Home » Operarecensie

Aangrijpende double bill Birtwistle valt tegen

Amsterdam22 juni 2010 1 reactie

Het Holland Festival voerde gisteravond (21/6) de double bill Semper Dowland, semper dolands/The Corridor van Sir Harrison Birtwistle op. Het zijn aangrijpende, zielsverscheurende stukken, maar veel was daar niet van te merken in het Muziekgebouw aan ’t IJ.

Elizabeth Atherton (foto: Malcolm Watson).

Sir Harrison Birtwistle (1934) wordt beschouwd als één van de grootste nog levende Engelse componisten. Terecht. Je kunt hem, zoals het eigenlijk bij alle goede componisten het geval is, geen etiket opplakken. Hij is een serialist, maar anders dan zijn ‘streng in de leer’-collega’s schuwt hij de emotie niet en zijn muziek heeft een thema.

En geen abstracte ook: Birtwistle is sterk beïnvloed, niet alleen door Stravinski maar ook door het Griekse theater. Hij is geobsedeerd door de mythologie, voornamelijk door de mythe van Orfeus en daar is hij nog steeds niet over uitgepraat (of uitgemusiceerd). Daar kan ik me helemaal in vinden, want inderdaad: daar is het laatste woord nog niet over gezegd.

De doublebill van Semper Dowland, semper dolends (letterlijk: ‘altijd Dowland, altijd smartelijk’, een bewerking van liederen en instrumentele stukken van de renaissance-componist John Dowland) en The Corridor (Birtwistle’s visie op de mythe van Orfeus) beleefde zijn première vorig jaar in Aldeburgh. Het Holland Festival haalde de productie naar Amsterdam.

Het zijn zeer aangrijpende, op het eerste gezicht metershoog van elkaar verwijderde stukken. Maar als je er aandachtig naar gaat luisteren, ontdek je dat ze eigenlijk dicht bij elkaar staan.

Beide werken, met als belangrijkste thema spijt en onvervulde verlangens, versterken elkaar niet alleen inhoudelijk. Ook de muziek – hoe gek het ook mag klinken – heeft vrijwel dezelfde impact op je ziel. Birtwistle schrijft zielsverscheurende muziek, vol pijn en kwaad. Maar in zijn lyrische momenten is hij betoverend mooi.

Helaas was daar gisteren pijnlijk weinig van te merken. Pierre Audi maakte een mise-en escape. Deze keer betekende het een echte regie, met een echt decor en een soms oogverblindende belichting – en dat bedoel ik letterlijk.

De zaal werd helemaal ‘verbouwd’ en het publiek mocht plaatsnemen op stoelen tegenover elkaar. Op zich een goede vondst, want daardoor ontstond een soort halletje, een corridor. Het decor bestond uit stoelen waarop vellen papier (met liederen, muziek?) lagen. De vellen papier werden af en toe omgegooid (waarom, uit woede?) en er werd met de stoelen geschoven. Of erop geklommen. Het nut ervan ontging mij, maar ja, wie ben ik?

Na de pauze maakten de stoelen plaats voor zuilen, waar de hoofdpersonen tegen leunden om hun leed uit te drukken. Allemaal zinloze gebaren, met als het hoogtepunt de hand van Orfeo op de harp aan het eind. Zo middelbareschoolachtig!

Sir Harrison Birtwistle in 2002 (foto: Hanya Chlala ArenaPAL).

Dat allemaal zou ik op de koop toe nemen als de uitvoering goed was, maar dat was het niet. Het kleine orkestje onder leiding van Reinbert de Leeuw speelde mooi en zacht, en toch werden de zangers (nota bene in de kleine zaal met een zeer goede akoestiek) versterkt. Waarom? Het leverde een zeer onnatuurlijke klank op, wat in het geval van Elizabeth Atherton (Eurydice) bijzonder pijnlijk uitpakte. Haar stemgeluid bezorgde mij letterlijk pijn in mijn oren.

Over de tenor (John Graham Hall) kan ik kort zijn: slecht. Zijn timbre (voor zover ik het kon beoordelen) was op zich mooi. Blank en zeer Engels. Maar hij had amper ademsteun en zijn hoogte was geknepen en kaal.

Hij was zeer intensief op zijn rol betrokken, wat hem als Orfeus zeer kwetsbaar en aangedaan maakte. Maar dat was absoluut onvoldoende voor het gedeelte vóór de pauze, waar ingetogenheid en stemschoonheid absoluut vereist werden.

Er bestaat geen mooiere muziek dan de ‘Lachrimae’ van Dowland. Het is het absolute summum van wat een Orfeus van vlees en bloed kan bedenken. Daarmee open je niet alleen poorten van Hades, maar ook alle zielen en harten. De mijne bleven gisteren echter krampachtig gesloten.

door

Semper Dowland, semper dolens / The Corridor
Sir Harrison Birtwistle

Uitgevoerd door: Asko|Schönberg onder leiding van Reinbert de Leeuw.
Solisten: Elizabeth Atherton en John Graham Hall.
Regie: Pierre Audi.
Bezocht op 21 juni 2010 in Muziekgebouw aan 't IJ - Amsterdam.

1 reactie »

  • rogier zei:

    deze recensie is zo ontzettend waar dat ik eindelijk eens de moeite neem te reageren. ik zou eraan willen toevoegen dat het hoog tijd wordt dat die middelmatige en gevoelsarme beste man van een Audi eens ophoudt met regisseren; laat hem eens naar een goed (bij voorkeur duits) toneelgezelschap gaan kijken zodat hij zich vervolgens de ogen uit zijn kop schaamt voor wat hij hier laat zien aan overbodige gestiek, vals sentiment en gewoon bar slecht spel. jammer van die geweldige Birtwistle en het mooi ensemble.
    en Basia for president 😉

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.