je daarbij het jofele toontje van `lang leve de owperaa` bespaard blijft).
    Van harte beterschap gewenst overigens, meneer De Haan.

  • Pieter K de Haan zei:

    Meneer Kersten, hartelijk dank voor uw goede wensen. Het interview met Diana Damrau heb ik maar buiten beschouwing gelaten. Overigens zag ik bij herlezing, dat ik een tweetal foutjes in mijn tekst heb laten zitten: Pjotr i.p.v. Piotr Beczala – die ik overigens nooit eerder Beczála maar altijd Béczala heb horen noemen, maar misschien had de heer Pleijsier hierin wel gelijk (wellicht kan mevrouw Jaworski hier klaarheid in brengen) – en Flemming i.p.v. Fleming. Mijn verontschuldigingen daarvoor.

  • Basia Jaworski zei:

    In het Pools valt het accent altijd op de voorlaatste syllabe. Het is dus, op zijn Nederlands: Betsjáua.

    cz = tsj als in Tsjechië

    l (is dwars gestreept) spreek je uit als ‘w’ in het Engels (water, wait)

    Simpel, toch? 🙂

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.