Home » Operarecensie

Londense Salome: wel kwaliteit, geen diepte

Londen7 juli 2010 Geen reacties

Kwaliteit te over, in de Salome-reprise van het Royal Opera House in Londen. De stemmen zijn goed en het orkest is overtuigend. Helaas krijgt regisseur David McVicar geen vat op de psychologische ontwikkeling van de hoofdpersonen. De echte schok blijft daardoor uit.

Angela Denoke als Salome (foto: The Royal Opera / Clive Barda).

Wat de eenakter van Richard Strauss in mijn ogen zo aangrijpend maakt, is de ontwikkeling die Salome doormaakt. In de eerste scène verlaat ze ongelukkig de braspartij van Herodes, omdat ze zijn hijgende blikken niet meer kan verdragen. In de laatste scène kust ze in extase de lippen van het dode, met bloed bespatte hoofd van Johannes de Doper. Een fascinerende ontwikkeling. En dat in een tijdsbestek van zeven kwartier…

Helaas komt dat van a tot z boeiende psychologische proces niet lekker voor het voetlicht in de Salome-productie van David McVicar, die in 2008 voor het eerst bij het Royal Opera House (ROH) te zien was en nu hernomen wordt. Zijn Salome is mijns inziens te volwassen en nuchter, ze mist mysterie.

Het ligt aan de manier waarop de regisseur haar laat acteren, maar bijvoorbeeld ook aan een detail als haar nogal tuttige pruik. Salome is bij McVicar niet een vreemd, in zichzelf gekeerd kind, maar een opgegroeide vrouw die om een of andere reden graag een sensueel spelletje met een profeet speelt. De heftige slotscène komt daardoor enigszins uit de lucht vallen.

Andere elementen van de regie helpen ook niet echt. Zo voegt de verplaatsing in tijd (naar voren) niets toe, maar botst juist met het libretto. Salome is zo historisch bepaald, dat een actualisering bijna per definitie afbrekend werkt. Het fantastische decor van Es Devlin ten spijt.

Verder komt ook het personage van Jochanaän (Johannes de Doper) niet uit de verf. Ook hij heeft niets mysterieus. Hij vuurt zijn boodschap af, kronkelt vele malen over het toneel en verdwijnt dan weer ondergronds. McVicar ontneemt hem zijn rust en zelfverzekerdheid, en daarmee ook zijn aantrekkingskracht.

Met wat naakte hoertjes, een (totaal overbodig) naakte beul en veel bloed probeert McVicar de onthutsende heftigheid van het verhaal over te brengen, maar daar red je het niet mee. Voor een echte schok kan alleen Salome zorgen en daar schort het dus aan.

Scène uit Salome met in het midden Jochanaän (foto: The Royal Opera / Clive Barda).

Jammer, want met de kwaliteit op het toneel en in de orkestbak had er meer uit de opera van Strauss gehaald kunnen worden. Angela Denoke laat als Salome een fantastische stem horen. De hoogte is ze niet altijd meester en de partij valt haar soms wat zwaar, maar ze heeft de juiste jonge klank en waar nodig genoeg volume.

Gerhard Siegel vind ik erg overtuigend als Herodes. Het is direct duidelijk dat hij de baas op het toneel is, ondanks al zijn bange voorgevoelens. En hoe verder het drama zich ontvouwt, hoe intenser zijn zang wordt.

Irina Mishura is een groteske Herodias (niet al te serieus) en Johan Reuter een agressieve Jochanaän. Zijn statiger zang vanuit de kerker vind ik passender, maar dat hij dat ‘bovengronds’ niet vasthoudt, zal wel met de regie te maken hebben.

Noemenswaardig vind ik ook het kleine optreden van Vuyani Mlinde als eerste Nazareër. Zijn fraaie stem en verzorgde zang valt direct op. Gezien zijn biografie gaan we nog wel meer van hem horen.

Uiteraard mag ook het ROH-orkest onder leiding van Hartmut Haenchen niet onvermeld blijven. Haenchen past zich nauwkeurig aan het volume van de zangers aan, waardoor soms wat expressiviteit verloren gaat, maar zeker naarmate de avond vordert, klinken er sublieme passages uit de bak. Met – zoals het hoort – een hoogtepunt aan het einde, als de blazers in volmaakte balans de climax van de slotscène bekronen. Ondanks mijn scepsis kon dát me niet onberoerd laten.

Salome is tot en met 16 juli nog drie keer te zien in Covent Garden in Londen. Zie voor meer informatie de website van het Royal Opera House.

door

Salome
Richard Strauss

Uitgevoerd door: Koor van het Royal Opera House onder leiding van Hartmut Haenchen.
Solisten: Johan Reuter, Angela Denoke, Gerhard Siegel, Irina Mishura, Andrew Staples, Sarah Castle, e.a.
Regie: David McVicar.
Bezocht op 6 juli 2010

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.