FeaturedHeadlineRecensies

Matthäus Pichon groots, Mäkelä ingetogen

In een verbluffende uitvoering van Bachs Matthäus Passion onthulden dirigent Raphaël Pichon en zijn Pygmalion ensemble dat er in deze passie-compositie een opera verscholen zit. Met uitgekiende tempi, prachtige nuanceringen in de uitwerking van de koralen, razend spannende volkskoren en met een voortreffelijke solistengroep, kwam het lijdensdrama in een groots muzikaal betoog tot leven.

Links Raphaël Pichon, rechts Klaus Mäkelä . Foto:’s © Eduardus Lee

Het concert op dinsdag 31 maart in het uitverkochte Amsterdams Concertgebouw volgde op een weekeinde met twee andere uitvoeringen van dezelfde passie. Op vrijdag en Palmzondag leidde komend chefdirigent Klaus Mäkelä de uitwerking door het Koninklijk Concertgebouworkest en het Nederlands Kamerkoor. En op zaterdagavond stond gastdirigent Ivor Bolton op hetzelfde directieplatform om met het Nederlands Kamerorkest en het Nationaal Jeugdkoor dezelfde muziek tot klinken te brengen.

De verschillen waren enorm. De krachtige koorzang bij Pygmalion met tweemaal twintig zangers, waarin ook de solisten deelnamen, ontlaadde zich meteen in het groots en gepassioneerd uitgevoerd openingskoor. Het was een verrassing dat Pichon het tweede koor vooraan in de zaal liet staan, terwijl het eerste koor ‘Kommt, ihr Töchter’ zong.  De reacties ‘Wie’ en ‘Wen’ klonken in deze enscenering geraffineerd. Waarna het tweede koor gehoor gevend aan de oproep ‘Kommt ihr Töchter’ het podium beklom om in het ‘Sehet hin’ in te haken op de gezamenlijke afronding.

Bolton sterk

Ook Ivor Bolton en het Nederlands Kamerorkest zetten meteen groots in bij het openingskoor. Bij Mäkelä en het Koninklijk Concertgebouworkest was die inzet meer ingetogen, wat ook het karakter bleek in het vervolg, zeker in het eerste deel. Duidelijk speelde mee dat Mäkelä over twee koorensembles van ieder zestien, 4x 4 stemmen beschikte, professionals die mooi en expressief zongen, terwijl Bolton kon werken met twee grotere groepen jeugdige vrouwen en mannen, tussen 15 en 29 jaar, krachtige semi amateurs. Hun gretigheid om een fikse expressie te ontwikkelen, leverde een klank op bijna zo overweldigend als uit het Pygmalion-koor.

Ivor Bolton en Mark Milhofer tijdens een uitvoering van de Matthäus Passion. Foto: © Melle Meivogels.

Waar Pichon zijn lichaam in allerlei bochten wrong om zijn orkest en koor tot het uiterste te drijven, dirigeerde  Mäkelä het licht klinkende openingskoor met sierlijke gebaren. Het viel op hoe zorgvuldig hij in het verloop van het passieverhaal de volkskoren en de koralen afwerkte. Pas in de  tweede helft ontwikkelde hij enige passie waar Bach meer dramatiek in het verhaal legt. Vanaf het koraal ‘Mir hat die Welt trüglich gericht’t’ kwam er meer kleur in de voordracht van de koralen, en legde hij met effectieve gebaren pittige accenten in de orkestpassages van de solisten.

Tegenvaller

In de belangrijke evangelistenrol bleek tenor Maximilian Schmitt te zwak en klein van stem om een echte verteller te zijn. Ook de Christus van Matthew Brook kwam met zijn weliswaar mooie bas niet duidelijk tot uitdrukking.  In de Matthäus  is Christus een duidelijk weerbaar persoon. De rol verdient een potente expressie die ruimschoots aanwezig was in de ‘Matthäus’ bij Bolton en vooral bij Pichon. Het centrale tweetal bij KCO viel dus tegen, zeker gelet traditie die het Concertgebouworkest met zich meedraagt. Met Kurt Equiluz **als een fenomenale voordrachtskunstenaar en met Christus-zangers als Peter van der Bilt en Robert Holl in het achterhoofd, zijn dat de standaards waaraan een uitvoering door het KCO moet voldoen.

Gelukkig bood het solistenkwartet bij het KCO (een dubbele bezetting is afgeschaft) veel betere expressiviteit. Meteen in zijn aria ‘Buss und Reu’ zong countertenor Tim Mead met vloeiende en grote stem over het zondige hart. Heel mooi kleurde hij samen met sopraan Julia Lezhneva in het aangrijpende duet met koor ‘So ist mein Jesu nun gefangen’. Waarna een krachtig, maar  beschaafd ‘Sind Blitze, sind Donner’ volgde.

Staand Evangelist Maximilian Schmitt en naast hem Julia Lezhneva. Foto:© Eduardus Lee

Vioolsoli

Lezhneva zette haar prachtig heldere stem effectief in voor haar twee aria’s in het eerste deel. De geliefde aria uit het tweede deel ‘Aus Liebe’ zong zij met wonderschone uitdrukking, prachtig omspeeld door fluit en twee da caccia hobo’s.  In het tweede deel krijgt de alt meer kans, en Tim Mead bevestigde daarin zijn klasse als mannenalt. ‘Erbarme dich’ kreeg een herkenbare ‘bitterliche’ invulling, in voortreffelijk samenspel met viool door concertmeester Daniel Cho. Ook de aanvoerder van het tweede orkest, vice-concertmeester Tjeerd Top, zette een stevig dramatisch gestreken solo neer bij de basaria ‘Gebt mir meinen Jesu wieder’.

De jonge tenor Laurence Kilsby verraste mij met zijn gedreven, heldere geluid.  Hij wist de sfeer van het ‘Gequälte Herz’  in ‘O Schmerz’ prachtig uit te beelden,  In de aria met koor ‘Ich will bei meinem Jesu wachen’ zong hij echt in duet met het tweede koor door die groep aan te kijken. In ‘Geduld’ in het tweede deel liet Kilsby ook heel goed het ongeduld tot uiting komen.

Als bas maakte Kresmir Strazanac indruk met een soepele expressie in ‘Gerne will ich mich bequemen”, met fraaie, lichte klanken begeleid door het strijkorkest. ‘Gebt mir’ zong hij met een zekere drift in de voordracht, waarbij dirigent Mäkelä ook loskwam door het strijkorkest flink aan te vuren.

Het KCO, NKK, solisten en dirigent Klaus Mäkelä in het Concertgebouw tijdens de MAtthäus Passion. Foto :© Eduardus Lee

In een interview vertelde hij dat hij altijd geraakt werd op het moment dat het jongenskoor inzet met het ‘O Lamm Gottes’ in het openingskoor. Merkwaardig: er stond geen jongenskoor, maar een stevig bezet meisjeskoor, van klein tot echte jonge vrouwen. Hun inzet was nogal massief; het lam bleek een dik schaap.

Subliem jongerenkoor

Hoe anders bij het Nederlands Kamerorkest . Dat presenteerde wel een echt jongenskoor in de koraalmelodie. De knapen van het Nationaal Jongenskoor zongen hun partij met blanke, bijkans onschuldige stem. Echte lammeren. Het in twee groepen van 23 stemmen verdeelde Nationaal Jeugdkoor wierp zich met passie in de vocale lijnen, aangemoedigd door de expressieve gebaren van armen en vingers (het leek op slangenbezwering) door Bolton. Geweldig krachtige en stralende sopranen vormden de koepel van klank waaronder uitstekende alten (met enkele countertenors), tenoren en bassen het Bachs lijnenspel uitwerkten. Verbazend was het dat de koristen vrijwel alle partijen uit hun hoofd zongen.

Het centrale tweetal was goed ingevuld met tenor Mark Milhofer als een soms felle evangelist. Hij zong ook de aria’s, met nogal scherp geluid waardoor ‘Falsche Zungen’ lekker staken. De helderheid paste goed bij zijn vertellersrol. Bas Johannes Weisser  was meer dan overtuigend in de rol van Christus. Met zijn volle en robuuste stem beeldde hij een karaktervolle Christus uit. Olivia Vermeulen opende haar serie aria’s met expressieve en heldere stem in de alt-aria ‘Buss und Reu’. Prachtig kleurde zij met sopraan Birgitte Christensen in het duet ‘So ist mein Jesu hin’  waarop een daverende Blitze en Donner losbarstte uit de jeugdige koorkelen.

Gouden Liebe

Sopraan Christensen had al een prachtige entree gemaakt in het ‘Blute nur”, waar Bolton een stevig tempo onderlegde. Maar zij stal mijn hart in haar voordracht van ‘Aus Liebe’. De zestiende noten vloeiden als goud uit haar mond. Pure liefde in klank. Zo mooi hoorde ik alleen de legendarische Arleen Augér *deze aria zingen. Chistensen werd voorbeeldig omspeeld door de twee fluiten en da caccia hobo’s.  In de basaria’s was bariton Christian Senn zelfverzekerd in ‘Gib mir meinen Jesu wieder’, met een prachtige vioolsolo als partner. In ‘Komm süsses Kreuz’  vertolkte hij met innige hartstocht; de omspelende gamba klonk mij vals in de oren.

Sopraan Birgitte Christensen met leden van het Nederlands Kamerorkest. Foto: © Melle Meivogels.

Overtuigend werkte Bolton de koordelen uit. Lekker fel klonk ‘Er is des Todes schuldig’ en het aansluitende pesterige ‘Weissage uns’. Meteen schakelden dirigent en koor prachtig om naar het intiem meelevend gezongen koraal ‘Wer hat dich so geschlagen’ Niet verwonderlijk dat de scènes bij Pilatus met heftigheid werden gevuld. ‘Barabbam’ leek wel een kopstoot naar de landvoogd!

Maximaal

De reactie van het Pygmalion koor was mogelijk nog iets feller. Verbazingwekkend hoe Pichon het maximale effect haalde uit de voordracht van koren en koralen.   In het samenspel met de stevige tenor Zachary Wilder ontwikkelde het koor een aangrijpende voordracht van de slapende zonden dankzij voortreffelijk gedoseerde klanksterkten. Zoiets krijg je alleen voor elkaar in zo’n hecht en langdurig met elkaar repeterend koor. Dat alle partijen uit het hoofd zong . Ook de solisten zongen zonder partituur voor hun neus.

Raphaël Pichon en Stéphane Degout  in het Concertgebouw. Foto: ©Eduardus Lee

Met een dubbele bezetting in solo partijen bood deze Matthäus uitvoering een standaard die lang geleden te horen was in Amsterdam. De twee sopranen Julie Roset en Maïlys de Villoutreys klonken zeer helder in hun aria’s. Meer kleur en een krachtiger expressie leverden de vrouwenalt Lucile Richardot (fraaie ‘Buss und Reu’) en de mannenalt Paul-Antoine Bénos-Djian. Hij gaf met grote en heftig gekleurde stem uitdrukking aan de vertwijfeling over de verdwenen Heer.

Opera karakter

De bassen Stéphane Degout als een krachtige Christus (ook de laatste aria’s in deel 2) en de wat zwakker overkomende Christian Immler als Pilatus en aria’s (‘Gerne will ich mich bequemen’ viel weg in de ruimte) maakten de bezetting rond.  In het midden van de scène de evangelist. Zelden zo’n overtuigende verteller gehoord als Julian Prégardien. Hij voerde in zijn voordracht het dramatisch opera-achtige karakter van de Matthäus naar een hoogtepunt. Met een effectieve continuo partij op een groot kamerorgel, gehoord de milde klank met metalen pijpen. Doorgaans worden luidere kistorgels bespeeld met houten pijpen.

De opera-kant werd stevig uitgebeeld door een fraaie enscenering. Links en rechts stonden podia waar de solisten hun aria’s zongen. Het koor stond als een schil om het met verve spelende orkest heen. Evangelist Prégardien deed zijn relaas op verschillende plekken van het stemmig verlichte podium. Hij leidde het publiek in de vrijwel donkere zaal door het verhaal. Zo spannend heb ik een Matthäus niet eerder beleefd.

Raphaël Pichon. Foto: © © Lucida Productions

300 jaar

In 2027 is het 300 jaar geleden dat in Leipzig voor het eerst de Matthäus onder leiding van de componist werd uitgevoerd. In het kader van een kerkdienst. Tegenwoordig wordt de Matthäus in de concertzaal gecelebreerd, met groot applaus tot donderend Bravo-geroep zoals bij het Nederlands Kamerorkest en bij Pygmalion. Het KCO laat in 2027 de Matthäus dirigeren door de barokspecialist Leonardo Garcia Alarcon, ook dit keer met het Nederlands Kamerkoor. Het Nederlands Kamerorkest programmeert ook de Matthäus, dan geleid door  Daniel Reuss die zijn Cappella Amsterdam meebrengt als koor. Ook Ton Koopman is in het jubeljaar present in het Concertgebouw met zijn Amsterdam Baroque Orchestra and Choir, met de Matthäus. Het zal een nog drukker passie-jaar worden!

De uitvoering door het  KCO kan beluisterd worden  op NPO Klassiek.

Verder lezen, kijken en luisteren

Franz Straatman bracht alle Matthäus Passionen in het Concertgebouw in kaart.

Raphaël Pichon dirigeerde in 2025 de Johannes Passion in het Concertgebouw.

*Arleen Auger zingt ‘Aus Liebe’.

**Fragment van Kurt Equiluz als Evangelist.

Vorig artikel

Amsterdam kampioen in Bachs passies

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Franz Straatman

Franz Straatman